De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dominee zijn voor mondige mensen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dominee zijn voor mondige mensen

'Over de eisen van een onmogelijk beroep'

10 minuten leestijd

'Ik ben na tweeënhalf jaar niet enthousiast geworden over de kwaliteit van de zondagse kerkdienst', zegt 'Kortjakje' in Hervormd Nederland. In opdracht van de redactie van dit blad 'recenseerde' ze van week tot week kerkdiensten van allerlei gemeenten uit het brede spectrum van kerken, waar 's zondags in totaal nog twee miljoen mensen om geestelijk voedsel komen. 'Je wordt niet gevoed' zegt ze. Haar voornaamste kritiek op de gemiddelde kerkdienst is 'de vlakheid van het gebodene'. Ook als de preek wel 'interessant' is, mist ze 'bezieling'.

In streng-orthodoxe gemeenten is het met de kwaliteit niet veel beter gesteld, is Kortjakjes indruk. Ze zegt: 'ik hoef het er niet mee eens te zijn, maar wat gezegd wordt is niet boeiend'. Hoezéér ze het daar overigens met de inhoud niet eens is, laat ze overduidelijk blijken. Ze zegt namelijk, dat de preek in deze kringen nog steeds variaties op 'de klassieke bloedtheologie' bevat: 'de zondige mens wordt verlost door het bloed van Christus'. Ze acht dit zelfs 'bijna blasfemisch' en acht het dan geen wonder, dat iedereen op snoepjes zit te smakken. Gezien de afkeer, die de recensente hier toont van het hart van het Evangelie — verzoening door voldoening! -zou men de kritiek op preken in 'de strenge orthodoxie' ter zijde kunnen leggen. Het gaat daar immers kennelijk nog om dit hart van het Evangelie. Maar de vraag of mensen vanuit de oude boodschap nog 'gevoed' worden, wordt ook onder ons wel hèr en dèr gesteld. Gebeurt er nog iets? Vindt het wonder van Gods genade, dat zo heerlijk aan de dag trad in het verzoenend lijden en sterven van Christus, nog een weg naar het hart van zondaren?

Overdracht

In hetzelfde nummer van Hervormd Nederland komt uitvoerig de overdracht van de prediking aan de orde, aan de hand van het proefschrift van Rein Brouwer, getiteld Pastor tussen macht en onmacht. Het gaat daarin over 'de eisen van een onmogelijk beroep'. Ik citeer hier enkele zinsneden, die zwart gedrukt afzonderlijk in het artikel staan afgedrukt:

'Ook de incidentele kerkganger heeft hoge verwachtingen, juist omdat hij maar zo weinig komt'.

'Het op de kansel staan is een openbaar optreden, vergelijkbaar met dat van een artiest'.

'Een dominee, die in de ene gemeente goed functioneert, kan in een dorp verderop een complete ramp zijn.'

'Je kunt een boodschap pas goed overbrengen als je er zelf enthousiast over bent'. 'We leven in een beeldcultuur. Mensen zijn niet meer in staat een lang verhaal aandachtig uit te zitten'.

Ook in dit verhaal komt 'de behoudende hoek van hervormde kerk, van ouds bekend om haar "kanseltijgers" ', aan de orde. Prof dr. C. Graafland wordt geciteerd als hij zegt, dat één van de problemen, waar de rechterflank mee worstelt, is, dat de prediking niet is meegegroeid met de tijd. De inhoud en de presentatie, zegt hij, sluiten niet meer aan bij het levensgevoel van deze generatie. 'Om dat te bereiken moetje niet alleen zo dicht mogelijk bij de bijbeltekst blijven, maar ook zo dicht mogelijk bij de mens van vandaag'. Ook behoudende kerkleden zijn mondiger en geschoolder geworden, zegt Graafland verder. Hij ziet functieverlies van de prediking optreden, 'ook omdat predikanten het te druk hebben met van alles en nog wat om aan hun eigen geestelijk leven toe te komen of de preek uit te schrijven.'

Crisis

Men behoeft het niet met elk punt van bovenstaande analyse eens te zijn om toch de waarheidselementen ervan te onderkennen. Vandaag is allerwégen de crisis van de prediking aan de orde. De bovengenoemde zaken zijn dan ook niet nieuw. Maar gezien het feit, dat in onze tijd deze zaken zo breed aan de orde zijn, mogen ze wel ernstig worden genomen. De overdracht is ook in rechtzinnige gemeenten niet vanzelfsprekend meer. Polarisatie en perforatie van gemeentegrenzen zijn er de tekenen van. Men behoeft er niet bij voorbaat op te rekenen, dat de gemeente tóch wel komt.

