Uit de pers
Holland
De voortgang van de tijd en de geschiedenis drukt vele namen dieper en dieper in het vergeetboek. Die werkelijkheid raakt ook aan de voorgangers van de gemeente des Heeren. En zo is het uiteindelijk ook goed. Want er blijft één Naam bestaan van geslacht tot geslacht en daar hebben we et toch ook steeds over in de kerk? Echter, sommige namen blijven klinken. In sommige plaatsen zijn straatnamen aan domineesnamen gekoppeld. In Oene is er een ds. Doornenbalstraat en in Barneveld een ds. Mensingapad. Woubrugge kent een dr. Alexander Comriekade en in Wijk is de ds. Moorreesstraat te vinden. Ook op een andere manier blijft de naam van een dienaar des Woords soms tot in geslachten klinken in gemeenten die hij eertijds mocht dienen. Eén van hen is wel de naam van ds. C. B. Holland (1878-1948). In Ecclesia v/h 'Kerkblaadje' (Orgaan van de Stichting Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge) is drs. M. den Admirant vanaf augustus 1995 bezig de feiten van leven en arbeid van deze Evangeliedienaar te memoreren. Welgeteld acht gemeenten mocht hij dienen vanaf 1903 tot aan ziin emeritaat in de 40-er jaren: Moerkapelle, Den Ham, Driesum, Raamsdonk, Kampen, Huizen, Delfshaven en Putten. Van zijn hand werd een aantal meditaties gebundeld in de bekend geraakte uitgave 'Licht en Leiding' met een voorwoord van zijn opvolger in Putten, ds. L. Kievit. In no. 24 van 'Ecclesia' d.d. 24 november 1995 komt o.a. zijn periode in Huizen ter sprake. We citeren daar dit fragment uit:
'Ds. Holland was de 32e predikant die sinds de Reformatie te Huizen werd bevestigd. De eerste, Hillebrandus Cunaeus, diende de gemeente — toen nog gecombineerd met Blaricum — van 1595 tot 1605.
In de negentiende eeuw was in Huizen de oude gereformeerde stroming dominerend. Toen de proponent H. P. Scholte (die zich later als predikant van de Hervormde Kerk zou afscheiden) in oktober 1832 in het dorp preekte, was naar wordt verhaald de toeloop zó groot, dat het kerkgebouw slechts een deel van de opgekomen schare kon bevatten. Scholte viel bij de "Huizer richting" zeer in de smaak, zodat na de dienst een intekening werd geopend om hem als tweede predikant te beroepen; deze poging had echter niet het begoogde resultaat.
Van 1836 tot 1856 werd de hervormde gemeente gediend door ds. Hendrik Slothouwer, die tot de kring van predikanten rond ds, D. Molenaar behoorde. Hij bracht de kerkeraad ertoe, protest aan te tekenen tegen het Algemeen Reglement van de Hervormde Kerk en de in 1848 voorgestelde wijzigingen daarin.
In het begin van de twintigste eeuw had de Huizer gemeente ds. G. H. Beekenkamp als predikant (gekomen van Benthuizen in 1904, vertrokken naar Delft in 1908). Hij was een vooraanstaand lid van de in 1906 opgerichte Gereformeerde Bond, evenals zijn opvolger ds. Abe van der Sluis (gekomen van Dordrecht in 1909, overleden te Huizen in 1916) en ds. J. H. F. Remme (gekomen van Oud-Beijerland in 1917, vertrokken naar Amsterdam in 1921). Ds. Remme werd in april 1922 opgevolgd door ds. A. H. J. G. van Voorthuizen, gekomen van Doornspijk.
De groei van de Huizer hervormde gemeente (tot 6.200 zielen, bijna 90 procent van de bevolking) maakte in l924 de bouw van een nieuwe kerk en de stichting van een tweede predikantsplaats noodzakelijk. Deze predikantsplaats werd door ds. Holland bezet.
