Globaal bekeken
In een prachtig boek, getiteld, 'Grote filosofen over jeugd en ouder worden' (uitgave Ambo, Baarn; samensteller H. E. S. Woldring), trof ik het volgende citaat uit één van de 'Hoogliedpreken' van Bernhardus van Clairvaux (± 1150):
'Wellicht kan het de schijn hebben, dat ik overdreven schimp op de menselijke kennis, dat ik de geleerden wil terecht wijzen en de toeleg op de wetenschap veroordeel. Dat zij verre van mij. Ik weet zeer goed, hoeveel nut de geleerden voor de kerk zijn geweest en nog zijn, zowel voor het weerleggen van haar tegenstanders alsook voor het onderrichten van de onwetenden (...) Nochtans herinner ik mij (...) de schriftuurplaats, waar ik gelezen heb, dat kennis opblaast (1 Cor. 8, 1) en 'Wie kennis vermeerdert, vermeer ook de smart' (...) Daar zijn er immers die iets willen weten enkel en alleen om het te weten, en dat is schandelijke nieuwsgierigheid; er zijn er die kennis willen verwerven om zelf bekend te worden en dat schandelijke ijdelheid. Zulke personen zullen niet ontkomen aan de spot van de hekeldichter (...) die van zo'n ijdeltuit zingt:
"al wat gij weet, telt voor niemendal,
zo niet de buurt uw weten weten zal."
'Ook worden er gevonden die kennis willen opdoen om kennis te verkopen, bijvoorbeeld voor geld of ereambten, en dat is schandelijk winstbejag. Men vindt er echter ook die kennis willen vergaren om anderen van nut te zijn en dat is liefde; en tenslotte zijn er ook die kennis willen verwerven om zichzelf te stichten en dat is echte wijsheid.'
Verder uit dit boek ook een fragment over een droom van de moeder van Bernhard ('vrouw/e Aleth') voorafgaand aan zijn geboorte:
Toen zij van de derde van haar zoons in verwachting was, zag zij in een droom een voorteken van hetgeen komen zou. Immers, in haar schoot droeg zij een kleine witte hond, die rossig was op zijn rug en blafte. Omdat zij hierover heftig verschrok, raadpleegde zij een godvrezend man. Deze kreeg aanstonds de geest van voorspelling, waardoor David over de predikers van de Heer zegt: "De tong van de honden krijgt haar deel van de vijanden" (Ps. 67, 24; Vulgaat) en hij antwoordde haar: "Vreest niet, want het gaat om een goede zaak. Gij zult de moeder worden van een voortreffelijk hondje, dat de bewaker zal zijn van het huis van God en daarom geblaf zal uitstoten tegen de grote vijanden van het geloof. Immers, hij zal een uitgelezen prediker zijn en gelijk een goede hond, zal hij bij velen dankzij de genezende kracht van zijn tong vele zielskwalen helen".'
Uit een recent verschenen boek 'Ik zal niet sterven, maar leven' (uitgave De Groot, Goudriaan/Kampen), waarin Luther getekend wordt 'in het licht van zijn brieven', volgt hier één van de brieven, met toelichting van de samensteller P. den Ouden, tw. de brief 'Aan zijn zoon Hans':
'Behalve theoloog, was Luther ook een toegewijde de huisvader. Zijn kinderen waren zijn kostbaars schatten; hun onbezorgdheid ondanks hun hulpeloosheid trof hem steeds weer. Die kleine leermeesters leerden hem te geloven, zo kinderlijk dat het naief zou zijn als het niet groots was. Hij was klein met de kleinen. Om hun eenvoudige afhankelijk vertrouwen had hij hen lief met alle liefde van zijn gulle hart. Daarom viel zijn verblijf op de Coburg hem zwaarder dan op de Wartburg. Toen stond hij alleen op de wereld, nu had hij in Wittenberg een gezin achtergelaten. Kathe had het dan ook goed aangevoeld toen ze hem een portret van zijn dochter Leentje zond. De kerkpolitieke beslommeringen weerhielden vader Luther niet van om zijn zoon Hans, 4 jaar oud, op een vroege zondagmorgen een brief te schrijven. De brief is welhaast een klassieke tekst uit de christelijke pedagogie. In al zijn eenvoud een juweel:
Aan mijn lieve zoon Hansje Luther te Wittenberg. Genade en vrede in Christus, m 'n lieve zoon. Ik van graag dat je goed leert en ijverig bidt. Doe dat maar, m'n jongen, en houd vol. Als ik thuiskom zal ik een mooi cadeau voor je meebrengen. Ik ken een fijne, prachtige tuin, waar veel kinderen komen. Ze hebben gouden rokjes aan en zoeken onder de bomen lekkere appels, peren, kersen en pruimen; ze zingen, springen en zijn blij. Ze hebben ook mooie, kleine paardjes met gouden tuigen en zilveren zadels. Ik vroeg aan de man van wie de tuin is, wat dat voor kinderen waren. Toe zei hij: dat zijn kinderen die graag bidden, goed leren en hun best doen. Toen zei ik: beste man, ik heb ook een zoon, hij heet Hansje Luther, mag hij ook in de tuin komen om ook zulke lekkere appels en peren te eten, en op die prachtige paardjes te rijden en met die kinderen te spelen? Toen zei de man: als hij graag bidt, goed leert en vroom is, mag hij ook in de tuin komen. Flip en Joost ook. En als ze allemaal bij elkaar zijn krijgen ze ook fluiten, trommels en luiten en allerlei andere muziekinstrumenten, ze mogen ook dansen en met pijl en boog schieten. Hij wees me ook een grasveld in de tuin, klaar voor een danspartij; daar hingen allemaal gouden fluiten en trommels en mooie, zilveren handbogen. Maar het was nog vroeg, de kinderen hadden nog niet gegeten, daarom kon ik niet op het dansen wachten, maar ik zei tegen die man: och, lieve man, nu moet ik gauw weg om dat alles aan mijn lief zoontje Hans te schrijven, en hem te zeggen dat hij goed moet leren, bidden en zijn best doen, opdat hij ook in deze tuin mag komen. Maar hij heeft ook een tante Lena, die mag hij ook meebrengen. Toen zei die man: goed, ga maar gauw en schrijf het hem maar.
Daarom, mijn lief Hansje, leer en bid maar met een blij gemoed, en zeg tegen Flip en Joost, dat ze ook moeten leren en bidden, dan zullen jullie met elkaar in die tuin komen. Wees hiermee de lieve God bevolen; groet tante Lena en geef haar van mij een kus.'
Je lieve vader Martinus Luther"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's