Wijsheid en vroomheid in de reformatie (2)
Laten we nu eens bezien hoe Calvijn over wijsheid en vroomheid dacht. Hoewel Calvijn zich daarover uitliet met eigen accenten en in een eigen context verschilt hij principieel toch niet van Luther, die hij zijn vader noemde.
De reformator van Geneve heeft hij niet minder dan Luther geijverd voor onderwijs en wetenschap. Zelf heeft hij niets anders gedaan dan leren. Ook al was hij leraar, hoogleraar, herder en leraar, hij wilde niets anders dan leerling van de Schriften zijn. En dat stempelt meteen zijn wijsheidsopvatting. Calvijn was geschokt door de onwetendheid van de mensen. Hij zag die als een oorzaak van goddeloosheid en misstanden. Niet voor niets noemt hij het geloof een vaste en zekere 'kennis'. Daar bedoelt hij niet alleen de verstandelijke, maar ook de hartelijke kennis mee. Het gaat in het leven om de ware wijsheid. Maar dan vragen we evenals bij Luther: wat verstaat Calvijn onder de ware wijsheid? In het eerste hoofdstuk van zijn Institutie (I.I.I ) gaat hij hierop in. Ik citeer: 'Nagenoeg de ganse hoofdinhoud van onze wijsheid, die verdient voor de ware en hechte wijsheid gehouden te worden, bestaat uit twee delen, de kennis van God en de kennis van onszelf. Deze twee hangen onafscheidelijk met elkaar samen. Het een kan niet zonder het ander.' We merken dus meteen weer dat echte wijsheid kennis is in de relatie met God. Deze wijsheid staat tegenover wereldse wijsheid. Nu is wereldse wijsheid op zich genomen niet zonder waarde voor Calvijn. Calvijn denkt hier minder in tegenstellingen dan Luther. Hij ziet het menselijk verstand, de rede als een gave van God, die God in de schepping heeft gelegd.
Deze scheppingsgave heeft, zelfs al is zij verduisterd door de zonde, toch een betrekkelijke waarde. In zijn commentaar op 1 Cor. 1 : 20 zegt Calvijn: Wat is er edeler dan de rede des mensen, waardoor de mens boven alle (andere) dieren uitmunt. Wat grote prijs zijn de vrije kunsten waardig, die de mensen alzo beschaven en polijsten, dat zij waarlijk menselijk en beleefd worden. En bovendien, hoe vele en uitnemende vruchten brengen zij voort? Wie zou de rechtsgeleerdheid, waardoor steden, vorstendommen en koninkrijken onderhouden worden, niet zeer hogelijk prijzen om van andere stukken te zwijgen.' Maar toch is dat alles geen ware wijsheid, zolang de mens God niet kent en erkent. Wanneer hij zijn wijsheid zoekt buiten het Woord van God. In datzelfde commentaar bij 1 Cor. 1 : 20 zegt Calvijn: De wetenschap van alle dingen is enkel rook, wanneer de hemelse wetenschap van Christus er niet bij is en de mens met al zijn scherpzinnigheid is even stompzinnig om uit zichzelf de verborgenheden Gods te verstaan als een ezel is om muziek te leren.' Pas wanneer de mens tot waarachtige vernieuwing komt door wedergeboorte ook van het verstand komt hij tot de ware kennis. Dan kent Hij God zoals Hij is en beziet hij zichzelf en de schepping en zijn taak daarin zoals God die heeft bedoeld. Dan komt de mens tot zijn bestemming: mens Gods te zijn, zoals hij zegt in vraag en antwoord 1 van de catechismus van Geneve (1542): Wat is de bestemming van het menselijk leven? Dat wij God, door wie wij geschapen zijn, kennen.'
Eer van God
Het is duidelijk dat we al sprekende over de wijsheid (de sapiëntia) bij Calvijn toch ook al bij het tweede begrip, de vroomheid (de pietas) gekomen zijn. Kort gezegd is vroomheid het leven naar Gods wil, tot zijn eer. Zo te leven is vrucht van het geloof in Christus. Het is een vroomheid die het hele leven omvat in zijn totaliteit.
Welnu, wijsheid die met die vroomheid gepaard gaat is echte wijsheid. Ontbreekt die vroomheid dan geldt wat Calvijn opmerkt bij Psalm 110:10: Want welke scherpzinnigheid en list er ook in wereldse mensen gevonden wordt, het voornaamste ontbreekt hun, nl. ware oprechte godsvrucht. Ware wijsheid openbaart zich in het houden van de Wet van God.'