Op 21 december, de vierde adventszondag van 1924, bevestigde zijn ambtgenoot, ds. Van Voorthuizen, hem met een predikatie over Hebr. 13 17: Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig", 's Middags deed ds. Holland intrede, predikende naar aanleiding van Jesaja 42 : 6b en 7: Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen; om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten". Een overweldigende schare was bij de intrede aanwezig.
Woensdagmiddag 7 januari 1925 werd de nieuwe kerk, die toen nog buiten de bebouwde kom stond, in gebruik genomen. Ds. Van Voorthuizen sprak bij deze gelegenheid naar aanleiding van Zach. 4 : 7, ds. Holland over 1 Kon. 8 : 29: Dat Uw ogen open zijn, nacht en dag, over dit huis, over deze plaats, van dewelke Gij gezegd hebt: Mijn Naam zal daar zijn; om te horen naar het gebed, hetwelk Uw knecht bidden zal in deze plaats".
Nu de tweede predikantsplaats bezet was, werd voor de meer dan 6.000 zielen omvattende hervormde gemeente een wijkdeling ingevoerd.
Vier jaar heeft ds. Holland de Huizer gemeente gediend. Al spoedig bemerkten de Huizenaren dat hij als prediker een eigen plaats innam; "er is maar één Holland in Holland" werd er gezegd. Van zijn prediking en catechese ging een goede roep uit. Nog altijd kunnen ouderen in de gemeente zich het uitnemende verteltalent van ds. Holland herinneren; verscheidene bejaarde gemeenteleden deelden dr. A. van Brummelen mee, dat zij Christus hadden gevonden op catechisatie.
Het typisch "kohlbruggiaanse" accent in de preken van ds. Holland heeft echter weinig of geen indruk nagelaten. Kennelijk had de Huizer gemeente toch enige moeite met een prediking waarin niet werd ingegaan op de standen in het geestelijk leven, maar sterke nadruk werd gelegd op de rechtvaardiging van de goddeloze. Later, toen hij emeritus predikant was in Putten, vergeleek ds. Holland het geestelijk leven in Huizen met een winkel waarin wel veel in de etalage lag, maar weinig in voorraad was (voor Putten gold zijns inziens het omgekeerde).'
Ds. Holland verliet Huizen op 6 januari 1929 om nog voor 2 jaar naar Delfshaven te gaan, waarna hij in 1931 vertrok naar zijn laatste gemeente Putten, die hij het langst mocht dienen. In Putten is men deze predikant nooit meer vergeten, vooral niet door de afschuwelijke gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog, die ook dit dorp zo diep troffen. Ds. Holland leest op de late avond van de 10e mei 1945 in de Oude Kerk de dodenlijst voor van alle mannen en jongens die in oktober 1944 naar Duitsland waren weggevoerd en daar helaas de dood moesten vinden. Ds. Kievit schrijft in genoemd voorwoord o.a. dit over ds. Holland: 'Ge herkent er de man aan, die een stempel drukte op de gemeenten die hij diende. Zijn statige gestalte verrijst voor ons, zijn zware stem dreunt nog na. Zijn uitspraken waren even kras als raak, zonder iemand te sparen en recht op de man af. Zijn woorden hadden het gewicht der waarheid en nooit zwichtte hij voor menselijke weerstand'.
