De Levende onder de levenden'
'Voorts noemde hij de naam zijner vrouw Heva, omdat zij een moeder aller levenden is.' Gen. 3 : 20
Deze tekst wordt weleens zo uitgelegd dat Adam door de naam 'Moeder' aan zijn vrouw te geven, in verzet komt tegen God. God zegt dan: 'Tot stof zult gij wederkeren'; maar de mens zegt dan: 'Het zal niet gebeuren; wij zullen leven!' Zo leven de mensen soms inderdaad. Dan worden ze wel geslagen; maar de pijn voelen ze niet. Zij rechten de rug en sterken de spieren; en zij zeggen: 'Wij buigen ons niet'. Maar het is verkeerd om te denken, dat het met Adam zo is. Hij tekent geen verzet aan. Hij wordt klein onder wat God heeft gezegd. Denkt u niet: 'Adam heeft dat niet gehoord'. Dat heeft hij heel goed gehoord. Hij weet: 'De dood heb ik verdiend'. Maar hij heeft ook de belofte gehoord. De belofte van het Vrouwenzaad, Christus, die de satan verpletteren zal.
Zo spreekt de nieuwe naam van Adams vrouw niet van Adams verzet, maar van zijn geloof. Hij klampt zich weer aan God vast.
Eerst heette Adams vrouw de 'Mannin'. Hij was de Man en zij de Mannin. Adam - Adama. Dat maakt maar één letter uit. Dat lijkt op elkaar. En dat vond Adam mooi. Want zij was zijn vrouw.
Maar schennend en grievend had Adam gezegd: 'De vrouw die Gij bij mij hebt gegeven'. Maar wat heeft hij daar nu een spijt van. Hij is hier heel klein. Adam zegt eigenlijk: 'Je moet nu niet meer naar mij heten, maar je moet naar je kinderen heten. Jij zult Heva, de Moeder aller levenden zijn'. Als Mannin hoorde de vrouw bij Adam, maar als Heva behoort zij bij de kinderen, die zullen worden geboren. En behoort zij bij het Kind. Het Kind, Jezus Christus, dat geboren werd in de volheid des tijds. Adam belijdt zijn schuld. Ziet u hoe diep Adam buigt? Adam verliest hier zijn leven aan God. En dan wordt het leven, weer goed. Wat waren de verwijten heftig. 'De vrouw die Gij bij mij hebt ge geven...'. Dat was geen fijn huwelijk meer! Adam was zijn "vrouw eigenlijk kwijt. Maar nu stoot hij haar niet meer af. Hij slaat a.h.w. zijn arm om haar heen. Hij zegt: 'Nu is het weer goed; omdat het Kind het weer goed maken zal'. Adam en Heva kunnen elkaar vergeven, omdat God hen vergeeft.
Weet u wat een goed huwelijk is? Dat huwelijk, waarin, man en vrouw klein voor God zijn. Dan geldt het over en weer: 'Ik kan jou niet gelukkig maken; en wij kunnen samen onze kinderen niet gelukkig maken; maar wij mogen toch leven; leven op kosten van het Kind; leven op kosten van de Zaligmaker'.
Wat wij aan God kwijt zijn, zijn wij niet kwijt. Adam was zijn vrouw niet kwijt.'Hij gaf ze aan God. En hij kreeg ze van God weer terug. Jezus zegt: 'Wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen. Maar zo wie zijn leven zal verliezen, die zal het behouden!'
Maar nu is er nog iets. Adam belijdt persoonlijk zijn geloof. Maar hij is hier ook een profeet. Hij verheft zijn stem. En zingt een schoon lied. Van de Messias zingt hij. Van het Kind dat zal worden geboren in Bethlehem.
Dat zit er zeker wel in, dat Adam Heva hier als de toekomstige moeder van zijn kinderen prijst. Dat is de hele menselijke kant van de zaak. Maar er is ook nog wat anders. Dat is, dat hij hier als profeet vertelt van de Christus, die zal komen. Die zal het Vrouwezaad zijn. Die zal onder de levenden de Levende zijn. De Levensvorst. Hij die de dood overwon. Hij die het onderpand van onze zalige opstandig is.
Wat een troost! Voor wie? Voor wie, zoals Adam, in het stof liggen en verloren zijn, is dat tot troost. Voor wie Christus als hun Redder nodig krijgen. Voor hen geldt: 'En de dood zal niet meer zijn!' Wat een perspectief! Ik hoop, dat u er ook rijk mee bent.
Nu is Jezus 'geworden uit een vrouw en geworden onder de wet'. Dan erger ik me. Aan zo'n Heiland. Die zo diep afgedaald is. In het vlees van ons vlees. Maar ik verwonder me tegelijk.
Dan is de vraag niet, of ik wel goed genoeg voor Hem ben. (Laat die vraag maar radicaal varen. Wij zijn nooit goed genoeg.) Maar de vraag is, of ik wel gering genoeg ben om bij Hem te horen.
Laten wij God toevallen, zoals Adam dat deed. Adam valt er buiten, als het gaat over de komst van de Verlosser. Hij valt er buiten, maar God valt hij toe. Hij zegt met een trilling in zijn stem: 'Heva'; omdat zij de moeder aller levenden is. En van zijn Verlosser!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's