Naomi of Mara
(Over omgaan met verdriet, 4)
I. OVER DE STERFDAG
Het bericht van overlijden
Vaak overlijden mensen (toch nog) plotseling. Zelfs al zijn er dagen, soms weken bij iemand gewaakt, dan nóg gebeurt het dat iemand buiten aanwezigheid van anderen de laatste adem uitblaast. De laatste adem uitblazen. Dat is een manier van omschrijven van het sterven, waarin we iets horen van het geheim van het leven, dat God aan de mensen gaf. In het Oude Testament is trouwens het woord voor 'adem' hetzelfde als het woord voor 'geest'. Dat blijkt ook in Psalm 146 : 4 'zijn geest gaat uit en hij keert wederom tot zijn aarde'.
In Gen. 2 : 7 wordt apart aandacht gegeven aan de eerste adem, die God in de mens blies. In de verheven woorden, waarin dit wordt verteld, horen we iets van het bijzondere van dit moment. Daarom kan ik me ook voorstellen dat mensen er aan hechten om bij dat laatste moment van hun geliefden aanwezig te zijn. Zoals een extra verdriet is, als we daar toch niet persoonlijk bij waren.
Niet telefonisch
Onlangs overleed er iemand in het ziekenhuis. Kort ervoor was de familie nog op bezoek geweest. 'Hij had het wel benauwd, maar minder dan gisteren.' 'We konden nog gewoon over allerlei dingen praten.' 'Hij zat wel in bed, maar zou na het bezoekuur weer een poosje in zijn stoel voor het raam gaan zitten.' Ruim een halfuur later vond de zuster hem. In zijn stoel voor het raam. Maar, niet meer in de tijd. Het ziekenhuis deelde deze 'ontdekking' telefonisch aan zijn vrouw (die op dat moment alleen thuis was) mee. Zó moet het naar mijn overtuiging niet!
Het bericht dat iemand overleden is moet bij voorkeur niet telefonisch worden doorgegeven. Laten de ziekenhuizen en de bejaardenhuizen er maar een paar extra 'verpleeguren' voor gebruiken om naaste familie op te vangen en met het feit van het overlijden in aanraking te brengen. Is dat niet iets van 'sociale volksgezondheid'? Daarbij moet een overledene niet van het 'vertrouwde' bed naar een kille opbaarruimte worden gebracht, alvorens ook de familie heeft gezien, wat medische deskundigen al hebben vastgesteld. Hoezeer een telefonische oproep 'u hoeft zich niet te haasten, maar u moet wel nu komen' ook vaak wordt beantwoord met de wedervraag 'ben ik dan niet te laat' ?
In het pastoraat moeten we net als in het ziekenhuis bij sombere uitslagen van allerlei onderzoeken mensen ook de tijd gunnen om naar een schokkende waarheid toe te groeien. De kille zakelijkheid in sommige zorgcentra, waarbij de no-nonsens het ook op dit punt lijkt te winnen, mag niet vergeten dat het om mensen gaat, die niet als apparaten te vervangen zijn. Unieke mensen, naar Gods Beeld geschapen, hoe geschonden hun uiterlijk op dat moment ook moge zijn. Mensen, die naar hun 'eeuwig huis' gaan. Is in het gewone leven het voorrijden van een verhuiswagen al best ingrijpend, hoeveel te meer geldt dat bij wat we met gepaste schroom toch moeten noemen de 'laatste verhuizing'.
De aanspreker
Wie vertelt het bericht? Hoe wordt het verteld? Waar wordt het verteld? Wie zijn er bij aanwezig? Dat zijn zomaar een aantal vragen die nu naar boven komen. Belangrijke vragen, omdat ze bij het naderen van een aangrijpend gevaarlijk kruispunt op onze levensweg naar boven komen. Wie het kruispunt nadert van een voorrangsweg (en de dood vraagt niet, maar néémt voorrang) moet eerst gas teruggenomen, remmen en volledig tot stilstand komen.
Vroeger was er in stad en land de Aanspreker. Ieder kende hem aan zijn kleding. Men wist dus welk bericht hij kwam brengen. Door zijn outfit werd men daar al op voorbereid. Zo kreeg je ook alvast wat tijd om te remmen en tot stilstand te komen.
Belangrijk.
