Uit de pers
De jeugd van tegenwoordig
Wat werden we nijdig als zo over ons gesproken werd, toen we zelf jong waren. Dat is, althans wat mezelf betreft, alweer even geleden. Kennelijk blijft het voor sommigen een geliefd gezegde om zich niet echt met jongeren bezig te hoeven houden en zich werkelijk voor hen te interesseren. Wonderlijk hoe rnakkelijk sommigen vergeten hoe ze zelf waren in hun eigen jonge jaren.
In De Wekker (orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken) stond de afgelopen weken de tekst te lezen van een referaat dat drs. Martin Visch op 10 juni van dit jaar hield op de ledenvergadering van de Christelijke Gereformeerde Vereniging voor Jeugdwelzijn onder de titel Jongeren en zingeving...!?
Drs. Visch geeft terecht het advies aan hen die zich niet werkelijk voor jongeren interesseren en hen alleen maar negatief tegemoet treden: bemoei u vooral niet met de jeugd, laat dat maar aan anderen over, want uw houding deugt niet, u vraagt zo om moeilijkheden. Uit zijn boeiend referaat citeren we dit keer een paar fragmenten. Na eerst een aantal typeringen van jeugd en jongeren te hebben gegeven, komt hij vervolgens aan het onderdeel 'zorgen voor zichzelf' toe en schrijft dan:
'Zorgen voor zichzelf wordt door de jongeren heel belangrijk gevonden. De samenleving wordt door hen als onoverzichtelijk gezien en ervaren. Ze trekken er zich uit terug en leggen het accent op zorgen voor zichzelf. Het lijkt erop dat het individualisme bij jongeren vrij hoog scoort. Ook daarin zijn ze kinderen van hun tijd.
Essentiële vragen
Jongeren hebben het doorgaans beslist niet gemakkelijk in de hedendaagse maatschappij! In zekere zin hadden wij ouderen en ouders het in onze jeugdjaren gemakkelijker. Er werd voor ons gekozen. We werden geboren in een relatief overzichtelijk milieu waarin veel "vaststond". Onze wereld was overzichtelijk en kleinschalig. De huidige jeugdgeneratie groeit op met de hele wereld naast de deur. Voortdurend moeten jongeren nu zelf kiezen, wat ze wiEen met hun leven, wat ze vinden van, dit en dat, wat ze moeten gaan geloven, etc. Dat is best moeilijk. In de samenleving van de negentiger jaren zijn vertrouwde tradities en duidelijke waardenpatronen uit elkaar gevallen. Ieder mens moet zelf kiezen en vorm geven aan zijn bestaan. Jongeren worden bestookt en bestoken zichzelf en ons met talloze vragen. Vaak heel essentiële vragen. Die jeugd van tegenwoordig? Die is bezig met heel essentiële vragen, levensvragen, in hun eigen taal, dagdromend zonder dat wij dat merken, of verborgen achter een houding van schoppen tegen alles wat ons ouderen heilig is... Hoe dan ook: hoe oppervlakkig jongeren soms ook lijken, ik geloof er niets van dat ze dat zijn, oppervlakkig. Eerlijkheidshalve moet gezegd dat ik vaak enerzijds berustende ouderen tegenkom en anderzijds zulke heerhjk-idealistische jongeren. Ik kom de laatste jaren soms jongeren tegen, die zich zorgen maken. Over hun ouders, die zo oppervlakkig zijn... Die ouders van tegenwoordig! Zo ontmoette ik onlangs Marianne. Ik kende haar al een tijdje. We raakten aan de praat. En op een bepaald moment kwam ze op de proppen met haar zorg over... haar ouders. Inzonderheid haar vader. Hij ging nog wel naar de kerk, maar zij vroeg zich meer en meer af waarom. Hij was zo onverschillig de laatste tijd. Net of het geloof en alles wat daarmee samenhangt, hem niet meer zo interesseerde. Vorige week sprak ik haar weer. Vader had gebroken met de kerk, zo luidde het laatste nieuws. "Martin, weet jij hoe ik dit aan kan pakken? " Een jongere, Marianne, die zich zorgen maakt over één van de ouders van tegenwoordig. Ik wil niet generaliseren, ik heb geen cijfers in dezen, maar ik kan u wel vertellen dat ik méér Mariannes ben tegengekomen de laatste tijd, en Karels, en nog meer jongeren. Oók Mariannes en Karels op het Reformatorische erf. Zich zorgen makend over ouders en/of ouderen en hoe deze hun leven inrichten. En met verbazing signalerend hoe oppervlakkig ouderen daarin soms opereren.'
