De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Orthodoxie en Orthopraxie in de reformatorisciie liturgie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Orthodoxie en Orthopraxie in de reformatorisciie liturgie

18 minuten leestijd

Orthodoxie en Calvinisme
Dezer dagen (van 12 t/m 20 oktober) wordt weer de jaarlijkse kerkhistorische reis gehouden. Ditmaal wordt de stad Sint Petersburg, in Rusland bezocht. Tijdens dit bezoek aan Sint Petersburg wordt door (een deel van) het reisgezelschap ook een deel van een conferentie bijgewoond, die onder het thema: 'Orthodoxie en Calvinisme' wordt gehouden in het gebouw van Open Christianity, een ontmoetingsplaats voor christenen uit Rusland en andere landen van de wereld. Binnen de Oosters Orthodoxe kerk is groeiende belangstelling voor de verworvenheden van het Calvinisme. Zo is een uitgave van de Institutie van Calvijn in voorbereiding in het Russisch. Tijdens de conferentie vindt een ontmoeting plaats tussen personen uit (o.a.) de Oosters Orthodoxe
Kerk en Gereformeerden uit andere delen van de wereld (Nederland, Hongarije, Amerika). Vandaar het thema
'(Oosterse) Orthodoxie en Calvinisme'. Eén van de sprekers is drs. C. Blenk, die ook leiding geeft aan de kerkhistorische reis. Hij spreekt over 'Ontwikkelingen binnen de reformatorische traditie'. Ook ondergetekende,
die samen met drs. Blenk ook dit jaar weer de kerkhistorische reis zou leiden, zou spreken, namelijk over het
thema 'Orthodoxie en orthopraxie in de reformatorische liturgie'. Door persoonlijke omstandigheden kon ondergetekende niet aan de reis deelnemen. De lezing, die informatief van karakter is, inzake enkele
momenten in de protestantse liturgie, is tijdens de conferentie wel voorgelezen. Deze lezing werd mede daarom gepland, omdat in de traditie van de Oosters Orthodoxe Kerk de liturgie zo'n centrale plaats inneemt. Hoe zit het dan met de liturgie in de reformatorische orthodoxie?
De tekst van de lezing daarover (een samenvatting) is bijgaand opgenomen.


a. Inleiding

Inzake het thema: 'Orthodoxie en Orthopraxie in de reformatorische traditie' dienen we allereerst de begrippen goed af te bakenen. Handelend over de reformatorische traditie wil ik hoofdzakelijk ingaan op de gereformeerde tak van de Reformatie. Ik spreek dan vooral over de calvijnse traditie.

In deze traditie hebben zich allerlei ontwikkelingen voorgedaan, zodat we niet kunnen spreken over de gereformeerde orthodoxie vandaag. Bovendien is het reformatorische gedachtengoed niet overal in orthodoxe zin bewaard. Ik handel dan ook over de orthodoxie, zoals die zich ook vandaag nog, met name in Nederland, voordoet.

Orthodox betekent recht in de leer. Als zodanig staat rechtzinnigheid tegenover vrijzinnigheid, recht in de leer tegenover vrij in de leer. In de praktijk van het kerkelijke leven bevinden zich in dit verband uiteraard ook allerlei schakeringen grijs.

Binnen het rechtzinnig protestantisme gelden de drie Sola's van de reformatie: Sola Scriptura: alleen de Schrift; Sola Gratia: alleen genade; Sola Fide: alleen het geloof Naar de Schriften wordt beleden de keten van heilsfeiten, zoals die in de persoon en jn het werk van Jezus Christus gestalte hebben gekregen: de maagdelijke geboorte. Zijn lijden en sterven aan het kruis. Zijn lichamelijke opstanding en hemelvaart, de uitstorting van de Heilige Geest en de verwachting van Zijn wederkomst in heerlijkheid.

Binnen de vrijzinnigheid, met name in de harde kern daarvan, worden deze heilsfeiten ontkend of geeft men er een mythische inkleuring aan. Als zodanig heeft zich met name in de vorige eeuw in Nederland een felle strijd tussen rechtzinnigen en vrijzinnigen voorgedaan. Met ook als gevolg enkele kerkscheuringen.

