De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het kenteken beslissend

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het kenteken beslissend

Kopen en verkopen

8 minuten leestijd

'Jaren geleden parkeerde ik mijn auto in een straat die gedeeltelijk opgebroken was. Een stratemaker, die daar aan het werk was, zag me en vroeg: 'U bent zeker vertegenwoordiger? ' Op mijn bevestigend antwoord vroeg hij naar het artikel dat ik verkocht. Ik vertelde hem dat ik een gratis artikel aan de mensen mocht aanbieden: het Evangelie van de genade van God in Christus. 'U bent dus dominee', concludeerde hij, om er onmiddellijk aan toe te voegen: 'Dan bent u vertegenwoordiger van een failliete zaak. Ik heb hem geprobeerd uit te leggen, dat deze "Zaak" nu juist nooit failliet zou gaan.'

Dit vertelt ds. J. Westerink, christelijk gereformeerd predikant te Bunschoten, in de bundel 'Liefde voor Gods Kerk' (uitgave Groen, Leiden). Hij voegt direct aan deze passage toe, dat veel banken niet meer staan te trappelen om aan een kerk een hypotheek te verlenen in verband met kerkbouw, dit vanwege het feit dat het niet zo goed gaat met de kerk.

Het gaat inderdaad niet zo goed met de kerk! Dat is de éne kant van de medaille. Het gaat ook niet goed in onze samenleving. Omdat het niet goed gaat met de kerk, wordt steeds minder rekening gehouden met waarden en overtuigingen, die de kerk in het algemeen en christenen in hét bijzonder vanuit het Woord Gods onopgeefbaar achten. De discussie over de zondag, vanwege de wetsvoorstellen inzake openstelling van winkels op die dag, is er het sprekende bewijs van. VVD-leider Bolkestein heeft telkens van zich doen spreken met zijn pleidooien voor eerherstel van normen en waarden. Ze worden echter bepaald niet gedragen door een godsdienstige overtuiging. Het is de VVD immers, die voorop loopt om opening van winkels op alle zondagen politiek af te dwingen en die derhalve geen enkel begrip toont voor religieuze bezwaren in deze. Daarvoor is kennelijk op dit moment nog wel, en in weer toenemende mate oog bij de PvdA, ook vanwege de sociale kant van de kwestie. De zaak zelve staat intussen niet los van het feit dat, zoals ds. Westerink zegt, het niet zo goed gaat met de kerk.

Het merkteken

Gaat nu de tijd aanbreken, dat christenen niet meer kunnen kopen of verkopen als ze niet het merkteken van het beest dragen? Die gedachte kan men hier en daar horen. Als dat alleen op de zondagskwestie wordt betrokken valt te bedenken, dat in de meeste landen van de wereld christenen een (kleine) minderheid vormen, die niet of nauwelijks invloed hebben op de maatschappij, zeker niet als het om de inrichting van de zondag gaat. Dat behoeft nochtans niet te betekenen dat men niet weerbaar en herkenbaar blijft.

In het algemeen valt de vraag te stellen in hoeverre het visioen van Johannes op Patmos inzake de dingen, 'die haast geschieden moeten' (Openb. 1 : 1), concreet valt te duiden. Gaat het dan om zaken, die geschieden zullen vlak voor de wederkomst, of gaat het om profetische duiding van de ganse tijd, die tussen Pinksteren en wederkomst ligt, dus om het profetisch perspectief inzake de laatste bedeling?

Laatst genoemde visie is telkens in de geschiedenis aan de orde geweest. Niet zelden is het visioen aangaande het beest uit Openbaring 13 al concreet geduid in de geschiedenis. Vooral Rome kwam, dan in het blikveld. Als voorbeeld valt te noemen wat Matthew Poole zegt in zijn (engelstalige) commentaar op de Bijbel (uitgave The Banner of Truth Trust). Voor hem was Rome het beest. Hij wijst op het derde Lateraans Concilie (1179), waar ieder vervloekt werd, die onderhandelde of handel dreef met de Waldenzen. Hij wijst ook op een boek van de bisschop van Armagh (De Successione Ecclesiae, over de erfenis van de kerk), waarin deze spreekt over een synode in Frankrijk, die iedere handel met ketters 'in kopen of verkopen' verbood.

Poole voert vervolgens een ingewikkelde verhandeling van een zekere dr. Potter op over het getal 666 in Openb. 13 vers 18, het getal van het beest. Daarmee komt hij ook bij Rome uit, hoewel hij ook 'een politiek lichaam' noemt. Kort gezegd is het getal 12 (de wortel van 144) in deze redenering het getal van God, dat telkens in de Schrift terug komt (12 apostelen, 12 poorten van Jeruzalem) en het getal 25 (ongeveer de wortel van 666) het getal van de antichrist. De paus en zijn clerus hanteerden dat getal 25:25 wijken in Rome, met 25 kardinalen.

Rome is zo voor Poole, hoewel ook voor anderen, de personificatie de eeuwen door van het beest in Openbaring 13. Zo treft men dit ook, zij het summier, aan in een bundel 'Overdenkingen' van Jodocus van Lodenstein uit het jaar 1659 (heruitgegeven door dr. J. H. van de Bank, Den Hertog, Houten).

Er zijn echter ook geheel andere duidingen van het beest opgevoerd, zoals het Verenigde Europa, het Communisme, de Islam. In Israël wordt, wat het laatste betreft, het getal 666 zelfs in verband met het beest door christenen afgelezen van nummerborden van Arabische auto's.

