De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

Jan Fokkelman, Vertelkunst in de Bijbel. Een handleiding bij literair lezen, Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1995, 222 blz., ƒ 37, 50.

De auteur van dit boek doceert klassiek-Hebreeuwse literatuur aan de Leidse universiteit. Hij bestudeert dus het O.T. als literatuurwetenschapper. Zijn bedoeling met dit boek is om aan een breder pubhek te laten zien hoezeer de bijbelverhalen als creatieve producten van een zeer knappe vertelkunst gelezen kunnen worden. Of eigenlijk: hoezeer zij als zodanig gelezen moeten worden. Want de stelling van Fokkelman is toch wel, dat ieder die de Bijbel anders leest, geen recht doet aan de 'literaire zijnswijze' ervan. Ieder woord in het proza van de Bijbel is immers weloverwogen gekozen en heeft zijn plaats gekregen in relatie tot vele andere. Ieder detail staat in dienst van het geheel, niets is overbodig, niets is toevallig.

Het gaat er nu om, dat we als lezers de samenhangen en verbanden op het spoor komen. Daartoe moeten we leren het bijbels proza vanuit een variëteit aan gezichtspunten te bevragen: wie is de held van het verhaal? Welke 'queeste' (= zoek-of speurtocht) voert deze uit, en hoe is een en ander vormgegeven in de plot? Hoe is de tijdsvolgorde in het verhaal, en hoe zijn de omvattende verhalencycli ingedeeld in kleinere eenheden? Hoe en waar keren bepaalde sleutelwoorden terug? Aan de hand van een aantal telkens terugkerende 'oefenteksten' probeert Fokkelman aan te tonen hoe men op deze wijze de teksten leert lezen zoals ze gelezen willen zijn (merkwaardig is in dit verband overigens, dat aan het eind van het boek geen tekstregister is opgenomen).

Eén voorbeeld ter illustratie. Het stamt uit het enige hoofdstuk over het Nieuwe Testament, waarin de auteur zich dus even buiten z'n eigenlijke vakgebied begeeft. Op p. 208 vergelijkt hij met elkaar Lukas' berichtgeving over de verheerlijking op de berg en over de ontdekking van het lege graf door de vrouwen op de Opstandingsmorgen. In beide gevallen is er sprake van de uitroep 'zie, twee mannen' en van blinkende kleding (in het Grieks wordt dezelfde woordstam gebruikt), en in beide gevallen spreken die mannen over een 'uitgang' van Jezus (eerst in Jeruzalem, d.w.z. uit het leven, dan uit het graf, dus uit de dood). Fokkelman stelt nu, dat deze overeenkomsten niet toevallig kunnen zijn. Lukas wil er z.i. mee aangeven dat de twee mannen bij het graf identiek zijn aan de twee op de berg: het gaat opnieuw om Mozes en Elia!

Dat is natuurlijk een verrassende conclusie en zo worden er meer getrokken in dit boek. Regelmatig krijg je het gevoel dat hier nog eens nieuwe dingen worden opgedolven uit de oude schat! En dan niet, zo lijkt het, door ze er eerst in te stoppen, maar eenvoudig door zorgvuldig te letten op wat er staat. Maar is dat ook zo? Met de verrassing is er, althans bij ondergetekende, meteen toch ook telkens de aarzeling en de teleurstelling. De verbanden zullen inderdaad wel niet toevallig zijn, maar worden de conclusies niet veel te snel getrokken? Om op het voorbeeld terug te komen: bij de verheerlijking' op de berg wordt door Lukas nergens gezegd, dat de kleding van Mozes en Elia blonk. Dat wordt alleen gezegd van de kleding van Jezus. Bovendien wordt er in Luk. 24 helemaal niet gesproken over een 'uitgang' van Jezus, enkel van Zijn opgestaan zijn. Het is bij nader inzien merkwaardig hoe snel dit soort 'hobbels' zonder een spoor van aarzeling gladgestreken worden.

Zo blijft de lezer al met al enigszins in verwarring achter. Enerzijds zijn er boeiende ontdekkingen vanuit de structuur en compositie van de bijbelverhalen. Men gaat zich in toenemende mate verwonderen over de zeggingskracht ervan. Anderzijds bekruipt je het gevoel, dat de Bijbel toch weer (zij het op een heel andere manier dan indertijd bij Hal Lindsey) als een puzzelboek gebruikt wordt. Ditmaal is het de literatuurwetenschapper die weet te vertellen hoe de stukjes in elkaar passen! Kundig, dat zeker - maar onontkoombaar van tijd tot tijd ook kunstig en gekunsteld.

Nog problematischer acht ik intussen het reductionisme in Fokkelmans benadering. Expliciet wordt gesteld: zo moet de Bijbel gelezen worden en anders niet! De vraag naar de historiciteit bijvoorbeeld is feitelijk taboe: wie die stelt, leest de Bijbel verkeerd. Zonder meer wordt aangenonien dat de schrijvers terwille van hun literaire bedoelingen allerlei zaken 'verzonnen' hebben; bij de zgn. historisch-kritische methode was daar op z'n minst nog discussie over mogelijk! Zelfs de vraag naar de theologische boodschap van de tekst (waar bijv. de Amsterdamse School zich op concentreert) komt bij Fokkelman nauwelijks meer in het vizier. Jammer, dit exclusivisme! Want waarom zou aandacht voor literaire structuren in de Bijbel eigenlijk niet gepaard kunnen gaan met de erkenning van het gezag van de Schrift als canon, van haar aanspraken op historiciteit, haar openbaringskarakter als waarheid over God etc?

Fokkelmans boek staat intussen niet op zichzelf. Het is een tamelijk radicale exponent van de 'narratieve' stroming die in de bijbelwetenschappen nog altijd terrein lijkt te winnen. Deze kenmerkt zich weliswaar door een diep respect voor de letterlijke bijbeltekst zoals die voor ons ligt. Het veredelde knip-en plakwerk dat een tijdlang dominant was in veel wetenschappelijke omgang met de Bijbel ontbreekt hier, en daar kan men dankbaar voor zijn. Maar dit boek maakt ook opnieuw duidelijk, dat er een geducht prijskaartje aan de narratieve benadering hangt: de Bijbel wordt immers primair, zo niet uitsluitend, gezien als het literaire product van menselijke verbeeldingskracht. De vraag is. of dat uiteindelijk niet minstens zozeer een vooi oordeel is als alle vooroordelen die Fokkelman ons.af wil leren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's