De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vereniging als groeimodel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vereniging als groeimodel

10 minuten leestijd

Uit het artikel van ds. H. Klink over de laatst gehouden hervormde synode spreekt grote teleurstelling. Hij meent dat bij de algemene beschouwingen over de consideraties aangaande het ontwerp-kerkorde voor de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland aan de classicale vergaderingen groot onrecht is aangedaan. Hij zoekt de oorzaak van dit alles bij de commissie KOA, die via een gekunstelde redenering classicale vergaderingen bij het kamp van de voorstanders zou hebben gerekend, tegen hun bedoeling in. Zijn bijdrage vraagt om een reactie.

De meerderheid voor

Over één ding zijn we het eens: uit de reacties van de classicale vergaderingen blijkt dat de meerderheid zich uitspreekt vóór de vereniging van kerken. Ds. Klink spreekt van een kleine 60% en wijst erop dat de verhoudingen sinds 1986 in feite niet veranderd zijn. De commissie voor Kerkordelijke Aangelegenheden (KOA), die tot taak heeft over de binnengekomen reacties een advies uit te brengen, kwam tot dezelfde conclusie. We moeten ons realiseren dat deze constatering verstrekkende gevolgen heeft. Er wordt in de kerk allerwegen onderstreept dat men een belangrijke minderheid niet kan negeren en dat is juist (ik kom daar nog op terug). De KOA heeft evenwel voorop gesteld dat men in elk geval ook aan een meerderheid, die zich uitspreekt, niet voorbij mag gaan. De classicale vergaderingen spreken in meerderheid uit (om het met de woorden van ord. 20-8 van onze eigen kerkorde te zeggen) dat ze 'zich geroepen weten tot eenheid te komen'.

Wanneer we de reacties van de classicale vergaderingen als de grondvergaderingen der kerk emstig nemen, kunnen we niet om deze conclusie heen.

Keuze voor federatie

Vervolgens is door ongeveer 16 classicale vergaderingen gepleit voor een federatie van de kerken. Tot deze groep zijn door de KOA ook gerekend de classicale vergaderingen van Zoetermeer en Zwolle.

Sommige van deze voorstanders van federatie geven te kennen na een groeiproces voor de vereniging van de kerken te zijn. Volgens de indeling van de KOA betreft dat zeven classes, ds. Klink is van mening dat Zoetermeer en Zwolle niet bij deze categorie horen zodat het er vijf zouden zijn. Deze vijf of zeven classicale vergaderingen versterken op de langere termijn de nu reeds bestaande meerderheid voor vereniging.

In de synode heb ik gezegd dat het begrip federatie is gaan fungeren als een verzamelbegrip waarin alle zorg, ongerustheid, weerstand, aarzeling, behoud van hervormde, identiteit kon worden ondergebracht. Het zocht aan die gevoelens van behoedzaamheid vorm te geven zonder het proces van Samen op Weg tot stilstand te brengen, want dat wil de kerk blijkens de consideraties kennelijk ook niet.

Sommigen kozen voor het begrip federatie om daarmee de hervormde identiteit veilig te stellen. Men hoopt via de figuur van de federatie het eigen kerk-zijn te kunnen voortzetten. Anderen zijn weliswaar van oordeel dat er geen kerkscheidende factoren zijn en dat men op de weg naar eenwording behoort voort te gaan, maar dat er sprake is van zo'n grote ongelijktijdigheid in de kerk, dat men vraagt: geef meer tijd, er is een groeiproces nodig. Zou daaraan een federatie niet dienstbaar kunnen zijn?

Niet verdergaan

Als derde groep zijn er 14 classicale vergaderingen die zich hebben aangesloten bij de opvatting van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, dat het SoW-proces niet verder dient te gaan dan bij Tussenorde geregelde federatieve samenwerking van gemeenten en classicale vergaderingen, die daar zelf voor kiezen. Ze zijn tegen een federatie van de drie kerken en willen de huidige fase in Samen op Weg bestendigen: laten gemeenten die dat wensen samengaan, als de kerken maar afzonderlijk blijven voortbestaan. Samen met de classes, die zich helemaal tegen Samen op Weg hebben uitgesproken vormen zij 17 (van dé 75) classicale vergaderingen.

Federatie als compromis?