Dreiging

Het is begrijpelijk, dat daar, waar christenen onder druk kwamen te staan van de overheid of zelfs ook van kerkelijke machthebbers, ze zich bijzonder aangesproken wisten door wat in Openbaring 13 werd beschreven. Dat gold onder de vervolgingen ten tijde van Nero, of in tijden, dat Rome inquisitoire maatregelen nam tegen 'ketters', of onder het communisme. Daarmee vergeleken staat de situatie te onzent, waarin christenen als minderheid moeten leren leven, in géén verhouding tot situaties, waarin van verdrukking sprake was of is.

Wij leven wél in een situatie, waarin met kerk en geloof steeds minder rekening wordt gehouden, en waarin in wetgeving steeds minder tot uitdrukking komt, dat onze samenleving stoelt op christelijke wortels. Deze nieuwe situatie heeft ongetwijfeld bedreigende elementen voor beroepsgroepen in de samenleving. De medische sector heeft in deze het spit moeten afbijten. Maar nu vandaag de zondag steeds meer terecht komt in een glijdende schaal van arbeidstijden, krijgen veel méér, zo niet alle beroepsgroepen met principiële knelpunten te maken. Daarmee is het echter nog niet zover, dat een christen niet meer kopen of verkopen kan. We leven nog in een vrij land, een land ook met vrijheid van godsdienst. Maar de nietchristelijke en ook antichristelijke machten nemen wel toe. Langzaam maar zeker worden christelijke tekenen in de samenleving uitgewist. De aanvallen op de zondag als rustdag zijn een symptoom van een ontwikkeling, waarin met godsdienstige overtuiging, zeker als het om christelijke waarden gaat, die geënt zijn op Gods geboden, steeds minder rekening wordt gehouden.

Zo'n situatie kan voor christenen ernstiger en bedreigender zijn dan elders in de wereld, waar christenen altijd als minderheid hebben geleefd. Het maakt verschil of christelijke waarden nooit tot gelding konden komen in een samenleving of dat met zulke waarden bewust wordt afgerekend. In het laatste geval spelen soms ressentimenten ook een belangrijke rol: we zullen eens afrekenen met christenen, die het altijd voor het zeggen hadden. Bovendien kunnen christenen zelf ook in zo'n glijdende schaal worden meegenomen.

Beslissingen

Nieuwe wetten inzake de arbeidstijden en de zondag vragen meer en meer om persoonlijke beslissingen van mensen. We moeten in toenemende mate rekenen op een situatie, waarin de naam van het beest opgang maakt en waarin mensen 'aan hun rechterhand of hun voorhoofd' het merkteken van het beest dragen, zonder ook dat ze het zelf weten. Waarschuwingen daartegen zouden niet in de Schrift staan opgetekend wanneer dat merkteken geen concrete uitwerking zou krijgen in de geschiedenis.

De strijd tussen Christus en de machten voltrekt zich onder de volkeren, waarbij de politiek zeker ook tot het slagveld behoort. En die strijd is een strijd van alle eeuwen. Daarom is alle eeuwen door het boek Openbaring in profetisch perspectief gelezen. Zo mag het ook vandaag, ook al zal daarvoor in een geseculariseerde samenleving helemaal geen begrip of oor meer zijn.

De vraag is of christenen óók een herkenbaar merkteken of kenteken dragen. Ze zijn door de doop getekend. Dat teken zal als het goed is zichtbaar zijn in het leven van elke dag. De christenen in Pergamum woonden 'waar de troon des satans is'. Maar ze hadden de Naam van Christus niet verloochend. Diegenen, die overwinnen in de strijd, ontvangen een witte keursteen, met een nieuwe naam, die niemand kent dan die hem ontvangt. (Openb. 2 : 17). Naam staat tegenover Naam in deze wereld. De naam van de antichrist staat tegenover de Naam van Christus. Dat geldt ook voor de naam, die aanhangers van de antichrist dragen, en de naam, die een christen ontvangt. Daarom voltrekt de strijd tussen Christus en de machten zich ook tussen de legers, waartoe zij behoren in deze wereld. Die strijd is overigens al beslist op het kruis, waar Christus de machten definitief onttroonde. De vraag is echter wel of diegenen, die bij Christus horen, als zodanig in de strijd herkenbaar zijn.

Gemeenschap

Wel zal moeten blijken dat het merkteken ook in de gemeente zichtbaar is. Zullen niet gemeente en kerk als gemeenschap moeten functioneren wanneer het gaat om beroepsgroepen of individuele personen, die in moeilijkheden komen? Problemen inzake het sociale aspect van arbeidswetgeving vragen om het delen ervan in de gemeente. Met waardering namen we kennis van het feit, dat de moderamina van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch Lutherse Kerk er in een brief aan de Tweede Kamer op hebben aangedrongen de zondag als vrije dag te handhaven. Als echter de ontwikkelingen verder gaan, zoals nu wordt beoogd, vraagt dat ook om daadwerkelijke solidariteit, in geestelijke verbondenheid van de leden der gemeente. Als dan de 'groten' in de zakenwereld en de handel het voor het zeggen gaan krijgen, zal de gemeente het opnemen voor de 'kleinen'. Hier ligt ook een roeping voor de kerk als geheel. Er zijn jaren geweest, dat de kerk zich intensief bezig hield met wereldproblemen en dan bij voorbaat koos voor de onderliggende partij. In het geheel van onze samenleving vandaag zou de onderliggende partij zich wel eens binnen de muren van de kerk kunnen bevinden als het gaat om 'kopen en verkopen'. Het kenteken van de christelijke gemeente mag dan een garantie zijn voor solidariteit jegens hen, die heel speciaal met het kenteken van krachten en machten in de wereld worden geconfronteerd.

De maatschappelijke ontwikkelingen maken dè opmerking van ds. Westerink, hierboven genoemd wel uiterst actueel. De Kerk is een 'Zaak' die nooit failliet gaat. Dat zal blijken!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het kenteken beslissend

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's