Ziek, en toch hoop op leven
Verlos mij, om Uw goedertierenheid. (Psalm 6:5b)
In psalm 6 speelt Davids leven zich af op een heel klein stukje grond. Op die vierkante meter waar slechts de roep om genade overblijft. Hij ligt op de grond aan Gods voeten. Hij erkent dat hij straf heeft verdiend. Maar tegelijk roept hij om clementie, om genade.
We krijgen de indruk dat David Gods afwijzend oordeel over zijn leven ervaart in een ziekte.Voor David in psalm 6 hebben zonde en ziekte iets met elkaar te maken. Dat hem het graf voor ogen staat heeft te maken met zijn schuld voor God.
Met die beleving staat David niet alleen. Zoiets ervaren meer zieken. Wanneer je beseft dat je levensdagen naar het einde gaan neigen, zakt heel je leven wel eens in elkaar. Wat heb je van je leven terecht gebracht? Wat was er veel mis. Wat ben je veel tekort geschoten in je leven tegenover God, en tegenover je naasten. Maar je kunt het niet meer overdoen. Wat gaat dan de vraag prangen: kan ik mijn leven wel terug leggen in Gods hand? De gedachte aan de toorn van God is dan heel voor de hand liggend. Een doodzieke, voelt zich ook nog wel eens .doodschuldig. En wanneer voor je beleving God Zich van je afwendt, dan valt het leven je zwaar. En als God weg is, dan is ook het gebed wel eens ver weg, en je hebt geen geloof meer. Je staart in een leegte.
David kan deze strijd niet meer volhouden. Hoe lang nog, HEERE!
Davids levenskracht is gebroken. Geknakt ligt hij op de grond voor zijn God. Maar juist zo breekt zijn leven open voor Gods ontferming. Dit nulpunt van David wordt een nieuw beginpunt.
'HEERE, Verlos mij, om Uw goedertierenheid.'
HEERE, in die Naam ligt het laatste houvast. Op Hem, Die de Getrouwe is, mag zelfs een ontrouw mens een beroep doen. HEERE, God bij Wie genade is. Die weet van vergeving, mijn hulp en mijn verwachting is van U. Verlos mij omwille van de Naam Die U aan mijn leven hebt verbonden. Zo wordt Davids hoop op God vernieuwd.
En de HEERE? Wie zich laat vallen, in Gods milde handen, mag delen in Zijn ontferming. Hij weet van je tranen. Hij hoort je roepen. Hij laat je niet vergaan onder zijn toorn. Voor David mag gelden dat hij weer beter wordt.
Misschien ligt daar voor iemand een moeilijkheid. Niet altijd wanneer doodzieke mensen bidden: 'Keer weer, HEERE, red mijn leven', genezen ze ook daadwerkelijk. Meestal niet. Wat moet je dan met deze psalm?
Je kunt psalm 6 een gemeentelied noemen. Deze Davidspsalm mag de gemeente ook haar psalm noemen. En aan het hoofd van de gemeente staat Jezus Christus. En Zijn Naam lees ik in deze psalm. In de roep: 'Verlos mij', wordt geroepen om een 'Jozua', om 'Jezus', om een Verlosser.
HEERE, verlos rnij, dat wil zeggen: HEERE, geef mij Jezus. En Jezus kwam, en Hij is door deze psalm heengekropen.
In Jezus ligt ook het geheim van de paradoxale spanning van deze psalm. Schuld, straf en toom, en toch een God van liefde en genade. Die twee lijnen van deze psalm, zien wij die niet samenkomen in de twee balken van het kmis?
Dieper dan de dichter en de zangers van psalm 6 is Jezus gebukt gegaan onder de straf van God. Daar waar de dichter van Psalm 6 zo bang voor was, maar waar hij op het nippertje van werd gered, daar ging Jezus wel in ten onder. Ten onder in dood en graf onder het oordeel van God. Want Jezus, Hij stelde Zich in de plaats van David en van allen die zich in David in psalm 6 herkennen. Voor Jezus de Heiland was er geen heil. Met hart en ziel ging Jezus ten onder, maar met hart en ziel stond Hij ook weer op. Ten derden dage, toen alle hoop op leven verloren was, verscheen Hij als de Levensbron.
En daarom is er hoop voor sterfelijke mensen. Wij worden lang niet altijd beter. Daarom komt het er op aan dat we mogen weten in het geloof dat Gods goedertierenheid beter is dan het leven. Dan mag gelden, zelfs in het sterven: uit Gods hand mag ik het leven ontvangen. Het leven dat sterker is dan de dood. Het eeuwige leven. Het leven dat Jezus aan het licht heeft gebracht. Zei Jezus niet: 'wie in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven'?
Ziek zijn is erg. Moeten sterven is heel erg. En toch is dat het ergste niet, als de HEERE er maar bij is. En je leven met alle goed en kwaad aanvaardt in Zijn genade. Dan kan je leven niet meer stuk. Want wij hebben een HEERE Die ons zelfs niet verlaat in de dood. Daar mogen wij pleitend om bidden. 'Verlos mij omwille van Uw goedertierenheid? omwille van Jezus.'
Paulus geeft er hoog van op: 'wie zal ons kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere? ' Op kosten van Jezus mogen wij met David levende hoop hebben op Gods genade.
Guido Gezelle dichtte: (kunt u meebidden? )
Heer, mijn hert is boos en schuldig,
maar Gij zijt barmhartig, en
duizendmalen meer verduldig als dat ik boosaardig ben.
Geef mij dan, o Heer, ik vrage 't
geef mij hulp en sta mij bij;
'k heb gezondigd, ik beklage 't
help mij God, vergeef het mij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's