Wie het vertelt. Politiemensen krijgen het tegenwoordig in hun opleiding. Het brengen van een slechte tijding. Jammer, dat de plaats van de kerk in de samenleving vaak zo ver is teruggedrongen, dat er niet meer aan gedacht wordt ook de pastor in te schakelen. Vaak kom je als predikant pas na de begrafenisondernemer aan de beurt. Dat is niet goed.
Belangrijk.
Hoe het wordt verteld. Laat de dokter (en de familie!) er de tijd voor nemen om ook de medische details te melden en zo mee te groeien naar het onherroepelijke. Laat de directeur of het hoofd-verpleging van het Zorgcentrum er de tijd en de juiste woorden voor zoeken om een levenseinde toe te lichten. Het kan toch niet dat het meewandelen met dat laatste stukje van iemands levensweg in een paar minuten moet plaatsvinden? In een tijd, waarin er aparte psychiaters zijn voor de relatie tussen een mens en zijn huisdier, mogen we het uiteenvallen van menselijke relaties toch niet met een enkel woord afdoen?
Belangrijk.
Waar het wordt verteld. Niet in de kille onpersoonlijke gang van een ziekenhuis. Niet in een ruimte met andere mensen. Maar achter een gesloten deur, zodat mensen in hun eerste reactie ook spontaan kunnen zijn en zich niet voor vreemden
Belangrijk.
Aan wie het wordt verteld. Aan de naastbestaanden zo mogelijk persoonlijk. Niet via via. Als het kan door ouders aan de kinderen en door kinderen aan de ouders. Alleen via de telefoon als de afstand niet snel kan worden overbrugd.
En laten we oppassen voor tijdsdruk. Er is geen reden tot haast bij een overlijden. De eerste uren hóeft er niets geregeld te worden. Die eerste uren zijn voor het verspreiden van het bericht en voor een eerste verwerken ervan.
Het leger der hulpverleners
Is eenmaal het bericht van overlijden voldoende bekend, de eerste schok verwerkt en samen Gods Aangezicht in gebed en openen van Zijn Woord.gezocht (en vaak kan de predikant dat gemakkelijker doen, omdat hij ervaring heeft in zulke situaties) dan moeten volgende stappen worden gezet. Er dienen zich hulpverleners aan. Buren, vrienden, bekenden. Mensen, die 'zoiets' ook hebben meegemaakt. Hartelijke mensen, die heel veel dingen goed bedoelen, maar rouwdragenden soms onnodig werkeloos maken. Dat geldt ook van de professionele hulpverleners. De huisarts, de wijkverpleegster, de begrafenisbedienaar, de predikant.
Zij allen moeten oppassen voor beroepsautomatisme. 'Wij regelen het wel voor u.' 'Blijft u maar zitten.' Juist in het regelen van allerlei dingen wordt het overlijden steeds meer concreet en groeien we mee in het onderkennen van de definitieve consequenties. Daarom moet de dokter niet te gauw met tabletjes komen om de emoties in te dammen. Daarom moet de zuster (of het bedrijf!) het afleggen niet zonder nauw overleg met de familie laten plaatsvinden. Daarom moet de begrafenisbedienaar beseffen dat hij slechts uitvoerder is. Daarom moeten de details van het opbaren (de plaats en de wijze waarop) niet in een paar minuten worden geregeld. Daarom moet de pastor niet met standaardopmerkingen of Bijbelgedeelten komen, maar altijd in relatie met de gesprekken en de situatie.
Het aangeven
Meestal gebeurt het 'aangeven' op het gemeentehuis door de begrafenisbedienaar. Maar, is dat wel juist? Het aangeven van een geboorte laten we toch ook niet aan iemand anders over? Dat doe je toch als naaste familie? Dat inschrijven maakt je nóg weer eens duidelijk, hoe gezegend je bent, en dat zeker als juist vóór jou iemand werd 'uitgeschreven'. Een nieuwe naam in het bevolkingsregister is een niet geringe gebeurtenis. Wat een precisie en wat een formaliteiten.
Waarom zouden we dan zo'n belangrijke handeling (die inderdaad heel ingrijpend is!) als het uitschrijven uit het bevolkingsregister niet als naaste familie zélf ter hand nemen? Wie voor zo'n loket mag staan met het geloof dat in Gods Boeken toch nooit een naam wordt geschrapt, kan ook deze loodzware gang met het trouwboekje maken. Tegelijk zetten we wéér een stapje op de moeilijke rouwweg, waar het 'stilstaan licht kan hinderen'. Heeft de Heere niet beloofd, dat Hij ons 'elke weg' zal leren gaan? Dus ook dit stukje van de weg.
