Boekbespreking
A. van Harskamp, B. Siertsema & B. Voorsluis (red.), Geloof en vertrouwen na Auschwitz, Uitg. De Horstink, Zoetermeer 1995, 95 blz., ƒ 25, —.
De vier hoofdstukken die de kern van deze bundel vormen, komen voort uit evenzovele bijdragen aan een symposium dat op 9 juni jl. plaatsvond in De Rode Hoed te Amsterdam. Het symposium ging over het thema dat nu als titel aan de bundel is meegegeven. Het werd georganiseerd door de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs in samenwerking met het Bezinningscentrum van de Vrije Universiteit. Toegevoegd zijn een inleidend hoofdstuk van de hand van A. van Harskamp en een afsluitend interview dat de Heerenveense predikant C. Wessel had met de Duitse theoloog F.W. Marquardt. Over de theologie van Marquardt gaat ook het opstel van Rinse Reeling Brouwer. In zijn driedelige dogmatiek probeert Marquardt de christelijke theologie te herschrijven onder radicale verwerking van de holocaust. Iets soortgelijks (zij het op nog weer andere wijze) doet ook de Amerikaanse theoloog Darrell Fasching, aan wie de bijdrage van Erik Borgman gewijd is. Het zou boeiend geweest zijn als men beide theologen niet slechts had weergegeven, maar ook met elkaar vergeleken. Het derde opstel is van Huub Oosterhuis, die aan de hand van gedichten van Lucebert, Vroman, Van der Graft en Paul Celan concludeert dat wij nog altijd vertrouwen kunnen stellen in de taal. Anders dan Adomo ooit meende, is na Auschwitz nog wel degelijk verantwoorde poëzie mogelijk. Tenslotte is er een zeer erudiet opstel van Rob Hensen over de vraag of Auschwitz de opvatting dat de mens ten diepste een moreel wezen is, voorgoed ontzenuwd heeft (antwoord: nee).
Twee dingen vielen mij in het bijzonder op bij het lezen van deze bundel. Allereerst dat zoals zo vaak ook in dit boek - afgezien van het artikel van Hensen - de meeste aandacht uitgaat naar de vraag hoe het passieve lijden dat in Auschwitz plaatsvond mogelijk was, en niet haar de vraag hoe het actieve kwaad mogelijk was. Vooral bij Van Harskamp is het bijna navrant om te zien hoe snel hij heenstapt over wat hij noemt 'de daad van Auschwitz' naar 'het lijden van Auschwitz', om vandaaruit maar meteen zijn radicale conclusies te trekken voor de Godsleer. Is niet juist de vraag naar de daad Van Auschwitz de allereerste waarvoor de christelijke theologie zich gesteld ziet? Welke theologische consequenties het lijden van Auschwitz heeft - dat is de vraag die wel voor het jodendom centraal staat, rnaar waar juist christenen niet te snel mee aan de haal moeten gaan. Wie die agenda omkeert, ontkomt er haast niet aan om God de schuld te geven van wat wij als West-Europeanen hebben aangericht. In de tweede plaats - en zonder twijfel daarmee samenhangend - valt op, dat alle auteurs op bepaalde manieren na Auschwitz nog wel ruimte zien voor geloof, hoop en vertrouwen, maar dat die zich bij de meesten van hen (Borgman lijkt hier de enige positieve uitzondering) niet zozeer richten op God als wel op de mens. Ik vind dat onbegrijpelijk. Als Auschwitz iets heeft laten zien, dan is het toch wel dat de hoop die zich op het wezen mens richt in elk geval ongerechtvaardigd is. Tegenover de hoofdlijn van deze bundel houd ik het er dan ook op dat 'Auschwitz' de christelijke theologie niet zozeer moet aanzetten tot een herziening van de Godsleer, als wel tot een nieuwe en radicale doordenking van de mens- en zondeleer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's