Al weer naar Bethlehem
Wij gaan al weer naar Bethlehem
Om zogenaamd het Kind t' aanbidden.
Maar niet om daar t' ontmoeten Hem.
Van al wat is het eeuwig midden.
Wij gaan opnieuw naar Bethlehem
Om zogenaamd voor 't Kind te knielen
Maar niet om met ontroerende stem
Te smeken: Red, red onze zielen.
Wij trekken op weer naar de stal
Om 't Kind - romantisch - te begroeten;
Daar blijft het bij in ons geval:
W' ontschoeien zelfs niet eens de voeten.
Wij gaan naar binnen als altijd,
De kerstboom bloeit, de kaarsen branden.
Maar wie ervaart er d'eeuwigheid,
Aanbidt en vouwt vanzelf de handen?
't Geheim van 't Kind, zo hoog, zo diep,
Verstaat slechts hij die heeft vernomen
Een stem die in de stilte riep:
Hij gaat; er is niet aan t' ontkomen.'
Zo hebben herders het gehoord
En wijzen van heel ver gekomen.
Z' ontdekten 't vleesgeworden Woord,
Vervulling van hun schoonste dromen.
De hemel zagen z' opengaan
En gaven zich aan 't Kind verloren.
Aanbaden en zijn opgestaan
En voelen zich als nieuwgeboren.
Want 't Woord zegt: Zalig, arm van geest
In eigen ogen niets te wezen;
Die viert een stil en heel rijk feest;
Die laat zich door het Kind genezen.
Wij gaan al weer naar Bethlehem,
Zij 't, Heer, om als een kind te knielen
En deze bede in hart en stem:
Heer Jezus, Kind, red onze zielen....
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's