Uit de Pers
Gezin en geluk
Opmerkelijk is de aandacht voor het gezin in de pers, met name na het recente pleidooi van de fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer Heerma voor extra aandacht voor het gezin bijvoorbeeld door een minister voor Gezinszaken in een volgend kabinet te benoemen. Alle partijen, op Groen Links na, stemden met deze extra aandacht voor het gezin in, laten we hopen op eerlijke gronden en niet uit opportunisme. Sommigen onderstrepen dat het de laatste tien jaar in ons land eigenlijk niet eens zo slecht gaat in veel gezinnen binnen onze samenleving. In Hervormd Nederland verscheen enkele weken geleden een artikel onder het opschrift 'Het zwakke gezin is een mythe' met een tussenkop die meldt 'Per saldo groeien er nu meer kinderen op bij hun biologische ouders dan 10 jaar geleden'.
Al is zo'n mededeling positief bedoeld, je hoort daarin tegelijk een geweldige hoeveelheid leed, kinderleed vooral, in doorklinken. In dezelfde aflevering van Hervormd Nederland (21 oktober 1995) staat een gesprek te lezen met Paul Schnabel, socioloog en hoogleraar geestelijke gezondheidszorg. Dit naar aanleiding van een onlangs verschenen publikatie van zijn hand 'De weerbarstige geestesziekte'. Het thema van zijn boek betreft het verschijnsel van de 'gehechtheid aan het ongeluk'. Hij bedoelt ermee aan te geven hoeveel moeite het kost om psychisch lijden te behandelen.
En die moeite zit dan vooral bij de psychisch zieke zelf. Schnabel doet in het hier geciteerde gesprek de opmerkelijke uitspraak dat de mens kennelijk, niet voor het geluk geboren is. Hij betrekt in de toelichting bij deze uitspraak de plaats en functie van het gezin, vandaar het volgende citaat uit het gesprek met hem:
De mens is niet voor geluk geboren, is de slotzin van Schnabels boek. Een tegendraads geluid. Gezondheidsbladen, tv-reclames, spirituele therapieën, de hedendaagse cultuur, dragen uit dat het gezonde in de mens staat te springen om zich te openbaren. Dat de ten goede werkende krachten sterker zijn dan de destructieve. Als je dat positieve maar toelaat. 'Mensen hebben zichzelf niet dermate in de hand. Ze zijn geen baas in eigen huis. Het is een illusie van de moderne samenleving dat mensen zichzelf kunnen maken. Dat kunnen ze maar tot heel beperkte hoogte. Sommige mensen hebben veel geluk, en zijn dus gelukkig. Anderen doen er veel voor en scheppen hun eigen geluk. Maar veel mensen zullen zich maar weinig gelukkig voelen.'
Na je kindertijd ligt het vast of je een kans hebt op geluk of dat die je niet gegeven is. 'In de eerste levensjaren wordt het karakter gevormd. Na de eerste paar jaar is een heleboel definitief vastgelegd, laat al het onderzoek zien. De manier waarop er met je is omgegaan, bepaalt of het mogelijk is om gelukkig te worden. Als dat fout gaat, als niemand van je houdt, je geen fatsoenlijke verzorging en aandacht krijgt, er geen continuïteit is in je dagelijkse bestaan, is de kans op een gelukkig leven minimaal. In TBS-klinieken vind je niemand die een gelukkige jeugd heeft gehad.'
In de opvoeding wortelt de kans op psychische gezondheid en geluk. Schnabel schrijft: 'Er zijn aanwijzingen dat de nu meest wenselijk geachte opvoedingssituatie voor kinderen de kans op een hoge mate van kwetsbaarheid eerder lijkt te doen toenemen dan de kans op een positief te waarderen vergroting van de belastbaarheid.' Maakt onze opvoeding kinderen kwetsbaar? '
Zoals het nu is, hebben veel kinderen buitengewoon mooie kansen. Er is aandacht en liefde voor het eigen persoontje van het kind. Als alles goed gaat is het perfect: aardige ouders, tijd, geld en aandacht. Zulke kinderen kunnen zich later de luxe permitteren om aardige mensen te zijn. Aardig kunnen zijn 'zonder angst dat je wordt weggemaaid is een luxe! Maar een bedreiging voor de ontwikkeling van kinderen is dat het Nederlandse gezin zo klein en gesloten is geworden. Dat maakt het systeem kwetsbaar. Als ouders uit elkaar gaan zijn er geen andere volwassenen en halfvolwassenen die als buffer kunnen dienen. Opa en oma zijn ver weg, of hebben hun eigen beslommeringen. In Nederland is eerst de voordeur dicht gegaan en daarna ook de achterdeur. Bindingen buiten het gezin zijn losser en vluchtiger, dat is een echte verandering in de samenleving. Er groeien uit die nieuwe situatie mensen met veel uitgesprokener persoonlijkheden, maar er is ook meer risico op vervormde mensen.'
