De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naomi of Mara

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naomi of Mara

(Over omgaan met verdriet, 5)

12 minuten leestijd

II ROND DE BEGRAFENIS

Liever niet in stilte

Geboortekaartje en rouwbrief. Tweemaal je naam voluit. Met, naar we hopen, heel wat jaren er tussen. Maar wat een verschil. Op een geboortekaartje wordt meestal bezoek verwacht. Soms staat het er ook bij. 'Bij voorkeur in de kraamdagen, tussen drie en vijf uur of 's avonds.'

Bij een rouwbericht vind je soms de woorden 'liever geen bezoek'. Hoe begrijpelijk ook, dat mensen soms zeggen (vooral na een onverwachts overlijden) 'ik stond niet open voor bezoek, want ik had zoveel met mezelf te stellen', we moeten ons in verdriet niet afsluiten voor anderen. Een rouwweg leg je niet alleen af, ook al heb je meer dan eens de behoefte om alleen te zijn. Het Paulinische vermaan 'als één lid lijdt, lijden alle leden' is ongetwijfeld door een diepe pastorale bewogenheid ingegeven.

Zeker, er is bezoek, dat een bezoeking kan zijn. Er zijn mensen, die uit een verkeerde nieuwsgierigheid en niet uit een oprecht medeleven komen. Er kunnen in dagen van groot verdriet ook grote pastorale misstappen worden begaan, waardoor geen olie, maar zout in de wonden wordt gestrooid. Er is een slag mensen, dat zo vol is van eigen gevoelens en gedachten, dat ze er niet aan toe komen om naar die van anderen te vragen, laat staan er mee te rekenen. Job weet daarover mee te spreken. Die eerste week van zwijgen van zijn vrienden heeft hem meer goed gedaan dan het spreken van drie van de vier. Interactie tussen mensen hoeft zich niet altijd door middel van woorden te voltrekken. Een hand, een kus, een oogopslag, een traan in het oog van iemand, die in jou gedachten geen tranen heeft, een zwijgende condoleantie, een hulpeloos 'ik heb hier geen woorden voor', het zijn allemaal reacties, die je lang bijblijven. Ze kunnen je ook helpen om op de rouwweg niet stil te staan. Want dat stilstaan kan zo hinderen. Een binnenbrand kan gevaarlijker zijn dan een uitslaande brand.

Daarom 'liever toch maar bezoek'. Van de Heere Jezus lezen we meer dan eens, dat Hij 'met innerlijke ontferming bewogen was'. Dat wil zeggen, dat Hij de diepste gevoelens van mensen peilde en daarmee rekende. Paulus roept ons op 'deze gezindheid zij in u, die ook in Christus Jezus was...'. Als die gezindheid in ons is, dan lopen we niet met een wijde boog om elkaars verdriet heen. Jezus 'moest' door Samaria gaan (Joh. 4). Omdat er blijkbaar een mensenleven uit (en bij) een bodemloze put weggehaald moest worden. En soms vraagt Hij aan mensen om 'een emmer' te willen zijn.

Kinderen lioren er bij

Bij begrafenissen mis ik nogal eens de kinderen. Als je er naar vraagt, krijg je heel verschillende antwoorden. 'Ik wilde ze dat verdriet besparen.' 'Ze kunnen er niet tegen.' 'Misschien krijgen ze er wel angstdromen van.' 'Ze komen met zulke moeilijke vragen.' 'Ze vroegen er niet naar, dus ik liet het zo.' 'Ik laat ze zelf beslissen.' Of willen we als ouderen door hun afwezigheid de moeilijke vragen voorkomen?

Het ergste, dat ik op dit punt eens meemaakte was, dat ouders vertelden dat 'oma een verre buitenlandse reis was gaan maken en voorlopig wel niet terug zou komen, èn als ze later vragen gaan stellen, dan zie ik wel'. Op deze (leugenachtige) manier probeerden ouders hun kinderen af te schermen tegen dood en verdriet. Terwijl we dit gesprek voerden stond de tv aan met een 'kinderprogramma' waarin nogal wat mensen sneuvelden! Op mijn vraag of de kinderen hier dan wel tegen konden kreeg ik niet onmiddellijk antwoord...

Ooit las ik eens, dat bij een onderzoek onder kinderen in Zweden de meeste kinderen op de vraag 'waaraan is je opa of je oma gestorven' antwoordden met 'doodgeschoten' . Dat krijg je er van, als de werkelijkheid van de tv de werkelijkheid van het leven gaat verdringen.

In Matth. 11 : 16 en 17 lezen we hoe Jezus oog en hart had voor de kinderen. Hij heeft ze zien spelen op de markt. Bruiloftje. Wat kunnen kinderen blij zijn. Maar ze speelden ook begrafenisje. En wat kunnen landeren een verdriet hebben. En wat kunnen ze snel overschakelen. Soms kun je als oudere jaloers zijn op deze 'lenigheid van geest' van kinderen. Of bedoelde Jezus dat óók, toen Hij ons opriep om allen te worden als een kind?

