Wat dunkt u van de Christus?
N.a.v.: ds. H. J. Hegger, Terug naar de levende Christus, uitgave Frits Hardeman, Ede, 240 pag., ƒ 29,95.
Aanleiding tot het schrijven van dit boek was, getuige het woord vooraf, het feit dat Christus, die de schrijver liefheeft, klem gezet wordt tussen menselijke redeneringen en menselijke tradities, omdat Christus opnieuw wordt gekruisigd door mensen, die zich christenen noemen, op het dorre hout van verstarde dogma's en dode tradities.
Een reactionair boek dus? Dan oppassen, dacht ik. Met die instelling ben ik het boek van collega Hegger dan ook gaan lezen.
Hegger rekent zichzelf tot de zogenaamde bevindelijke richting en daarom richt hij dit boek aan het adres van de Ger. gezindte. De vraag is overigens wel of de groep waarover hij spreekt ds. Hegger tot de bevindelijke richting rekent. Ik denk het haast niet. Over het algemeen wordt Hegger nog wel gewaardeerd om zijn bewogenheid en bevlogenheid, maar of hij helemaal zuiver op de graad is, of hij tot het echte volk behoort?
En juist dat laatste probeert hij in zijn boek als zonde te ontmaskeren. Hegger heeft echt verdriet vanwege het feit dat zuiver bijbelse melodieën overschreeuwd worden door valse harde klanken van louter door mensen uitgedachte systemen van bevinding, waardoor de warme liefde van de hemelse Vader wordt weggeredeneerd.
Hegger maakt gebruik van de Statenvertaling in de zogenaamde Tukker editie. Hij zegt in zijn boek dat hij de zware bevindelijken niet zodanig goed kent (daartoe rekent de schrijver zich dus kennelijk niet), dat hij een afgerond oordeel er over zou kunnen geven. Of gebruik van bevindelijk nu per se nodig was om de brug te slaan tussen Hegger en de doelgroep, die hij wil bereiken, is de vraag. Gebruik van de Statenvertaling als zodanig is hier wel een vereiste.
Afgeweken
In het eerste hoofdstuk 'Wij zijn afgeweken' maakt de schrijver duidelijk, dat wij terug moeten naar de levende Christus. Christus is helaas niet de allesbezielende figuur in ons spreken. Met instemming wordt ds. W. Harinck geciteerd die gezegd heeft: 'De onbekendheid met Christus is er mijns inziens de oorzaak van dat nogal eens onvruchtbaar avondmaal wordt gevierd'.
Voor Hegger is er maar één medicijn, terug naar de rechtvaardiging van de goddeloze. Hij noemt als kerndwaling in het Nederlandse protestantisme (nu wordt de kring wel heel ruim), dat men er niet aan wil, dat God de goddeloze rechtvaardigt. Men vindt dat alleen iemand daarvoor in aanmerking komt die zijn best doet om Gods wet zo stipt mogelijk te volbrengen, iemand die verscheurd wordt door berouw om het verkeerde wat hij heeft gedaan, iemand die voortdurend in het gebed de Heere zoekt. Maar dat God een goddeloze rechtvaardig zou willen spreken, enkel en alleen omdat hij zijn vertrouwen stelt in Jezus Christus, nee dat is om van te gruwen. Men vindt dat je toch iets, al is het nog zo weinig aan God moet kunnen aanbieden, wil je als Zijn kind worden aangenomen.
Het feit dat Hegger hier zo generaliserend spreekt vind ik ronduit jammer. We hebben pas de Reformatie herdacht en ik denk dat vele broeders predikanten met mij juist deze tonen hebben laten horen. Tussen zware bevindelijken en het Nederlands protestantisme ligt nogal wat.
Wet
Hegger stelt zich ook de vraag, hoe komt het toch dat blijkbaar velen naar zo'n harde wetsprediking verlangen? Hij zegt: 'Ik meen om dezelfde reden waarom mensen in de wereld van griezelfilms houden. Ze vinden het lekker als ze zichzelf kunnen uitrillen, terwijl de éne gruwelijke scène na de andere op het witte doek wordt gesmeten. Zo vinden velen in de kerk het fijn als ze de vlammen van de hel zo hard mogelijk horen huilen'.
