De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

2 minuten leestijd

H. E. S. Woldring (red.), Identiteit en tolerantie, Nederlandse filosofen aan het begin van de nieuwe tijd, uitg. Ambo, Baarn, 1995, 181 blz., ƒ 39, 90.

Dit boek omvat de uitgewerkte teksten van lezingen die in het najaar van 1993 gehouden werden aan de VU, in het kader van een 'studium generale' bij de faculteit der Wijsbegeerte. De auteurs zijn op twee na ook allen verbonden aan de VU. Ze bespreken zeven denkers, die gedurende de 14e tot 17e eeuw in Nederland actief waren en die elk op hun eigen manier tegen de stroom van hun tijd oproeiden. Door hun afwijkende levensbeschouwelijke identiteit kregen ze allen te maken met diverse vormen van intolerantie. Sommigen reageerden daarop door zelf tolerantie ten opzichte van andersdenkenden te propageren (Erasmus, Coornhett, Hugo de Groot, Comenius en Spinoza), anderen daarentegen wa­ ren of werden zelf niet minder intolerant (Geert Grote, Anna Maria van Schurman).

Redacteur Woldring maakt er in zijn inleiding geen geheim van dat zijn sympathie naar de eersten uitgaat, terwijl hij de laatsten 'halsstarrige fixatie' en 'ernstige geborneerdheid' (bekrompenheid) verwijt (p. 25). Zulke oordelen weerspiegelen uiteraard de eigen overtuiging, waarin aan tolerantie zonder meer de hoogste prioriteit toegekend lijkt te worden boven andere levensbeschouwelijke waarden. Gesuggereerd wordt daarbij, dat men aan het spanningsveld tussen levensbeschouwelijke identiteit enerzijds en verdraagzaamheid jegens anderen anderzijds alleen kan ontkomen door de eigen waarheidsaanspraken te relativeren. Op die gedachte is m.i. wel het een en ander af te dingen.

De diverse opstellen zijn er intussen niet minder boeiend om. Ze laten trouwens ook zien dat absolute waarheidsclaims wel degelijk verenigbaar zijn met een opkomen voor maatschappelijke verdraagzaamheid (bijv. bij Spinoza). Vooral het uitvoerige opstel over Coomhert trof mij als erg instructief, ook over zijn theologische opvattingen. En verder blijft natuurlijk het optreden van Anna Maria Schurman — briljant leerlinge van Voetius, later uit onvrede over de kerkelijke lauwheid volgelinge van De Labadie geworden en in onze tijd 'ontdekt' door het feminisme — fascineren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's