De KOA stond voor de taak, gehoord al deze verschillende opvattingen, de synode van advies te dienen. De meerderheid is weliswaar voor vereniging, maar zou misschien de keuze voor federatie als compromis kunnen dienen? De KOA heeft deze mogelijkheid ontraden op kerkordelijke gronden. In het advies is de commissie uitvoerig ingegaan op de vraag wat de strekking is van de begrippen 'vereniging' (of fusie) en 'federatie' in het wereldlijk en het kerkelijk recht.

Een federatie in het kerkelijk recht betekent niet dat alles apart blijft, zoals sommigen denken. Integendeel: een kerkelijke federatie omvat het gehele leven en werken van de kerken, waarbij zoveel als mogelijk is alles in gezamenlijkheid wordt beslist.

Zoals in een gefedereerde gemeente de gemeenschappelijke kerkeraad de verantwoordelijkheid draagt voor het leven en werken van de SoW-gemeenten (Interim regeling Kerkeraad, art. 1 en 2), zo zou bij een federatie van de drie kerken de gemeenschappelijke synode deze verantwoordelijkheid dragen voor de 'SoW-kerk'. Al het uitvoerende werk zou in gezamenlijkheid worden verricht: een federatie is een vorm van samengaan van kerken. Daarnaast zouden echter (in elk geval op papier) de afzonderlijke synoden met alle organen van bijstand moeten blijven bestaan, om niet (zoals dat in het kerkelijk spraakgebruik wordt genoemd) 'door de federatie heen te schieten'.

Het is duidelijk dat deze constructie buitengewoon gecompliceerd is, daarmee dreigt SoW te verzanden in een organisatorisch proces dat eigenlijk niemand begeert.

Wat echter nog belangrijker is: ze komt niet werkelijk aan de bezwaren tegemoet. De federatie is geen bruikbaar middel om de eigen kerkelijke identiteit veilig te stellen tegenover de anderen. Vandaar de conclusie van de KOA: de commissie zegt niet dat een federatie van kerken niet kan of niet mag, maar dat die in de gegeven omstandigheden ons niet verder helpt.

Ik heb er in de synode geen misverstand over laten bestaan: het is in het proces van eenwording niet mogelijk tegemoet te komen aan de wens dat de NHK altijd in deze vorm, met de huidige kerkorde, zal blijven bestaan. Ook bij federatie van kerken zou dat niet het geval zijn. Elke stap op weg naar eenwording betekent dat je je eigen bestaan inbrengt in een groter geheel.

De synode voor de keuze

Op basis van kerkordelijke argumenten is de KOA ertoe gekomen niet te pleiten voor federatie van de kerken. Het is jammer dat in de synode niemand op deze argumenten is ingegaan.

Wanneer de keuze voor een federatie van kerken als begaanbare weg vervalt, zal de synode moeten kiezen tussen het afzonderlijk kerk-zijn of het gezamenlijk kerk-zijn, tussen het bestendigen van de huidige situatie of een stap verder gaan in het proces van Samen op Weg. Voor de aanvankelijke voorstanders van federatie kan die keuze naar twee kanten uitvallen: dat men tot de conclusie komt 'dan maar blijven zoals het nu is' of 'dan maar liever kiezen voor vereniging'. Het was nu aan de synode een koers te bepalen hoe het verder moet.

Rekening houden met de bezwaren

In haar advies heeft de KOA uitvoerig aandacht gegeven aan de bezwaren. In onze kerk worden de besluiten (terecht) genomen met meerderheid van stemmen. Tegelijk wordt echter altijd zorgvuldig gezocht naar wegen om aan de bezwaren van een minderheid waar mogelijk tegemoet te komen. Om te voorkomen dat een kleine meerderheid besluiten neemt ten aanzien van de vereniging van kerken, heeft de synodevergadering van juni op voorstel van de KOA besloten dat voor het definitieve besluit tot vereniging een meerderheid van tweederde van de stemmen nodig is.

Het KOA-advies

De commissie KOA heeft niet bepleit het Samen op Weg-proces stop te zetten. Daarmee zou aan de consideraties van de classical vergaderingen geen recht worden gedaan. Een federatie van de kerken is door de KOA op kerkordelijke gronden ontraden, terwijl voor deze mogelijkheid trouwens evenmin een meerderheid in de kerk te vinden is. Maar, gelet op bezwaren, spreekt de KOA ook niet uit dat het verenigingsproces maar 'gewoon door moet gaan' omdat de meerderheid daarvoor heeft gekozen.

Het advies luidt 'het SoW-proces voort te zetten in de richting van vereniging', maar... niet zonder meer en niet ongewijzigd!