Jongeren serieuzer dan vele ouderen. Wie met beide categorieën te maken heeft, kan deze analyse bijvallen. Je moet uiteraard oppassen voor generaliseringen. Maar toch, 'de jeugd van tegenwoordig' betrokken bij kerk en geloof is vaak uitermate geïnteresseerd in vragen van God, geloof en leven. Op de bodem van veel vragen ligt het speuren naar zingeving. Waar ligt de zin van het leven, van zoveel dingen die absoluut zinloos lijken?
'Ze (Tineke, 22 jaar) denkt even diep na over het antwoord op mijn vraag. Na enig diep gepeins zegt ze met enige aarzeling: "Dat is zeker de slogan van een reisvereniging? " Mijn vraag aan haar, enkele weken geleden in een gesprek, luidde: "Waar denk je aan bij Samen op Weg? "
Enkele dagen na het gesprek met Tineke ontmoet ik Arnold van 23 jaar. Ik vraag hem: "Kun jij mij vertellen wat Nederlands Gereformeerd is? " Nou, het antwoord kwam er meteen met grote stelligheid uit: "Dan heb jij het over Gereformeerden. Vrienden van mijn ouders zijn dat ook. Ik weet niet wat ze geloven, maar het is wel hartstikke streng, dat geloof (...)." De vraag even door op zijn antwoord. Hij legt daarop verder uit: "Het komt erop neer, maar zo precies weet ik het ook niet hoor, dat je in Nederland drie soorten kerken hebt: Gereformeerden, Katholieken en Hervormden". De heb Arnold maar niet gevraagd of hij mij de verschillende soorten kerken kan noemen op het Gereformeerde erf. Maar hij stelt mij vervolgens zijn vraag: "Martin, ben jij eigenlijk kerkelijk? " De antwoord hem: "Ja, ik ben Christelijk Gereformeerd." Hij kijkt mij aan...
Deze twee voorbeelden geven aan wat wij eigenlijk al vele jaren weten: de kerk is bij een groot deel van de Nederlandse jeugd een onbekende aan het worden en zij zit daar niet mee. Een groot deel van de Nederlandse jongeren groeit op als kerkelijk analfabeet. Laten wij hier wat dieper op ingaan. Onder de noemer "Jongeren en zingeving... in de crisis".
De noem enkele opvallende punten in dit verband:
Persoonlijk micro-geloof buiten de kerk
Van. de verschillende kerken in ons land heeft een groot deel van de jeugd geen weet. Het zou zeer de moeite waard zijn als wij als kerken dit gegeven hoog op onze kerkelijke agenda zouden zetten, maar dat is niet mijn onderwerp voor deze inleiding.
Synodes, kerken. Samen op Weg, kortom het kerkelijk-institutionele gebeuren en - bedrijf speelt in het leven van veel jongeren geen of een ondergeschikte rol. Wat voor jongeren daarentegen sterk speelt, is wat ik zou willen noemen: "Geloof op micro-niveau".
Jongeren vragen zich bij veel c.q. alles af—ook als het om godsdienst en geloof gaat — "Wat hèb ik er aan in mijn leventje? " Als het antwoord "niets" is, beginnen ze er niet eens aan of stappen ze er uit, op zoek naar iets anders en beters.
Deze trend blijkt ook uit recent onderzoek. Jongeren hebben steeds minder afiïniteit met kerken en kerkelijke instituten. Niet eens zozeer kun je hierbij spreken van afkeer als wel van laksheid. Bidden doen ze wel, maar meer als een "inner talk", een soort meditatie/bezinning. Kerkelijke, institutionele godsdienstigheid is voor de Nederlandse jongeren niet meer nodig. In het alledaagse leven van de Nederlandse jeugd is de kerk naar een randpositie verschoven.