In het rechtzinnig protestantisme is ook sprake van binding aan de belijdenissen. De Heilige Schrift is de enige regel voor het geloof De belijdenissen zijn acta van kerkelijke gemeenschap; spreekregel voor de kerk. Als zodanig belijdt de protestantse orthodoxie het Apostolicum, de belijdenis van Nicea, de geloofsvorm van Athanasius en de reformatorische belijdenissen te weten: de Heidelbergse Catechismus, de Confessio Belgica, de Catechismus van Geneve en de Leerregels van Dordrecht.

In zogeheten leerdiensten wordt aan het kerkelijk belijden, zoals dat bijvoorbeeld gegeven is in de Heidelbergse Catechismus, expliciet aandacht gegeven.

Orthodoxie heeft echter niet alleen met de leer te maken. Het gaat ook om orthopraxie, dat wil zeggen rechtzinnigheid in de praktijk van het leven. Het betreft hier de heiliging van het leven, zowel in persoonlijk opzicht als ook in de samenlevingsverbanden, waarin het ook recht toe zal gaan.

Verder is orthodoxie ook gekenmerkt door orthognosie, dat wil zeggen het rechte kennen. Kennen dienen we dan op te vatten in de zin van be-kennen, zoals dat in de liefdesrelatie tot uitdrukking komt.

De Confessio Belgica zegt telkens: 'wij geloven met het hart en wij belijden met de mond'. Het rechte belijden komt uit het rechte geloven met het hart voort. In de orthognosie gaat het ook om de rechte mystiek, om bijvoorbeeld de Unio mystica cum Christo, de mystieke eenheid met Christus. We noemen dat in Nederland het bevindelijke leven. Het gaat dan om het werk van de Heilige Geest in het hart van mensen, maar wel in gebondenheid aan het Woord, als openbaring van Godswege.

b. De prediking

In de protestantse eredienst hangt dan ook alles aan het Woord. Daar vindt de ontmoeting plaats met God; in het Woord en rondom het Woord. De Reformatie kwam vooral tot eerherstel van de prediking als middel van de genade. Juist in de prediking ging het om het Sola Scriptura, alleen de Schrift. Alleen de Bijbel is gezaghebbend. Niet de kerkelijke traditie, niet menselijke instellingen, het Woord alleen!

De Reformatie durfde het ook aan het volk de Bijbel in handen te geven. Zo kwam het volk onder het Woord Gods, dat als een mondig volk zelf het Woord mocht beoordelen. Het Woord was weggehaald van onder de stolp van de kerkelijke traditie. De kerk behoeft niet te bemiddelen inzake het heil. De Heilige Geest werkt direct via het Woord Gods.

In de kerken werd het altaar vervangen door de preekstoel. Zwingli maakte zelfs van de stenen van het altaar, dat hij afbrak, een preekstoel en preekte daarop elke dag. In de reformatorische traditie ligt de Bijbel dan ook open op de kansel. We spreken over de 'kanselbijbel'.

De prediking vormt het hart van de eredienst. Daarin doen zich twee, elementen voor. Allereerst de explicatio oftewel de exegese. Het gaat erom, dat het Woord van God nauwkeurig wordt uitgelegd, waarbij de tekst ook in de context, het bijbelse verband wordt gezien. Verder gaat het om de applicatio: de toepassing van het Woord naar de hoorders toe. Het Woord van God moet functioneel worden in het hoofd, het hart en de handen van de mensen. Het gaat om verstandelijke kennis, om bevindelijke kennis en om de praxis piëtatis, de praktijk van het godvruchtige leven.

Prediking binnen de orthodoxie, in de traditie van de Reformatie, is ook trinitarisch van aard. De prediking vindt plaats van God uit naar de mens toe. God de Vader verkiest. God de Zoon redt en God de Heilige Geest neemt alles uit Christus en troost ons. Dat mag in de volmacht van de Heilige Geest worden geproclameerd.

