Torenspitsen-Gemeenteflitsen
HAAFTEN (1)
Het dorp
Uit welke richting men Haaften ook nadert, steeds springen drie markante punten van dit dorp in het oog. Op een vooruitgeschoven post hoog op de Waalbandijk staat de Ned. Herv. Kerk, die al op grote afstand te zien is. Komt men nog enkele kilometers dichterbij, dan komt de korenmolen 'De Blauwe Reiger' in het gezicht en niet lang daarna vertoont zich de enige overgebleven toren van het voormalige kasteel Goudenstein. De 19 meter hoge toren staat nu gewoon op het achtererf van een huis aan de Dreef Het kasteel werd in 1672 door Franse legerbenden verwoest.
Haaften is in zijn geschiedenis getroffen door verschillende rampen. Bijna 130 jaar geleden werd het dorp praktisch geheel verwoest door een grote brand en wel op 9 juni 1866. Dominee Landré schreef een boekje hierover met de toepasselijke titel 'De ramp te Haaften', uitgegeven 'ten voordeele van den ongelukkigen door den brand te Haaften'.
Ook in het jaar 1649 legde een grote brand een deel van Haaften in de as. Op een zondag van dat jaar verloor een meisje het kool uit haar stoof terwijl ze net uit de kerk kwam. Alle huizen, totaal 22, op de dijk vanaf de kerk richting Tuil brandden af
De kerk in de loop der tijden
Haaften is een oud dorp, dat behoorde tot de geheimzinnige gouw Teisterbant. Het oudst geschreven bericht over de kerk van Haaften is te vinden in een oorkonde uit het jaar 1031, In dat jaar schonk Meinwerk, bisschop van Paderborn, die verschillende bezittingen had in deze streken, onder andere de moederkerk Tuil met haar kapellen te Nieuwaal, Hellouw, Haaften en Gameren aan den Benedictijnen-abdij Abdinghof te Paderborn. Tuil was dus al een parochiekerk rijk, terwijl Haaften en Hellouw slechts een kapel hadden. Dit kan er op duiden dat Tuil vroeger een plaats van belang is geweest. In de structuur van de Nederlandse Hervormde Kerk heeft dit doorgewerkt en is er sprake van de ring Tuil.
Later werd zij parochiekerk, gewijd aan de Heilige Johannes. In 1399 heeft Otto, heer van Haeften, een kapittel van 8 kanunniken gesticht. Dat wil zeggen, dat er aan de kerk geestelijken verbonden werden, die zich bezig moesten houden met zielszorg en koorgebed. 1)
Overigens is het de vraag of het kapittel van Haaften werkelijk uit een geestelijke gemeenschap heeft bestaan. Over een kapittelstede is namelijk niets bekend.
Kapittels werden vaak begiftigd met goederen. Zo werd in 1450 het kapittel te Haaften door zijn deken begiftigd met o.a. tienden te Dalem. Op 10 november 1518 gaf hertog Karel van Gelre aan het kapittel een waard in de Waal. Na de reformatie, die overigens moeizaam verliep in Haaften, gingen de kapittelgoederen over aan de kerk van Haaften. De kerk werd in het bezit van de landerijen niet betwist. Het beheer werd in 1613 opgedragen aan de heer van Brederode. De heren van Haaften, die volgden, maakten er een erfelijke kwestie van. Zij rekenden de kapittelgoederen tot hun persoonlijk bezit. In de vorige eeuw is daar een hele strijd over geweest, die landelijke aandacht heeft getrokken. De familie Dutry, eigenares van de heerlijkheid, werd in 1849 in het bezit bevestigd, al ging het niet geheel zonder kleerscheuren. Voor de kerkvoogdij moest ƒ 20.000, — en voor de burgerlijke gemeente ƒ 5.000, — op het Grootboek geplaatst worden, uit welks renten respectievelijk de predikant en de schoolmeester betaald moesten worden. 2)
Later heeft de familie Dutry de kapittelgoederen toch aan de kerk teruggegeven.
