De onderscheiding der geesten (2)
Wij hebben in een vorig artikel uiteengezet, dat de genadegaven oftewel de charismata de opbouw van de gemeente van Christus bedoelen. Dat wordt ook nog helder, doordat de apostel Paulus in hetzelfde hoofdstuk de gemeente met een lichaam vergelijkt. Nu zijn aan een lichaam verschillende ledematen te onderscheiden. Daar is het lichaamsdeel van de voet, van de hand, het oog en het oor. Ieder voor zich kunnen deze delen niets beginnen. Ze hebben elkaar wederkerig nodig. De eenheid en de verscheidenheid geven de schoonste harmonie. Denk nu maar aan de beoefenaar van het hardlopen. Zijn oog is op het doel gericht, maar zijn benen dragen zijn lichaam snel voort.
Het kan zo mooi worden gezegd. De gemeente is een organisme. Waarheen zal nu dat lichaam gaan? Welke weg zal het door de tijd bewandelen? De gemeente van Christus moet worden geleid temidden van vele gevaren. Wij hebben gidsen nodig, die waarschuwen voor dwaalwegen en valkuilen. Welnu, op dit punt is nodig de gave van de onderscheiding der geesten. Dat is de gave om de vele invloeden, die op ons afkomen, te onderscheiden. Waar is er sprake van echte geloofsontroering? Waar hebben wij te maken met pure inbeelding? Waar mag men nederige ontvankelijkheid veronderstellen? Waar hoogmoed? Waar is God aan het werk en waar een duivelse macht? Wie zal ons de veilige weg naar de toekomst aanwijzen?
Het is de gave om de geheimen van het hart te kunnen doorgronden. Er achter te komen wat voor oogmerken een mens in het leven heeft, wat voor visies hij beoogt, wat voor gevoelens hij koestert. Mensen met zulke gaven hebben dóór uit welk een geest iemand spreekt. Uit een oprechte geest, dan wel door bedrog. Het is de gave om te doorzien of een man oprecht is of niet in zijn christelijke belijdenis.
Deze gaven behoeven staatslieden om een volk te kunnen leiden. Maar ook theologen om de weg aan te geven voor de gemeente van Christus. Er is voor deze gave nodig historische kennis, mensenkennis, wereldkennis. Met name hebben geestelijke leidslieden dringend voorlichting nodig van de boodschap van de Heilige Schrift. Maar daarboven uit is een bijzondere verlichting nodig door de onmiddellijke werking van de Heilige Geest. Geesten moeten worden beproefd. Wij moeten dóór hebben de eigenaardigheden van mensen en dingen. Vooral moeten wij de geestelijke aanleg en richting doorzien van de mensen, vooral in hun verhouding ten opzichte van het Koninkrijk Gods.
Een ambtsdrager moet weten, dat vele ver schillende individualiteiten voor het Koninkrijk zijn te gebruiken. Hij mag niet alles over één kam scheren, bijvoorbeeld naar het conventioneel model van zijn eigen geloofsleven. Alle mensen en wereldgebeurtenissen moeten aan het Woord Gods worden gemeten. Wij hebben dikwijls beleefd dat op dit punt zeer eenvoudige mensen, simpele geesten, de ontwikkeldsten en schrandersten verreweg de baas zijn.
Ja, een ambtsdrager moet er zich voor hoeden bovenal, zich juist door gebrek aan onderscheiding der geesten tegen deze eenvoudige mensen te weer te stellen. Deze genadegave wordt veelal verdorven door een tomeloze bemoeizucht en betweterigheid. Men wil altijd de eerste zijn, alles doorgronden en beoordelen zonder gedegen oordeel. Men staat onophoudelijk open voor al wat nieuw is. In zekere zin is het de Atheense manier van leven. Hier eens kijken en daar wat gluren. Het is verzot zijn op alles wat vreemd is. Nooit rust en bezonkenheid. Door alles te aanbidden wat vreemd is, wordt op den duur het eigene veracht. Zo verliest ook de gemeente van Christus haar eigen karakter en geestelijk bezit.
