Werelddiaconaat is primair kerkelijk diaconaat (1)
Bijbelse motivering
In 2 Korinthe 9 : 13 en 14 dringt Paulus aan op een collecte voor de gemeente te Jeruzalem. Door dit dienstbetoon, deze diakonia, ontstaat er koinoonia, gemeenschap tussen Griekse christenen uit de heidenen en christenen uit de joden en wordt Gods naam verheerlijkt.
Historische ontwikkeling
Binnen het verband van de oecumenische beweging krijgt in de twintiger jaren van deze eeuw de interkerkelijke hulpverlening gestalte. Na de Tweede Wereldoorlog blijkt hoezeer ook vele kerken geleden hebben. Nog jarenlang trekken vluchtelingenstromen door Europa en achter het IJzeren Gordijn komt de kerk in verdrukking. In 1952 richtten in Nederland zes kerken, waaronder de Nederlandse Hervormde kerk (NHK), de Stichting Oecumenische Hulp aan Kerken en vluchtelingen (SOH) op. Bij de stormramp op 1 februari 1953 ervaren we in Nederland zelf wat interkerkelijke hulpverlening is. In 1956 stelt de Synode dé Sectie Internationale Hulpverlening (SIH) in, waarin ik na mijn terugkeer uit het zendingswerk in Afrika in de zeventiger jaren onder leiding van de voorzitster, de actieve voormalige verzetstrijdster Hebe Kohlbrugge, een tijd lang de Geref. Bond heb vertegenwoordigd. Werelddiaconaat is in de eerste plaats diaconaat van kerk tot kerk, stelden we. Toch moet een kerk soms andere wegen gaan. Toen de Russische kerken te veel de oren lieten hangen naar het communistische bewind, zochten wij als SIH andere wegen; 'stille hulp' noemden we dat. Toen ons dat door de Synode werd verboden, traden we op een synodevergadering en bloc af. In 1978 maakt de Generale Diaconale Raad (GDR), een nieuw begin en richt de Commissie Werelddiaconaat (CWD) op. Terwijl er binnen de NHK twee zendingsorganen zijn om de kerkelijke zending te behartigen, de Raad voor de Zending (RvdZ) en de Gereformeerde Zendingsbond (GZB), was het de bedoeling van de CWD om wat het diaconaat betreft, de gehele breedte van de kerk te vertegenwoordigen. Uit giften van particulieren ontvangt de CWD zo'n 2 miljoen gulden, uit collecten voor de diaconieën zo'n 9 miljoen per jaar. De bedoeling van kerkelijk diaconaat is, dat de projectpartners vooral kerken en instellingen van die kerken zijn en dat de hulpverlening een geestelijke meerwaarde zal hebben boven ontwikkelingshulp, later ontwikkelingssamenwerking geheten.
Ontkerkelijking van het werelddiaconaat
Aan het einde van de tachtiger jaren haken vele bondsgemeenten af vanwege allerlei ontwikkelingen in het beleid van de CWD, waarin men zich niet langer herkent. De partners zijn lang niet alle kerken, maar ook vakorganisaties, feministische vrouwengroepen, instanties zonder christelijke signatuur. De Schriftuurlijke onderbouwing en het getuigeniselement ontbreken dikwijls; soms lijken politieke en ideologische visies de keuze te bepalen en mensenrechten belangrijker te zijn dan geloofsvrijheid. De instanties met wie men samenwerkt, zijn dikwijls nauw verbonden met de Wereldraad van Kerken of de Rooms-Katholieke Kerk. Taalgebruik als 'bevrijding' in plaats van 'verzoening', 'gerechtigheid' in plaats van 'naastenliefde', vervreemdt. Dit afhaken betekent niet, dat het diaconaal besef in de bondsgemeenten vermindert: men blijft geven, maar nu voor interkerkelijke stichtingen en verenigingen zoals Woord en Daad, ZOA (Vluchtelingenhulp Zuidoost Azië), of de voornamelijk hervormd-gereformeerde SHOE (Stichting Hulp Oost-Europa), omdat men zich verwant weet met de grondslag. Een minpunt is echter, dat niet alleen bij de CWD in Driebergen, maar nu ook in de bondsgemeenten het besef, dat werelddiaconaat volgens de Schrift primair een zaak van kerk tot kerk is, afneemt. Jammer, want alleen zo kan er via berichtgeving in kerkbladen, correspondentie, uitwisselingsbezoeken enz. een relatie worden opgebouwd en kan er iets ontstaan van de gemeenschap waarover Paulus spreekt. De gevers aan diaconale collecten weten vaak nauwelijk waarvoor ze geven. Sommigen vinden het ook best zo: doe wel en zie niet om, als het maar voor een goed doel is. Een houding die ook in de hand gewerkt wordt door de eredienst in onze gemeenten, waar er in de prediking vaak in het geheel geen aandacht aan de taak jegens de verre naaste wordt besteed als er voor het werelddiaconaat gecollecteerd wordt en in het gebed nauwelijks.
'Luisterend Dienen' als weg terug
In de laatste maanden van 1990 wordt door de GDR de Adviescommissie 'Luisterend Dienen' (LD) ingesteld met het doel de belangen van de bondsgemeenten zo te behartigen, dat ze weer kunnen participeren in het werelddiaconaat van hun kerk, de NHK. Deze commissie — die ik sinds de oprichting als voorzitter mag dienen — voert een viersporenbeleid:
1) op grond van eigen criteria als dienstbetoon in Christus' Naam, heenwijzend naar Zijn macht en liefde, hulp verlenend daar waar geen helper is, primair aan kerken die huisgenoten des geloofs zijn, wordt een pakket van projecten geselecteerd, waarin de bondsgemeenten zich van harte kunnen vinden; projecten van GZB, Morgenlandzending worden overgenomen; sinds kort is er ook contact met de SHOE;
2) de projecten worden door middel van eigen materiaal en eigen taalgebruik gepresenteerd;
3) er wordt o.a. mankracht aangewend om de diaconieën in de bondsgemeenten te ondersteunen en toe te rusten;
4) LD is voortdurend in gesprek met de CWD en probeert het totale CWD-pakket bij te sturen, ook in kerkelijke richting.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's