Voor Calvijn ontvouwt zich vanuit deze grondhouding een breed terrein van het persoonlijk en kerkelijke en maatschappelijke leven. Zo kan men de talenten, die God zowel door de schepping als door de Heilige Geest heeft geschonken ontplooien. Het uiteindelijke doel is de 'vreze des Heeren'. Deze term uit de oudtestamentische wijheidsliteratuur zouden we zonder meer op Calvijns visie kunnen overbrengen.
Samengevat
Tot zover enkele denkbeelden van Luther en Calvijn over wijsheid en vroomheid. Als we de gegevens nog eens overzien kunnen we de volgende kenmerken noemen.
1. De reformatoren sloegen kennis en wetenschappelijke vorming hoog aan. Zij verachtten kennis en wijsheid niet. Zij kenden geen mijding, maar wijding van het verstand. Onwetendheid is, zoals ze hadden gezien een bron van dwalingen en goddeloosheid.
2. Het gaat hen om de ware wijsheid. Er is een wereldse, menselijke en een bijbelse, goddelijke wijsheid. De laatste is de ware wijsheid. Andere wijsheid, zoals de humanistische, die hoog kan klimmen en ook voor Calvijn een betrekkelijke waarde heeft, schiet toch te kort. Wijs zijn is niet alleen wijs zijn in aardse, maar in geestelijke zaken, niet alleen in tijdelijke maar in eeuwige zaken. Hoewel Luther en Calvijn ieder eigen accenten leggen, stemmen zij toch hierin overeen dat ware wijsheid (sapiëntia) met vroomheid (pietas) gepaard gaat. De ware vroomheid is bron voor de wijsheid en de wijsheid is bron voor de vroomheid.
3. De uiteindelijke toetssteen voor wijsheid is het Woord. Ware wijsheid verdiept zich in het Woord en ontvangt van daaruit zijn schatten en gaven. Elke wijsheid die in stnjd is met het Woord dient te worden afgekeurd en als dwaasheid bestreden.
4. De wijsheid, die met vroomheid gepaard gaat, omvat het hele leven. Ze gaat gepaard met tucht, zodat het leven omgebogen wordt naar Gods wil. Zo kan men zijn/haar talenten ontplooien tot eer van God en ten dienst van de naaste.
2. Drie schoolhervormers: Melanchthon, Joh. Sturm en Cordier
We willen nu eens zien hoe deze grondgedachten gestalte hebben gekregen in het maatschappelijke leven. Het gaat hierbij om de lijn naar de scholen ten tijde van de Hervorming. De reformatoren zelf hebben, zoals we al bijvoorbeeld bij Luther zagen sterk aangedrongen op de oprichting van scholen. De een zag hier een taak voor de overheid, de ander voor de kerk, anderen voor beide. Maar overal gaat de reformatie van geloof en kerk gepaard met een brandend verlangen dat zoveel mogelijk jongeren zo goed mogelijk onderwijs ontvangen. Plastisch zegt Luther: 'Op goede scholen worden van wilde dieren mensen gemaakt en mensen onderhouden, zodat ze niet weer wilde dieren worden.' In zijn schrijven aan de stadsbesturen schrijft hij: 'Mijn bedoeling is, de jongens een uur of twee per dag naar school te laten gaan, zodat zij de rest van de dag in huis bezig kunnen zijn, een handwerk leren of wat men maar wil, zodat men het een en ander bereikt, terwijl zij nog jong zijn en de tijd hebben. Anders brengen zij toch tienmaal zoveel tijd door met knikkeren, hardlopen, ballen en stoeien. Zo heeft ook een meisje best de tijd om een uur per dag naar school te gaan en toch in haar huis bezigheden te verrichten; zij brengt toch heel wat meer tijd door met slapen, dansen en spelen.'
Van Calvijn zouden soortgelijke uitspraken te noemen zijn. Daarom constateren we dat de reformatoren wilden dat hand in hand met de kerkelijke reformatie ook de scholen zouden worden hervormd.
Het is opvallend dat steeds in de buurt van een reformator een onderwijsman gevonden wordt, die de scholen gaat hervormen. Naast Luther staat Melanchthon in Wittenberg, naast Bucer in Straatsburg staat Johannes Sturm en naast Calvijn in Geneve staat Cordier. Deze mensen in het onderwijs waren sleutelfiguren in de reformatiebeweging. Zij waren het die de reformatorische denkbeelden doorvertaalden in schoolprogramma's en zo een wezenlijk aandeel aan de hervorming leverden.
