Kerk en wereld
'Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in Hem' (1 Joh. 2 : 15)
We zagen vorige keer dat Johannes zijn brief inzette met het wondere geheim van de gemeenschap met een God Die Licht is door het geloof in de Heere Jezus Christus. De apostel gaat verder en wijst erop dat zo'n leven door verschillende dingen wordt gekenmerkt: en wandelen naar de geboden; een duidelijk zicht hebben op de dwaalleer en een beslissende breuk met het zondeleven. In onze tekst vraagt de houding naar de wereld toe onze aandacht. Nu is er over de verhouding Kerk en wereld al veel nagedacht vanuit allerlei invalshoeken. Bijvoorbeeld dat de Kerk een grote roeping in de wereld heeft te vervullen in zending, evangelisatie en dienstbetoon, wat een voluit bijbelse opdracht is. Sommigen zijn daarin echter zover gegaan, dat ze de diepe eigenheid van de Kerk ten opzichte van de wereld teveel uit het oog hebben verloren. De vermaning uit de tekst wijst daar echter indringend op. Beslissend en scherp klinkt het: hebt de wereld niet lief. Kerk en wereld zijn dus water en vuur. Een middenweg is er niet. Het is kort en krachtig: niet liefhebben, er niet in meegaan, een andere koers varen. De boodschap van deze brief is zelfs dat de gelovigen weten dat ze uit God zijn en dat de hele wereld in het boze ligt (5 : 19). Een taak dus en tegelijk een diepe eigenheid.
We moeten dat woordje wereld hier natuurlijk wel goed opvatten. Het wijst niet op het geschapene, dat we als een goede gave van God mogen zien. Evenmin op allerlei leefverbanden waarin we geplaatst zijn, zoals huwelijk en werk. We hoeven ons dus niet terug te trekken en in een enghartig isolement onze weg te gaan.
Wereld is het principe van de mens die het leven in de gemeenschap met God niet kent en naar het goeddunken van zijn hart leeft. Veel mensen bij elkaar maken een bepaalde levenssfeer waarin je ademt. Misschien dat we daar in onze tijd steeds meer van terugzien als het evangelie opnieuw vreemd wordt en andere waarden en ideeën de boventoon voeren. Ziet u dus wat wereld is? Het is het levensklimaat waar voor God geen plaats is, onverlost en in de macht van de boze. Dit kan de kerk diep binnendringen en ook ons hart in beslag nemen.
Johannes omschrijft in het volgende vers wat er in die wereld zoal te vinden is. Allereerst de begeerlijkheid van het vlees. Het zijn de zondige verlangens die nogal eens met het lichaam te maken hebben, zodat de meeste uitleggers hier denken in de richting van overmatig eten en drinken. Eten en drinken zijn gegeven om ons lichaam te onderhouden, maar ze kunnen ook een dermate grote invloed gaan uitoefenen dat we ontsporen. Johannes heeft dat zeker ook in de heidense mens van zijn tijd gezien. Paulus heeft hem geschilderd: 'Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij...'
Begeerte van het vlees. Vaak ligt dat ook op het terrein van de seksualiteit, die door de Heere als een gave binnen de muren van het huwelijk is gegeven. Maar als ze losgemaakt wordt van de sfeer van de liefde, wordt ze begeerte van het vlees. Als er iets is wat in onze moderne wereld aandacht krijgt, is het dat wel. Het ontvangt uitgebreide aandacht op posters, foto's en in de media. En als u goed in uw telefoonboek kijkt, ziet u de 06-nummers, die door meer scholieren worden gedraaid dan we zouden denken. En dan hebben we het nog niet over allerlei verslavingen.