Hoe goed bedoeld ook, ik meen dat dit soort krasse uitspraken beter achterwege kunnen blijven. Juist het noemen van woorden als griezelfilms en gruwelijke scènes zal de doelgroep waarop Hegger zich richt alleen maar meer van het gebodene vervreemden.
Mooier en bezielender, fijngevoeliger en hoogstaander is het wanneer Hegger op bijbelse wijze zegt:
'De wet is echter bedoeld als tuchtmeester tot Christus en die functie kan de wet alleen maar vervullen als wij haar laten zien tegen de achtergrond van de liefde waaruit God Zijn geboden heeft gegeven'. In dit verband zegt Hegger: 'Dat betekent dat we de wetsprediking steeds moeten laten uitlopen op de grootste weldaad, die God aan het mensdom heeft bewezen, Christus, Die het einde der wet is. In Hem kunnen we pas de volle rijke liefde van God zien'. En dan: 'We moeten terug naar de levende Christus'.
In de Reformatie werd de rechtvaardiging van de goddeloze herontdekt, maar het is de duivel gelukt christenen van de Reformatie te verleiden tot dezelfde dwaling als die van de Galaten: Het loutere geloof in Christus te verlaten om toch weer te steunen op de werken.
Maar er is hoop volgens Hegger: Omdat er een roep is tot verootmoediging en gebed in de kerken en ook vanwege de grote bijbelkennis in onze kringen. De Geest moet deze kennis produktief maken om die kennis tot kracht en intense vreugde te maken. Er is ook hoop wanneer wij niet boos worden als anderen ons op onze fouten wijzen.
Ik
Het eigen ik zit ook op de troon bij de nazaten van de Reformatie. Het sola scriptura werd in feite: schrift plus menselijke redeneringen en algemeen protestantse traditie alsook aparte tradities van elk kerkverband afzonderlijk. Wij moeten al die toevoegselen uitzuiveren en terug naar de bijbel: sola scriptura. Louter schrift, louter genade, louter geloof, louter Christus.
Hegger weet in het vierde hoofdstuk glashelder aan te geven hoe de rede van de zondige mens zich richt tegen het eenvoudige woord van God. Hij noemt het de godin van de rede die zich gezet heeft in de tempel des Heeren. Heel dit bolwerk van menselijk verstand moet geslecht worden. Hegger gaat er m.i. terecht vanuit dat het verstand geheel verduisterd is door de zonde, zodat ons verstand ons altijd en alleen op een dwaalspoor zet. Ook hij weet dat er binnen de Gereformeerde Gezindte zijn voor wie het verstand een veilige gids is. Ik herken dat ook vanuit mijn eigen omgeving. Onbekeerde mensen kunnen 'oortjes aan hun hoofd hebben', zoals ik dat zelf menigmaal heb horen zeggen. Ondanks dat de Schrift zegt, dat de natuurlijke mens niet verstaat de dingen die des Geestes Gods zijn, zijn er kennelijk toch onbekeerde mensen die 'het kunnen opluisteren' .
Wat dat betreft is dit hoofdstuk scherp, maar als geneesmiddel bedoeld. De nodigende Christus is het enige medicijn om verloren zondaren tot het rechte zicht te brengen, wie God werkelijk is. Hij waarschuwt in dit verband ook voor het zogenaamde leiderschap ook binnen de Gereformeerde Gezindte. Wanneer je je verzamelt om een krachtige leider wordt je eigen machtsbegeerte bevredigd. Wij behoren tenminste tot de ware kerk. De paus zit in ons aller hart. De ex-priester hunkert naar de krachtige doorwerking van de Heilige Geest in de gemeente waar zoveel muffe mensenluchtjes hangen.
Ongeloof
Ds. Hegger keert zich tegen het haast afgodische gebruik van de Statenvertaling. Terecht signaleert hij dat alleen de Hebreeuwse en Griekse teksten zijn geïnspireerd. Hij pleit voor eenvoudiger taal, juist met het oog op de beginnende christen. Hij vergelijkt dit met het eeuwenlange gebruik van de Vulgaatvertaling, die tot het tweede Vaticaans concilie gebruikt werd in de liturgie voor de mis, ook al begreep, behoudens de geestelijkheid, niemand er wat van. Zal het zo met de Statenvertaling ook gaan vraagt collega Hegger zich af. Ook het selectieve bijbelgebruik stelt hij aan de kaak.
