De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Openbaring en ervaring bij Brakel (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Openbaring en ervaring bij Brakel (1)

7 minuten leestijd

Oude vragen

In onze tijd komen allerlei vragen met klem op ons af. Ik noem er enkele. Kunnen wij blijven in een kerk die op zoveel plaatsen zo duidelijk in verval is? Doen wij er niet beter aan, een gemeente te vormen van echt geestelijke mensen, van mannen en vrouwen die duidelijk zijn wedergeboren?

Kunnen wij volstaan met de doop van kinderen; brengt dit niet een vervlakking met zich mee?

Is de ervaring niet van groot belang: de ervaring is toch een kenmerk van de werking van de Heilige Geest in alle gelovigen? Bindt de Heilige Geest zich aan de Schrift, of brengt Hij tot nieuwe inzichten en tot meerdere kennis?

Het is een aantal willekeurige vragen die ik hier noem. Het zou niet moeilijk zijn er vele aan toe te voegen. Vragen die inderdaad in onze tijd gesteld worden en van tijd tot tijd ieder die serieus nadenkt en om zich heenkijkt, bezighouden. Het is niet zo eenvoudig, steeds een evenwichtig en bijbels antwoord te geven. Het is altijd goed te bedenken dat veel vragen die vandaag aan de orde zijn al eerder ter sprake kwamen. Men werd door de jaren heen in de kerk geconfronteerd met zaken, waar wij aan het eind van de twintigste eeuw opnieuw mee geconfronteerd worden. Daarom is het van uitermate groot belang het verleden te kennen. Met de doordenking van die tijd en met het inzicht dat men toen had kunnen wij zeker onze winst doen.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat wij kunnen volstaan met klakkeloos te herhalen wat toen gezegd is, alsof daarmee het laatste woord is gesproken. De context waarin allerlei vragen nu gesteld worden is een andere en het is goed daar erg in te hebben. Maar de grondlijnen die in het verleden zijn getrokken vanuit de Schrift mogen wij dankbaar doordenken en verwerken. Tot onze verrassing ontdekken wij dan hoe grondig men heeft geschreven en hoe praktikaal men zich over allerlei zaken heeft uitgelaten. Een van de figuren uit het verleden, die in dit opzicht steeds weer blijft boeien, is wel Wilhelmus a Brakel.

Praktijkgericht

Brakel is een van de meest bekende vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie. Wat wij bedoelen met de Nadere Reformatie zal u bekend zijn. Het is een beweging in ons land, binnen de kerk, die uit was op de doorwerking van wat de hervorming had gebracht. Er waren nogal wat misstanden in de kerk. De leer was rechtzinnig en gereformeerd, maar de beleving van dit alles ontbrak veelal. Het volksleven was vaak ruw en van de heiliging van het leven was zo weinig te bespeuren.

De mannen van de Nadere Reformatie — en dan moet u denken aan de tijd van 1650-1750 — hebben zich gekeerd tegen allerlei misvattingen en geijverd voor de innerlijke doorleving van de gereformeerde leer en voor de heiliging van het leven. Ik noem enkele namen: Voetius, Lodenstein, Koelman, Soldenus, a Brakel (vader en zoon), Hellenbroek, Smijtegelt. Er zijn er veel meer te noemen.

Zij dachten allen kerkelijk. Ze wilden de kerk in geen geval inruilen voor de kleine groep. Daarom hebben zij zich ingezet voor een doorgaande reformatie: voor herstel van de tucht in de kerk en voor verdieping van de vroomheid in de gezinnen en in de gemeente. Evenals de reformatoren hebben zij het belang van de prediking duidelijk gezien. Zij waren zich er goed van bewust dat door dit middel het volk kon worden bereikt, zodat de onkunde werd tegengegaan en misstanden konden worden bestreden. Vele geschriften zijn door hen uitgegeven. Het zijn vaak omgewerkte preken, waaruit eerbied spreekt voor het Woord van God en waarin tegelijk ook de lijnen doorgetrokken worden naar het hart van de mens.en de praktijk van elke dag. Praktijkgericht, zo zouden we de beweging van de Nadere Reformatie kunnen karakteriseren.

Aandacht voor het werk van de Geest

Openbaring en ervaring, dat zijn twee belangrijke brandpunten voor bovengenoemde beweging. Deze predikers waren ervan overtuigd: in het Woord maakt God zich bekend; de Heilige Schrift is bron en maatstaf van ons geloof en van al ons christelijk handelen. Het Woord moet met al z'n consequenties tot heerschappij komen. Maar zij wisten ook: voor dat laatste is de Geest nodig. Wil het Woord van God beaamd worden, wil het werk van Christus een plaats krijgen in het leven, dan moet de Geest werken: verlichtend en wederbarend.

