De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naomi of Mara

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naomi of Mara

(over omgaan met verdriet, 6)

13 minuten leestijd

II. ROND DE BEGRAFENIS

De dag van begraven

Vorige week stonden we al stil bij een aantal onderdelen van deze dag. De ontmoeting vóór de begrafenis, het sluiten en het dragen van de kist, de dienst van Woord en Gebed, voorafgaand aan de teraardebestelling. Ditmaal willen we nog aan drie momenten op deze dag aandacht besteden.

Op de begraafplaats

In de Trouwbijbel wordt veel bewaard. Rouwkaarten, tekstkaarten, liturgieën. Zo is dat al vele eeuwen. Naast het geldkistje was de Bijbel een vertrouwde opbergplaats. Maar eigenlijk kan dat tegenwoordig niet meer. Van dicht bij weet ik dat ook een oude familiebijbel een geliefd object is voor stelende handen.

Toch bewaren veel mensen nog altijd hun persoonlijke bescheiden in de Bijbel. Hoe vaak vinden familieleden niet juist daar de aanwijzingen voor de begrafenis en de rouwdienst. Zo trof ik een paar jaar geleden eens een briefje aan in de Trouwbijbel, waar behalve de te zingen liederen en de tekst voor de meditatie, nog een speciaal verzoek stond. 'Graag stilte op de begraafplaats.'

Blijkbaar had deze mevrouw zich er bij haar leven meer dan eens aan geërgerd dat in een rouwstoet, zelfs op de begraafplaats, soms zo gepraat wordt. Vandaar dat verzoek van haar. 'Graag stilte bij mijn begrafenis'. En ik herhaal her maar eens. Laten we op de begraafplaats de 'sprake van de dood' niet doen overstemmen door de 'reünie van oude bekenden'. Er is na afloop van een begrafenis altijd wel een geschikter moment te vinden voor onderlinge ontmoeting. -

Waar doden liggen en levenden liegen?

Eenmaal aangekomen bij het graf vindt de eigenlijke begrafenis plaats. We schreven al eerder over het 'dalen van de kist' als een wezenlijk onderdeel van de begrafenis. Een begrafenis wordt niet minder verdrietig als men de overledene 'boven aarde' laat staan, of zoals dat in Brabant ook wel gebeurt 'in het pad'. Vooral kinderen begrijpen het niet, waarom we een begrafenis niet helemaal uitvoeren.

Voordat de predikant het woord krijgt, is er meestal eerst het dankwoord. Bij voor­ keur uitgesproken door één van de naaste familieleden. Daarbij kan het leven van de overledene met een enkel woord gememoreerd worden. We begraven immers dit unieke mensenkind. Als mensen bij de begrafenis van een huisdier al behoefte hebben om iets persoonlijks te zeggen, hoeveel te meer als het over een mensenleven gaat. Daarbij moet uiteraard niet de overledene worden toegesproken. Dat is misplaatst en vaak ook reden tot grote emotionaliteit. Laat in een enkel woord het leven van déze mens worden getypeerd en laat ook het dankwoord aan 'bedienaar, dominee, dokter, ziekenhuis, zorgcentrum, wijkzuster, buren enz.' sober zijn. Waarom niet volstaan met 'dank aan allen, die zich in de afgelopen tijd voor onze geliefde hebben ingezet' ? Dan kan er ook niemand worden vergeten.

Laat de toespraak ook geen lofspraak op de overledene zijn. Zo gemakkelijk wordt dan bewaarheid wat ik iemand eens over het kerkhof hoorde zeggen als de plaats 'waar doden liggen en levenden liegen'. Natuurlijk mogen we dankbaar zijn voor de gaven, die God ons in een mensenleven heeft geschonken, maar laten we ons niet uitputten in het uitstallen van wat voorbij is. Laten we elkaar vooral stilzetten bij het Woord van God, dat blijft en bij Hem, Die komt.

Daarom lijkt het me ook juist, dat als laatste op een begraafplaats het woord is aan de predikant of ouderling, die namens de kerkelijke gemeente nog eenmaal woorden van eeuwig leven mag laten horen. Een toespraak op het graf dient (ook om de beperkte verstaanbaarheid) kort te zijn. Rondom de open groeve passen niet vele mensenwoorden. De dood spreekt haar eigen taal en die moeten we niet willen overstenmien met onze woorden.

Zelf gebruik is meestal de formule 'daar het God behaagd heeft op Zijn tijd uit dit aardse leven weg te nemen onze geliefde N.N., bestellen we zijn/haar lichaam ter aarde, ziende op Hem, Die heeft gezegd 'Ik ben de Opstanding en het leven, wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij/zij gestorven' .

