De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wijsheid en vroomheid in de reformatie (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wijsheid en vroomheid in de reformatie (1)

7 minuten leestijd

Inleiding

Bij het begin van het nieuwe studiejaar is het goed om ons te bezinnen op het bijbels uitgangspunt van onderwijs. We zouden dit uitgangspunt goed kunnen weergeven met de twee trefwoorden uit de titel van deze inleiding, namelijk wijsheid en vroomheid. Leren en studeren zouden vergeleken kunnen worden met zich bevinden binnen de omtrekken van een ellips met twee brandpunten. Het ene brandpunt is de wijsheid, het andere de vroomheid. Studeren is je oefenen in het maken van een voortdurende pendelbeweging tussen die twee brandpunten.

Nu is het wel belangrijk ons af te vragen wat we onder wijsheid en vroomheid verstaan. Die woorden kun je natuurlijk op heel verschillende manieren invullen. Een humanist verstaat onder wijsheid iets anders dan een christen en een christen, die zich laat leiden door zijn ervaring vult vroomheid anders in dan een christen, die zich laat leiden door de Openbaring.

Om nu het juiste zicht te krijgen op die twee brandpunten van de ellips willen we eens kort in de leer gaan bij wat de Reformatie ons hierover aanreikt. Bij de Reformatie in de 16e eeuw denken we vaak alleen maar aan de reformatie van de kerk. Maar de Reformatie was net zo goed reformatie van het onderwijs, van de scholen, van de wetenschap. De Reformatoren hebben zich daar dan ook over uitgelaten en we willen eens luisteren naar hun denkbeelden hierover.

Ik heb mijn toespraak als volgt ingedeeld:

1. Luther en Calvijn over wijsheid en vroomheid

2. Drie schoolhervormers: Mélanchton, Joh. Sturm en Cordier

3. Een Nederlands geluid: nl. van Voetius

4. De lijn naar ons onderwijs vandaag.

1. LUTHER EN CALVIJN OVER WIJSHEID EN VROOMHEID

Toen Luther, de reformator van Duitsland, geroepen werd tot de hervorming van de diep vervallen kerk, had hij als geen ander er meteen oog voor, dat wilde de hervorming echte hervorming zijn van het volk, ook de scholen gereformeerd zouden moeten worden.

Luther stond voor het feit dat de oude scholen zeer vervallen waren en dat anderen, die aanvankelijk mee wilden gaan in het spoor van de Reformatie, onderwijs en studie niet belangrijk vonden. Onder deze laatsten was iemand als Karlstadt, die een tijd lang in het gevolg van Luther te vinden was, maar die in zijn overgeestelijkheid studie te aards vond. Luther heeft dit standpunt van de hand gewezen. Hij stelde daartegenover dat wetenschap en studie gaven en opgaven van God zijn, zeer belangrijk voor het herstel van de verworden maatschappij. Luther betreurde het dat de scholen zo vervallen waren. In zijn schrijven 'Aan de raadsleden van alle steden van Duitsland, dat zij christelijke scholen moeten oprichten en in stand houden' (1530), tekent hij de slechte toestand van het onderwijs. Hij schrijft: en eerste moeten wij nu in Duitsland ondervinden, hoe men overal de scholen laat vervallen. De hogescholen tanen, de kloosters (d.w.z. de kloosterscholen) kwijnen, gelijk Jesaja zegt (40 : 7): Het gras verdort en de bloem verwelkt als Gods Geest, door Zijn Woord erover blaast.' En verderop zegt hij: Ja, wat heeft men onderwezen in hogescholen en kloosters tot nu toe anders, dan om ezels, lummels en blokken te worden? (echt Luther). Twintig, dertig jaar had men geleerd en tenslotte kende men noch Latijn, noch Duits. En dan zwijg ik maar van het schandelijk slechte leven, waardoor de bloem der jongelingschap zo jammerlijk werd bedorven.

Wijslieid

Wie Reformatie zegt, zegt ook wijsheid (sapiëntia). Daar is het Luther om begonnen. Maar dan vragen we: wat is die wijsheid, die sapiëntia, die Luther wilde? Luther heeft zich daar verschillende malen duidelijk over uitgelaten. Wanneer hij over wijsheid spreekt, dan doet hij dat in een tegenstelling, een paradox, waardoor heel Luthers theologie gekenmerkt wordt. Er zijn twee soorten wijsheid. Er is een menselijke wijsheid en er is een goddelijke wijsheid. Zoals dat ook met de gerechtigheid het geval is. In Zijn commentaar op de Romeinenbrief zegt Luther: 'Want God wil ons niet door ónze eigen, maar door een buiten ons liggende gerechtigheid èn wijsheid redden, die niet van ons komt en ontstaat, maar van elders in ons komt, die niet op onze aarde tot stand komt, maar van de hemel komt.'