Binnen de reformatorische orthodoxie wordt beleden, dat de Heilige Geest Zich paart aan het Woord van God en als zodanig ook aanwezig is, daar waar het Woord van God recht bediend wordt.

Voor Luther was prediking 'das grösste und vornehmste Stuck' in de eredienst, maar hij bleef toch ook in bepaalde opzichten nog aansluiten bij de traditie van de kerk. Hij verwijderde het altaar niet. Calvijn brak veel meer met de traditie. Bij hem was de prediking het allesbeheersende. Calvijn liet als Woordtheoloog dan ook niet alleen een complete bijbelvertaling na, maar ook een serie indrukwekkende preken. Hij preekte elke dag.

In Nederland staat de nationale synode van Dordrecht in de calvijnse traditie. Daar werden de canones, de leerregels, opgesteld. Ook voor Dordt was de preek het bestanddeel van de eredienst.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat in kerken, die ook vandaag nog in de lijn van de Dordtse Synode leren en leven, tenslotte, wat de eredienst betreft, niet veel méér dan de preek is overgebleven. Het gaat liturgisch verder uiterst sober toe. In de verkondiging is de eredienst als het ware geconcentreerd.

De prediker, de voorganger, is Verbi Divini Minister, dienaar van het Goddelijke Woord.

Met Paulus mag hij zeggen: Ik wens niemand anders te weten dan Jezus Christus en Dien gekruisigd' (1 Kor. 2 : 2). Met Paulus mag hij bidden: Wij bidden u van Chistuswege: laat u met God verzoenen'. De dienst van het Woord is vooral dienst der verzoening. De dienaar van het Woord mag het Woord met volmacht be-dienen, uitdragen, als ambassadeur van Christus.

Zelf is hij echter ook horig aan, onderworpen aan het Woord. Hij is slechts de dienaar ervan. De gemeente is horende gemeente. 'Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeente zégt' (Openbaring 2:7).

c. De wet

In de reformatorische eredienst is een afzonderlijke plaats ingeruimd voor lezing van de Wet des Heeren, de decaloog, de Tien Geboden. De oudtestamentische wet des Heeren is weliswaar vervuld in Christus, maar als zodanig niet afgeschaft. De wet wordt ook voor de gemeente van Christus gezien als kenbron van de zonde van de mens, als tuchtmeester tot Christus en als leefregel van de dankbaarheid. De wet is ook als zodanig heilzaam voor mens en samenleving. Het gaat om geboden met een belofte. In de onderhouding van Gods geboden is groot loon.

Calvijn moest in 1588 Geneve verlaten en vestigde zich toen in Straatsburg, waar een vluchtelingengemeente was. Daar heeft hij de grondlijnen getrokken voor de protestantse eredienst.

Wat de inrichting van de gemeentelijke samenkomst betreft, kwam men na het votum of de groet, die ambtelijk aan de gemeente werd gegeven, tot een belijdenis van zonden en schuld. Calvijn schrijft hierover:

'Mijn broeders, een ieder onzer stelle zich voor het aangezicht des Heren, met belijdenis van zijn gebreken en zonden, door met zijn hart mijn woorden te beamen: Here God, eeuwig en almachtige Vader, wij belijden openhartig voor Uw heilige Majesteit, dat wij zijn arme zondaars, ontvangen en geboren in ongerechtigheden en verdorvenheid, geneigd om kwaad te doen en onnut tot enig goed; en dat wij door onze verkeerdheid gedurig en onophoudelijk overtreden Uw heilige geboden; en dat wij als gevolg daarvan, door Uw rechtvaardig oordeel, over ons halen ondergang en eeuwig verderf. Evenwel, Heer, in onszelf hebben wij er misnoegen over tegen U ons te hebben vergrepen, en wij veroordelen onszelf en onze zonden, met oprecht berouw, verlangende dat Uw genade en bijstand moge voorzien in onzen rampspoed. Behage het U derhalve, God en Vader zeer weldadig en vol ontferming, met ons medelijden te hebben, in den naam van Uw Zoon Jezus Christus, onzen Heer. Wis dan onze zonden en gebreken uit en voer ons in de vrijheid en vermeerder van dag tot dag de genadebewijzen van Uw heiligen Geest, opdat wij, van ganser harte onze ongerechtigheid erkennende, vervuld worden met mishagen dat in ons een recht berouw teweegbrengt, hetwel ons doende afsterven aan alle zonden, in ons vruchten van gerechtigheid en heiligheid oplevert, die U aangenaam zijn. Amen.'

