De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zonder vrees de dag van het oordeel tegemoet!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zonder vrees de dag van het oordeel tegemoet!

7 minuten leestijd

'Hierin is de liefde bij ons volmaakt, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben in de dag van het oordeel, namelijk dat gelijk Hij is wij ook zijn in deze wereld. Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees buiten; want de vrees heeft pijn en die vreest is niet volmaakt in de liefde' (1 Joh. 4 : 17, 18)

Dat Johannes wel de 'apostel van de liefde' is genoemd, zien we in het vierde hoofdstuk van zijn brief duidelijk naar voren komen. De opwekking om elkaar lief te hebben vindt haar grond in de liefde van God, die geopenbaard is in de zending van Christus naar deze aarde. Alles begint dus bij God, maar krijgt zijn uitstraling in deze wereld. Mensen krijgen temidden van hun zondige bestaan oog voor deze liefde en leren door de kracht van de Heilige Geest eruit leven (vs. 13). Eens is die liefde ontstoken en in het begin stond ze in de knop. Maar er is ontwikkeling gekomen zodat ze groter en sterker is geworden. Daarover heeft de apostel het in dit tekstwoord. In de gemeenschap met de Heere is de liefde volmaakt, dat is: tot volle ontwikkeling, tot volle groei gekomen. Het wordt echter aan het eind van het 17e vers nog op een andere manier onder woorden gebracht: 'namelijk dat gelijk Hij is, wij ook zijn in deze wereld'. In het leven in de liefde gaan we dus op de Heere lijken. Geestelijk dan. Wandelen in de liefde is lijken op de Vader en de Zoon. Op Christus toegespitst wil het zeggen dat de Geest het beeld van Hem in de harten van de gelovigen gaat indrukken en uitwerken. Als dat nu praktijk wordt, komt de liefde tot bloei. Dat is dus het grote doel dat de Heere op het oog heeft. Een volk dat vanuit de herstelde verhouding met God ijverig is in de liefde en in het leven van de navolging Christus' beeld vertoont. Daardoor zal de gemeente bloeien en zo anderen tot jaloersheid verwekken.

Johannes geeft echter nog een doel aan van dat leven in de liefdevolle gemeenschap met God. 'Opdat wij vrijmoedig­ heid mogen hebben in de dag van het oordeel'... Ineens gaan zijn ogen naar de toekomst en staart hij op de dag van Christus, de dag van het oordeel. Het is dat moment aan het einde der tijden, waarop Christus als Rechter komt om te oordelen de levenden èn de doden en om de scheiding tussen de schapen en de bokken te voltrekken. Allen komen dus in het oordeel, ook de gelovigen. Alleen, zij hebben niets te vrezen, want voor het oog van iedereen horen ze hun vrijspraak, die ze in hun aardse leven al vernomen hebben, bekrachtigd.

Ziet u wat er gebeurt? Johannes ziet het leven in het licht van de dag van de wederkomst van Christus. Nu de Adventstijd is aangebroken, bereiden we ons in de geest niet alleen voor op het gedenken van Christus' geboorte, maar ook op de dag van Zijn toekomst. De kwaliteit van ons leven wordt dan ook door niets beters getoetst dan door het licht van de grote dag.

Zonder de geloofsverbondenheid met de Zaligmaker kunnen we niet voor hem als Rechter verschijnen. Wat zou er dan gevreesd moeten worden...

Echter, dat is het aangrijpende: velen vrezen niet! Onwetendheid en ongeloof schuiven de gedachte aan die dag ver weg en doen leven zoals in de dagen van Noach zonder werkelijk stil te staan bij de vraag: Waar gaat het heen? Anderen hebben een zekere vrees voor wat er na de dood komt, het onzekere, het onbestemde. We voelen het ontzagwekkende van de bijbelse leer. Ons leven staat in het licht van de dag der dagen. Onze eeuwige bestemming wordt in dit leven beslist en op de dag van het oordeel in het openbaar uitgesproken en bekrachtigd. Buiten de Heiland toch de meest verontrustende gedachte die we maar kunnen indenken?

We mogen echter ook een beslissende stap verder gaan. In de liefdevolle kennis van Gods heil in Christus hoeven we juist niet bang te zijn. Eigenlijk is die zekerheid er voor iedere gelovige. Het is dus niet waar dat de dag van Christus alleen een zaak van vreze en beven zou zijn en nooit verdwijnende twijfel zou bevorderen. Daar­ mee zouden we de rijkdom van de Schrift tekort doen. Staande in de pasbegonnen Adventstijd stellen we ons met het oog op de dag van het oordeel voor Gods aangezicht.

