Verlegen om geestelijke opleving (3)
Vernieuwing vandaag
Aan het begin van ons verhaal schetsten we kort de situatie van de cultuur waarbinnen we ons als kerk en gemeente bevinden. Hoe staat het er voor in veel van onze gemeenten? Enkele jaren geleden verscheen er van de kant van onze synode een herderlijk schrijven over 'Kerk zijn in een tijd van Godsverduistering'. Op die term werd het nodige aangemerkt en terecht. Maar ook over de situatie werd een en ander opgemerkt. Dr. A. Vos merkte in het RD op, dat de secularisatie een intern, kerkelijk probleem is. 'Niet de wereld is sterk, maar de kerk is zwak'. Ds. P. de Vries maakt een soortgelijke opmerking in zijn studie 'Het zout der aarde' (Leiden 1993, p. 23): 'De nood van onze tijd is dat er zo weinig levende kinderen van God zijn. God is niet verduisterd, maar door de leden van de kerk wordt er zo weinig licht verspreid'. Dr. W. J. Ouweneel haakt op een soortgelijke wijze in op deze problematiek in zijn boek Godsverlichting (Amsterdam 1994 p. 50vv). Ik citeer: '...de kern van de secularisatie is dat de westerse mens, inclusief de christen (cursief WJO), God in zijn persoonlijk leven en in de samenleving overbodig heeft gemaakt. Hij loochent Hem niet noodzakelijk, maar Hij heeft Hem niet meer nodig. Wat ik nu wil duidelijk maken is dat ook de christenen God feitelijk niet meer nodig hebben...' Ouweneel ondersteunt vervolgens deze stelling met een aantal concrete voorbeelden. Het gaat me nu verder niet om wat Ouweneel daar vervolgens allemaal over zegt (ik kan de lezing en bestudering van dit werk overigens ieder geïnteresseerd gemeentelid en ambtsdrager zeer aanbevelen!), wel zoek ik hier mijn startpunt als we willen zoeken en vragen naar mogelijkheden tot geestelijke vernieuwing van de gemeente in onze tijd. De kerk is zwak, zegt Vos. Er wordt zo weinig licht verspreid door de kerk, vindt De Vries. Christenen leven in feite net als de mensen zonder God, aldus Ouweneel. Het zijn tamelijk toegespitste antwoorden. We mogen ze niet generaliserend gebruiken, dunkt me. Wel klinkt er veel waarheid in door. Daarom staan we voor de vraag hoe we vandaag op deze constateringen hebben te reageren.
Geschenk
Voorop zij gezegd dat leven, geestelijk leven, een geschenk van God is. Dat geldt eveneens van 'geestelijke opleving'. Maar we zeiden al eerder dat God werkt via Geest en Woord. Vernieuwing van de gemeente in de geestelijke betekenis daarvan, kan er slechts komen waar het Woord met kracht aan het woord komt. Ik zeg niet dat er niet ook andere mogelijkheden zijn waardoor het kanaal voor de Geest open kan gaan en geestelijk leven door kan breken. Maar hoofdweg blijft Gods eigen gekozen route: het geloof is uit het gehoor van het gepredikte Woord Gods. Achteruitgang in geestelijk leven, vervlakking en verwettelijking van het geloof, vinden vooral hun oorzaak in de manier waarop het Woord tot klinken wordt gebracht binnen de gemeente. Je kunt van alles en nog wat op touw zetten in een gemeente, als het Woord het niet doet blijft het geknutsel in de marge. Nu gaat het er mij niet om mee te doen aan een bepaalde klacht over de preken van dominees. Dat kan heel goedkoop zijn. Toch kan het niet anders of geestelijke magerheid heeft te maken met het geestelijk voedsel dat de gemeente krijgt uitgereikt zondag aan zondag. Paulus schrijft aan de Thessalonicensen dat zijn prediking niet slechts in woorden was, maar in betoning van geest en kracht.
