De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rechtvaardiging het centrale dogma

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rechtvaardiging het centrale dogma

Reformatieherdenking

9 minuten leestijd


Abram heeft dus God geloofd, dat wil zeggen: Abram heeft de belofte ontvangen, waarin God hem de verzekering had gegeven, dat Hij Zijn verlosser was; hij heeft onze Here Jezus Christus omhelsd, die hem was aangeboden; hij wist, dat wij door Hem met God verzoend zijn, hoewel wij, omdat wij vol zijn van zonde en verdorvenheid, verdienen, dat Hij ons als vijanden behandelt en tot de dood toe tegen ons strijdt. Abram heeft zich dus gehouden aan onze Here Jezus Christus en is ten volle overtuigd geweest, dat Hij het ware heil is, waardoor wij op zulk een wijze met God verbonden en verenigd zijn, dat wij deelhebben aan Zijn leven en aan al Zijn goederen.
Hierin bestaat dus het geloven van Abram en wij moeten dat in het oog vatten, opdat wij niet vervallen tot een zo povere opvatting als de Papisten daarvan hebben. Het komt in het hart hierop neer, dat wij zien, dat men nooit zal verstaan wat deze woorden 'geloof en 'geloven' betekenen, dan alleen wanneer men komt tot dit samenstemmen van de belofte en het aanvaarden daarvan.
En wat is dit anders dan hetgeen God zo dikwijls zegt door Zijn profeten: 'Ik zal u Mijn volk noemen en gij zult zeggen: Gij zijt onze God!' Dan is het God, die het eerst spreekt, en dat komt Hem ook toe. Welk een vermetelheid immers zou het zijn, wanneer ik mij het recht zou aanmatigen om tot God te komen en Hem aan te spreken als mijn Vader, ik, die niet alleen slechts een arme aardworm ben, maar die niets anders ben dan zonde en onreinheid, aan de eeuwige verdoemenis vervallen; ik, die mij van nature bevind in de macht van de satan, gelijk wij allen zijn slavenjuk dragen! Zal ik desondanks God mijn Vader noemen? Zelfs de engelen zijn die eer in zich zelf niet waardig, zal ik daarop dan toch aanspraak maken voor mij zelf?
Wanneer Hij echter dit woord 'Ik ben uw Vader' gesproken heeft, is het geen vermetelheid en boosaardige aanmatiging meer, dat wij ons tot het getal van Zijn kinderen rekenen, maar dan is het een heilig vertrouwen waardoor wij Zijn waarheid bevestigen. En dit is de grootste eer, die wij Hem kunnen bewijzen, dat wij, wanneer Hij gesproken heeft, ons houden aan Zijn Woord en ons daaraan geheel onderwerpen. Dat is naar mijn overtuiging het ware geloven, het geloven zoals het ons hier in Abram als voorbeeld en tot onderwijzing is getoond.


In 1953 verscheen bij Erven J. Bijleveld in Utrecht een 'Bloemlezing uit het werk van Johannes Calvijn' samengesteld en vertaald door dr. D. J. de Groot. Het driehonderd pagina's tellende boekje is uitgegeven in miniformaat. Men kan het om zo te zeggen in de vestzak steken. Behalve enkele brieven en stukken uit de Institutie bevat het vier, niet eerder uitgegeven preken van Calvijn over de rechtvaardiging, naar aanleiding van Genesis 15, met als kernwoorden 'Abraham geloofde God en Hij rekende het hem tot gerechtigheid'.

De vertaler merkt op, dat hem bij de keuze van de stukken voor ogen stond de veelzijdigheid van Calvijns arbeid recht te doen wedervaren. Maar verder heeft hij ernaar gestreefd te doen uitkomen, 'dat in deze verscheidenheid het centrale dogma der Reformatie, de rechtvaardiging van de in zichzelf verloren zondaar alleen door het geloof in Christus' tot uitdrukking komt. Dat is door Calvijn 'met gloed van overtuiging gepredikt, verklaard en verdedigd'.