Bolland
Dezer dagen verscheen een prachtige biografie over de Leidse filosoof G. J. P. J. Bolland (1854-1922) van de hand van Willem Otterspeer. Wie ooit de Memoires van de bekende Christelijke Gereformeerde kanselredenaar G. Wisse heeft gelezen, kan weten over wie het hier gaat. In 1896 werd Bolland benoemd tot hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit van Leiden. Twee jaar later laat ds. C. B. Holland zich als student inschrijven in de godgeleerdheid, eveneens in Leiden. Het is niet waarschijnlijk dat student Holland bij de geleerde Bolland college heeft gelopen. Maar prof. Wisse was wel geïnteresseerd in de 'Nederlandse Redemeester', zoals Bolland zichzelf placht te noemen. Bolland was uiterst vrijzinnig in zijn opvattingen. Ik geef u dit citaat uit Otterspeers biografie van Bolland waar hij gebruik maakt van Wisse's Memoires:
'G. Wisse (1873-1957), die als Zeeuws jongetje al werd gevangen door de schriftuurlijke mystiek van een lokale prediker, was in de bijna zestig jaar dat hij "in het ambt stond" vooral een man van het geïnspireerde woord, wat voor ons zoveel wil zeggen dat hij de tale Kanaans sprak en geen cliché uit de weg ging. In zijn Leidse tijd, van 1903 tot 1906, was hij instrumenteel in de samenvoeging van de drie gereformeerde kerken tot één christelijk gereformeerde.
Wisse had zelf contact gezocht met Bolland, "een 'Boanerges' op wijsgerig gebied", zoals hij hem in zijn memoires noemt, een zoon des donders dus, naar de bijnaam die Jezus gaf aan de zonen van Zebedeüs. Bolland woonde slechts een paar huizen van de pastorie af. Op een avond trok de jonge predikant de stoute schoenen aan en verzocht om een onderhoud. De ontvangst was allerhartelijkst, maar op de vraag van Wisse of er gelegenheid was zich verder op wijsgerig gebied te bekwamen onder leiding van Bolland, antwoordde deze: "De zou u dit ontraden, want ik neem u uw geloof af, en dat zou jammer zijn, want naar ik hoor hebt ge hier een goede opgang, en dan liep vanzelf je kerk leeg, en dat is het niet waard."
Maar Wisse liet zich niet ontmoedigen en kreeg inderdaad privaatles van Bolland. Ook kwam Bolland meermalen bij Wisse in de kerk, wat groot opzien baarde. Zelfs verscheen hij een keer op het 'gezelschap' na de avonddienst, waar de professor gevraagd werd een versje op te geven. Het werd Psalm 27 : 7, waar het heet:
Zoo ik niet had geloofd, dat in dit leven
Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou,
Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed gebleven?
Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.
Wacht op den Heer, godvruchte schaar, houdt moed;
Hij is getrouw, de bron van alle goed;
Zoo daalt zijn kracht op u in zwakheid neer;
Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den Heer.
"Ik vrees dat het alles geen vruchten voor de eeuwigheid heeft afgeworpen, " vervolgt Wisse zijn memoires. "Ik geloof dat deze man met al zijn wijsheid en geleerdheid diep in zijn ziel zich bij tijden arm en onvoldaan vond, maar niet arm en misser genoeg om de kracht Gods in Christus te omhelzen."
Wisse, voor geen gat te vangen, antwoordde Bolland dat als hij zijn geloof zou verliezen door de lessen van Bolland dat niet erg zou zijn, want dan was het toch geen echt geloof geweest en als mijn geloof wèl een waarachtig geloof is, dan kunt u het mij niet afnemen. Zo kreeg Wisse privaatlessen van Bolland.
Bolland stierf op 11 februari 1922 en Wisse bezocht hem op zijn ziek-en sterfbed. Otterspeer vertelt er dit van:
'Dominee Wisse, die in de tijd dat ze bijna buren waren vrijwel privé-les van Bolland kreeg, had ooit eens de behoefte gevoeld Bolland te waarschuwen. Het smartte hem zijn goede leermeester op reis naar het verderf te weten. Hij wees Bolland erop dat hij toch een keer moest sterven en voor God moest verschijnen. Hoe verschrikkelijk zou het zijn als hij dan niet geborgen was in de Christus der Schriften. "Ik zie hem nog, " herinnerde Wisse zich, "als een leeuw die de manen schudde, voor mij staan; met een uitdrukking van 'tarting' op het gezicht zegt hij: welnu, dan zullen we afwachten; en als er dan na den dood nog iets is, en als er dan enz., dan zal dit alles niet anders kunnen zijn dan 'redelijk', want alleen het redelijke bestaat — en al wat redelijk is, ook al ware het na den dood zooals u het zegt, al wat redelijk is ook daar en dan, daar wensch ik mij in alle redelijkheid aan te onderwerpen." "En als verloren gaan redelijk zal zijn? " waagde wisse nog te zeggen.