Uitvoerige aandacht hebben deze predikers gegeven aan het verborgen werk van de Geest in het hart van een zondaar. Het is de Geest die ons overtuigt van het goddelijk karakter van het Woord, die ons de gemeenschap met Christus doet ervaren. Dan gaat een mens het ook 'smaken en voelen' en dat versterkt de zekerheid van dit alles. Het is de Geest, die de kinderen van God gaat leiden en heiligen. Daarom is er in de kerk onderscheid tussen wedergeborenen en niet wedergeborenen, tussen geestelijke mensen en natuurlijke mensen, tussen kinderen van God en naam-christenen die de zaken alleen maar uiterlijk kennen.

De vraag is nu: hoe verhouden openbaring en ervaring zich tot elkaar? Is het zo, dat door het sterke accent op de Heilige Geest en Zijn werkingen in de gelovigen het evenwicht wordt verstoord en de eenheid van Woord en Geest verdwijnt? Moeten we zeggen dat de notie van de werking van de Geest ten koste gaat van het Woord? Klimt een christen na het aannemen van Christus op tot hogere dingen, waarbij hij de weg van het eenvoudige geloof achter zich laat?

Ik wil op deze vragen graag ingaan aan de hand van een geschrift van de hiervoor genoemde Wilhelmus a Brakel. Hij was in diverse Friese gemeenten werkzaam en van 1683 tot zijn dood in 1711 predikant in Rotterdam. Brakel, die tijdens zijn leven al aangesproken werd als 'vader' Brakel, stond in hoge achting bij velen, tot in het buitenland toe. Men zag hem als een man Gods, die men wilde raadplegen, wat ook uit bewaard gebleven brieven blijkt. Hij kon op de kansel donderen als een Boanerges, troosten als een Barnabas, onderwijzen als een Paulus en liefelijk lokken als een Johannes. Zijn kracht lag in het geestelijk leiding geven.

Waerschouwende bestieringen tegen de Piëtisten

Brakel is een van de meest bekende vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie, mede door z'n populaire dogmatiek die meer dan 20 keer herdrukt is en door velen tot op de dag van vandaag is gelezen. Dit boek verscheen in 1700 onder de naam de Redelijke Godsdienst. Het is een eenvoudig en overzichtelijk geschreven verhandeling over het christelijk geloof en het christelijk leven, bedoeld voor de gemeente. Het werk is uitermate praktisch van inhoud. Het is de schrijver erom te doen (zoals hij op de titelpagina uit laat komen) dat de goddelijke waarheden van het genadeverbond worden verklaard, tegen partijen beschermd en dat op de praktijk wordt aangedrongen. Het advies van de auteur is dan ook: maak kleine gezelschapjes van bekeerden onder elkaar, leest dan telkens een hoofdstuk of gedeelte en laat het gelezene u stof geven tot stichtelijke overdenking. Ik zou bijna zeggen: wij kunnen de gereformeerde traditie in dit land pas echt verstaan als we kennis hebben genomen van de Redelijke Godsdienst.

Waar het ons in het kader van dit artikel om gaat, is het hoofdstuk dat Brakel aan de derde uitgaaf van zijn werk heeft toegevoegd. Hij schreef dit onder de titel: Waerschouwende Bestieringe tegen de Piëtisten, Quiëtisten en diergelijke, afdwalende tot een natuurlijken en geestelosen Godtsdienst, onder de gedaente van Geestelykheijt. Wat is de reden dat hij dit gedeelte eraan toevoegt? Wel, Brakel is in aanraking gekomen met de beweging van het Labadisme, een stroming die bekendheid verwierf door haar radicale streven naar heiligheid. De volkskerk werd afgewezen als werelds en gekozen werd voor de gemeente van louter wedergeborenen.

De grote nadruk op de Geest en de afkeer van koude intellectualistische geloofskennis die in deze beweging tot uiting kwam, sprak velen aan. Brakel, die aanvankelijk sympathiek tegen dit alles aankeek, ontdekte echter meer en meer dat de werkelijke vroomheid hier bedreigd werd en dat van een gezond geloofsleven geen sprake was. Moest men werkelijk de volkskerk verlaten en zich voegen bij een zuivere kerk die enkel uit wedergeborenen bestond? Kon men boven het Woord uit opklimmen tot hogere beschouwingen, tot direct aanschouwen van God? Is dat het kenmerk van een geestelijk mens? Op dergelijke vragen gaat Brakel hier uitvoerig in. In een volgend artikel willen we hem zelf aan het woord laten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Openbaring en ervaring bij Brakel (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's