De praktijk leert ook onder ons, dat dominees vast lopen op hun gemeente en anderzijds, dat gemeenten vast lopen met hun dominee.

Voor het eerste zijn vele factoren te noemen. Niet elke dominee past geestelijk bij elke gemeente. En dan loopt vandaag elke predikant op tegen moderne mondigheid, die zich in ook ó zó behoudende of orthodoxe zin kan manifesteren.

Anderzijds kan een gemeente vast lopen met de predikant, als die bijvoorbeeld tegen die mondigheid niet is opgewassen en zichzelf in een gewaad van vanzelfsprekend gezag hult, waarin hij vandaag niet meer past of althans, dat niet ieder meer passend acht.

Het is vandaag dan ook geen uitzondering, dat predikanten in een crisis geraken. Ze botsen op genoemde mondigheid. Ze lopen stuk op harde secularisatie, tot in de ambten toe.

Of ze lopen aan tegen rechtzinnigheid, waarin geen leven is maar die zich slechts doorvertaalt in vormelijkheid.

Of ze raken gestrest door de vele problemen, waartegen ze oplopen.

Als er overigens van 'schuld' in zulke crisissituaties sprake is, is er meestal zelfonderzoek nodig én bij de pastor èn bij de gemeente. Maar feit is, dat vandaag ook in hervormd gereformeerde gemeenten crisissituaties geen zeldzaamheid zijn.

Overdracht

Het diepst gaat de crisis meestal wanneer het met de overdracht niet lukt. Als het gaat om de overdracht is er het probleem, dat langzaam maar zeker een eigentijds leefpatroon bezit heeft genomen van ook 'behoudende' gemeenten. Mensen horen anders dan vroeger. Wij zullen met zo snel zeggen, dat de dominee op de kansel vergelijkbaar is met een, artiest. Predikanten in het rechtzinnige deel van de kerk zullen dan ook niet, zoals in Hervormd Nederland wordt gesuggereerd, in de leer gaan bij mensen van het moderne cabaret.

Maar de zogeheten 'vertaalslag' naar mensen vandaag is geen sinecure. Hoe blijft de prediking dicht bij het Woord en hoe komt ze dicht bij de mensen? Dan moet de prediker het Woord kennen en hij moet de mensen kennen. Wat het laatste betreft, hij moet het aangevochten hart kennen van mensen, die vandaag leven en in de vragen van het moderne leven welhaast worden ondergedompeld.

Enige tijd geleden zei me een predikant, dat hij zich in zijn eerste gemeente afvroeg waarom niet alle hoorders voor zijn prediking vielen, terwijl hij nu, in de tweede helft van zijn ambtelijke dienst, verwonderd is, dat er nog iemand is die komt horen.

De ervaring leert predikanten in hun jarenlange dienst veel. Prediking stuit af op weerbarstigheid, ongeïnteresseerdheid, lauwheid, wereldgelijkvormigheid, mondigheid. Anderzijds vraagt overdracht van de prediking aansluiting bij het levensgevoel van de mensen, dat langzaam maar zeker veranderd is in het mondige leefklimaat.

De komende generatie

Nochtans treedt telkens een nieuwe generatie studenten in de theologie aan. Het aantal studenten in de theologie is momenteel wel dalende. Dat zal in de breedte van het kerkelijk leven ongetwijfeld te maken hebben met de afkalving van de gemeente. Dat zal ook te maken hebben met het functieverlies van de predikant. Er zijn lucratiever banen denkbaar.

Tegelijkertijd is het echter opmerkelijk, dat van jaar tot jaar toch telkens een flink aantal studenten zich meldt, afkomstig uit hervormd gereformeerde kring. Op het moment, dat zij beginnen met hun studie staan zé nog ver van de dag, waarop ze zelf aantreden om een gemeente te gaan dienen. Ze gaan tijdens hun studie nog door allerlei theologieën en vormingen heen. Er wordt dan vaak stevig aan het boompje geschud, tenminste wanneer ze écht studeren en zich realiseren, dat ze straks voor de overdracht staan naar breed geschakeerde gemeenten. Dan kan het zijn, dat ze geestelijk ook in een crisis komen. Er kan geknaagd worden aan de vanzelfsprekendheden van het milieu, waaruit ze komen.

Wanneer er sprake is van zulk een crisismoment kan de weegschaal, zo leert de praktijk, naar verschillende kanten doorslaan. Soms wordt de erfenis der vaderen prijs gegeven. Alleen moderne vertolking zou aansluiting vinden bij moderne hoorders. Anderzijds wordt men soms te méér teruggeworpen op de bronnen, waaruit de vaderen hebben gedronken. Zo'n crisismoment kan op zich heilzaam zijn. De vanzelfsprekendheid van het van-huis-uit maakt plaats voor doorleefde roeping, voor innerlijke toeëigening.