Niet slechts in woorden. Hij bedoelt: ik heb niet alleen maar wat gezegd en herhaald, steeds weer van hetzelfde. Maar mijn woorden waren geladen met goddelijke kracht en van de Geest Gods doortrokken. Er was bediening. Er werd wat uitgericht. Er vond een ontmoeting plaats tussen God en u als gemeente. Er is wel eens gezegd: de nood der kerk is de nood der prediking. Ik durf dat te zeggen omdat ik daarmee ook in eigen vlees snijd. Eerlijke prediking, die de maskers afrukt en de wond van ons verloren bestaan werkelijk blootlegt en tegelijk een pastorale verkondiging waarin de ene bedelaar op de kansel de andere bedelaars in de kerk meeneemt tot Hem Die het ware Brood uit de hemel is. Een prediking die de zonde aanwijst en Gods gerechtigheid verkondigt. Een prediking die tegelijk het Lam Gods in al Zijn heerlijkheid onomwonden aanwijst en voorstelt.
Geen sinecure
Ik besef heel wel dat de verantwoorde verkondiging in onze tijd geen sinecure is. We hadden het al eerder over een hoorcrisis. Want daar ligt ook een niet geringe zorg als het gaat over de oorzaak van de neergang van veel geestelijk leven: bij de gemeente zelf Waar voor veel mensen de kerkgang een marginaal verschijnsel is geworden, zal een preek die ons leven opeist voor God al gauw moeilijk en zelfs zwaar worden gevonden. Kerkgangers die met minimale geestelijke voorbereiding en annex bagage de kerkbank bezetten, zwerven al spoedig met hun gedachten naar elders.
Wat ik wil onderstrepen is, dat er bij voorganger en gemeente een radicale bekering en toewijding tot God nodig is, willen Woord en Geest aan bod kunnen komen. Geestelijke vernieuwing van de gemeente, zeker. Wie kan er soms niet vurig naar verlangen en er de Heere innig om smeken. We bedoelen dan geen apartigheden of bijzonderheden. Maar de stille en krachtige werking en doorwerking van de Geest in mensenlevens. Dat mensen vanuit een oprecht en bijbels schuldbesef worden gebracht tot de zekerheid van de vergeving van de zonde. Worden gevoerd in de ruimte van de bevrijdende kracht van het Evangelie van Gods genade in Christus. Geestelijke vernieuwing vindt hier haar bron en oorzaak. De Pinksterpreek van Petrus bracht duizenden hoorders in het nauw en zette hen allen klem. Maar opende tegelijk de deur tot het leven in Christus, de Gekruisigde en de Opgestane. Waarom gebeurt zoiets niet meer? vroeg iemand me eens kort na Pinksteren. Een vraag waaruit verlegenheid sprak en verlegenheid in doorklonk naar geestelijk leven en opleven. Leeft die vraag bij ons? Houdt die vraag ons bezig als kerkeraad, als dienaren van het Woord? Waarom horen we toch zo weinig van het doorbrekende werk van Gods Geest? Is er soms oorzaak bij ons? Zijn onze preken wellicht te dogmatisch of te systematisch? Leggen we steeds over de Schriften een raster van eigen bevinden en visie op bevinding? Zetten we het Woord achter de tralies van onze eigen opvattingen en ideeën? Hoe zitten we in de bank en hoe gaan we om met het Woord? Moet het iedere keer weer het geestelijk snoepje van de week zijn? Of hebben we honger naar het levende Brood?
Het ergste wat de kerk bedreigt is de dood. En degene die deze uitspraak deed, bedoelde daarmee dat het wegvallen van ouderen niet of te weinig wordt opgevuld door een jonge generatie. Wat onze gemeenten betreft, mag dat laatste nog meevallen. Maar in andere zin kan toch de dood onze gemeenten voortdurend bedreigen. De dood heeft vele gestalten.
