De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

H. S. Benjamins e.a. (red.), Evangelie en Beschaving. Studies bij het afscheid van Hans Roldanus, 246 blz., Boekencentrum, Zoetermeer 1995.

In deze bundel, aangeboden aan de Groningse kerkhistoricus ter gelegenheid van diens afscheid, komt een belangwekkend thema aan de orde, namelijk de wisselwerking tussen de evangelieverkondiging en de cultuur, waarin dit evangelie klinkt en waarin de kerk als schepping van het Woord haar plaats heeft. Niet alleen is het voor historici een aangelegen thema, maar niet minder raakt het allen die betrokken zijn bij de vraag naar de wijze waarop we het evangelie hebben over te dragen en welke gestalte de kerk ook in de toekomst dient aan te nemen. Het woord 'wisselwerking' spreekt boekdelen, omdat daarin tot uitdrukking komt, dat het evangelie van Christus wat uitwerkt in een cultuur, maar omgekeerd moet ook gezegd worden, dat de cultuur van invloed is op de gestalten van prediking, kerkzijn, missionair en diaconaal werk. Juist de ontmoeting met de kerken in Afrika, Azië en Latijns-Amerika scherpen onze blik er voor, dat we in het verleden maar al te zeer de neiging gehad hebben het evangelie te vereenzelvigen met bepaalde vormen van westers christendom. Omgekeerd dienen we altijd weer op onze hoede te zijn .voor een cultuurchristendom, waarin kerk en prediking zich restloos aanpassen aan de heersende cultuur.

Verschillende aspecten worden in dit boek besproken. Zo vraagt Luttikhuis naar de inhoud en de implicaties van de verkondiging van Jezus aangaande het ophanden zijnde rijk van God. Zijn opstel beweegt zich in de gangbare trend van het onderzoek naar de historische Jezus en mist daardoor m.i. belangrijke theologische aspecten. Hilhorst laat aan de hand van Handelingen 7 : 48-50 zien hoe de verschillende visies op de tempel zich weerspiegelen in de kijk op het kerkgebouw: erk als sacramentele ruimte of als vergaderplek. Bremmer analyseert de verschillende berichten over de bekering van Constantijn de Grote. W. Rordorf gaat na op welke wijze Socrates in de vroeg-christelijke literatuur ter sprake komt. Hoe hoog men Socrates ook waardeerde, zelden of nooit worden Socrates en Jezus tegenover elkaar geplaatst. Juist de dood van beiden openbaar het diepe verschil. Brennecke beschrijft het kersteningsproces in de Germaanse wereld. Spannend blijkt in dit gebeuren in hoeverre men vast wilde houden aan een eigen Germaanse identiteit. Wat dan vaak impliceerde een vasthouden aan de leer van Arius. Knetsch geeft een boeiend verhaal over de schoolpolitiek van de classis Dordrecht in de periode 1573-1620. Aandacht voor het onderwijs betekende bevordering van de alfabetisering, terwijl de classis er op toezag dat dit onuerwijs in gereformeerde zin gegeven werd. Hoedemaker gaat in zijn bijdrage in op de oecumenische discussie ter voorbereiding van de Assemblee van Harare in 1996: het evangelie in verscheidene culturen. Contextualiteit, secularisatie, de pluraliteit van de wereldsamenleving alsmede een veranderend cultuurbegrip vragen om een andere bepaling van de relatie tussen evangelie en cultuur. Zonder de problemen die hier liggen te ontkennen, vraag ik me toch af of de uniciteit van de Schrift als gezaghebbende bron en norm, alsmede het werk van de Geest, die in alle waarheid leidt in deze beschouwingen niet onderbelicht worden. Dingemans geeft een evaluatie van het politiekmaatschappelijk spreken van de Hervormde Kerk na 1945. Hij neemt radicaal afscheid van de kersteningsgedachte in de zin van de kerkorde van 1951. Trefwoorden zijn in zijn ontwerp: intensieve communicatie, samenlevingsberaad, dialoog, argumentatie. Hij neemt radicaal afscheid van noties als theocratie en kerstening en verzet zich dan ook tegen de vertaling 'koningsheerschappij', die z.i. voedsel geeft aan onbijbels machtsdenken. Het Griekse woord voor 'koninkrijk' wil hij vertalen met 'vrede-rijk', waarin beraad, consensus en belangeloze dienst overheersen. Bij alle begrip voor zijn bezwaren tegen een massieve kersteningsgedachte en een al te gemakkelijk spreken over de profetische taak van de kerk blijft voor mij toch de vraag of er vanuit de belijdenis dat Jezus Christus de Kurios, de Heer is, niet meer gezegd moet worden dat Dingemans doet. Kan men de taak van de kerk reduceren tot meepraten? Heeft de kerk in een geseculariseerde cultuur niet ook iets te zeggen wat nergens anders gezegd wordt en wat ook niet uit een beraad opkomt? Is er ook niet de dimensie van de apostolische prediking als verkondiging van Gods waarheid in de samenleving en de cultuur? Ook een minderheidskerk in een plurale cultuur blijft immers een getuigende en profetische taak houden. Al wil ik best met Dingemans daarbij veel nadruk leggen op de helende en diaconale dimensie van dit getuigenis. Maar het diaconale zonder hét profetische kan snel vervallen tot algemeen sociaal welzijn. Dat de kerk vooral meepraat via haar kerkleden en niet via ambtelijke vergaderingen, lijkt me één kant van de waarheid. Het terechte verzet tegen bureaucratie en de radenregering mag niet zover gaan, dat daarmee de ambtelijke vergaderingen monddood gemaakt worden. Dat lijkt me teveel eer aan de moderne democratiseringsidee. Leerprocessen zijn voor de christelijke gemeente in de huidige cultuur van groot belang. Een open houding en een bescheiden opstelling zijn een eerste vereiste. Maar toerusting in de christelijke gemeente vanuit de Waarheid, die vrij maakt is meer dan informatievoorziening. De vraag blijft voor mij dan ook of een leerproces niet kan samengaan met een profetisch spreken. Juist bij Dingemans ontkom ik niet aan de gedachte van een aan passing aan de vormen van een plurale en geïndividualiseerde cultuur. Je krijgt het gevoel, dat de taak van de kerk in de samenleving opgaat in humanisering. Dat is stellig belangrijk, maar in de dienst van de kerk gaat het toch ook om het getuigenis: Erken, dat de Heere God is!

De bundel — ingeleid door een biografische schets en afgesloten door een lijst van Roldanus' publikaties — behandelt het thema in een rijke variatie. De lezer wordt via de historie op het spoor gezet van actuele discussies. Terzake van de vraag van geloof en cultuur geeft het verleden te denken, in meer dan een opzicht. Al blijft het waar dat we in onze (wereld)samenleving ook voor uitdagingen staan, die het verleden zo niet gekend heeft. Vergis ik me, als ik zeg, dat de bezinning op de relatie tussen evangelie en cultuur onder ons vaak verwaarloosd is als gevolg van een wat tijdloos theologiseren? Hoe dat ook moge zijn, we zullen er in de komende tijd in meer dan een opzicht mee te maken krijgen. Graag beveel ik dit boek ter bestudering aan aan allen, die be­ trokken zijn bij de missionaire vragen en in het kerkewerk met dit thema te maken hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's