Gelukkig die studenten, die een thuispastor hebben, die in dat crisisproces niet bij voorbaat (ver)oordeelt maar die meedenkt en meebidt in die crisis, omdat ze die uit eigen ervaren kennen.

Vandaag komt daar bij, dat studenten in de theologie, tegen de tijd, dat ze afkomen, voor de vraag komen te staan of er een roepende gemeente zal zijn. Het aantal roepende gemeenten is klein. Dan kunnen zich oneigenlijke situaties gaan voordoen, zowel onder studenten onderling, als ook bij roepende gemeenten. De mogelijkheid is aanwezig, dat men in een gemeente komt, waarin men niet past. De vraag is of kerkeraden zich altijd van dit probleem, waarin het hele gezin van de aankomende pastor betrokken is, wel voldoende bewust zijn. Als zodanig mag het beroep op kandidaten ook wel zorgvuldig worden voorbereid.

Geschikt

Vandaag moeten studenten in de theologie verder ook hun gang maken langs de zogeheten 'geschiktheidscommissies', dit vanwege het feit, dat het aantal gevallen, waarin fricties optreden tussen predikant en gemeente niet gering is. De vraag is uiteraard of die commissies louter de communicatieve vaardigheden toetsen of zich ook een oordeel aanmatigen over de inhoud van de prediking, zoals boven bij 'Kortjakje' het geval is. Óp zich is het echter een goede maatregel om geschiktheid te toetsen vóórdat er sprake is van beroepbaarheid. Dat mag niet bij voorbaat argwaan oproepen, als zou men op identiteit in plaats van op geschiktheid worden beoordeeld.

Er zit echter ook een andere kant aan deze medaille. Kerkeraden als geheel of kerkeraadsleden afzonderlijk passeren geen geschiktheidscommissies. Daarmee is niet gezegd, dat een kerkeraad bij voorbaat 'geschikt' is om aantredende predikanten of ook predikanten, die al langer in dienst zijn, tegemoet te treden en geestelijk met hen om te gaan. Vragen deze zaken ook niet om gesprek in de kerkeraden? Wanneer bij voorbaat het gezag van het ambt als doorslaggevend wordt opgevoerd, kan dit ook tot grote teleurstellingen leiden.

Onze tijd vraagt ook om opening in het ambt, om oefening ook in de ambtelijke omgang met elkaar. De kerkeraden zijn om zo te zeggen hun eigen geschiktheidscommissie. Is er echter altijd voldoende onbevangenheid om samen de relatie als kerkeraad en predikant onder ogen te zien? Samen heeft men immers deel aan de crisis van deze tijd. Kan men dan ook samen open spreken over de overdracht? Dat vraagt om een kwetsbare opstelling van twee kanten. Want als er sprake is van crisis inzake de overdracht dan gaat het om prediker en hoorder.

Het voornaamste

Doorslaggevend is uiteraard de rechte bezieling bij de overdracht. Bezieling is iets anders dan emotionaliteit of 'tijgerwerk' op de kansel. De echte bezieling is Woord-bezieling. Kennis, inzicht en doorleving van het Woord zijn het voornaamste. Wie bij de overdracht begint en tenslotte nog het Woord te hulp roept, zal ook falen. De dominee heeft dan zijn preek klaar en moet alleen de tekst nog erbij zoeken.

De (geestelijke) kennis van het Woord kan niet hoog genoeg worden gewaardeerd. Alleen vandaaruit zal de 'vertaalslag' naar mensen vandaag moeten worden gemaakt. in de traditie van de kerk van alle tijden en plaatsen, met behoud van het kerkelijk dogma en de spiritualiteit van het belijden. Predikanten zullen de tijd moeten krijgen en nemen om het Woord te bestuderen en te overdenken. Wat de overdenking betreft zullen ze daarbij levende mensen, tot wie de boodschap moet worden gesproken, vóór zich moeten zien. Het Evangelie in verstaanbare taal. Het Evangelie geestelijk doorvertaald naar mensen, die enerzijds andere kop-en hartezorgen hebben dan het voorgeslacht, maar anderzijds ook vandaag zijn aangewezen op de dienst der verzoening. Er zijn gelukkig nog vele goede dingen in Juda. Maar waar de zorg ontbreekt omtrent het doorgeven van de aloude boodschap naar de komende generatie, kunnen vanzelfsprekendheid en zelfgenoegzaamheid hun eigen tol gaan eisen. Dan kan het uiterlijk nog goed gaan, maar de innerlijke vermolming is al ingetreden.

De vraag naar geestelijke volmacht is wel voluit op z'n plaats!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Dominee zijn voor mondige mensen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's