Torenspitsen-Gemeenteflitsen
DE AUGUSTIJNENKERK TE DORDRECHT
De Augustijnenkerk is van oorsprong een kloosterkerk. Het klooster was er eerder dan de kerk.
Het klooster werd gesticht in 1275 op een terrein dat door de Hollandse graaf Floris V (der keerlen god) aan de monniken geschonken was.
Hoe groot het klooster in die beginperiode was en hoe het er uitzag weten wij niet, wel weten we, dat het tot 1293 duurde voordat de eerste steen voor de kloosterkerk gelegd werd.
Die eerste steen werd gelegd door de eerste prior, Goidschalk Oem.
Het klooster was belangrijk. Reeds in vroege tijden werden hier raadsvergaderingen en plechtige maaltijden gehouden en werden geschillen bijgelegd.
Ook kwam hier de gilden samen. Zo ontvingen de Augustijnen in de 15e en 16e eeuw aalmoezen van het Sint Lucasgilde, het Appelkopersgilde en vooral van het Kuipersgilde, dat veel in het klooster vergaderde.
De Augustijnenkerk was zeer in trek bij de burgers. Allereerst kwam dat, omdat de monniken predikten in de landstaal, terwijl in de parochiale kerken de Latijnse taal gebezigd werd.
Daarnaast wensten veel mensen in de kerk begraven te worden. Zo waren er aanzienlijke burgers, die wensten in monnikspij in de kerk begraven te worden. Dit was tot groot nadeel der beide parochiekerken, waarvan suppoosten bij de bisschop van Utrecht over het verloop van hun inkomsten en de 'vraetigheid en geldgierigheid van die van den convente' klaagden.
Het kapittel besliste in 1311 'dat de lijken eerst in de parochiekerken, om er de missen over te lezen, moesten gebracht, en daarna ten Augustinen begraven worden'.
De inkomsten van het begraven in de kerk bestonden onder andere uit bedragen voor het 'erffelijken' begraven, voor 'doden dije met het clocxken in den Augustijnen overluijt sijn', en voor het openen van graven.
Zo werd in 1333 Jan van Florence, klerk van Floris V hier begraven. Hij was een worpriester (leider) en dus priester van dit klooster. Hij was zo belangrijk, dat zijn beeltenis levensgroot stond in een gebrandschilderd raam. Zijn nazaten leven nu nog steeds!
Ook weten we dat in 1490 Jonker Frans van Brederode (een aanvoerder van de Hoekse Partij) op de Puttoxtoren aan zijn verwondingen overleed, en zonder statie 'ten augustinen' begraven werd.
De toeloop van de mensen in de kerk was zo groot, dat besloten werd om de kerk te vergroten. Zo werd de westelijke muur vervangen door de tegenwoordige pilaren. Deze pilaren zijn schitterend versierd met koolbladkapitelen, een uiting van de Brabantse gothiek. In die tijd had de kerk ook een koor (nog steeds aanwezig) en was met beelden en altaren versierd, had prachtige altaartafels en rijk besneden biechtstoelen.
Het klooster nam in uitwendige rijkdom toe, zodat het met recht 'de beroemde en prachtige priorij, hof, klooster en convent der augustijnen-hermiten heette. Tegelijkertijd ontstond een beginsel van geestelijk leven, gepaard aan een ernstig verlangen om de grote en grove misstanden in de kerk te verbeteren. Ook in het klooster was er een achteruitgang in gedrag en zeden.
In de laatste kwart van de 15é eeuw alarmeerde de stad de landsheer, hertog Karel de Stoute. Deze schreef in 1475 aan de priorgeneraal dat het niet goed ging in Dordrecht. Hij stelde voor het klooster op te heffen, of de broeders zodanig de wacht aan te zeggen, dat zij hun leven zouden verbeteren. Dat laatste werd aanvaard.
