De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verlegen om geestelijke opleving (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verlegen om geestelijke opleving (2)

13 minuten leestijd

Onze gemeenteleden en kerkgangers zijn mensen van deze tijd, van de tijd waarvan we in grove lijnen een schets gaven. En dat zijn mensen komend uit een levenssfeer waarin het moderne levensbesef de kieren en reten van hun bestaan doordringt (a.w. p. 18). Zo zitten onze gemeenteleden op de zondag in de kerkdienst. Ze zijn doordrenkt van het eigentijdse leven en denken. Kerkgang is voor velen inderdaad een randgebeuren in hun hele levensgang. Een momentopname, een flits van een totaal andere wereld dan de wereld waarin ze leven en werken en handelen. Ze komen, aldus terecht Van der Graaf, uit een veelal totaal God-loze situatie voor een ogenblik in een gewijde sfeer waarin het ineens over zaken gaat die op geen enkele manier meestal passen in het kader van hun dagelijks leven. De niet-christelijke wereld, waarin velen van ons leven en werken, werkt verlammend op de band aan kerk en bijbel en, wat nog veel erger is, aan God en het geloof in Zijn Christus.

We zien daarom ook in onze gemeenten, met name in de grotere gemeenten gesitueerd in een (rand-)stedelijke situatie, velen geleidelijk afhaken of op z'n best met één keer kerkgang genoegen nemen. Afhaken begint innerlijk en voltooit zich vroeger of later daadwerkelijk. Niet uit vijandigheid tegen God of bijbel of kerk, maar veelmeer omdat het mensen gewoon niets meer zegt.

Anderen die nog wel blijven komen (en dat zijn er gelukkig nog velen!), lossen het probleem van hun staan in onze God-loze cultuur op, vermoed ik, door een scheiding aan te brengen tussen de zondag en de maandag. Je laat de secularisatie op verschillende terreinen van je leven soms noodgedwongen soms ook gemakshalve maar toe, om geestelijk te kunnen overleven.

Daarbij zien we als nevenverschijnsel een sterke verinnerlijking of verwettelijking van gelpof en geloofsbeleving als een vorm van afscherming tegen het wassende water van de boze wereld om ons heen. Je geloof is niet meer het centrum van je handel en wandel, maar verschoven naar de marge van ons bestaan. Het wordt een gebeuren louter en alleen van de zondag(morgen). De hemel wijkt naar achter en God verdwijnt bij velen naar de achtergrond. Zo ziet een belangrijk deel van onze kerkgaande gemeente er, denk ik, uit.

Dat alles heeft gevolgen voor de situatie in onze gemeenten. Bijna alle gemeenten hebben te maken met geestelijke pluriformiteit. Vleugels in een gemeente hebben te maken met een verschillende geloofsbeleving en een soms ander Schriftverstaan met andere accenten. In het ergste geval brengt het binnen de gemeente ernstige vervreemding van elkaar teweeg, gepaard gaand met een vaak ongeestelijke polarisatie. We betwisten elkaar het geestelijk leven en proberen via machtsconstructies eigen gelijk vast te houden ofte verwerven. Kerkeraden vergaderen zich suf om het schip van de kerk koers te laten houden. Het kan in gemeenten uiterlijk ook heel goed lijken te gaan. En toch klinkt de klacht: het is zo stil in de gemeente. Er gebeurt zo weinig. Je komt in een complete ambtsperiode verschillende keren bij dezelfde gezinnen op bezoek en iedere keer lijkt er geestelijk niets gebeurd te zijn. Sommigen hebben er kennelijk vrede mee dat ze onbekeerd blijven. Anderen doen niet moeilijk: ze geloven als ware het de natuurlijkste zaak van de wereld.

Voor het ene deel van de gemeente moet je als kerk zover mogelijk met je tijd mee gaan. Voor een ander deel lijk je zover mogelijk in de tijd terug te moeten gaan. Wie kent niet de verzuchting die op mij soms als een dooddoener overkomt maar die soms ook werkelijk gemeend wordt: Waar hoor je vandaag nog dat God mensen bekeert?