De apostel komt nog dichterbij, want hij noemt ook de begeerlijkheid van de ogen. Uiteindelijk worden de begeerten van het vlees vaak veroorzaakt door onze ogen. Wat zien onze ogen? Ineens een uitlokkende of prikkelende poster! Wat komt er elke dag onze huiskamer binnen via de media? Ineens dat fragment; uitdagende films die onze zinnen prikkelen.. En dan hebben we het nog helemaal niet over allerlei video's die te koop of te leen zijn, allerlei bedenkelijke bladen die grif gelezen worden. Of wat dacht u van het mooie huis van de buren? De leuke auto van een goede vriend, de aantrekkelijke kleding van een goede kennis? En niet te vergeten de levensstandaard die op reclame en bij allerlei kwissen wordt voorgesteld. Ja, dat zou ik ook wel willen hebben...
Johannes noemt tenslotte nog de grootsheid van het leven. Kort gezegd is dat de zucht naar allerlei dingen om er vervolgens mee te pronken. Anderen mogen het zeggen: wat een prachtig huis, wat een mooie auto, wat een schitterende kleren! We kunnen pronken met onze opleiding, titel, prestaties die we geleverd hebben en staan op die wijze zelf in het middelpunt. Nee, het houdt voor de deuren van de kerk geen halt. Diep ontdekkend is het wanneer ik zie dat ik met al mijn bezig zijn nog volop door de wereld beheerst word, slaaf ben van mijn verlangens op welk terrein dan ook en genoeg heb aan de dingen die ik zie of hopelijk kan krijgen. De vermaning klinkt echter ook als we met de Heere leven. We zien immers nog zoveel waardoor verkeerde verlangens ineens naar boven kunnen komen om ons onderuit halen. Maar Johannes is vaderlijk scherp en zegt: Zoek het daarin nu niet. Heb het niet lief. Breek ermee. Laat voortdurend die andere koers uw leven bepalen. We kunnen namelijk niet tegelijk in het schema van de wereld gaan en in de liefde van de Vader wandelen. Aangrijpende gedachte is dat. Als we de wereld nog liefhebben, is ons hart vol met van alles, maar één ding ontbreekt: de liefde van de Vader.
Onze tekst zegt iets heel wonderlijks. Gods liefde kan in een mensenhart zijn. Als die liefde mijn hart verbreekt, kan ik het niet meer uithouden in het schema van de wereld. Als de stralen zich door de duisternis een weg banen, wijzen ze mij op het holle en lege van mijn bestaan. Ik kan het niet meer in de duisternis uithouden en leer tot Jezus vluchten. Zo heeft Johannes het ook al geschreven: 'Indien wij onze zonden belijden. Hij is getrouw en rechtvaardig dat Hij de zonden vergeve...' Het is de Geest, Die 's Vaders liefde in mijn hart uitstort en in die weg wederliefde opwekt. Zo komt er dan ook in beginsel een andere keuze. Rijk met Gods liefde in mijn hart ga ik wel iets verstaan van het: weg wereld, weg schatten...
En dat het inderdaad tot die (hernieuwde) keuze moet komen, beseffen we als we het slot van de tekst lezen: 'En de wereld gaat voorbij en haar begeerlijkheid.' Als de liefde van ons hart voor de wereld is geweest, komen we eens met lege handen te staan als de wereld op de grote dag van Christus in het oordeel wegglijdt. Als we echter de wil van God hebben gedaan, zullen we in der eeuwigheid blijven. In het liefdevolle leven naar Gods geboden ligt een machtig uitzicht: de eeuwige heerlijkheid. Als ik daarop zie, valt de keuze tegen de wereld niet tegen. Zeg ik: Wat kan er nou tegen Uw liefde op, Heere! Levend in die liefde zal ik niet ondergaan, maar voor eeuwig Gods woning binnengaan. Dan is de wereld voorbij en allen die daarin thuishoorden. Allen die in kinderlijke vreze hebben gewandeld, zullen God eeuwig prijzen. Zegt u het zelf: Gaat dat de wereld niet zeer veel te boven? De Kerk weet zodoende van een geheel andere liefde. Daar mag ze iets van uitstralen naar de wereld. U ook?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's