Bij aardse, menselijke wijsheid denkt Luther vooral aan de invloed die de Griekse filosoof Aristoteles gehad heeft in het onderwijs in Duitsland. Die wijsheid van de heiden Aristoteles acht Luther van nul en generlei waarde. Ja, zelfs schadelijk. In plaats daarvan moet men bij het Woord zijn. Dan vindt men de ware wijsheid. Luther zegt: 'De hoogste wijsheid van de wereld is, dat men zich om tijdelijke, aardse, vergankelijke dingen bekommert, maar het geloof is een vast vertrouwen wat men hoopt en een niet twijfelen aan wat men niét ziet.'

Eer van God

Vragen we nu wat Luther onder de ware wijsheid verstaat, dan is het dat men de Heere kent door zijn Woord en dat men in de gemeenschap met hem door het geloof in Christus zijn gaven en talenten ontplooit tot eer van God en tot heil van de medemens. Dan is men pas echt wijs en anders is men ondanks alle geleerdheid dwaas. Wijsheid is dus maar niet dat men veel weet, zelfs niet eeii briljant geleerde is, maar dat men kennis vergaart vanuit een persoonlijke relatie met God.

Maar dan zijn we ook al bij ons tweede trefwoord gekomen: vroomheid. Luther zocht wijsheid, die gepaard gaat met vroomheid. Hij gebruikte hiervoor het Latijnse woord 'pietas'. Nu was dat woord in zijn dagen erg bekend en veel gebruikt. Men verstond er lang niet altijd hetzelfde onder. De RK Kerk verstond onder de pietas, vroomheid, dat men zich stipt houdt aan de kerkelijke geboden en verboden. Dat is dus een wettische, uitwendige vroomheid. De humanisten, niet te verwarren met het humanisme in onze tijd, verstonden onder vroomheid een deugdzaam, schoon en stijlvol leven, zoals iemand als Erasmus dat nastreefde. Maar zo is het met Luther niet. Vroomheid is bij hem niet een kwaliteit van de mens, maar een genadegave van God. Een vrucht van het geloof in Christus. Ook inzake de vroomheid denkt Luther in tegenstellingen tussen menselijke prestatie en goddelijke gratie, net zoals bij wijsheid. Vroomheid is bij Luther de deemoed die staat tegenover de hoogmoed. Ware vroomheid is een zaak van het hart, dat buigt voor God en zijn Woord. Een voorbeeld van ware vroomheid noemt Luther de houding van de tollenaar uit de gelijkenis uit Lukas 18. De tollenaar heeft God niets te bieden, staat daar arm en verslagen. Nu die zelfkennis is de ware vroomheid. Zo moet het ook bij ons zijn zegt Luther. We moeten het besef hebben: 'Ben ik rijk, zo weet ik, dat toch dat God me in één uur arm kan maken, ben ik geleerd, zo weet ik dat Hij mij met één woord dwaas kan maken.' Dat is ware vroomheid. Als we Luther goed begrijpen dan is het zo dat bij hem wijsheid en vroomheid in elkaar overlopen.

Dat ware vroomheid eigenlijk niets anders is dan ware wijsheid en dat ware wijsheid ten diepste niets anders is dan ware vroomheid. Ware wijsheid is niet allereerst dat men verstandelijk veel weet, maar dat men de Heere vreest. Ergens zegt Luther: als een meisje de straat schrobt en zij doet het goed, dan doet ze Gods werk. Maar als God je verstand heeft gegeven, dan dien je dat te ontplooien in diepe afhankelijkheid van God.

Geen mens bezit die ware wijsheid en vroomheid van zichzelf Die kan men alleen maar verkrijgen op de knieën, in het gebed. Verwacht het maar niet van jezelf, zegt Luther heel praktisch, maar: 'Kniel neer in je kamertje en bid met ware deemoed en ernst tot God, dat Hij je om der wille van zijn lieve Zoon zijn Heilige Geest wil geven, dat Hij je verlicht, leidt en je verstand geeft.'

Toespraak gehouden bij de opening van het cursusjaar van de Evangelische Hogeschool te Amersfoort 1995-1996, enigszins omgewerkt. De bronvermelding is weggelaten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Wijsheid en vroomheid in de reformatie (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's