Gelukkig hoor ik dat toch nog geregeld en mocht ik er in mijn werk als predikant voortdurend getuige van zijn dat God inderdaad mensen verandert. Want als wij vanavond spreken over het thema 'verlegen om geestelijke opleving', dan willen we daarmee niet zeggen dat het tegenwoordig maar allemaal niks meer is in onze gemeenten. Wel willen we aangeven onze ogen niet te sluiten voor de werkelijkheid en voor de moeilijke geestelijke situatie waar we in terecht zijn gekomen aan het eind van deze twintigste eeuw.

Kerk een wonder

Jaren geleden verscheen een geschrift met de titel 'De kerk een wonder'. De kerk vindt haar oorsprong in Gods hart. Ze is er niet vanwege menselijke voorkeur, maar ze bestaat dankzij Gods kiezen in genade. Haar wortel ligt in Gods welbehagen. Hij wil niet dat wij verloren gaan, maar dat we behouden worden. Binnen de gemeente waarin we geboren worden, vergadert God Zijn Kerk. De stroom van de verkiezing gaat door de bedding van het verbond. Kerk is een zaak van verkiezing en verbond. Gods verkiezing en Gods verbond. Daar is niets van ons bij. Gelukkig maar, want dan zag het er inderdaad heel somber uit aan het eind van deze eeuw. Onze Heidelberger laat de Zoon van God subject zijn van de Kerk. HIJ vergadert, beschermt èn onderhoudt van het begin der wereld tot aan het einde Zich een gemeente. Niet wij houden de kerk overeind, niet wij houden de winkel van de gemeente draaiend met onze ijver en activiteiten. HIJ vergadert, beschermt èn onderhoudt. En Hij zet oude beproefde paden en wegen in: door Zijn Geest en Woord. We zien het trinitarische in ontstaan en bestaan en voortbestaan van de kerk in antwoord 54 duidelijk voor ons: de Zoon van God... door Geest en Woord. God Drieënig is in actie en blijft in actie tot aan het einde van de wereld. Nu zijn daarmee uiteraard niet alle vragen en problemen van onze tijd opgelost en kunnen we vanavond daarom rustig gaan slapen. Want al bestaat de kerk tot aan het eind van de wereld, dat wil nog niet zeggen dat dat in ons land zal zijn.

De kerk zal ons daarom ook steeds een zorg zijn. En dan met name zorg om haar innerlijk gehalte. De Geest wekt en werkt immers geestelijk leven. Dat begint en zit diep in ons. De weg die de Geest kiest, is die van het Woord, zo is in onze gereformeerde traditie altijd terecht onderstreept. De Geest gebruikt Zijn eigen les-en leermateriaal om bij ons zondaren binnen te komen: het Woord van de levende God. De kerk wordt verwekt door en geboren uit het zaad van het Woord van de levende God. Haar leven is altijd geschonken leven. Leven uit God. Leven van de Geest. Het Evangelie van de genadige toewending van God tot al wie verloren is in zichzelf dat schept leven uit God midden in ons van nature zo dode bestaan. Eens voor het eerst, in de tijd dat God ons te sterk wordt en Hij ons op de knieën dringt en dwingt. Maar daarna ook gedurig, ja dagelijks. Geestelijk léven is uit de Geest van Christus leven. Als een berooide leven van de rijkdom van onze Ontfermer. Daarom denk ik dat rechte zorg om het geestelijk leven in onze gemeenten zich altijd weer oriënteert op wat er in de zondagse eredienst gebeurt in prediking en liturgie.

De kerk een wonder, ja. We hebben nog altijd te doen met een God Die wonderen werkt. Maar dan wel via Zijn eigen weg. God gaat een weg met Zijn kerk. Een weg die Boven begon, maar via beneden loopt. Het Woord wordt vlees. Het heeft onder ons gewoond. Dat wil zeggen: hier Zijn tent opgeslagen. De Geest spreekt de taal van mensen en niet van engelen. Na en naast de vervulling met de Heilige Geest, vindt er ook een taalwonder plaats. Ieder hoort in eigen taal de grote werken van God. Een wonder, zeker! Zo wordt de christelijke gemeente geboren. En ze leeft. Waaruit blijkt dat dan? Ze volhardt in de leer van de apostelen, in de gemeenschap, in de gebeden en in het breken van het brood. Geestelijk leven is dus verworteling kennen in wat God doet en spreekt. Samen met anderen in een innige gemeenschap leven. Het is ademen, inademen en uitademen door de Heilige Geest wat in de Schrift het gebed wordt genoemd. Gedurig aan God verbonden zijn en zonder Jezus niet meer kunnen leven en vol zijn van de Heilige Geest.