Toen ik dezer dagen dit boekje na jaren nog weer eens las, was opnieuw mijn conclusie, dat hier sprake is van een juweeltje, waarin inderdaad de veelzijdigheid van Calvijns arbeid met centraal de rechtvaardiging van de goddeloze, helemaal tot zijn recht komt.

Herdenken

Met name de vier genoemde preken zijn het waard, zegt dr. De Groot, om ook heden door de kinderen der Reformatie te worden gelezen'. Dan is het maar de vraag waar zich vandaag die kinderen der Reformatie bevinden. Het gereformeerd protestantisme, waarvan Calvijn de grondlegger is, heeft zich immers wijd vertakt. De oorspronkelijke kerkelijke bedding is uitgelopen in een rivierdelta.

Wie overigens de preken van Calvijn leest, moet wèl tot de conclusie komen, dat er vandaag nérgens meer zo wordt gepreekt. Dat heeft uiteraard te maken met het feit, dat er viereneenhalve eeuw ligt tussen onze tijd en de tijd, waarin Calvijn in Geneve preekte. De Groot zegt bijvoorbeeld, dat hij ervan heeft afgezien de taal en woordkeus van Calvijn, 'die schreef in een eeuw, waarin men gewoon was elkaar ongezouten de waarheid te zeggen', te verzachten en te polijsten. Hier en daar, zegt hij, zal de lezer dus uitdrukkingen tegen komen, die tegenwoordig in de scherpste polemieken niet meer gebruikelijk zijn. Op één bladzijde komt men, wanneer Calvijn spreekt over 'mensen, die zich uitgeven voor christenen' of 'zich versieren met de titel van Magister of Doctor', de woorden schurken, dolle honden, duivelse geesten en schoften tegen. Het moet de vertaler dan ook worden nagezegd, dat vandaag in de scherpste polemieken 'gelukkig' deze bejegeningen niet meer voorkomen. Maar de gevoelswaarde van zulke woorden is in de loop der tijd dan ook sterk gewijzigd.

Afgezien nu van de vorm van Calvijns preken mag men zich echter afvragen waar de inhoud van zijn preken nog voluit tot zijn recht komt. In de brede bedding van het gereformeerde protestantisme in Europa zijn, naar de praktijk leert, grote delen, waarin het erfgoed van de geneefse reformator niet meer of nauwelijks nog aanwezig is. In velerlei prediking gaat het vaak helemaal niet meer om het centrale dogma van 'de rechtvaardiging van de in zichzelf verloren zondaar'. Dat kan men overigens moeilijk motiveren met het tijdsbeeld te benadrukken, waarin Calvijns preken functioneerden en dat zo verschilde van het onze. Hier gaat het immers om de centrale, bijbelse, paulinische notie, die al terug gaat tot Abraham en die van alle tijden is, namelijk dat het gelóóf in God tot gerechtigheid wordt gerekend, dankzij het verzoenende werk van Christus.

In brede delen van met name de grote kerken, die van de Reformatie afstammen, is voor herdenking van de Reformatie ook nauwelijks nog aandacht, omdat men is weggegroeid van datgene waarom het in de Reformatie werkelijk ging. Zulk een herdenking past niet meer bij de oecumenische ontwikkelingen in onze tijd.

Nazaten

Wie de lijsten met aankondigingen van Reformatieherdenkingen gadeslaat, komt tot de conclusie, dat deze nog slechts in een marge van de kerken voorkomen. Ongetwijfeld is er wèl breder aandacht dan de lijst met georganiseerde herdenkingen suggereert, omdat immers in allerlei gemeenten 's zondags aandacht aan de Reformatie wordt gegeven. Maar de herdenking is nochtans beperkt.

Naar het mij voorkomt staat overigens in de Reformatieherdenkingen binnen het gereformeerd protestantisme meer de persoon van Luttither dan van Calvijn centraal. En zeker, ook bij hem ging het, niet minder dan bij Calvijn, om het centrale stuk van de rechtvaardiging. En met Luther is het nu eenmaal allemaal begonnen. Bovendien biedt de barokke, kleurrijke taal van Luther volop de gelegenheid om herdenkingstoespraken te kruiden. Maar daarom behoeft Calvijn toch niet achter te blijven?