Wat kunnen opmerkingen van kinderen 'goud' waard zijn tijdens een begrafenis. Onlangs liepen we (wat fijn als daar nog tijd en rust voor is) met een begrafenisstoet, van de kerk naar het graf. Vóór een stoplicht moesten we wachten. Ondertussen kwam er plotseling een prachtige regenboog aan de lucht. In de stille stoet hoorde ik een kind wijzend naar de regenboog zeggen: kijk maar, oma, opa mag in de hemel komen, de Heere God doet de poort al open'. En toen we bij het graf waren en de kist neerdaalde, kwamen de kleinste kinderen naar voren, ze keken over de rand van het graf waar de kist met opa bleef en ineens zei een kind 'goeie mensen, wat diep'. Een ander kind zei gelijk verontwaardigd: maar de Heere God kan er heus wel altijd bij!' Vaak zijn kinderen als brieven door God aan ons geschreven. Zolang Hij nog kinderen tot ons zendt, heeft Hij Zich niet van ons afgewend. Laten we ze niet weghouden van een begrafenis. Onwetend mogen we in hen soms engelen herbergen (Hebr. 13:2).

'Wij trekken op de einder aan
waar al Gods poorten open staan.
Want God heeft ons een land beloofd:
de Naam des Heeren zij geloofd!'

Rouwbrief en advertentie

Een aantal jaren geleden schreef ik al eens een aantal artikelen over 'begraven of cremeren'. Daarin kwam ook de rouwbrief en de advertentie uitgebreid aan de orde. Daarom wil ik ditmaal niet bij de tekst van het overlijdensbericht stilstaan. Slechts twee dingen wil ik nu onder de aandacht brengen.

Oók het opstellen van een rouwbrief of rouwadvertentie is een belangrijk deel van de rouw-weg. Niet voor niets noem ik de rouwkaart een rouwbrief. Een brief heeft iets persoonlijks. En zo moet die ook eigenlijk worden opgesteld. Door de naaste familie, en niet door de begrafenisondernemer of door anderen. Natuurlijk kunnen zij er bij helpen, maar de gesprekken over de inhoud van de brief of de advertentie en het met elkaar bespreken van de drukproef (niet vergeten!) is nóg belangrijker dan het schrijven van de adressen (als het kan met de hand, door de familie zelf).

Uiteraard is mij niet onbekend, dat de gesprekken rond de tekst van een rouwbrief nogal eens leiden tot theologische haarkloverijen, die niet bepaald stichtelijk zijn. 'Mag er wel boven staan: nam de Heere tot Zich? ' 'Als je niet zeker weet dat iemand behouden is, mag je dan zomaar schrijven, dat iemand is over-leden, terwijl het lijden nu pas gaat komen? ' 'Ga je niet op Gods Rechterstoel zitten, als je zomaar schrijft "in de hope des eeuwigen levens"? ' 'Mag je zomaar een Bijbeltekst plakken boven het leven van iemand bij wie het Woord van God niet zo centraal stond? ' 'Proberen we niet met mooie woorden de rimpels in iemands leven al te gemakkelijk glad te strijken? ' 'Papier is geduldig? '

Wat kunnen gesprekken rond de tekst van een rouwbrief ontdekkend (dacht jij zó over je vader? ), pijnlijk (nooit geweten, dat oma ook zó was), troostend (kijk maar, ze had zelf al een briefje in haar Bijbel gedaan) zijn. Maar laten we ook in de tekst van rouwbrief en advertentie zoveel mogelijk proberen om in de lijn van de overledene te blijven. Elk mensenleven is uniek. Daarom kan eigenlijk geen enkele rouwbrief gelijk zijn.

Zeker, de familie schrijft de brief. Een goede bedienaar zal daarop ook alle nadruk leggen. Maar, laat het een bericht zijn, waarin de Naam, en het werk van God én de naam en het werk van déze mens beide worden genoemd. Laten gesprekken hierover inhoudsvol en niet liefdeloos en geesteloos zijn.

De dag van begraven

In dagen van groot verdriet zijn we geneigd om gesprekken over de details rond een begrafenis als onnodig moeilijk en dus 'vraag maar aan de bedienaar' af te doen. Dat is niet goed. Ook hierin hebben we een rouwweg te gaan, waarop het stilstaan slechts kan hinderen. Soms blijkt achteraf, dat bepaalde dingen als ze met meer zorgvuldigheid waren voorbereid en doorgesproken ook tot meer tevredenheid waren uitgevoerd. Bij een paar onderdelen staan we stil.

1. Daar is om te beginnen de vraag, waar de naaste familie elkaar ontmoet vóór de begrafenis. Zoveel mogelijk in de besloten kring van het sterfhuis, ook al was dit de laatste jaren een zorgcentrum. Daar, waar nog het meest de 'sfeer van de overledene' hangt, daar is in mijn oog de beste plaats om deze dag met elkaar te beginnen. Rond de Huisbijbel, die nog eenmaal opengaat met het oog op wie we gaan uitdragen. In deze beslotenheid kunnen we dan ook biddend de dag met elkaar beginnen. Waarom zouden ook de predikant en de ouderling hier niet aanwezig zijn?