Het opbaren
'Ze hadden mijn vader al uit huis gehaald, voordat ik zelf afscheid kon nemen.' 'Toen we in het Zorgcentrum kwamen, wist eerst niemand precies waar ze mijn moeder hadden gelaten.' 'Al die deuren met al die sleutels, het duurde zolang voordat we bij hem waren.' 'We hebben mijn moeder weggedaan, maar hadden er later spijt van.' 'Ineens was al het vertrouwde van hemzelf er niet meer.' 'We moesten bellen als we ons kind nog eens wilden zien.' 'Dat ze hem uit zo'n vriesruimte haalden, kan ik zo moeilijk uit mijn gedachten zetten.' 'Het was ineens mijn vader niet meer, hij was zo anders geworden.' 'Nóg hoor ik in mijn oren het geluid van die koel-motor.' 'Ik heb toen pas beseft, dat die laatste dagen vóór de begrafenis ook zo kostbaar zijn.'
Hoe vaak hoor je dit soort opmerkingen niet maken. Vooral als het een eerste keer is, dat in de familiekring iemand overlijdt. Overrompeld door het verdriet en (vooral als er weinig tijd van voorbereiding was) ook vol twijfel en onzekerheid hoe hij of zij het zelf gewild zou hebben. Ineens moeten besluiten worden genomen, waarover vaak onvoldoende is nagedacht en doorgepraat. Daarom ligt het voor de hand om ook eens aandacht te schenken aan het wassen, het afleggen en het opbaren.
Laat het altijd gebeuren in nauw overleg met de naaste familie. Probeer (zonder daarin elkaar te overvragen!) zoveel mogelijk zélf te doen of samen met de professionele krachten. De liefdehanden, die het bij Dorcas deden, waren ook zeker geen professionele handen (Hand. 9 : 37).
Laat de kleding van de overledene zorgvuldig zijn uitgezocht, opdat een laatste blik niet een laatste schrik hoeft te worden. Voor welke kleding er ook gekozen wordt, laat het eenvoudig zijn, helemaal bij de overledene passen en ook voor de kleinste kinderen'begrijpelijk'.
Waarom proberen we niet zoveel mogelijk (en vaak is het heus wel mogelijk, ook in flats) thuis, in de eigen vertrouwde omgeving op te baren? Het is niet 'luguber' om een overledene in huis te hebben! Het menselijk lichaam dat een tempel van de Heilige Geest wordt genoemd (1 Cor. 6 : 19) is niet ineens 'eng' geworden. Als er thuis wordt opgebaard kun je als familie op elk gewenst moment bij de overledene komen. Wat kunnen gesprekken bij de geopende kist, waarin ook anderen in eigen woorden aan de naaste familie iets van hun persoonlijke gevoelens en afscheidswoorden vertellen soms een onvergetelijk rijke inhoud hebben;
Liever toch bezoek
Liever toch bezoek
Soms kiezen mensen er voor om vanaf het begin te laten weten 'liever geen bezoek'. Niet altijd zijn ons de argumenten daarvoor bekend. We kennen niet altijd de persoonlijke omstandigheden, waardoor mensen tot een dergelijk besluit kwamen. Als dat besluit alleen maar een schrikreactie was, is het - hoe begrijpelijk ook - toch niet verstandig. Het kan goed zijn om elkaar eens te herinneren aan de wijsheid van Salomo 'het is beter te gaan in het klaaghuis, dan in het huis van de maaltijd'(Pred. 1:2).
Ik voel dat ik niet klagen mag
het verdriet is U bekend.
Maar steeds is er dat lege huis
waar hij mij niet meer wacht.
Ach elk mens heeft zijn eigen kruis,
elk mens zijn eigen klacht.
'Mijn kind, zeg Mij al je verdriet
Ik heb Mij niet vergist.
Echt Ik negeer je tranen niet.
Ik weet dat je hem mist.
Steekje de sleutel in het slot
denk dan, ik bén niet alleen.
De Eerste, Die mij groet is God,
want Hij ging nimmer heen.
Eens komt je thuis, waar hij ook is
Ik Zelf kon je dan halen.
Dat thuiskomen kent geen gemis,
thuis in Mijn hemelse zalen.'
P. Vermaat, v.d.m. 3141 GB Maassluis, F. Bolplein 21 tel. 010-5919048
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1995
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's