Na deze belijdenis van zonde en schuld volgden woorden van troost en vergeving.

'Een ieder uwer bedenke dat hij waarlijk een zondaar is, zich voor God verootmoedigende en gelove, dat de hemelse Vader hem in Jezu Christus genadig wil zijn; aan al degenen die op deze wijze berouw hebben en Jezus Christu zoeken tot hun zaligheid, verkondig ik de vergeving in den naam van den Vader, van den Zoon en van den Heiligen Geest. Amen'.

Daarna werden de twee tafels van de Wet des Heeren gezongen, onderbroken door gezang. In de latere traditie van de Reformatie werden schuldbelijdenis en genadeverkondiging niet algemeen meer gehandhaafd. In sommige delen van het gereformeerd protestantisme krijgen schuldbelijdenis en genadeverkondiging wèl een plaats binnen de liturgie, in andere delen van de reformatorische kerken niet.

Wanneer schuldbelijdenis en genadeverkondiging vervallen, is, en overigens verder alleen sprake van het lezen van de wet des Heeren. Deze moet dan ook in de drie genoemde functies worden gezien: kenbron van ellende, tuchtmeester tot Christus en leefregel van de dankbaarheid.

Wanneer schuldbelijdenis en genadeverkondiging wel een plaats hebben en desalniettemin ook de wet nog wordt gelezen, wat niet algemeen is, fiinctioneert de wet nog in hoofdzaak als leefregel der dankbaarheid. In veel gevallen wordt echter, wanneer er sprake is van schuldbelijdenis en genadeverkondiging, de wet des Heeren niet meer gelezen. Als zodanig kennen we, met name in Nederland: orthodox, orthodoxer en orthodoxst.

d. Zingen

De Reformatie legde het volk, de kerkgaande gemeente, ook het lied op de lippen. De gemeente mocht zelf zingen. Hierin kwam ook de mondigheid van de gemeente en het ambt aller gelovigen tot uitdrukking.

In Straatsburg werd een klein psalmboekje or ingevoerd met achttien psalmen en drie gezangen, te weten berijmingen van 'de lofzang van Simeon', 'de Tien Geboden' en 'het Apostolicum'.

Calvijn zelf berijmde de psalmen 25, 46, 36, 91 en 138.

­ Tenslotte werden alle psalmen berijmd, zodat een complete psalmbundel beschikbaar was.

Voor Calvijn stond zingen op één lijn met bidden. Hij zegt: 'In waarheid, wij weten uit ervaring, dat het gezang een grote en­ krachtige werking oefent om het hart der mensen te bewegen en te doen gloeien, dat ­zij God met een heviger en vurige ijver en aanroepen en prijzen.'

Vanwege de mondigheid van de gemeente werd in de reformatorische liturgie het kerklatijn dan ook afgeschaft. Prediking vond plaats in de volkstaal, maar ook het zingen van de gemeente vond plaats in de volkstaal.

Wat het zingen betreft, werd intussen gekozen voor de Psalmen.

Luther zei, dat de Psalmen een kleine Bijbel in de Bijbel vormen. Men ziet er Gods heiligen in het hart.

In Lucas 24 : 44 lezen we verder: En Hij zeide tot hen: dit zijn de woorden, die ­ Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles vervuld moest worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes en de Profeten en de Psalmen.' Waarop volgt: Toen opende Hij hun de ogen, dat zij de Schriften verstonden.' (Lucas 24:45)

Christus heeft dus de Psalmen gelezen met het oog op Zichzelf en als zodanig neemt de nieuwtestamentische gemeente de psalmen ook over als liederen van Christus. In de latere gereformeerde traditie kregen ook gezangen, vrije liederen, nieuwtestamentische liederen een plaats, waarin direct van Christus gezongen wordt. , ­

Maar tot op vandaag zijn er kerken in de protestantse orthodoxie, waar louter psalmen gezongen worden, met het oog op Christus,

Het psalmboek wordt als diep geestelijk, als levensecht ervaren, We kennen palmen van boete, van lofzegging, van dankbaarheid, van aanvechting. De hoogten en de diepten van het geestelijke leven en van het mensenleven in het algemeen, komen in de psalmen tot uitdrukking.