In de consideraties die kiezen voor federatie is herhaaldelijk gevraagd om ruimte in de tijd en ruimte om naar elkaar toe te groeien. De KOA pleit ervoor om deze elementen in het verenigingsproces een plaats te geven.

De commissie spreekt daarom van een 'vereniging als groeimodel'. De vereniging van de drie kerken mag niet leiden tot het massieve eenheidsprodukt dat door sommigen wordt gevreesd. Er moet daarom, ter wille van de minderheid in de kerk, nog nadrukkelijker worden gezocht naar voldoende ruimte voor hen die eigen vormen van kerkelijk leven binnen de verenigde kerk willen voortzetten. Voortdurend blijkt in de kerk het misverstand te bestaan dat het in de verenigde kerk nauwelijks mogelijk zal zijn het eigen gemeenteleven op een verantwoorde wijze voort te zetten.

Nadrukkelijk wordt door de KOA uitgesproken dat, wanneer zich in de kerkorde VPKN voor de bezwaarde gemeenten knelpunten voordoen, onderzocht moet worden of er op een verantwoorde manier, binnen het geheel van de kerkorde desnoods via overgangsbepalingen, mogelijkheden zijn om aan de bezwaren tegemoet te komen.

Wanneer de Triosynode dit advies overneemt spreekt ze daarmee uit bij de verdere behandeling van de kerkorde en de ordinanties zorgvuldig te letten op de positie van minderheden binnen de kerk.

Verder adviseert de KOA af te zien van het stellen van een termijn. De commissie heeft uit de consideraties de conclusie getrokken dat het steeds weer noemen van een einddatum in de kerk een averechts effect heeft. Er wordt allerwegen gevraagd om het geestelijk en bezinnend gesprek binnen de kerken. Een dergelijk gesprek heeft al sinds 1973 in het kader van Samen op Weg plaatsgevonden, maar toen ademde alles nog vrijblijvendheid en hebben velen zich aan dat gesprek onttrokken. Nu het ontwerp-kerkorde op tafel ligt wordt het menens: ons kerk-zijn is in het geding! Daarover mag en moet in de komende tijd diepgaand beraad plaatsvinden. Hoe verstaan we de roeping van de kerk in deze tijd en op welke wijze willen we daar vorm aan geven. In het gesprek over de kerkorde komen de grondvragen van het kerk-zijn aan de orde.

Voor het serieus voeren van dit (kerkordelijk) gesprek is tijd nodig, het opvoeren van de druk door middel van een telkens bijgesteld tijdpad met einddatum levert daaraan alleen maar een negatieve bijdrage. Maar dit gesprek moet wèl worden gevoerd. Dat is het derde advies van de KOA, de consideraties geven alle aanleiding daartoe. Zowel voor-als tegenstanders hebben geweldig veel energie gestoken in de reacties op het ontwerp. Het is nu de taak van de synode om deze reacties te bespreken en te zoeken naar een aanvaardbare tekst.

Door de behandeling van de kerkorde niet voort te zetten zou aan de kerk pas werkelijk onrecht worden gedaan!

Bruggen bouwen

Er is sprake van grote teleurstelling bij dege­nen, die gehoopt hadden dat de duidelijk uitgesproken bezwaren zouden leiden tot het opschorten van het Samen op Weg-proces. De kloof tussen voor-en tegenstanders van deze kerkelijke eenwording is diep.

Maar juist omdat het de kerk betreft, kunnen we met deze constatering niet volstaan. Het legt allen in de kerk de verplichting op te zoeken naar een gezamenlijke weg.

Wij mogen, ook als Gereformeerde Bond, niet terzijde blijven staan maar zullen moeten nadenken over de vraag op welke wijze we kritisch en constructief onze bijdrage kunnen geven wanneer het proces van vereniging toch voortgang vindt. Dat zijn we aan onze kerk verplicht. Als christenen zijn we geroepen bruggenbouwers en vredestichters te zijn en dat kan alleen in de weg van de zelfverloochening. In deze weken van Advent gedenken we dat de weg van Christus een weg van vernedering is. We moeten leren onszelf te verliezen om de zaak van het Koninkrijk te winnen.

We hebben beloofd Hem te volgen en te dienen in Zijn kerk. We worden voor de vraag gesteld of de Here Jezus Christus, de Koning der Kerk, ons misschien ook gebruiken kan als ze een 'verenigde kerk' zal zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Vereniging als groeimodel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1995

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's