In 1515 werd Hendrik van Sutphen prior van het klooster. Hij werd aangesteld door de vicaris Johann von Staupitz, overste en vriend van Luther! Van Sutphen had ook gestudeerd met Luther en was bevriend met hem. Het is daarom geen wonder, dat Van Sutphen de lutherse denkbeelden aanhing. De stadsregering nam dit niet, en Van Sutphen moest met zijn getrouwen de stad verlaten. Hij is later martelaar geworden.
Door deze prior is de Augustijnenkerk de eerste kerk geworden in Nederland, waar de protestantse leer werd gepredikt. Dit is het meest gedenkwaardige feit uit de geschiedenis van de kerk.
Toen Dordrecht in 1572 voor de prins overging, vergaderden de Staten van Holland en West-Friesland in het klooster. De vergadering was zo belangrijk omdat daarin de grondslagen voor de Nederlandse Staat zijn gelegd. Terstond na het beëindigen van de vergadering werden beelden en altaren, zowel in het klooster als in de kerk, weggebroken en voor de eerste maal werd te Dordrecht in de Augustijnenkerk openlijk het Evangelie verkondigd.
In de jaren die volgden is er veel veranderd in de kerk. Niets herinnerde aan de R.K.-periode, op de gotische ramen en pilaren na. Tijdens de huidige restauratie zijn toch weer enige restanten te voorschijn gekomen, zoals muurschilderingen van omstreeks 1550, en een piscine, een nis waarin het wijwater gegoten werd door de priester.
Verder kwamen gotische sluitstenen van gewelven van een zolder te voorschijn. Ook is er een gedeelte vaneen triomfboog gevonden, die het koor afscheidde van het schip van de kerk.
Tal van predikanten hebben in deze kerk gepredikt, zoals Petrus Dathenus, Vosius, Nairanus, De Lydiussen, Staphorst, Kist, Schutte, enz.
Tal van deze predikanten liggen hier ook begraven. Zo liggen hier de predikanten: Henrik van den Corput in 1601, Johannes Dibbetz in 1626, zijn zoon Henricus Dibbetz in 1673, Franciscus Leo in 1606 en Lambertus in 1614. Dit zijn er echter nog maar enkelen. Ook de wereldberoemde schilder Aelbert Cuyp ligt hier begraven in 1691.
Ook zijn er veel belangrijke heren en vrouwen begraven, en dat kwam tot uiting in de grafzerken, waarvan er 204 in de kerk liggen. De Augustijnenkerk is één van de oudste kerkvloeren van Nederland, die overgebleven zijn. Er is één hele zware zerk bij, hij weegt ca. 6800 kilo!
De preekstoel van de kerk is al heel oud. Zij komt oorspronkelijk uit de Grote Kerk van Dordrecht en is te dateren van voor 1500. Het bijzondere van deze preekstoel is, dat zij onder zich een kunstig gesneden pelikaan heeft hangen, die zich zelf in zijn borst pikt voor zijn jongen. Dit is een symbool van Christus.
Ook het orgel is erg mooi, en is uit 1899. Het is inmiddels al het vierde orgel van de kerk. Er bevinden zich nog oude regeringsbanken in de kerk, en er zijn schitterende lampenkronen, die geheel van gietijzer zijn.
Momenteel kerkt in de Augustijnenkerk, wijk 2, die de Gereformeerde Bondspredikant ds. J. C. de Groot heeft. Bij deze diensten is de kerk gelukkig nog geheel gevuld met kerkgangers. We hopen, dat het zuivere Evangelie nog tal van jaren in deze kerk mag gepredikt worden.
Begin jaren tachtig bleek de kapconstructie van de kerk zo aangetast te zijn door de bonte knaagkever en boktor, dat herstel dringend was.
Ook de muren en de vloer stonden er slecht bij. Door steun van landelijke en stedelijke overheden, alsmede de kerk, wordt dit monument thans gerestaureerd. We mogen hiervoor de Heere danken, die het mogelijk maakt, dat er ruim vier miljoen gulden beschikbaar is gesteld voor een kerkgebouw, waarin eens Willem van Oranje, Vader des Vaderlands, aan het Heilig Avondmaal is, geweest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's