Een Antwerpenaar bezocht de vluchtelingengemeente van Straatsburg. Hij hoorde de schone psalmen en wonderen des Heeren zingen en verklaarde; ik was er heel in het begin vijf of zes dagen; zo vaak ik hoorde zingen, kon ik mij niet weerhouden van vreugde te wenen; men hoorde geen stem de andere overheersen; ieder heeft een muziekboek in zijn hand; zowel mannen als vrouwen prijzen den Heer,

Ih de psalmen vindt ook de lofzegging van de gemeente, de doxologie, voluit haar plaats.

e.. De sacramenten

De Reformatie betekende een breuk met Rome. Het meest ingrijpend kwam die breuk tot uitdrukking rondom de sacramenten. De Reformatie kende geen zeven maar slechts twee sacramenten.

Allereerst het sacrament van de doop. De Reformatie praktiseerde de doop aan kleine kinderen als teken van het genadeverbond, zoals onder oud Israël jonge kinderen werden besneden, Calvijn ontwieip in Straatsburg dan ook een doopformulier voor het dopen van de jonge kinderen der gemeente.

De meest ingrijpende kwestie was echter het afschaffen van de Mis. Uit de Mis werd alles verwijderd, wat zweemde naar het brengen van een offer tot verzoening der zonden en naar verandering van brood en vrijn in het lichaam en bloed van Christus. In plaats van de Mis kwam het Avondmaal, onder beide gedaanten, brood en wijn, betekenende, symboliserende, het lichaam en bloed van Christus,

Het Avondmaal was een gezuiverde Mis. Zo werd de protestantse eredienst, dienst van Woord en Sacrament.

In Straatsburg werd het Heilig Avondmaal door Calvijn vier maal per jaar bediend, hoewel Calvijn zelf het Avondmaal wel vaker wilde vieren. In kerken van gereformeerde signatuur is het nog steeds doorgaans gebruikelijk, dat vier maal per jaar het Avondmaal wordt gevierd. Dan wordt de dood des Heeren herdacht en de gemeenschap met Christus en met de zijnen aan de tafel des Heeren beleefd.

De Reformatie kende van meet af ook tuchtoefening rondom het Heilig Avondmaal. Niemand werd tot deelneming aan het Heilig Avondmaal toegelaten of hij moest zich van te voren hebben aangemeld en een bewijs van toelating hebben ontvangen. We kennen in dit opzicht nog de censura morum. De tafel des Heeren dient 'heilig' gehouden te worden. Daarom wordt de levenspraktijk van de avondmaalgangers getoetst.

Calvijn schreef in een brief aan Farel:

'Wanneer de dag van het Avondmaal aanstaande is, kondig ik af, dat degenen die begeren mede te communiceren, vooraf zich bij mij moeten vervoegen. Ik voeg er meteen aan toe met welk doel dit gebeurt: opdat zij die nog onkundig zijn en ongeoefend in de religie, beter worden gevormd; voorts opdat zij die behoefte hebben aan een bijzondere vermaning, deze te horen krijgen; tenslotte opdat indien er mochten zijn die soms door een of andere gewetensnood gekweld worden, zij vertroosting ontvangen mogen. En omdat er ook gevaar bestaat, dat de gemeente, die niet genoegzaam weet te onderscheiden tussen het juk van Christus en de heerschappij van den antichrist, gaat wanen dat haar een nieuwe slavernij wordt opgelegd, bestrijd ik eveneens een twijfel van dezen aard'.