De gave van de onderscheiding der geesten wordt bedreigd door progressieve ontwikkeling. Het is een verrassende ervaring in het leven om mee te maken, dat juist in verafgelegen dorpen en volkomen onbekende gemeenten mensen wonen, die deze gave bezitten. Met een trefzeker oordeel kunnen ze u dingen zeggen, die u nooit meer vergeet. Heeft een ambtsdrager nu deze gave niet, dan komen deze eenvoudigen ver boven hem uit. Doorgaans is het gevolg daarvan, dat zij de drager van het ambt gaan verachten. Onder bepaalde omstandigheden kunnen uit zulke eenvoudige mensen sektariërs voortkomen.
Dit charisma van de onderscheiding wordt meestal door de wereld buitengewoon gehaat. Het is een hoogst belangrijke gave, maar de wereld doet alles om haar te loochenen en ze verdacht te maken met de aanduiding van geestelijke trots en hoogmoed. Maar juist daardoor blijkt hoe fundamenteel deze gave is: De wereld verdraagt het niet ontdekt te worden in haar bodemloosheid. Evenmin in haar schijngodsdienst. De apostelen bezaten deze gave in ruime mate. Dat blijkt duidelijk uit het bijbelverhaal van Ananias en Saffira. Beiden werden in hun leugen ontdekt. Evenzeer zien wij de ontmaskering door middel van deze genadegave bij Elymas de tovenaar. Wanneer een jonge kerk voor het eerst in de wereld haar voetstappen zet — o, wat heeft ze dan behoefte aan deze gave. Geheel het boek van de Handelingen der Apostelen bewijst deze gedachte.
De maatstaf van deze gave vindt u in de eerste brief van Johannes, het vierde hoofdstuk. Daar zegt de apostel: Geliefden, gelooft niet een iegelijke geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. Met 'geesten' bedoelen wij mensen of leringen, die zeggen de waarheid te brengen. Gelovigen moeten voorzichtig zijn. Ze moeten niet elke geest, elke leer, elk verschijnsel geloof schenken. Nodig is te beproeven, te keuren, te toetsen door vergelijking met Gods Woord, of ze uit God zijn of niet. Of de Heilige Geest uit en door hen werkt, dan wel een satanische leugengeest. Er dwarrelen immers vele fladdergeesten in de wereld rond.
De werking van Gods Geest is hieraan te onderkennen: uit Hem stamt alle geest, iedere prediker en iedere prediking, die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Dat wil zeggen: dat Jezus Gods eeuwige Zoon is, Die menselijke natuur aannam en bezit. Deze gave van de onderscheiding veronderstelt de gave van de Heilige Geest. Ze houdt in de belijdenis van zonde en schuld, van geloof, hoop en liefde. Het is de uiting nodig te hebben de verzoening door voldoening. Ze kleeft Christus aan in al zijn staten en ambten. Om ons nader te verklaren: wij kleven aan Christus in zijn ambt als profeet. Geheel onze wijsheid komt uit zijn Woord. Wij kleven Christus aan als priester. Alleen zijn bloed redt ons. Ja, wij kleven Christus aan als koning. Hij alleen regeert ons door Woord en Geest.
Dit charisma van de onderscheiding der geesten veronderstelt een scherp verstand en aanvoelingsvermogen van Gods Woord. Wij hoorden zoeven — deze gave is merendeels bezit van eenvoudige mensen die de dingen Gods onvertroebeld zien. Maar ze is ook onmisbaar voor leidende theologen als bijvoorbeeld Augustinus, Luther en Calvijn. Wij leven nog van hun onderscheidingsgave. Zij doorschouwden de wortels van dwaalleer, proefden de geest van de tijd en wezen de veilige weg om te bewandelen.
Wie deze gave biddend verlangt van de Heere, zal in het grote geheel van de gemeente niet immer begrepen worden. Zulke mensen plaatsen te vaak kritische noties bij de mode der eeuw. Ze zijn menigmaal eenzaam, door weinigen begrepen. Vaak verstaan wij hun woord pas als zij zijn heengegaan. Maar wie hen verstaan, danken de Heere voor de ontmoeting met hen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's