Mannen geen baard (in feite onbijbels), vrouwen met lang haar wel voluit laten staan. De Bijbel spreekt over het bidden met opheffen van handen over het in de handen klappen bij vreugde. Zaken die in onze traditie echter als verdacht en pinksterachtig worden afgedaan, terwijl het voluit bijbels is. Zwarte kleding en het oordelen en beoordelen daarop is aan de orde. Het niet mogen trouwen in het wit, het liefdeloos oordelen en veroordelen van elkaar. Hij spreekt de zwaren aan voor wie het zwaarste nog niet zwaar genoeg is om te bedenken dat 'Wie één van deze kleinen die in Mij geloven ergert, het ware hem nuttiger geweest dat een molensteen aan zijn hals gehangen ware en dat hij verzonken ware in de diepte der zee'.
Wat is de eigenlijke zonde? Het ongeloof! Zwaar praten in ongeloof tegen degenen die juist door de Heilige Geest zijn aangeraakt.
Somber en sprankelend
De wel zeer sombere verhalen wat er te koop is binnen onze Gereformeerde Gezindte (op blz. 154 e.v.) zijn allemaal herkenbaar.
Helaas, ik wenste wel dat ik kon zeggen: Hegger, je zuigt deze verhalen uit je duim, maar het zijn voorbeelden die ik zelf opgeschreven kon hebben.
Een hele goede opmerking vond ik dat men een ander uitnemender moet achten dan zichzelf in zware kringen. Hoogmoed van kerkgangers wordt gehekeld, maar hoogmoed van kerkverbanden aangemoedigd. Ik denk dat dat van vele kerkverbanden gezegd kan worden. Ook wij als Hervormden gaan vaak zo prat op ons zogenaamde hervormde gevoel, dat we ons ook deze opmerking van Hegger aan kunnen trekken.
Hegger zegt: 'Dit is misschien wel de meest tragische vergissing van sommigen, die overigens terecht nadruk leggen op de noodzaak van een bevindelijk geloof, dat men het leven niet zoekt in de Zoon, maar in zichzelf. Juist het leven met de Zoon en uit de Zoon maakt het leven van het geloof voluit de moeite waard'. Dit mag in dit boek sprankelend worden doorgegeven, op ds. Heggers eigen wijze.
Het eerste boek dat ik misschien wel 20 jaar geleden in handen kreeg van Hegger had een zogenaamd preludium; Een heerlijk woord ter inleiding op het boek 'Mijn weg naar het licht'. Wanneer ik de inleiding van dit laatste boek lees bemerk je de teleurstellingen, die Hegger heeft opgedaan in zijn protestant-zijn. Gelukkig mag voor hem gelden, dat hij ondanks alles het geloof in Zijn Heere en Heiland heeft behouden.
De laatste hoofdstukken van zijn boek willen ons voluit van die genade in kennis stellen, juist ook om dat woord aan te grijpen tot ons eeuwig welzijn.
Herkenbaar
Het boek van ds. Hegger heeft mij bijzonder aangesproken. Vele kwalen, die hij opsomt, zijn zeer herkenbaar. Het leven uit geloof tot geloof, zoals Paulus dat zegt in Romeinen 1, vers 17, dreigt zo vaak onder het stof te raken, terwijl dat nu juist de vreugde en de blijdschap mag uitmaken in het leven van Gods kinderen. Een manco blijft dat Hegger met name de doelgroep waarop hij zich richt, de zogenaamde 'zware bevindelijken' niet echt van binnenuit kent. Hij gaat mij teveel af op 'hoe er tegenaan gekeken wordt', vanuit telefoongesprekken en brieven. Het echt inleven in dit denken ontbreekt daardoor, waardoor de toonzetting in zijn boek is zoals zij is. Toch hoop ik van harte dat dit boek met name binnen onze Gereformeerde Gezindte gelezen zal worden en dan kamerbreed.
Reformatie behoeft steeds weer reformatie. Dat is het wat wij ons zeker aan hebben te trekken van dit boek. Terug naar de levende Christus.
N.a.v.: ds. H. J. Hegger, Terug naar de levende Christus, uitgave Frits Hardeman, Ede, 240 pag., ƒ 29, 95.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's