Wat een machtig woord dan in dat 18e vers: 'Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees buiten'! Weet u wat Johannes daarmee wil zeggen? Levend vanuit de liefdevolle gemeenschap hoeft er geen vrees voor de dag van het oordeel te zijn. Er mag juist de vrijmoedigheid zijn, het vertrouwelijk spreken zonder vrees in de tegenwoordigheid van de Koning! Als we dus in deze periode voor Kerst vrijmoedigheid willen hebben en straks niet beschaamd willen worden, hebben we één ding nodig: het verzoende leven in de liefde. In het geloof is toch de stem van het kind te horen en niet die van de schuwe slaaf? De volmaakte liefde drijft de vrees buiten. Het is als met die moeder die haar zieke kind verzorgt: Dacht u dat ze alsmaar bang rondloopt en denkt: O, als ik die ziekte maar niet krijg!

Welnee, deze hartelijke liefde drijft de vrees buiten. Als we vrezen voor de dag van het oordeel, is de liefde nog niet volgroeid of ze is er helemaal niet.

Hoe ik dan bevrijd word van die vrees? Door me in de geest te stellen voor Christus' rechterstoel en te beseffen dat ik voor Hem niet kan bestaan. Al mijn deugden zijn een wegwerpelijk kleed. De grond zakt onder mijn voeten weg. Hoe zal ik kunnen bestaan? Er is slechts één grond en dat is de liefde van God in Christus, ten volle geopenbaard in het verzoenend lijden van de Middelaar. En verder: Ik zal vrijmoedigheid ontvangen in de dag van het oordeel als ik ondanks alle onwaardigheid mag zien op het leven dat God Zelf heeft gewerkt, op Zijn genade die dwars door alles heen heeft getriomfeerd. Zo moet de vrees verdwijnen, want ze heeft pijn. Ze ziet op de straf en wordt verschrikt. Misschien is daarmee uw hart wel opengelegd. U zou de Heere niet kunnen missen en kunt onder het Woord en rond het Heilig Avondmaal Zijn nabijheid zo ervaren. En toch... die vrees. Hoe zou het zijn als ik vannacht zou sterven? Als Christus morgen zou terugkomen? Herkenbaar? Diepe aanvechtingen waar u misschien niet gemakkelijk over spreekt. Kijk nog eens naar het woord uit deze brief. Er is in de liefde geen vrees. Als u nu schrikt omdat u denkt: Zie je wel, het is nog niets met me want ik vrees nog al te vaak, wordt u toch bij de hand genomen. Lees eens: 'En die vreest is niet volmaakt in de liefde'. Die liefde kan er dus wel zijn. Troostvol als uw hart ondanks alles is opengegaan voor de genade in Christus.

Alleen, die liefde is wellicht nog zo breekbaar en teer. Binnen de kortste keren ligt ze onder het stof. Het is als met de discipelen tegen wie Jezus zei: Wat zijt gij vreesachtig, gij kleingelovigen!

Kleingelovigen, dat wel. Maar het geloof was er. En daarom ook vermanend. Hoe meer zicht op Gods genade, hoe meer de liefde groeit. En hoe meer die liefde groeit, hoe meer de vrees voor het oordeel moet wijken. Ziende op mijn werk kan het nooit, want de zonde blijft tot diepe ontzetting en verootmoediging. Waar de voltooiing komt, is de vrees voor Christus' dag weg. Begrijpt u dat Guido de Bres aan het einde van de Nederlandse Geloofsbelijdenis kon schrijven: 'Daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen'...

Buiten Christus kunnen we daarom ook nooit rustig zijn als we leven in de grote Adventstijd. Laten we dan door de knieën gaan in de belijdenis van onze zonden om straks met diepe blijdschap te belijden: O dierbaar Kind, o stof van vreugd! Wanneer we echter in het nieuwe leven van de liefde wandelen, leren we uitzien naar de dag van Christus. Wanneer kotnt de dag dat ik bij U wezen mag? Het is nog wachten op Gods tijd. De rechterstoel wordt opgericht. De Rechter, Hij is mijn Redder! Vrijmoedigheid in de dag van het oordeel. He t is ingaan tot de bruiloft van het Lam, waar het voor eeuwig werkelijkheid zal zijn:

U al mijn liefde waardig schatten Wijl Gij mijn rechterhand woudt vatten!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Zonder vrees de dag van het oordeel tegemoet!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's