'We hebben een veel te rooskleurig beeld van het gezin', aldus de bekende Amsterdamse psychiater prof. dr. A. van Dantzig in een gesprek dat De Volkskrant zaterdag 28 oktober 1995 met hem had, ook naar aanleiding van het verschijnen van een boek van zijn hand met als titel 'Is alles geoorloofd als God niet bestaat? — Over geestelijke gezondheidszorg en maatschappij'. Hij raakt ergens in het gesprek de problematiek gezin en incest aan.
— Terwijl de geestelijke gezondheid, zoals u schrijft, nog steeds op het niveau van de lichamelijke zorg verkeert uit de tijd dat kinderen kromme benen hadden; omdat men nog geen begrip had van vitamine D.
'Ook zoiets. Bij zijn geboorte valt een kind onder zuigelingenzorg, thuiszorg, inentingsprogramma's, schoolarts. De lichamelijke gezondheid wordt tot de puberteit intensief begeleid: preventief en curatief. Terwijl zoiets absoluut niet bestaat voor de geestelijke gezondheidszorg. En terwijl we weten hoeveel kinderen er mishandeld worden. Slachtoffer van incest zijn.'
— Daarom roept u de lezer toe: vraag u af waar het bevolkingsonderzoek naar incest blijft?
'Een probleem los je niet op door het niet te erkennen. Waar blijft inderdaad de campagne om incest op te sporen? Zoals dat wel het geval is bij borstkanker? Incest wordt bestreden als het is aangetroffen. Maar het gaat over duizenden kinderen, iedere dag in Nederland, van wie we weten dat ze bestaan. De minister, de verzekeraars, de ouderinstellingen en de pedagogiek moeten zeggen: we kunnen toch niet in een klas met kinderen werken van wie er twee met een incestueus probleem zitten? Zo van: die gaan we even de zijrivieren van de Donau leren? Als er een kind in de klas zou zitten met een abces op z'n hand, zouden ze niet rus ten voordat het bij de dokter was.' In zijn buitenverblijf in het bosrijke Epe ('de gedachte om me met de zaak-Jolanda te bemoeien kwam geen moment bij me op') vertelt Van Dantzig over een internationale nascholingscursus, waarop hij onlangs schokkende feiten over verborgen incest hoorde. 'We hebben een veel te mooi beeld van het gezin, ' zegt hij, een blokje in het vuur werpend, 'De toekomstige CDA-minister die zich de minister van het Gezin gaat noemen, zal nog raar opkijken als hij de hoeksteen van de samenleving gaat doorlichten.'
Daar zal prof. Van Dantzig wel gelijk in hebben. Wie bij de Bijbel tracht te leven, ook in zijn gezinsleven, weet van de moeiten die het kost, kinderen de inhoud ervan door te geven juist in deze tijd. Onlangs verscheen van de hand van dr W. ter Horst een nieuwe publikatie over deze vragen onder de titel 'Wijs me de weg! Mogelijkheden voor een christelijke opvoeding in een post-christelijke samenleving'.
Gezin en opvoeding
Eveneens in Hervormd Nederland (9 september 1995) wordt dr. Ter Horst geïnterviewd over genoemd geschrift van zijn hand. 'Echtheid' is één van de pijlers van de christelijke opvoeding, vindt Ter Horst. 'Alleen de opvoeder die echte gevoelens deelt met een kind, kan het hart van een kind bereiken. Als kinderen worden ingewijd in het vinden van Gods verborgen omgang, gebeuren er wonderen'.
Thuis in Heino, in een prachtige tuin, vraag ik Wim ter Horst hoe je kinderen leert die oases te beleven en hoe je ze leert zich te wapenen op hun weg door de woestijn en de diepe duisternis. 'Ja, je moet kinderen leren hun hart te openen, maar niet te snel. De EO, 'open je hartje voor de Heer', is te snel. Bescherming en verzorging, dat komt eerst. Dat heeft alle aandacht nodig voor je naar het hart toe kunt, naar de geheimen van het leven: het geheim van kunst, van muziek, van religie, het geheim van de liefde.'