De man die Wisse op zijn ziekbed aantrof, leek in niets meer op een leeuw. Dodelijk zwak, vermagerd, "met de levenssmart op z'n aangezicht".
"Ik knoopte een gesprek met hem aan. Elk woord van zijn lippen was pessimistisch, soms bitter."
Eindelijk (het was tijd tot scheiden) zeide ik: professor, we moeten gaan; en wat zal 't einde wezen, wie weet ontmoeten we u nog ooit weer; en nu is 't altijd mijn gebruik om bij een kranken te bidden, wat dunkt u, zoudt ge 't goed vinden als ik dit nu hier ook doe...
Maar neen, dat vergeet ik nooit; hoe werd mijn ziel met smart, met medelijden vervuld, een pijnlijk aandoende blik van afweer, zooals ik dit nog nooit bij hem had ontdekt, sprak uit zijn oog, en daar brak de storm los; neen, bidden was voor den lageren man goed, maar hier noch noodig, noch nuttig.'
Wisse erkent tenslotte veel van hem geleerd te hebben en wie zijn geschriften kent, herkent de wijsgerige inslag in zijn uiteenzettingen. Otterspeers boek over Bolland is voor liefhebbers van biografische lectuur een lust om te lezen. Het is niet een droge opsomming van de feiten van dit wonderlijke leven, maar een tijdsbeeld èn een weergave van de wijsgerige denkbeelden van die dagen. Bolland staat daar via pen en bril van de biograaf midden tussen. Bolland was in sommige opzichten een bizar figuur. Om te zien alleen al: de arrogantie straalt van hem af. Als autodidact heeft hij zich door een ongekende ijver en werklust opgewerkt tot wie hij geworden is. Geniale mensen lijden soms in bepaalde opzichten aan een zekere gekte. Ze isoleren zichzelf daardoor en raken bevangen in eigen ideeën. Bolland werd door iedereen aan de universiteit gezien als malle Pietje, schrijft Otterspeer ergens. Niemand ging met hem om. Zijn enige sociale contacten waren zijn colleges in Leiden en drie tot vier avonden in de week elders in het land. Zijn in bepaalde opzichten extreme opvattingen zetten hem nog meer in afzondering. In zijn Inleiding laat Otterspeer merken dat zijn eigen geboortegrond in Ouderkerk aan den IJssel te zoeken valt, ook al schrijft hij dat niet met zoveel woorden. In zijn jeugd hoorde hij 'de toon van de tale Kanaans die werd aangeslagen door een ongeleerd hardhoofd dat De Redelijkheid heette...', aldus Otterspeer en daar spreekt ook de nodige afkeer uit van eigen orthodoxe achtergrond. Wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van wijsbegeerte en cultuur met name van het laatste gedeelte van de vorige en het begin van deze eeuw en er niet tegenop ziet de nodige afzondering te zoeken om deze pil van 630 bladzijden geduldig en gulzig tot zich te nemen, kan zijn hart ophalen aan dit prachtig geschreven boek over de Hegeliaan Bolland. Over hem werd het volgende puntdicht gepubliceerd bij zijn benoeming in Leiden in 1896:
Een, jaren reeds beroemd, werd
eind'lijk ook benoemd.
Voordat zijn zon verrees, was Hol
land slechts een holland.
Gij, trotsch 'Bataafsch' vernuft, door
papen slechts verdoemd,
Zijt grooter dan de Groot, o bolle
boos, o Bolland!
Willem Otterspeer, Bolland, Een biografie.. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, prijs ƒ 75, - .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's