2. Een volgende belangrijke stap op de rouwweg is het sluiten van de kist. Wat gebeurt er met sieraden, de bril en andere persoonlijke dingen, die beter niet mee het graf in kunnen gaan. Wie neemt het af en waar wordt het bewaard? Het is verstandig als het sluiten van de kist in aanwezigheid van naaste familieleden plaatsvindt. Sommige bedienaars vragen tegenwoordig zelfs om hierbij te helpen. Wie dat aan kan, moet dat doen, en wie dat niet kan, moet zfch er niet schuldig door voelen. Bij de predikanten I. en L. Kievit (vader en zoon) lag op de gesloten kist een palmtak, zoals dat in de Oude Kerk gewoonte is geweest (Openb. 7:9). Men kan er daarnaast ook de opengeslagen Huisbijbel op leggen, als een teken dat een levensboek weliswaar gesloten is, maar dat het Boeki des Levens open blijft.

3. Vroeger was het dragen van de kist een 'naoburplicht', maar tegenwoordig; wordt daarvoor door de ondernemer gezorgd. Toch zie je dat ook dit onderdeel van de begrafenis steeds meer door de naaste familie wordt overgenomen, of door de kerkeraad bij een (oud)kerkeraadslid of predikant. Daar is zeker wat voor te zeggen. Het is een ontroerend gezicht, als een vader zó door zijn (schoon)zoons wordt uitgedragen of een broeder door zijn medebroeders. Maar dan moet er wel op worden toegezien, dat dit stijlvol en met eerbied kan geschieden. Bovendien moet niemand zich hiertoe verplicht voelen. Wie de innerlijke rust of de uiterlijke kracht niet heeft om dit moeilijke stukje werk te verrichten, kan het rustig aan andere vertrouwde handen overlaten.

4. De Dienst van Woord en Gebed, voorafgaand aan de begrafenis of er op volgend, vindt bij voorkeur plaats in het kerkgebouw. Waarom zouden we die plaats, waar we 's zondags en doordeweeks als gemeente bijeenkomen om Gods Aangezicht te zoeken en Zijn Woord te horen wel op de trouwdag, maar niet op de rouwdag als een tussenstation bezoeken? Hier komen we toch samen ook om de hoogte-en dieptepunten van ons leven als gemeente met elkaar voor Gods Aangezicht te brengen? Voordat een bruidspaar de eigen woning betreedt zien we hen toch ook graag in Gods Huis komen. Zouden we diezelfde goede gewoonte ook niet bij het uitdragen van gemeenteleden weer gaan opnemen? Natuurlijk kan het ook in de aula van een zorgcentrum of begraafplaats, maar in de kerk zijn we als gemeente het meest thuis. In de dienst (waar dan ook gehouden) heeft de kerkeraad de leiding, zorgt zonodig voor de orde van dienst en treedt als goede gastheer op. Hoewel het steeds moeilijker wordt door de toenemende onkerkelijkheid en daardoor onbekendheid met de Psalmen en het geestelijk lied, is het toch belangrijk als in de dienst gezongen kan worden. Het spreekt voor zich, dat bij het binnendragen en uitdragen van de ontslapene de organist bekende melodieën speelt, waarvan de woorden passen bij het geheel van de dienst.

Een volgende keer willen we nadenken over de begrafenis zelf, de nabegrafenis en de taak van kerk en gemeente op en langs de rouwweg.

Het gedicht van vorige week werd door een foutje op de drukkerij niet volledig overgenomen. Omdat er van verschillende kanten naar gevraagd is, geef ik het nog een keer volledig aan u door, omdat ik weet dat er mensen zijn, die het willen bewaren of aan anderen doorgeven. Het werd mij aangereikt door een Mara, die af en toe ook weer Naomi genoemd mag worden. Het is van de hand van mevr. J. W. v. Eelen.

Thuiskomst

Dat thuiskomen is erg, o God.
Mijn huis lijkt zo verlaten.
Steek ik de sleutel in het slot,
dan kan ik de stilte haten.

Ik was op visitie deze dag,
ze hebben mij verwend.
Ik voel dat ik niet klagen mag
het verdriet is U bekend.

Maar steeds is er dat lege huis
waar hij mij niet meer wacht.
Ach elk mens heeft zijn eigen kruis,
elk mens zijn eigen klacht.

'Mijn kind, zeg Mij al je verdriet
Ik heb Mij niet vergist.
Echt Ik negeer je tranen niet.
Ik weet dat je hem mist.

Steekje de sleutel in het slot
denk dan, ik bén niet alleen.
De Eerste, Die mij groet is God,
want Hij ging nimmer heen.

Eens komt je thuis, waar hij ook is
Ik Zelf kom je dan halen.
Dat thuiskomen kent geen gemis,
thuis in Mijn hemelse zalen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1995

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Naomi of Mara

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1995

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's