Globaal bekeken
Bij het Instituut voor de Nederlandse Geschieden verscheen het vierde deel van de Classicale acta 1573-1620, inhoudende de acta van de Provinciale Synode Zeeland en de Classis Walcheren (1602-1620) en van de Classis Zuid-Beveland (1579-1591). Uit de inleiding van de bewerker dr. J. Bouterse (in zijn arbeid bijgestaan door mevr. dr. J. Roelevink) de twee volgende passages:
• 'Anders dan in de veel latere acta van Middelburg is aan die van Zuid-Beveland goed te merken dat het hele kerkelijke leven nog van de grond af moest worden opgebouwd. Men moest zich nog bezighouden met de inrichting van de zondagse eredienst, de viering van de christelijke feestdagen de bediening van de sacramenten. Reeds in de eerste vergadering besloot men om In de morgendiensten één evangelie cursorisch uit te leggen; omdat de kerken nog zo jong waren, zou men zich bij de schriftlezing beperken tot een hoofdstuk uit de evangeliën. In latere vergaderingen werden nadere afspraken gemaakt over het doorlezen van geloofsbelijdenis en het zingen van het Onze Vader. In de morgendienst en de 10 Geboden In de middagdlenst. Het werd ongewenst gevonden om uit te weiden over verschillende mogelijke interpretaties van het bijbelwoord; men had simpelweg de juiste betekenis voor te dragen "ten fine de toehoorders door verscheyden ghevoelen niet verargert worden".
In de loop van 1585, werd "binnen desen eylande" overgegaan tot het houden van een Profetie, een door-de-weekse uitleg van een half uur van de Brief aan de Galaten. Waar de ene "profeet" opgehouden was, moest zijn opvolger een week later verder gaan. Blijkens een kanttekening uit 1587 heeft men later wegens drukke werkzaamheden deze Profetie moeten staken.
Zuid-Beveland sloot zich aan bij de synodale bepalingen inzake de kerkelijke feestdagen: Kerstmis, Pasen en. Pinksteren werden kerkelijk gevierd, maar de beslissing aangaande de Goede Vrijdag Hemelvaartsdag, de tweede feestdagen en de Nieuwjaarsdag liet men aan de magistraat over. Handhaafde deze zulke dagen, dan voelde de kerk zich verplicht om door het prediken van Gods Woord de gemeente af te houden van "onnutte en schadelijke lediggang". Toen evenwel het consistorie van Goes eigenmachtig besloot om de viering van de Hemelvaartsdag af te schaffen, zonder de classis daarover te raadplegen, protesteerde de classis. Goes verweerde zich met het argument dat is Middelburg hetzelfde al eerder had gedaan en dat men bovendien niet aan feestdagen gebonden was.
Ook in de besluitvorming aangaande de bediening der sacramenten hield men zich aan de bestaande synodeartikelen. Een probleem bij de doop was de aanwezigheid van soms grote aantallen getuigen; het konden er wel zesendertig zijn! En dat terwijl de regel gold dat predikanten hoogstens vier getuigen en wel vrome mensen, lidmaten van de kerk, mochten toelaten. Men besloot om de kwestie via de broeders in Middelburg aan de Staten van Zeeland voor te leggen. In de nog maar zo korte tijd bestaande gemeenten kwam de vraag op, wanneer men kon overgaan tot de bediening van het avondmaal. Bepaald werd dat een aantal van acht tot tien vrome personen voldoende was. Oude mensen moest men niet van het heilig avondmaal afhouden ook al konden zij de geloofsbelijdenis of de Tien Geboden niet precies opzeggen; als men maar wist te onderscheiden "die dinghen die 't gheloove en de de ander mysteriën der salicheydt aengaen".
Grote ergernis gaf het "superstitieus" luiden van de klokken bij begrafenissen, ofschoon ook een aantekening bewaard is dat men "om seker consideratiën" het luiden over de doden nog maar zou laten zoals het was. Toch drong men er later weer bij de stadhouder op aan om er een eind aan te laten maken.'
• 'De rooms-katholieke kerk vormde in Walcheren geen bedreiging meer. Anders stond het in Staats Vlaanderen waar de "paep van Watervliet" (gelegen in het door de vijand bezet gebied) zich niet ontzag om naar Cadzand over te varen waar hij biecht hoorde en deelnam aan "bancketten ende maeltyden". ,
Het zal ook wel op de situatie in Vlaanderen slaan, dat nog In 1620 In de gravamina voor de provinciale synode van Goes geklaagd wordt over de "overcommende Jesuyten ende paepen... die misse doen, doopen etc".