Ik zei al zoeven dat God via beneden met Zijn gemeente optrekt. Ik bedoel daar kort gezegd de traditie mee. Traditie, ja. God komt tot ons via de geslachten, de generaties. Hij levert ons Zijn Woord over. Dat Woord wordt verkondigd en vertolkt. De kerk neemt onderweg beslissingen die haar door omstandigheden van dwaling en ketterij soms worden afgedwongen. De kerk ziet zich genoodzaakt rekenschap af te leggen van de hoop die in haar is. Belijdenissen ontstaan. Gebruiken raken ingevoerd in liturgie en kerkelijke organisatie.

Traditie en traditie

We onderscheiden wel Traditie (met een hoofdletter) en traditie (met een kleine letter). Bij Traditie bedoelen we waar het om gaat, het wezen van de zaak. En bij traditie denken we meer aan de menselijke invulling en aankleding van bv. de eredienst en de manier waarop we organisatorisch vorm geven aan wat volgens ons naar bijbels inzicht verantwoord is. Ik zou niet willen pleiten voor een aperte scheiding tussen beide vormen van (T)traditie, want tradities in de kerk zijn niet los te zien van de Traditie. Toch moeten we wel voortdurend het confessioneel vermaan van art. 7 van de NGB in de gaten houden, waar o.a. staat dat we nooit 'de gewoonte met de waarheid Gods (die boven alles gaat), noch het grote aantal, noch de ouderdom etc. gelijk mogen stellen met de waarheid Gods...'

De traditie is uiteraard bedoeld om een kanaal te graven voor de Geest. Om ruimte voor de Geest open te houden, om het maar eens zo te zeggen. Maar tradities kunnen soms ook een blokkade gaan vormen voor de HeUige Geest. We hebben ons dat ook eerlijk af te vragen als we ons bezinnen op de noodzaak van een geestelijke opleving. Zijn er bij ons remmingen, blokkades waar de Geest niet doorheen kan komen? En welke zouden dat dan kunnen zijn? De blokkade op het tempelplein van Jeruzalem was de keiharde afwijzing van de Heere Jezus omdat men genoeg had aan en verstrikt zat in een godsdienst waarin de mens het zelf moest doen en daarom de Zaligmaker als onnodig ervoer. Onnodig en irritant zelfs, waardoor Zijn eliminatie de enige oplossing scheen. Maar er ontstaat een Pinkstergemeente als de Geest deze zweer opentrekt door de kracht van de Pinksterprediking. Harten raken verslagen, zielen doorwond. De roep om zaligheid wordt geboren. We zien hoe tradities blokkerend werken kunnen totdat de Traditie in volle kracht aan de orde komt. Als we vandaag menigmaal klagen over arm en mager geestelijk leven, wat hindert dan vandaag de doorwerking van de Geest? Waar liggen er oorzaken?