Religieuze shoppers
Waarden, normen en zingeving halen jongeren dus steeds minder bij kerken. Waar halen zij deze zaken dan wel? Steeds meer gaan zij voor dit soort zaken te rade bij vrienden en vriendinnen, media en... zichzélf. Daarbij ligt vaak het accent op wat zij op dit moment goed en/of leuk vinden. " Het komt er steeds meer op neer, dat ze zélf kiezen. En refereren aan levensbeschouwelijke kaders en instituties (ouders, school en kerk) vindt daarbij steeds minder plaats. Jongeren zijn echte shoppers geworden heden ten dage. Ook religieus...
Religieuze zoekers
Enerzijds is levensbeschouwing en alles wat daarmee samenhangt voor de Nederlandse jeugd geen belangrijke factor bij het inrichten van hun leven en het waarderen daarvan. Anderzijds zijn jongeren wel in levensbeschouwing en dat soort zaken geïnteresseerd. Echte shoppers zijn het, zei ik in het vorige punt. Maar daarnaast zijn het ook zoekers. Dat zoekgedrag leidt vaak niet tot zoeken naar en aansluiten bij een groep, kerk of andere levensbeschouwelijke organisatie. Treffend wordt dit onder woorden gebracht in de publikatie "Jeugdwerk in een supermarktcultuur": "Jongeren knutselen zelf een privé-levensovertuiging in elkaar (...) dat jongeren als kleine doe-het-zelvers hun eigen (levensbeschouwelijke) cultuurtje bij elkaar klussen uit de beschikbare en bruikbare resten van de grote verhalen"'
Jongeren op belijdeniscatechisatie vallen bijna de eerste avond al over de vraag waarop ze straks 'ja' moeten zeggen en waarin de Hervormde kerk voorkomt. Belijdenis doen, vinden sommigen, heeft toch niets met een bepaalde kerk te maken? Shoppen en zoeken, doen jongeren dat alleen? Is de hele perforatiekwestie er ook niet een symptoom van: je zoekt je gemeente uit in de regio die het meest bij je past?
Wie de Toekomst heeft
Drs. Visch gaat aan het eind van zijn referaat nog ia op o.a. de bekende uitdrukking 'Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst'. Hij acht dat terecht een 'wereldse' uitdrukking. Het is meer een reclameleus dan een geloofsuitspraak, zou je er ook van kunnen zeggen. Zo van: je moet zien dat je ze vangt, anders heb je straks geen kerk, geen gemeente meer. Je kunt het beter omdraaien en zeggen: wie de Toekomst heeft, die heeft de jeugd.
Toekomst, ja, maar wèlke toekomst? Daarachter schuilt de vraag: hoe moet het in mijn jonge leven, hoe moet het verder, kan ik wel verder zo, zoals ik ben?
'Soms een onuitstaanbare vraag. Omdat het antwoord geven op die vraag voor deze jongeren vaak zo moeilijk is. Dat kan zich dan uiten in een houding en gedrag van oppervlakkigheid, onverschilligheid, brutaliteit en agressie.
Maar dat is de buitenkant. Achter dat uiterlijk waarneembare, achter die buitenkant, zit een hart, boordevol vragen en tjokvol niet te benoemen gevoelens. Vaak ook, onuitgesproken en niet uit te spreken, zit daar een schreeuw om zingeving achter dat uiterlijke gedrag, wat wij dan "moeilijk" noemen. Woede-agressie-kwaadheid-verdriet is soms niets anders dan de vraag stellen: wil je me helpen? Mag ik bij je schuilen? !
Als je daar oog voor hebt, praat je niet meer over "De jeugd van tegenwoordig". Ook — juist? — in de Gemeente niet. Als we het appèl dat jongeren op ons doen verstaan en zien, hebben we geen tijd meer voor vooroordelen over jongeren. Dan zijn we immers allang bezig hen te helpen op hun deksels ingewikkelde zoektocht door hun leven. Ze vragen ons wat, in hun eigen taal, geen tale Kanaans weliswaar. In plaats van afkeuring past ons een reactie van: kom maar met je vragen, dan gaan we samen verder Heel voorzichtig mogen we dan af en toe iets uitstralen — niet te vroeg — van een "oplossing": Wie de Toekomst heeft, heeft de jeugd. Andersom — wie de jeugd heeft, heeft de toekomst — is een gezegde "van de wereld". Dat gezegde zij in onze kringen niet gebezigd. In termen van wijlen prof. Versteeg: "De kerk moet jongeren voorgaan bij het zoeken naar zin en normen. Er moeten voorbeelden zijn: identificatiemogelijkheden voor jongeren". In een Gemeente waar woorden van Toekomst vertaald worden naar het alledaagse leven van jongeren, kómen jongeren, want daar vinden ze het goed toeven.'