Intussen speelt de veelzijdigheid van Calvijn en zijn door dr. De Groot genoemde verscheidenheid misschien daarom het verdeelde gereformeerde protestantisme geducht parten. Die ver-scheidenheid heeft zich immers doorvertaald in ge-scheidenheid, die juist bij interkerkelijke herdenkingen nog eens extra wordt onderstreept, de dankbaarheid ten spijt dat men nog eens één keer iets samen kan doen.

Rechtvaardiging

Waar de herdenking van de Reformatie nog in ere is behoeft de totale erfenis van de Calvijnse reformatie dan ook nog niet echt in ere te zijn. Daarop stuiten we met name wanneer we kennis nemen van Calvijns prediking over de rechtvaardiging.

Wanneer Calvijn in zijn preken handelt over de rechtvaardiging van de goddeloze komt de radicaliteit van zowel het goddeloos zijn als van de rechtvaardiging voluit tot zijn recht. Is de radicaliteit van Calvijn nog echt aan de orde? Wie Gods gunst door het geloof deelachtig wil worden, zegt hij, moet overtuigd worden van zijn toestand: in Adam geboren. Daar voegt hij aan toe: 'Als zodanig zijn wij allen verdoemd en verloren, en zolang wij dat niet goed hebben leren inzien, zullen wij nooit proeven, wat het is om genade en barmhartigheid van God te verkrijgen'.

'Daarom vergelijkt de Schrift ons dan ook met doden, wanneer wij van God verlaten zijn. En wij zijn dood, tot op het ogenblik waarin onze Heere zal hebben verklaard dat Hij ons leven is. En wat zal een dode kunnen doen? '

Maar even radicaal als Calvijn de verlorenheid van de mens predikt predikt hij de gerechtigheid in Christus:

'Zo voert ons dus de verootmoediging tot onze Heere Jezus Christus, opdat wij deel mogen hebben aan de gerechtigheid, die Hij ons heeft aangebracht.'

In de praktijk nu van het verdeelde kerkelijke leven blijkt men soms slechts met deelwaarheden van Calvijn overweg te kunnen.

Wèl zijn diepe uitspraken over menselijke verlorenheid en het bevindelijk kennis dragen daarvan, maar niet de ruimte van zijn beloftenprediking.

Of wèl de rechtvaardiging door het gelóóf maar niet de innerlijke verbrijzeling door de wet.

Wèl de vrijspraak maar niet de inleving van de doemwaardigheid.

Wie zich op Calvijn wil beroepen, moet zich op de hele Calvijn beroepen. Een onbekende Calvijn is er in deze niet.

Erfenis

Het is, als gezegd, niet vanzelfsprekend, dat daar, waar de Reformatieherdenking nog in ere is, ook de inhoud van Calvijns prediking nog in ere is. Er zijn in viereneenhalve eeuw zoveel woekeringen en vereenzijdigingen opgetreden, dat de klare klaroenstoot van zonde en genade, van wet en evangelie, van oordeel en belofte — noties, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn — lang niet meer zo krachtig klinkt als in Calvijns prediking het geval was; terwijl ook de notie 'alleen door het geloof en niet door de Werken' bepaald niet overal onverkort doorklinkt.

Daarom kan reformatieherdenking niet bedoeld zijn om vanuit kringen, waar deze nog in ere is, vooral andere kringen aan te wijzen, die aan de erfenis van de reformatie ontzonken zijn. Zeker, de grondnoties van Calvijns prediking vindt men vooral nog terug in de Gereformeerde Gezindte. Maar alle noties samen vindt men zelden nog. Calvijns preken hierboven genoemd zijn het dan ook ten zeerste waard om door allen, die echt in de traditie van de Reformatie willen staan, te worden gelezen en herlezen. Dat kan ontdekkend zijn.

Terug naar de bronnen! Daar kunnen we allen wel bij varen. Daar kunnen we als verdeelde nazaten elkaar óok het best ontmoeten en onszelf en anderen toetsen aan het bijbels getuigenis, dat in de Reformatie werd herontdekt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Rechtvaardiging het centrale dogma

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's