Uit het feit, dat elke zondag in de eredienst de prediking functioneert, terwijl slechts vier maal per jaar het avondmaal wordt bediend, mag worden geconcludeerd, dat hoewel de protestantse eredienst dienst van Woord èn Sacrament is, het sacrament toch duidelijk ondergeschikt is aan de Woordbediening. Het sacrament is teken en zegel, hangend aan het Woord.

f. De ambten

Calvijn heeft uit de veelheid van Schriftgegevens drie ambten gedestilleerd, namelijk het ambt van predikant, van ouderling en van diaken. Daarbij kende hij nog het doctorenambt

In de eredienst binnen de protestantse orthodoxie komt de functie van de onderscheiden ambten tot uitdrukking. Ik volsta met een korte aanduiding van deze onderscheiden ambten.

"De predikant is dienaar van het Woord. Hij is herder van de schapen. Aan hem is toevertrouwd de Woordverkondiging en ook de openbare aanroeping van Gods Naam in de gebeden binnen de gemeente. Verder bedient hij de sacramenten en houdt hij de gemeente onder tucht en orde.

De ouderling, of oudste, is de bijbelse doorvertaling van de presbyter. Mèt de predikanten houdt hij opzicht en tucht over de gemeente. Hij ondersteunt de dienaren van het Woord, maar hij houdt ook toezicht op leer en leven van de dienaren van het Woord. Hij zit als het ware op de leer. Ouderlingen samen vormen een college, zodat de één niet over de ander kan heersen. Met de ouderling of oudste heeft Calvijn eigenlijk de Paus schaakmat gezet. Niemand heeft absolute macht boven anderen.

De Reformatie bracht ook het diakenambt tot leven, naar de instelling van Handelingen 7. Mannen van goed getuigenis en vol van de Heilige Geest, zoals Handelingen 7 zegt, worden geroepen tot de dienst der armen, in navolging van Christus als de grote Diakonos.

In het diakenambt gaat het om barmhartigheid en gerechtigheid.

In de barmhartigheid komt het brandende hart van Christus tot uitdrukking. Armen moeten met troostvolle woorden terzijde worden gestaan, maar krijgen ook gaven uit de gemeenten toebedeeld. Beter is te zeggen, dat de gaven, die God aan Zijn gemeente geeft, worden gedeeld en als zodanig uit-gedeeld. Dat is ook in overeenstemming met wat we lezen in Handelingen 2, namelijk dat niemand iets had, wat hij zijn eigendom kon noemen. Verder gaat het in het diakonaat om gerechtigheid, om het rechte handelen, om de rechte praktijk van het leven, zowel in het persoonlijke leven en in de levensverbanden. In Micha 6 : 8 te lezen we: Wat eist de Heere van u, o mens, dan recht te doen, weldadigheid lief te hebben ­en ootmoedig te wandelen met uw God'. Hie staat het rechte handelen in direct verband ­met de barmhartigheid (de weldadigheid), alsook met de praktijk van de godsvrucht. In het diakenambt komen het brandende hart en de gevende hand van Christus in de wereld tot uitdrukking. Het diakenambt is ­exemplarisch voor de gemeente, die vanuit de eredienst met woord en daad, in getuigenis en dienst in de wereld staat.

Het diakonaat functioneert in de eerste plaats binnengemeentelijk, naar de huisgenoten des geloofs. Maar het diakonaat heeft ook een wijdere taak in de verbanden van de wereld. In het diakonaat toont de gemeente haar bewogenheid met een wereld in nood, geestelijk en materieel. De laatste decennia heeft het diakonaat wereldwijde contouren gekregen. Ook in dit wereldwijde handelen gaat het dan echter om de twee genoemde criteria: barmhartigheid èn gerechtigheid.

g. De zegen

Aan het eind van de eredienst krijgt de horende gemeente de zegen mee. De horenden gaan als gezegende mensen heen de wereld in. 'De Heere zegene u en Hij behoed u, de Heere doe Zijn Aangezicht over u lichte en zij u genadig, de Heere verheffe Zijn Aange zicht over u en geve u vrede'! Amen. De liturgie in de orthodoxe eredienst ligt ingklemd tussen groet en zegen, beide in de Naam des Heeren uitgesproken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Orthodoxie en Orthopraxie in de reformatorisciie liturgie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's