Een kind dat zich niet veilig voelt, kan niet ontvankelijk zijn voor die geheimen. Kinderen bied je veiligheid door hun gevoelens serieus te nemen, is de 'eye-opener', zegt Ter Horst, waarmee de Engelse psychiater John Bowlby de pedagogiek heeft verrijkt. Ter Horst onderschrijft de grote waarde van Bowlby's gehechtheidstheorie. Een kind dat weet dat hij met negatieve gevoelens bij zijn ouders terecht kan, voelt zich veilig. Zo'n veilige basis is de best mogelijke garantie voor de intellectuele, sociale, emotionele en religieuze ontwikkeling. Een kind dat zich niet veilig voelt, verpakt zijn hart in wat Ter Horst noemt een dressaat. Soms vindt het nooit de weg terug. 'Een pantser, of een harnas, kun je het ook noemen. Ik gebruik het woord dressaat om het woord neurose te vermijden.' Een pantser of dressaat dient ter bescherming. Waarom biedt het een kind geen echte weerbaarheid? 'Een pantser biedt wel weerbaarheid, maar je hebt er ook last van. Het redt je, maar je verliest ook veel. Ik heb in mijn werk veel 'moeilijk opvoedbare' meisjes meegemaakt met pantsers van afweer: alle mannen zijn beesten. Ik heb niemand nodig. Zo'n pantser redde zo'n meisje van het in stukken uit elkaar vallen. Maar een harnas maakt je tegelijkertijd geweldig afhankelijk en contactgestoord. Ik herinner me een meisje, met wie ik samen wel eens zong Kom uit je harnas mijn liefje, op de wijs van Kom uit de bedstee, mijn liefste, dat toen een hit was. Zij kon dat zingen, want ze had bewust last van haar harnas van afweer.'
Om kinderen weerbaar te maken, zijn pantsers niet nodig? 'Nee, het serieus nemen van gevoelens biedt de basis voor echte weerbaarheid.'
Dr. Ter Horst onderstreept dat een kind met zijn gevoelens niet alleen gelaten mag worden. Het wil geborgenheid en verbondenheid voelen in het huis en het gezin waarin het opgroeit. 'Het bieden van bescherming en verzorging zijn de hoofdtaken van de opvoeder... Kinderen moet je leren dat leven meer is dan consumeren en presteren...'
Het gezin welgezind
Dat is de naam van het actieplan van het GPV, dat eerder dit voorjaar verscheen. Het jubileumcongres van de Groen van Prinstererstichting, het wetenschappelijk bureau van het GPV, koos als thema 'Gezin: hoeksteen of sluitpost'. In De Reformatie (26 augustus 1995) licht mevr. M. Wilcke-v. d. Linden een en ander toe. De aandacht die CDA-er Heerma kreeg met zijn vermelde oproep, komt veeleer de drie kleine christelijke partijen toe dan het CDA, dat zich in de jaren dat ze regeringsverantwoordelijkheid droeg vaak liet meenemen in het eigentijdse denken. Veel overheidsbeleid droeg de laatste jaren een sterk gezinsonvriendelijk en gezinsontmoedigend gezicht. Intussen komt men enigszins van deze weg terug kennelijk in onze samenleving. Mevr. Wilcke schrijft naar aanleiding van het hier genoemde actieplan tenslotte:
Het is een plan dat een integraal gezinsbeleid voorstaat, omdat de positie van het gezin op veel terreinen van het leven aan de orde kan komen. Zeker als het gaat om de voorwaarden voor een goed gezinsleven, mag de overheid niet aan de kant blijven staan. Erkend moet worden dat er veranderingen in de maatschappij zijn, waar de overheid niet of nauwelijks invloed op heeft. Te denken is aan de grote invloed van de televisie op het gezinsleven.
De tijd waarin het actieplan wordt gepresenteerd, is gunstig. De maatschappelijke discussie gaat weer in de richting van eerherstel van normen en waarden. Ondanks de koudwatervrees voor het traditionele gezin, komen steeds meer sociale wetenschappers tot de ontdekking dat het traditionele gezin zo gek nog niet is. Dat het een veilig en stabiel toevluchtsoord kan vormen waarin ieder zich geborgen voelt en zich gerespecteerd weet. Nu de samenleving de gevolgen ondervindt van de individualisering, is het GPV bij de tijd als ze opnieuw de aandacht vestigt op het gezin als fundamenteel samenlevingsverband. Omdat het gezin 'samenhang en vitaliteit geeft aan de maatschappij.'
In dit actieplan bepleitte ook al het GPV 'een bewindspersoon die de plannen van ieder departement moet doorlichten op gezinsvriendelijkheid... een coördinerend bewindsman of - vrouw voor gezinszaken'. Tenslotte, we zien hoe wijs Gods inzettingen zijn die we slechts tot grote schade van ons en de onzen kunnen loslaten. Terugkeer tot Gods inzettingen alleen brengt heil voor ieder mens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's