De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Danken is klein worden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Danken is klein worden

4 minuten leestijd

En de HEERE zag Abel en zijn offer aan, maar Kaïn en zijn offer zag Hij niet aan. (Gen. 4 : 4B, 5A)

Tot de weelde van dit jaargetijde behoort de afronding van de oogst. Wereldwijd is hier en daar gebrek aan alles. (Verstaan wij onze verantwoordelijkheid daarin? ) Wij mogen God danken voor nooddruft en voor overvloed. Ook al zijn er steeds meer zorgen in de visserij, in de land-en tuinbouw, en ook in allerlei takken van arbeid door verdergaande automatisering. Maar toch er is nog reden tot dankbaarheid voor alles wat we ontvangen.

Ook Kaïn en Abel denken aan de Gever en danken Hem. Kaïn, hij is een man van formaat. Abel, hij is als mistwolk die voorbijgaat. Dankbaarheid, in het denken aan de Gever van alle onverdiende weldaden, is niet afhankelijk van onze status in de samenleving. Dankbaarheid heeft meer met ons hart te maken dan met ons banksaldo. Een zieke die al jarenlang aan bed gekluisterd is, kent soms veel diepere dankbaarheid dan een succesvolle HBO-er. Want God, Hij heeft het zwakke der wereld uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen.

Kaïn heeft zijn vader misschien wel eens horen zeggen dat aan Gods zegen alles gelegen is. Daarom offert Kaïn bij gelegenheid in een dankstond aan de HEERE iets van de opbrengst van het land. Voorbeeldig, nietwaar? Wie volgt?

Abel volgt. En dan lezen we in de Hebreeënbrief: door het geloof heeft Abel een meerder offer aan God geofferd dan Kaïn, en daarom was Abel rechtvaardig voor God.

Uiterlijk is er geen verschil te zien. Innerlijk des te meer. Abel denkt met zijn hart aan God, en is dankbaar. Kaïn denkt met zijn hoofd aan God, en is ondankbaar. Wat kunnen mensen zonder genade toch ontzettend vroom lijken. Het lijkt net echt. Maar Kaïn is alleen maar blij met een grote oogst. Abel is de God van de oogst dankbaar.

Abel, zou zijn naam ook niet iets zeggen over zijn hart? Abel, de geringe, buigt óp dankdag diep. In zijn hart leeft verwondering dat God naar hem omziet. Er stamelt iets van: o God, wie ben ik, dat U naar een mens als ik, een ijdelheid, een damp, een stofje, omziet. Dat U mijn God wilt zijn, dat ik U dienen mag. Dienen ook in dat hele gewone leven van mij. Abels hart breekt voor de Heere. Hij is klein voor de grote God.

Daar kan Kaïn nog iets van leren. Hij is zo groot van God.

Misschien kunnen wij daar ook iets van leren. Echte dankbaarheid is dat je je klein voelt. Klein van dankbaarheid omdat je mag leven, mag werken, mag studeren, en mag genieten van zoveel goeds wat het leven biedt.

Voor dankbaarheid is nodig een hart dat breekt onder Gods grootste genadegave. De gave van Zijn Zoon. Zien wij trouwens in Abel niet iets doorschemeren van de Heere Jezus? Heeft God in Christus niet Zelf de gestalte aangenomen van het zwakke en geringe? Denk maar aan Jesaja 53.

Jezus offerde Zichzelf totaal op tot Gods eer en ten onze nutte. Zo klein, werd Hij, zo diep boog Hij aan het hoge kruis. En wat is Zijn offer aangenaam in Gods oog. Ook in uw, jouw oog? Mijn ondankbaarheid kostte Jezus het leven. Is dat geen reden tot eeuwige dankbaarheid?

Dankdag 1995. Het is tijd om klein te worden onder al Gods onverdiende weldaden. Vooral klein onder het offer van de Heere Jezus.

Danken is een moeilijk werk. Is een onmogelijk werk voor de natuurlijke akker van ons hart. Die akker dient geploegd te worden, herschapen. Het is de Heilige Geest die daar steeds weer mee bezig is vanuit het Woord. De Geest die ons leert de holle en lege bedelaarshand van het geloof op te houden. En dat gaat gepaard met de bede: Heere, zie op mij in gunst van boven. Wees mij toch genadig Heer. Dat is echte dankbaarheid: dicht blijven bij de Heere. Klein aan de voet van het kruis. Stil, onder zoveel genade.

Laten wij, in voor-en tegenspoed, nu de oogst vrijwel is ingezameld, biddend verlangen naar het mogen delen in de oogst van Christus' sterven en opstanding. Om eeuwig God te loven en te danken voor alles wat Hij ons aan genade en zegen geschonken heeft. En zal Hij Die zelfs Zijn eigen Zoon voor ons niet heeft gespaard, ons ook met Christus niet alle dingen schenken?

Van U zijn alle dingen,
van U o God alleen,
van U de zegeningen,
o hoorder der gebeên!
Uw liefd'en trouw omringen
mijn wankelende schreên,
en wat w' ooit goeds ontvingen,
het is van U alleen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Danken is klein worden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's