Opleving en Schrift

In de Schriften zoeken naar gegevens over een geestelijke opleving, levert ons een aantal voorbeelden op. We maken een keus. In het Oude Testament valt uiteraard de geschiedenis op van koning Josia en de reformatie die er onder zijn bewind in Israël plaatsvindt (2 Koningen 22 en 23). Het wetboek wordt gevonden, de dienst des Heeren wordt hervormd, het Paasfeest wordt enthousiast gevierd, zondige en goddeloze praktijken worden radicaal afgeschaft. Een geestelijke opleving in Juda en Jeruzalem. Twee dingen vallen op. Er ligt een duidelijke verbinding met de Traditie: het wetboek. Opleving heeft alles te maken met een hernieuwd ontdekken en verstaan van wat God in het verleden onder Zijn volk deed en aan Zijn volk schonk. Het tweede is ook de radicale afrekening met alles wat in strijd is met Gods wil en wet: bekering dus die altijd gepaard gaat met belijdenis van schuld. Er wordt diep gesneden in alles wat mensen heilig en dierbaar was: heilige bossen worden in de brand gestoken en godsdienstige gebruiken worden afgeschaft zonder enig pardon. Lering voor ons met het oog op ons thema is: geestelijke opleving ontstaat bij terugkeer naar het zuivere Evangelie los van menselijke wikkels er omheen. Concentratie op de kern waar het werkelijk om gaat in de dienst van God. Geestelijke opleving heeft ook alles te maken met de noodzaak èn de bereidheid om ook onze eventuele vervormingen en bijgelovigheden prijs te geven in een weg van verootmoediging en schuldbelijden.

Wat tenslotte de reformatie van Josia betreft: mij valt op de korte periode die deze opleving ook weer bestrijkt. In het achttiende jaar van zijn koningschap wordt het Paasfeest gevierd, maar kort daarna overlijdt Josia en gaat het eigenlijk allemaal weer op de oude voet voort. Een opleving is kennelijk een incidenteel gebeuren en geen blijvende zaak, ook al laat het binnen het geheel van de geloofsgemeenschap sporen na. Als wij vandaag soms sterk verlangen naar een geestelijke opleving, hebben we ons wel in alle nuchterheid af te vragen: wat stellen we ons daar dan van voor? De kerk leeft hier in ballingschap. Boven die status komt ze nimmer uit. Maar wel verlangen we naar een opleving die ons opnieuw bij de Bron brengt. Ik wil maar zeggen: grootschalige opwekkingen zijn er in de geschiedenis wel aan te wijzen, maar ze blijven altijd toch ook weer beperkt qua omvang en in tijdsbeslag. Opleving zet leven in gang. En dat leven leeft van wat de levende God elke dag door Zijn Woord en Geest schenkt. Na Josia's dood moet het volk Gods verder met het hervonden wetboek: het Woord is onze staf om te gaan. Het grote voorbeeld in de Schrift van een geestelijke opleving is uiteraard het Pinksterfeest. En het bijbelboek dat van de gang van de Geest verhaalt door de wereld zijn de Handelingen der apostelen. Ik las deze week in een boekbespreking in het RD van de hand van dr. M. J. Paul dat D. M. Lloyd-Jones opwekkingen zag als gebeurtenissen waarin God laat zien Wie Hij is. De geschiedenis van kerk en gemeente is er vaak een om heel treurig van te worden. Maar tijdens opwekkingen en oplevingen laat God met klem en kracht via Zijn Geest zien wie Hij is en nog steeds wil zijn. We moeten in dit kader terug naar het boek de Handelingen der Apostelen, aldus Lloyd-Jones.

Zeker, wie wil weten hoe God Zijn kerk bedoelt, die leze het Pinksterverslag. Zo kan het en zo is het kennelijk als God in volle kracht werkt. Als de sluizen van de hemel opengaan, dan raakt ieder doorweekt van het levende water van de Geest. Dan is er eenheid van hart en geest, gemeenschap in woord en daad. Een opleving zoals er maar één geweest is.

Toch zien we ook hier enige terugval na korter of langer tijd. De gemeente raakt verstrooid overal heen. Onenigheid en onoprechtheid steken de kop op. Naast de levende kerk zien we gedurig de kapel van de duivel verrijzen. Ook de Pinkstergemeente blijkt een gemeente te zijn buiten het paradijs. Vernieuwing blijft ook voor haar steeds nodig. De apostolische vermaningen in de brieven laten het gedurig weten. Houd wat gij hebt. Blijf in wat u is geleerd. Strijd de goede strijd van het geloof Bidt zonder ophouden. De gemeente blijft een minderheid. Ze heeft slechts kleine kracht. Maar ze heeft wel een levende Heere. Hij blijft bij haar staan en met haar gaan. Hij is haar leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verlegen om geestelijke opleving (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's