Aanbidden
Woorden van Leven
Het Griekse woord in het Nieuwe Testament voor aanbidden, proskuneo, heeft de oorspronkelijke betekenis van zich voor iemand, die hoger in waarde is, ootmoedig neerbuigen. Deze eerbiedige groet kon gepaard gaan met een kus, bijvoorbeeld van de voeten of de zoom van het kleed van degene die gegroet werd. Zelfs in onze taal zien we een verwantschap van vormen van dit Griekse woord (prose-kusa) en ons woord 'kus' (aanbidden is dus aan-kussen). De vorm van dit eerbewijs aan een hogere macht was op de knieën neervallen, met het aangezicht ter aarde. In deze zin is het in de Bijbel bij uitstek een woord dat past bij de verering van God en ai wat van God is. Het is een concreet woord dat de uiterlijke gestalte van de vreze Gods aangeeft. Het is niet alleen een innerlijk gebeuren. Het is het daadwerkelijk neervallen voor de zichtbare aanwezigheid van Gods majesteit. Opmerkelijk is het dat het in het Nieuwe Testament nagenoeg alleen voorkomt in de Evangeliën en Handelingen, en verder in de Openbaring van Johannes, dus niet in de Brieven. Juist rond de zichtbare openbaring van de Zone Gods, zoals die er was tijdens Zijn rondwandeling op aarde, en zoals die er zijn zal in de komende heerlijkheid, is er sprake van aanbidden. De aanbidding van de Heere Jezus is vervuld van de indruk van Zijn Goddelijke macht. De discipelen riepen het na de storm die Hij gestild had in aanbidding uit: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon' (Matth. 14 : 33). Het is dus een daad van verheerlijking, maar ook van afhankelijke nood. De Kananese vrouw viel voor Jezus neer, omdat ze Hem zo nodig had: En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: eere, help mij' (Matth. 15 : 25). In de aanbidding blijkt de ootmoedige verwondering, dat Hij Zich in genade laat ontmoeten. We zien dat bijvoorbeeld na de Opstanding, als Jezus de vrouwen ontmoet met Zijn 'Weest gegroet'. Dan staat: En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem' (Matth. 28 : 9).
In het Oude Testament wordt de plaats van de aanbidding van God op verschllende manieren genoemd. Aanbidding vindt plaats 'in de heeriijkheid des heiligdoms' (1 Kron. 16 : 29). Daar is het dat de vromen God onder ogen mogen komen in het naderen voor Zijn Aangezicht. In dit verband verdient het gesprek van de Heere Jezus met de Samaritaanse vrouw onze aandacht, waar het lokaal bepaalde van de aanbidding wordt gerelativeerd, en Jezus niet direct één bepaalde legitieme locatie aanwijst, maar de diepste kern van de aanbidding aangeeft in de woorden: God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid' (Joh. 4 : 24).
Is er ook wel sprake van aanbidding anders dan voor God bestemd? Uiteraard wordt de aanbidding van andere goden met alle kracht afgewezen. En Jezus weerstaat de verzoeking van de duivel, om hem te aanbidden, met alle beslistheid: Den Heere, uw God, zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen' (Matth. 4:9).
Toch is er soms sprake dat in het ontzag voor datgene wat van God zichtbaar wordt, ook mensen voorwerp van aanbidding kunnen zijn. Zo vallen de Egyptenaren vol ontzag aan Mozes' voeten, en liggen de koningen in het stof voor het verloste Sion (Jes. 45 : 14). De eer en aanbidding gelden daarin echter niet de mens. Daarom ook is het dat Petrus de aanbidding van Cornelius radicaal afwijst met de woorden: Sta op, ik ben ook zelf een mens' (Hand. 10 : 26). Het eerste en laatste is: Aanbid God' (Openb. 22 : 9).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's