Mensenkind - Zoon des mensen
Eén van de dingen die ons altijd geweldig aanspreken in het Kind van Bethlehem is, dat daar een mensenkind in de kribbe ligt, dat in niets van ons verschilt: één en al waarachtig mens..Net zo klein en teer en net zo afhankelijk als toen wij ter wereld kwamen. Een schepseltje, geboren uit een moeder. Hij, Jezus is Eén uit ons geslacht. Daar ontbreekt niets aan. Een Kind met handen, ogen, oren... 'Komt, verwondert u hier mensen.'
Mensenkind naar Gods gelijkenis
Dat echte mens-zijn, die ware menselijkheid van het Kind in de kribbe is iets waar we niet gemakkelijk over uitgedacht komen. We moeten het ook niet over het hoofd zien. Het is werkelijk geen schone schijn. Het is een groot wonder, dat Hij er niet te goed was om onzer één te worden en te delen in onze staat, maaksel van Gods handen.
Een 'humaniteit' zoals door Psalm 8 bezongen:
Gij deedt hem wel, een weinig tijds, beneden
Het eng'lenheir een rang en plaats bekleden;
Maar hebt hem ook Uw rijkste gunst betoond,
En hem met eer en heerlijkheid gekroond.
Juist die 'humaniteit' van de Davidszoon is één van de meest troostrijke elementen van de Kerstboodschap.
Daar komt bij, dat het hier om meer gaat dan om een mens-zijn van Jezus dat Hem als twee druppels water op ons doet gelijken. Hij gelijkt in Zijn mens-zijn op Adam in de staat der rechtheid; mens naar Gods evenbeeld: onbesproken, niet bedorven en beklad met de zondesmet; schepsel van God met een zuivere relatie tot God, Zijn Vader, met een intieme verhouding tot zijn medemens en koning van de schepping.
Een mens op niveau. Zo kijken we steeds naar Hem, als het weer Kerstfeest wordt. Hij is de Vredevorst Die ons komt leren, hoe wij weer echte mensen kunnen zijn, die afgestemd zijn op de wil van onze Schepper en met een hart voor onze medeschepselen. Een koningskind dat de schepping beheren mag in Gods Naam. Ja, zeker, dat is pas echt de ware humaniteit.
En dat is een wereld die in vele opzichten beestachtig is geworden. Waar elke dag schoten knallen (wat is een mensenleven eigenlijk nog waard? ); waar volkeren elkaar afslachten in lang gekoesterde haat; waar de één de ander het licht in de ogen niet gunt; een wereld die hoog opgeeft van relaties, maar intussen zijn het wel gebroken relaties en ze zijn kort van duur.
Diep in het vlees getrokken
Toch zouden wij aan de diepe betekenis van het Kerstfeest bepaald te kort doen, als wij over Jezus' geboorte niet meer zouden zeggen dan dat. Wij kortwieken het Kerstevangelie, als we in Jezus niet meer zien dan een inspirerend voorbeeld waardoor het onder ons kan komen tot een gaaf leven met respect voor de medemens, 'tot een betere mensheid, tot een nieuwe wereldorde waarin 'eerbied voor het leven' hoog in het vaandel geschreven staat.
Het Kind in de kribbe is nl. ook de mens zoals hij is geworden door de zonde: Adam na Genesis 3. Ontadeld en toegetakeld door de afvalligheid en rebellie van het mensdom. 'Het Woord is vlees geworden' (Joh. 1 : 14). Zelfs schrijft de apostel Paulus van Hem, dat Hij Die geen zonde gekend heeft, tot zonde voor ons is gemaakt (2 Kor. 5 : 21). Dat betekent, dat Hem de schuld van Adam I werd toegerekend; dat Hij ging delen in de vloek die op ons bestaan ligt, in al de kwalijke gevolgen van de zonde en in het lijden dat daaraan verbonden is. Juist zo is Hij sprekend die ik ben: een mens die van God is afgevallen; een mens met de dood in zijn schoenen; op weg naar het verderf. Het 'mensenkind' dat wij in Ezechiëls profetieën tegenkomen. Om met Kohlbrugge te spreken: wij kunnen Jezus Christus nooit diep genoeg in het vlees trekken.
Dat mens-zijn van Jezus is er niet slechts om mij te laten zien, hoever ik van mijn oorspronkelijke opzet verwijderd ben geraakt. Het Kind van Bethlehem ligt daar ook in mijn armoede om mij als Zaligmaker te kunnen optillen uit mijn verlorenheid en mij tot een 'mens Gods' te maken. Daartoe komt Hij deel uitmaken van mijn verzondigde en gevloekte bestaan. Daarom heet Hij ook de Man van smarten Die mijn krankheden op Zich wil nemen en de straf wil dragen die mij de vrede aanbrengt. Kribbe en kruis zijn onafscheidelijk aan elkaar verbonden. Hij kwam om Zijn leven te geven tot een 'losprijs voor velen' (Mark. 10 : 45).
