De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

op 19 oktober II. promoveerde aan de Rijksuniversiteit te Groningen de heer let Erdstieck op een proefschrift, getiteld 'De emancipatie van de Joden in Overijssel, 1796-1940'. Van de stellingen, gevoegd bij het proefschrift, nemen we de volgende over:

• Het probleem van de joden in Nederland voor de Tweede Wereldoorlog was het evenwicht te vinden tussen het behoud van de eigen identiteit en de verbondenheid met andere Nederlanders.

• De Nederlandse tolerantie ten opzichte van de joden bevatte tevens een flinke dosis onverschilligheid, wat zichtbaar werd in de toekenning en afschaffing van burgerrechten aan joden.

• Bekering van christenen tot het jodendom in de 17de eeuw is geen reële bedreiging voor de gereformeerde kerken geweest.

• Het zou fataal voor het christendom zijn om het jodendom volledig te begrijpen: door zulk een verstaan zou het Nieuwe Testament overbodig worden.

• Het recht om te leren is gebonden aan de plicht het geleerde te onderwijzen.

• Het uitoefenen van een beroep is een goede zaak, zolang er tijd over blijft om te leren.

Ook deze week citeren we nog iets uit de Classicale acta, die onder auspiciën van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis te 's-Gravenhage verschijnen, nu iets uit de classis Rotterdam onder de titel 'De spanningen in de classis':

'Rotterdam was een snel groeiende stad: van 15 tot 1622 vond een verdubbeling van het aantal inwoners plaats tot bijna 20.000. Ook de Hervormd gemeente nam in omvang toe. Terwijl het aantal predikantsplaatsen in Schiedam, de tweede stad van de classis, op het einde van deze periode twee bedroeg, groeide Hervormd Rotterdam uit van twee tot vier predikanten; daarbij kwam in 1591 ook nog de Waalse predikant, die tevens voorging in de Nederlandse gemeente en ook lid van de classis was Deze ontwikkeling laat zich ook illustreren aan de financiële bijdragen die beide gemeenten gaven voor de gehouden vergaderingen van de synoden droeg Rotterdam in 1583 13 gld. bij tegen Schiedam 8, in 1590 was de verhouding 18:9.

In de classicale vergaderingen namen de Rotterdamse predikanten een dominerende plaats in. Ze plachten namelijk niet slechts allen ter vergadering te verschijnen, wat toegestaan was, maar zij brachten ook allen hun stem uit, wat niet toegestaan was. In 1578 had namelijk de nationale synode van Dordrecht bepaald dat uit elke gemeente van een classis slechts één predikant en één ouderling zgn keurstemmen zouden hebben. Het was een regeling die in jaren niet was nagekomen, maar waarop Schiedam zich ging beroepen. Het eiste dat ook Rotterdam slechts twee stemmen in de classis zo uitbrengen zoals ook de andere gemeenten.

Er ontstond een strijd van jaren gedurende welke de classis deze netelige kwestie voor zich uit schoof en met compromisoplossingen kwam die geen van de partijen bevredigden. Men protesteerde door niet op de classis te verschijnen of boos weg te lopen. In 1604 kwam het tijdens een vergadering zover, dat de Rotterdamse gastheren aan de classis de gastvrijheid opzegden, zodat men noodgedwongen moest uitwijken naar het huis van de candidaat Adr. Smoutius, wiens examen op de agenda stond.

Onder leiding van de gedeputeerden van de synode werd tenslotte in 1609 een "acte van vereninge opgemaakt, waarin nauwkeurig omschreven stond hoe voortaan in de classis gestemd zou worden. Inmiddels had evenwel het conflict tussen "die van Rotterdam" en "die van Schiedam" zich vermengd met de strijd tussen de remonstranten en de contraremonstranten. Ook hierin stond het contraremonstrantse Schiedam tegenover Rotterdam waar de remonstranten in de meerderheid waren; deze strijd greep echter veel verder om zich heen en liet zich door geen acte van vereniging beslechten. Tijdens het Twaalfjarig Bestand kwam het tot een scheuring in de classis die bijna tien jaar zou duren.'

Sint Petersburg, waar een groep op kerkhistorische reis was (zie verslag ds. C. Blenk) wordt wel aangemerkt als één groot museum. Hieronder de afbeeldingen met beschrijving van twee kerken:

Opstandingskerk

'Deze kerk, die tussen 1883 en 1907 tot stand kwam, is in Oudrussische stijl gebouwd. Ze lijkt op de Basilius-kathedraal op het Rode Plein te Moskou (gebouwd tussen 1555 en 1560). Daarmee wijkt de kerk heel sterk af van de haar omringende architectuur van elegant classicisme: een vreemd eend in de bijt aan het einde van de vorige eeuw, toen St. Petersburg zich aan het uitbreiden was. Een breuk in de stijl, die veel kritiek te verduren en kreeg.

­Ze werd gebouwd op de plaats waar Alexander II in 1881 het slachtoffer werd van een aanslag van de revolutionaire organisatie "Volkswil". Daarom heet ze ook wel Verlosserskerk "op het bloed". Boven de met bloed besprenkelde steen in het plaveisel werd een baldakijn van halfedelstenen opgericht.

Vijf koepels bekronen het hoofdgebouw; ernaast staat een klokketoren met een vergulde koepel. Op de gevels van de aanbouw zijn mozaïekschilderijen te zien van de Russische sprookjesschilder Vasnotsov. Ook binnen zijn talrijke mozaïeken en diver soorten Italiaans marmer en Russische halfedelst nen te bewonderen. In totaal is op de binnen-en buitenmuren een oppervlakte van 7000 m3 met mozaïek bedekt.'

Isaakskathedraal

'Toen In 1858 na 40 jaar de bouw van de Isaakskathedraal was voltooid, had de stad er behalve de Petrus en Paulus-vestiging en de Admiraliteit een derde symbool bij, dat van ver te zien was. Ze behoort tot de prachtigste bouwwerken van de 19e eeuw. Na de Sint-Pieter in Rome en de St. Paul' Cathedral in Londen heeft ze de grootste koepel.

­De kathedraal dankt haar naam aan de heilige Isaak, op wiens naamdag Peter de Grote geboren is. Drie andere godshuizen hadden eerder op deze plaats gestaan: in 1710 de houten kerk Isaak van Dalmatië, vervolgens in 1717 en 1768 twee kerk van steen.

De architect Ricard de Montferrand ontwierp het uiterlijk van de huidige kathedraal. De bouw van zware kerk op de moerassige bodem bleek niet eenvoudig te zijn. Voordat de 112 dragende granieten zuilen (elk 130 ton) geplaatst konden worden moesten er 24.000 boomstammen in de grond geslagen worden.

Tussen 1842 en 1858 werd er alleen aan de inrichting gewerkt. Het Interieur van de kathedraal is bekleed met halfedelstenen en marmer. Aan het plafond ziet u schilderijen van K. Brüllow en F. Bruni.

Ongeveer 300 beeldhouwwerken sieren de binnen en buitenkant van het gebouw.

Sinds 1928 Is de Isaakskathedraal een museum. Als gevolg van de toenemende vrijheid van godsdienst vond in 1990 voor het eerst een kerkdienst plaats met de metropoliet van de Russisch-Orthodoxe Kerk en in januari 1991, voor het eerst sinds de herbestemming tot museum, zelfs een grote plechtig gevierde kerstdienst.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's