Bij de vallende blaadjes
'Welks blad niet afvalt.' (Ps. 1 : 3)
De herfst heeft een grote bekoorlijkheid. Denk maar aan de paddestoelenweelde, de verkleurde bladerpracht, de warme kleuren van de herfstbloemen, en de zware nevels die op de weilanden liggen. Dat alles behoort tot de aantrekkelijkheid van de herfst. Maar er is ook een andere kant. Het wordt buiten leeg en kaal om ons heen. Kijk maar naar de bomen, de akkers en de weilanden. Eén flinke nachtvorst kan in korte tijd alles doen verwelken en verdorren.
Niet verwonderlijk dat er ieder jaar mensen zijn die bij het vallen van de blaadjes in dit stervende jaargetijde door zwaarmoedigheid overvallen worden. Ook alleenstaanden, weduwnaars en weduwen, kunnen een grote eenzaamheid voelen. Zullen wij oog en hart voor hen hebben! De toenemende donkerheid van de herfst kan het hart vervullen met weemoed. Je voelt pijn om zoveel dat in het leven vergaat en nooit meer terugkomt of overgedaan kan worden.
Herfst 1995. Na een warme zomer, verschaft oktober ons een prachtige herfst. Gods wonderlijke schepping geeft ons stof tot nadenken. De vallende blaadjes doen ons denken aan de boom, welks blad niet afvalt.
In psalm 1 wordt gesproken over twee mensen. De ene mens leeft een leeg leven, omdat hij vol is van het genot en leeg van God. De Bijbel noemt dat een verloren leven. Want het staat los van de Levensbron. Dit leven is van huis uit ons aller deel. Dit leven is als kaf. Als de wind van God, als de Geest van God op de dag van Gods oogst erin blaast, worden we weggedreven. Is er geen plaats voor ons bij God. Wat een aangrijpend beeld is dat.
Maar daar is ook in psalm 1 de rechtvaardige. Zijn blad zal niet afvallen. De rechtvaardige, is dat niet de mens, die zichzelf als kaf voor Gods aangezicht heeft leren kennen? Maar dan luidt Gods belofte dat Hij ons kent en weet wat van Zijn maaksel is te wachten. Hij denkt eraan dat wij stof zijn, kaf, en ontfermt zich over ons. En dan vindt er een herschepping plaats. Of in de woorden van psalm 1: we worden overgeplant. Genomen uit de onvruchtbare akker waar we in geboren zijn. En geplant aan waterbeken (let op het meervoud), opdat de levensboom vrucht zal dragen. Vanuit die wedergeboorte, die nieuwe planting door Woord en Geest, zal het blad van onze levensboom niet afvallen.
Uit het wonder van de herschepping, de herplanting door Gods hand, mag de rechtvaardige leven. Op weg naar de herdenking van de Hervormingsdag, vraagt u zichzelf misschien af, 'ben ik dat: rechtvaardig voor God? '
Rechtvaardig voor God is de mens die zichzelf als kaf bij de Heere aangeeft door te belijden: 'niemand die leeft zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn. Ook ik niet'. Om dan voor ogen te krijgen die ene Rechtvaardige, Jezus Christus. Zijn lust was in de wet van de HEERE. Hij overdacht Gods wet dag en nacht. Zonder zonde stond Hij recht tegenover God en de mensen. Maar Hij heeft Zich tot zonde laten maken, en toen werd het krom tussen de Vader en de Zoon. En dat kostte Jezus het leven. Van deze rechtvaardige is het blad wel afgevallen. Zo heeft Hij voldaan de rekening van onze zondeschuld. En de vraag van de Gekruiste Die is opgestaan, luidt: 'jij, die jezelf als kaf, als goddeloze moet aanklagen bij God, is Mijn levensoffer. Mijn genade, jou genoeg? En waar Christus' genade mij genoeg is, daar ben ik in Christus rechtvaardig en heilig voor God. En dat laat zich verder beter beleven dan beschrijven.
Wat een heerlijk Evangelie komt er tot ons uit Hem Die voor ons de Levensboom wil zijn. Jezus is de rechtvaardige die psalm 1 vervuld heeft. En waar wij als kaf de toevlucht nemen tot deze rechtvaardige, geldt ook voor ons dat het blad niet zal afvallen. Want Jezus zegt: 'wie in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven'.
En die woorden ten leven vormen de atmosfeer waarin de rechtvaardige verlangt te leven. Welgelukzalig zijn we dan. Over zaligspreken gesproken, Jezus spreekt ook zalig in Mattheüs 5. Zalig zijn de missers, de armen en ellendigen, die nochtans hopen op Christus. En Gods gebod ten leven luidt dat wij, zo levenloos, vruchteloos en goddeloos als we zijn in onszelf, dat wij wegschuilen in Christus, de rechtvaardige. Herfst 1995. Wij allen vallen af als een blad. Maar omdat Christus dood en graf voor Zijn rekening heeft genomen, zal naar Zijn belofte, voor Zijn arm en ellendig volk, het sterven zijn een doorgang naar nieuw en eeuwig leven. Gelooft u dat?
Dan reizen we getroost onder het heiligend kruis,
naar het erfgoed daarboven in het vaderlijk huis.
Gestorven voor mij, zal dan mijn zwanezang zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's