Het kerkgebouw
Wanneer de eerste kerk te Haaften werd gebouwd, is niet meer na te gaan. De oude kapel zal door middel van een kerkbede, als gevolg van het zelfstandig worden van de kerk, plaats hebben gemaakt voor een kerk. Deze kerk is al eens door een brand geteisterd en later door een storm. In de Tielse kroniek vermeldde men dat op 10 januari 1558, 's morgens vroeg, omstreeks negen uur plotseling een krachtige wind opstak. Grote schade was het gevolg. In Haaften, maar ook in Antwerpen, Hoogstraten, Herwijnen, Oorschot en Wamel waaiden torenspitsen omver. Tenslotte na negenen knapte in de stad Tiel ook de spits van de toren af. Boven de deur van de oude kerk heeft het jaartal 1613 gestaan. Vermoedelijk is in dat jaar het kerkgebouw vernieuwd of ingericht voor de dienst der hervormden. In 1850 heeft men dit oude gebouw, dat door grondophogingen steeds dieper was komen te liggen, afgebroken en vervangen door een nieuw gebouw, dat in neogotische stijl werd opgetrokken en nu nog steeds in gebruik is. 3) De toren is 31.28 meter hoog.
De torenklok
Niets herinnert meer aan het oude kerkgebouw. Alleen de torenklok heeft ook in het torentje van het oude gebouw gehangen. Op deze klok staat het volgende opschrift te lezen: Yck ben den roeper van veel waarde kerckgenooten op mijne heldere stem word Goodes huys ontslooten. Gillis Wibrans tot Amsterdam heeft my vergooten ynt yaar 1702, als de heer Adriaan Bout heer van Haaften was'.
In de oorlogsjaren is deze klok door de Duitse bezetting weggevoerd, doch kon na de bevrijding weer op haar oude plaats worden teruggehangen.
Van de genoemde klokkengieter Gillis Wibrans of Wybrants zijn in ons land maar twee klokken bekend. De andere is te vinden in de Ridderzaal te 's-Gravenhage. Deze halfuur-slagklok dateert uit 1698. 4)
De Herenstoel
In 1964 is de kerk van binnen gerestaureerd en voorzien van nieuw meubilair. Van het oude meubilair is niets overgebleven. Ook de oude Herenstoel, drie verhoogde banken bekroond met het wapen van Dutry van Haeften, is toen helaas uit de kerk verdwenen. Vóór 1938 mochten de familieleden van de dominee daar zitten. Toen er een predikant van gereformeerde beginselen beroepen werd, was het uit met die gunst. De vrouw van de dominee werd de bank uitgewezen.
Het orgel
Het orgel dateert uit de jaren negentig van de vorige eeuw. In 1892 besloot de kerkvoogdij in de kerk een orgel te plaatsen, zodra de financiën dit zouden toelaten. Het jaar daarop — tijdens de ambtsbediening van ds. A. S. Talma — is het orgel er al gekomen en in gebruik genomen. Het werd gebouwd door L. van Dam en Zonen te Leeuwarden voor de prijs van ƒ3.000, —. De restauratiekosten in 1972 bedroegen het tienvoudige. Mej. A. M. van Gooi, de dochter van de hoofdonderwijzer, was de eerste organiste van de gemeente. Peter van Arendonk was de eerste orgeltrapper. Hij kreeg echter in 1897 al ontslag, omdat hij 'slordig trapte, vaak niet op tijd aanwezig was en al ophield met trappen voordat de mensen de kerk uit waren'.
De predikanten
Antonius Leo, de eerste predikant van Haaften, werd in het begin van 1608 als zodanig aangesteld. Hij vertrok in 1619 naar Schoonhoven, waar hij in 1638 overleden is. Hij blaakte van ijver voor de rechtzinnigheid en was een heftig tegenstander van zijn broer Henricus Leo, predikant te Zaltbommel, één van de voormannen van de zogenaamde remonstranten.
In 1620 had Haaften een andere predikant, genaamd Andreas Boltius. Dit moet wel een goed Calvinist geweest zijn, daar men na de synode van Dordt niet zomaar de kansel kon beklimmen. De gemeente heeft tot heden 39 voorgangers gekend. Enkele predikanten stonden hier een groot aantal jaren, zoals ds. C. Glummerus (1655-1696), ds. H. Luijmes (1743-1771), ds. J. H. Hasselbach (1802-1827), ds. J. H. Stuffken (1828-1846), ds. J. E. G. Landré (1850-1876) en ds. M. W. Snoep (1898-1928).
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's