Zo mag ik Hem aanbidden in het geloof, dat Hij de tweede Adam is. Die door Zijn opstanding uit de doden mijn leven vernieuwt en door Zijn Geest mij weer tot een mens zal maken die tot zijn oorspronkelijke bestemming komt. Zo zal alle knie zich eenmaal voor Hem buigen en alle tong Hem belijden (Fil. 2 : 10v).
Het is langs deze weg dat zich de ware 'humaniteit' openbaart. En het is door het geloof in die Naam, dat er werkelijk iets zal gaan veranderen in de wereld waarin wij leven. Een menselijkheid zoals van die man - ergens in Rusland - die terwijl hij in zijn gevangeniscel door drie gevangenbewaarders in elkaar geslagen werd, stervend nog slechts één woord kon zeggen: Jezus...! Dat was een echt mens midden in een beestachtige wereld.
Rechter en Redder
Om dit alles is het te verstaan, dat de kerk der eeuwen dat ware mens-zijn van Jezus waardoor de mens weer mens op niveau wordt, nooit los heeft kunnen zien van Jezus ware God-zijn. Het Kind van Bethlehem had het nooit gered, wanneer Hij slechts een genie was geweest, die een morele opleving teweeg bracht. In dit mensenkind komt God Zelf eraan te pas om Zijn zaak op aarde te redden. Hij is de Messias, van Wie de profeten van de oude dag gelovig hebben verwacht, dat in Hem de Heere in hoogst eigen Persoon op aarde zou verschijnen.
En zo staat de Langbeloofde ons ook getekend in het gezicht van de vier dieren in Daniël 7: als de Zoon des mensen. Daar is het God, de Oude van dagen Die de wereldheersers in het gericht doet komen en de vier wereldrijken doet vergaan. En dan geeft God de heerschappij aan. Eén Die komt met de wolken des hemels als 'eens mensen zoon': representant van God. In het apocriefe geschrift Henoch is deze de door God Zelf aangewezen Eerstgeborene, de Vorst over 's Heeren volk en straks de paradijskoning over een wereld zonder ellende.
Die verwachting van het oud-profetisch Woord nu is in vervulling gegaan in de komst van Jezus Christus in het vlees. Het Kind in de kribbe is niet slechts een mensenkind in onze ware menselijkheid. Hij is de Mensenzoon in verheven heerlijkheid.
Zo heeft Jezus blijkens de Evangeliën ook vaak over Zichzelf gesproken als de Zoon des mensen. Daarvan heeft Hij getuigd, toen Hij voor Kajafas stond: Doch Ik zeg ulieden: van nu aan zult gij zien de Zoon des mensen, zittende ter rechterhand der kracht Gods en komende op de wolken des hemels' (Matth. 26 : 64). Een uitspraak die hem niet in dank werd afgenomen, maar op grond waarvan Hij werd beschuldigd voor godslastering.
Het Kind van Bethlehem is niemand minder dan de Rechter van levenden en doden. Die straks alle boosheid uit Gods schepping bannen zal. Maar... deze hoogheid ligt vooreerst nog verborgen in de lijdensgestalte van de Man van smarten. Voordat Hij Zijn heerlijkheid in volle luister openbaart, zal Hij eerst nog Zijn reddingswerk moeten volbrengen. Zijn kribbe is niet los te denken van Zijn kruis. Onze schuld moet worden geboet. Ons hart moet worden vernieuwd.
En zo kan niemand ooit om Hem heen. Het komt niet tot het ware mens-zijn en er kan geen sprake zijn van 'humaniteit' dan alleen wanneer wij ons hebben laten inwinnen voor deze Zaligmaker, wanneer Hij onze schuld boet en ons met Zijn vrees vervult.
Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen.
Verlos mij van mijn bange pijn!
Zie, heel mijn hart staat voor U open
En wil, o Heer' Uw tempel zijn.
Het gaat er hier naar toe als met die man die door een verkeersongeval met zijn auto te water was geraakt en op het nippertje door een voorbijganger was gered. Enkele weken later moest hij voor de rechter verschijnen om zich te verantwoorden over wat er was gebeurd. En toen hij die rechter eens goed aankeek, bleek dat dezelfde man te zijn, die hem kort daarvoor van de verdrinkingsdood had gered.
Nu was hij zijn rechter; eerst was hij zijn redder.
Zo zal het ook allen vergaan, die uit hun nood en dood door Jezus zijn gered. Als Hij straks hun Rechter is, mogen zij Hem herkennen als de Zoon des mensen Die Zich 'tevoren om mijnentwil voor Gods gericht gesteld en al de vloek van mij weggenomen heeft' (H.C. antw. 52).
Het mensenkind van Bethlehems kribbe is de Zoon des mensen in verborgenheid. Zonder Hem ben ik zelfs geen half mens. Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel (2 Kor. 5 : 17).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's