Vormen
In dit kader kan de vraag gesteld worden of al 'onze' vormen nog wel passen bij deze tijd. Ik denk dat we zuinig met vormen moeten omgaan, zeker in een tijd van secularisatie. Maar de kracht en het wezen van onze vormen dienen toch Christus Zelf te zijn? Wel, als die kracht door bepaalde vormen verloochend wordt, dan moeten we vormen ook durven relativeren. Want dan ben ik het geheel eens met J. Kamphuis die schrijft dat 'dan uiterlijke vormen zonder enig nut zijn. In de storm van de secularisatie redden we het met die uiterlijke vormen niet, hoe indrukwekkend ze ook kunnen lijken...' (in: Godsvrucht — een kracht, Goes 1990 p. 56v). Hij schrijft dit naar aanleiding van Paulus' uitspraak dat sommigen een schijn van godzaligheid vertonen, maar de kracht ervan verloochenen. Vormen kunnen de schijn ophouden waarachter geestelijke leegte verborgen wordt gehouden. Nu weet ik best dat vernieuwde vormen het geestelijk gehalte van onze gemeenten ook niet kunnen redden, maar tegelijk geldt ook dat slechte vormen wel hindernissen kunnen zijn. U mag best van me weten, dat ik het uiterst moeilijk vind om hier concreet te worden. Dat heeft op zich te maken met de situatie onder ons. Het ene uiterste is een verkrampt reageren op maar het simpelste verzoek om aanpassing of aanvulling van onderdelen in onze eredienst. Het andere uiterste is losse wildgroei waar nauwelijks enige greep op of structuur in te ontdekken valt. Me dunkt dat vanuit een opgewekt geestelijk leven het mogelijk zal zijn die vormen en gebruiken in ons gemeentelijk leven te hebben ofte krijgen die passen bij de rijkdom van het Evangelie van Christus. Ik ben me wel bewust dat geestelijke opleving begint in het hart. Geestelijke vernieuwing begint aan de binnenkant van de gemeente. Maar inhoud zoekt wel vorm. Verschil is er in Christus' gemeente altijd geweest. De veelkleurigheid van de wijsheid Gods vinden we terug in de veelvormigheid van geestelijk leven binnen de gemeente. We hebben als kerkeraden oog te hebben voor die wettige pluriformiteit binnen de grenzen uiteraard van de Schrift. Het Woord schept ook ruimte. De Geest van Christus zoekt te behouden. Vernieuwing betekent wederom geboren worden. Zo raken we Christus ingeplant. Hij wordt ons leven. Hij is ons leven. In een gezin zijn verschillende kinderen van dezelfde vader en moeder. Ze zijn soms echt verschillend. In uiterlijk, maar ook in karakter. Toch hebben ze allen één liefde in het hart: voor hun ouders. In het gezin van de gemeente zijn verschillen. En er is ook eenheid. We worden uit één Woord en door één Geest tot leven verwekt en gebracht.
Van Eén kant
We hebben het over zorgen gehad. Zorg om de stand van het geestelijk leven. We zochten naar oorzaken en achtergronden. We trachtten voorzichtig en toch beslist naar wegen te zoeken, die tot geestelijke opleving zouden kunnen leiden. Tenslotte blijven we ons bewust dat er slechts van Eén kant leven komen kan en komen zal. Van Hem van Wie we belijden dat Hij Heere is en levend maakt: de Geest van Vader en Zoon. Bidden we vurig en gedurig om die Geest, juist in een soms zo geesteloze tijd. Opdat onze gemeenten tuinen mochten zijn of worden, waarin vruchten groeien en bloeien tot eer van Hem Die door Zijn dood ons leven verwierf
Kom Heiige Geest, Gij vogel Gods,
daal neder waar Gij wordt verwacht
Verschijn, Lichtengel, in de nacht
van onze geest, verward en trots.
Waar Gij niet zijt, is het bestaan,
is alle denken, alle doen
zo leeg en woest, zo dood, als toen
Gij, Geest, nog niet waart uitgegaan.
Er is geen licht dan waar Gij zijt,
uw vleugels breidt, uw vleugels strekt,
geen leven dan waar Gij het wekt
in een gemis dat naar U schreit
Hoor, Heiige Geest, wij roepen U!
Kom, wees aanwezig in het woord;
wek onze geest, opdat hij hoort,
wek ons tot leven, hier en nu.
(Ad den Besten) Lied 250:1-4 Liedboek v. d. Kerken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's