De wederdopers veroorzaakten ook in de classis Walcheren problemen. Tuchtmaatregelen tegen gemeenteleden die zich bij hen hadden aangesloten worden regelmatig vermeld. De classis ergerde zich in het bijzonder over het feit dat de wederdopers In Aardenburg, kennelijk met goedvinden van de Staten-Generaal, hun gang konden gaan en zo'n grote toeloop van volk hadden. Zij poogden velen over te halen en waagden het zelfs met open deuren te prediken.
Zeeland was een rechtzinnige provincie waar remonstrantse opvattingen geen kans kregen. De gelegenheid van de belijdenisgeschriften is er dan ook nooit ter discussie gesteld. De classis Walcheren had geen behoefte aan een nationale synode om de revisie van de confessie aan de orde te stellen. De "swaricheden in de academie van Leyden opgeresen" tussen Arminius en Gomarus verontrustten haar zeer. De in Leiden studerende theologische studenten werden gewaarschuwd dat ze ''zich verre hadden te houden van het indrinken va enige nieuwigheden in de leer, op straffe van niet toegelaten te worden tot het ambt. Toen ds. Boom van Colijnsplaat een nog niet tot preken bevoegde Leidse student aan wiens orthodoxie bovendien werd getwijfeld, had laten voorgaan, moest hij zich hiervoor wel verantwoorden op de classis.
Vanuit de classis Schouwen werd In 1607 het initiatief genomen om ergens in Zeeland een college te stichten voor alumni uit de provincie zodat men wat meer toezicht kon houden op de studenten. Het duurde evenwel tot 1611 voordat in Middelburg een lllustre School kon worden opgericht met als eerste hoogleraar niemand minder dan Franciscus Gomarus. De acta van de classis Walcheren vermelden deze school overigens niet
Wel drong de classis herhaaldelijk aan op het bijeenroepen van een nationale synode ter beslechting van de leerstellige geschillen. Toen Episcopius tot hoogleraar in Leiden was benoemd, werden plannen beraamd om de benarde rechtzinnige kerken in Holland te steunen. Tot het opstellen van een classicaal geschrift waarin de remonstrantse dwalingen zouden worden afgewezen, is het ondanks suggesties in die richting nooit gekomen. Wel richtte de classis zich In brieven tot theologen in het buitenland om van hun kant steun te krijgen In de strijd.
In 1613 kwam W. Teeilinck als predikant naar Middelburg. Zijn komst bracht een nieuw element in de kerkelijke discussie; het ging voortaan niet langer alleen over de rechte leer, maar ook over de praktijk van het christelijk leven. In Middelburg verschenen enkele van Teeliincks eerste traktaten over de toestand van de christelijke gemeenten en over de volharding der heiligen.'
In een bundel 'Heel de Kerk' (uitgave Boekencentrum, Zoetermeer), wordt aandacht gegeven aan enkele visies op de kerk binnen de 'Ethische Richting'. De bundel werd uitgegeven ter gelegenheid van het vijfentwintigste lustrum van het Theologisch-Literarisch Studentengezelschap 'Excelsior , Deo luvante'. In een bijdrage van prof. dr. W. Balke troffen we een gedicht van P. A. de Genestet, getiteld 'Dualisme':
'Mijn wetenschap en mijn Geloof
Die leven saam in onmin.
Want de eene houdt, wat de ander doet
En denkt en meent, voor onzin.
Intusschen, beide heb ik lief,
Juist even trouw en innig,
En toch vind ik mij-zelven niet
Onreedlijk noch krankzinnig
• Verder ook gedeelten van een gedicht van Isaac da Costa voor Abraham Capadose, getiteld 'Blijf bij mij';
'Blijf my by in dien kring. Blijf my by in die vlucht!
teedre Vriend van mijn zaligste dagen!
Eén in bloed, in geloof, in verwachting, in zuicht,,
moet de eigenste wieken ons dragen!
Blijf my by met uw edel en dichterlijk hart,
met uw schuimend verstand, met uw voorbeeld;
by, wiens lijdzaamheid, juichend by't nijpen der smart,
nooit wanhopig uw noodlot veroordeelt!
In de dorre woestijn van den weg naar het graf,
is me uw vriendschap een smeltende regen!
By de stormen des Lots in dit leven van straf,
is me uw vriendschap een schuilplaats een zegen!
Aan den overkant eerst van het graf, dat ons beidt
stroomt de bron, naar wier laving wy smachten!
en de Tempel der Godlijke onsterfelijkheid
is 't gebouw, waar wy rust in verwachten!
Al de vreugd, al de smart van dit nietigestof
wordt gelouterd, versmolten, verloren in de bruischende zeeën van eeuwigen lof,
dien de zielen der Zaligen hooren!
Doch de vriendschap, die hier onze harten verbond
in den naam van den God onzer Vaderen,
zinkt niet weg in den schoot van den gapenden grond,
die onze asch in zijn macht zal vergaderen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's