Drs. Visch wijst er m.i. terecht op dat veel van onze jongeren op hun eigen manier bezig zijn met vragen rond geloof, zingeving en godsdienst. Bij hun zoektocht door het vaak verwarde leven, hebben ze heel sterk behoefte aan ouders en volwassenen thuis èn in hun kerkelijke gemeente die 'het hart vol hebben van het Evangelie èn die een groot hart hebben voor de jeugd'. Daarbij zij gezegd dat jongeren echt niet zoveel anders zijn dan de volwassenen uit wie ze zijn voortgekomen. Jongeren houden ons vaak onze eigen spiegel voor.
'In de hedendaagse samenleving is het voor jongeren vaak bepaald niet eenvoudig te leven. Ze bestoken zichzelf daarbij en worden bestookt met talloze vragen. Dat zijn vaak heel wezenlijke vragen. Ze zijn daar op hun eigen wijze diepgaand mee bezig. Sommige, teveel, jongeren lopen daarin vast en raken in de problemen. Het is zaak dat ze in deze wirwar van gedachten, levensvragen en problemen ons tegenkomen. Soms — teveel — zijn we als ouderen, als kerk, daarbij toeschouwers...
Het lijkt erop dat we jongeren teveel tegemoet treden inzake geloof en levensbeschouwing vanuit een versmalde invalshoek. Daarbij teveel het accent leggend op kennis en op wat wel en — vooral — niet mag. Daarbij lopen we het gevaar finaal langs hun vragen heen te schieten en daarbij te concluderen dat de jongeren de kerk links laten liggen. Soms moet je concluderen dat het net andersom is: de kerk laat jongeren links liggen... We komen dichter bij de jongeren als we hen benaderen vanuit meerdere dimensies van godsdienst en geloof en — vooral — ingaan op hun (zingevings-)vragen.
' Kerken zijn in het leven van de Nederlandse jongeren naar de rand geschoven. Het is aan diezelfde kerken om het daar al dan niet bij te laten zitten... Zelfonderzoek door kerken is noodzakelijk om jongeren er weer bij te betrekken.
Juist bij jongeren in problemen dringen zich heftig vragen op als: Wat heeft mijn leven nu nog voor zin? Waar leef ik eigenlijk voor? Is er een God? Ze hebben er recht op dat ze in het bezig zijn met deze vragen door ons worden gesteund, dat we solidair zijn, dat we helpen, dat we mee zoeken. Dat kan beginnen door heel goed te luisteren naar wat jongeren in problemen eigenlijk (willen doch soms niet kunnen) zeggen. Daarbij onze grote-mensen-gedachten en - oplossingen even helemaal uitschakelend. Die komen na ons luisteren wel weer...
Alle mogelijke hedendaagse problemen gaan kunnen we als kerken en als leden daarvan slechts waarnemen als we de kerkdeuren wijd open zetten en ons niet met gesloten deuren afzonderen van daarbuiten en wat daar gebeurt...
Jongeren en zingeving.
Jongeren boordevol vragen.
Jongeren, veel te veel jongeren, in problemen. Staan onze kerkdeuren en harten wijd open voor hen?
Zijnwe er voor hen?
En: ervaren ze dat ook, kunnen ze het zien? Of houden we het op "Die jeugd van tegenwoordig loopt de kerkdeuren voorbij? " Nee toch? !
Liever houd ik het op: Wie de Toekomst heeft heeft de jeugd. Vanaf heden plaatsen we "Jongeren en zingeving...!? " dus hoog op de kerkelijke agenda. Dat kan niet zonder gevolgen blijven...
Drs. Visch sluit zijn referaat af met een viertal stellingen. Wij sluiten dit keer af door er twee van te citeren: Wie geen hart heeft voor de jeugd en het hart niet vol heeft van het Koninkrijk, kan zich maar beter niet inlaten met jeugd en jongeren. En zijn laatste stelling is: Eerlijk terugkijken op onze eigen jeugd maakt ons mild en begripvol over de hedendaagse jeugd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's