We willen nu bij elk van deze drie: Melanchthon, Joh. Sturm en Cordier kort stilstaan. Wie waren zij en hoe gaven zij de grondgedachte van wijsheid en vroomheid gestalte in hun onderwijs?
Philippus Melanchthon
Allereerst dan een blik op Melanchthon, de tijdgenoot "van Luther, wie hij de schoolhervorming in handen gaf. Melanchthon was een vriend van Luther, een briljant geleerde, die o.a. Grieks doceerde in Wittenberg en op wiens naam we de Augsburgse Confessie en de Loci Communes (de eerste prot. dogmatiek) mogen schrijven. Hij was zowel theoloog als onderwijsdeskundige. Met name de verbinding tussen de theologie en de kennis der talen had zijn belangstelling. In die zin was hij een humanist. Geen humanist in de moderne zin van het woord, maar in de klassieke zin, namelijk iemand, die kennis vergaart via de bronnen, de klassieke schrijvers. Melanchthon heeft het onderwijs in Duitsland hervormd. Men noemt hem niet voor niets de praeceptor Germaniae (de meester van Duitsland). Zijn denkbeelden hebben grote invloed gehad. Ik citeer: 'Melanchthon heeft in veel steden scholen gesticht, het leerplan van de Duitse universiteiten grondig herzien, honderden pedagogen opgeleid. Toen hij stierf was er nauwelijks een stad in Duitsland, waar niet een hoogleraar of magister werkte, die hem als leermeester had gehad. Men kan wel zeggen dat alle belangrijke scholarchen van zijn eeuw direct of indirect door hem zijn gevormd of althans sterk beïnvloed. 'Melanchthon bemoeide zich vooral met de hogere opleidingen. Hij wilde dat juist daarin wijsheid en vroomheid (sapiëntia en pietas) met elkaar verbonden werden. Tot zijn vreugde heeft hij zijn onderwijskundige ideeën gestalte zien krijgen in de school te Neurenberg. Dat was een school tussen de Latijnse school en de universiteit in. Hij wilde namelijk daarmee de kloof tussen de Latijnse scholen en de universitaire wereld overbruggen.
Om de bedoelingen van Melanchthon te typeren geven we twee voorbeelden. Toen de school te Neurenberg geopend werd mocht Melanchthon de openingstoespraak houden. In die toespraak zei hij onder andere dit: 'In dit gevaarlijk tijdsgewricht moet uw ijver dubbel gewaardeerd worden, nu we midden in een storm leven, waarin het rijk, de letteren en de wetenschap dreigen onder te gaan. Wanneer gij op deze weg voortgaat, zult ge beschouwd worden als mensen die de beste wijze van landsverdediging hebben gevonden, want meer dan door stenen muren en ijzeren bolwerken zullen de steden in stand blijven en beroemd worden door kennis, wijsheid, deugd en vroomheid van hun burgers. Als iemand weigert zich in te spannen voor de juiste opvoeding van zijn kinderen, zondigt hij op een beestachtige manier. Immers, een der dingen, waarin het grote onderscheid tussen mensen en dieren blijkt, is dit, dat de laatste niet zorgen voor hun nakomelingschap bij het opgroeien. De mens moet zijn kinderen niet alleen voeden tijdens hun prille jeugd, maar ze ook bij het opgroeien geestelijk en zedelijk opvoeden. Ik bid, zo eindigt hij, dat Christus dit belangrijke werk hier in Neurenberg zal zegenen en in genade zal neerzien op uw raad en op degenen die hier studeren.' Het tweede voorbeeld vinden we in de wijze waarop Melanchthon de wetenschap beziet. ledere wetenschap heeft een dubbele opdracht. Zij moet op haar eigen gebied en met eigen middelen de mens helpen, maar ze moet hem tegelijk de weg wijzen naar de kennis van God. Niet in de dienst aan de mens, in de dienst aan God vindt ze haar laatste zin, haar eigenlijke doel. Alle wetenschappen samen wijzen boven zichzelf uit naar de Eeuwige, Schepper en Verlosser. Ze lijken op een groot bergmassief, dat van alle kanten opstijgt naar een centrale top, waarin zij hun laatse bedoeling en daarmee hun eenheid vinden. Melanchthon gebruikt ook het beeld van een koor, waarin de verschillende stemmen zich samenvoegen tot de ene lof die God wordt toegebracht.'
Toespraak gehouden bij de opening van het cursusjaar van de Evangelische Hogeschool te Amersfoort 1995-1996, engiszins omgewerkt. De bronvermelding is weggelaten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's