'Van dit geloof leggen we rondom dit geopende graf samen met de Kerk van alle plaatsen en alle tijden belijdenis af. Eenieder van u spreke met mij in zijn of haar hart...' En dan volgt de Geloofsbelijdenis van Nicea of Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus, die zo mogelijk niet worden voorgelezen, maar worden uitgesproken.

Voordat in alle rust en stilte de begraafplaats verlaten wordt is het goed om nog enkele ogenblikken stilte in acht te nemen rond de open groeve. Iedereen neemt daarbij de gelegenheid om langs de geopende groeve te lopen en nog eenmaal de kist te zien, met het naamplaatje en de geboorteen sterfdatum daarop, waardoor nog een laatste keer de volledige naam en de belangrijkste data in onze herinnering worden vastgelegd.

Daarna is er in de aula van de begraafplaats gelegenheid om van de naaste familie afscheid te nemen, voorzover men niet meer terug gaat naar het Verenigingsgebouw of de woning. Het komt op mij altijd onverzorgd over, als dit afscheid bij de auto's plaatsvindt, of op de begraafplaats zelf. De aula hoeft er niet apart voor verwarmd te worden, om toch iets persoonlijker en in een wat meer besloten ruimte aandacht te hebben voor het persoonlijke afscheid. Als de ouderling en de diaken mee gaan naar huis of Verenigingsgebouw kan ook de predikant nu afscheid nemen.

De nabegrafenis

Eenmaal terug in de woning of in het Verenigingsgebouw valt er altijd eerst een akelige stilte. Kan er dan al gerookt worden? Wordt gelijk de koffie met cake binnengebracht? Kunnen dan de onderlinge gesprekken wat meer ontspannen zijn? Dat lijkt mij nu nog niet goed. Eerst wordt de begrafenis afgesloten met Schriftlezing en, gebed, zoals we de dag ook met elkaar zijn begonnen. Daarbij kan tegelijk een zegen worden gevraagd voor de koffietafel, die vaak naar oud gebruik in aansluiting op een begrafenis wordt gehouden.

De leiding bij de nabegrafenis berust bij voorkeur bij de ouderling, ook omdat de predikant al een aantal keren het woord heeft gehad. Bovendien heeft als het goed is de ouderling ook in de dagen voor de begrafenis de familie bezocht en is daardoor ook voor de bredere kring van de familie geen onbekende. Daar komt nog bij dat een ouderling door de familie eerder gezien wordt als 'één van ons' dan een predikant, wiens ambt toch altijd wat meer als een 'tegenover' wordt ervaren. De aanwezigheid van de ouderling (zo mogelijk samen met een diaken) als vertegenwoordigers van de kerkelijke gemeente kan er tevens aan bijdragen dat de gesprekken na de begrafenis 'op peil' worden gehouden.

Dingen, die niet onmiddellijk geregeld hoeven worden, kunnen beter even wachten. Pijnlijke ontmoetingen of pijnlijke absentie van familie of bekenden moeten niet teveel aandacht krijgen. Laten we op de hoogte van het Woord blijven met elkaar en de Satan niet de kans geven om in de nagesprekken ons te verlagen tot het niveau waartoe anderen door hun (soms schaamteloze) afwezigheid of dito aanwezigheid zich verlaagden.

Niet de begrafenis zelf, maar wel de dagen er voor kunnen soms aanleiding zijn om gebroken verhoudingen te herstellen. Maar laat dat dan in bescheidenheid en in liefde gebeuren.

III. DE TAAK VAN KERK EN GEMEENTE

We hadden het al over de taak van kerk en gemeente in de rouwdienst, die onder haar leiding en verantwoordelijkheid plaatsvindt. Maar ook in de dagen, die eraan voorafgaan, is er een niet geringe taak. Afhankelijk van de grootte en de meelevendheid van de naaste familie zal deze taak en plaats heel verschillend zijn.

Als van de gemeente kort na Pinksteren door buitenstaanders wordt gezegd 'ziet, hoe lief zij elkaar hebben', dan zal dat ongetwijfeld ook gebleken zijn in het samen omgaan met verdriet. Ook de naaste familie van Dorcas kwam geen bezoek tekort. Wat kan dat weldadig aandoen, wanneer in die eerste dagen er gemeenteleden blijken te zijn, die niet alleen met woorden, maar ook met de daad werkzaamheden verrichten, die de handen van een geliefde nu niet meer kunnen en waarvoor de handen van de rouwdragenden nu nog tekort schieten. De auto, de vuilnisbak, het eten koken, de boodschappen, de noodzakelijke administratie. Zonder zich op te dringen (want rouwdragenden hebben óók hun gevoelens, gedachten en ideeën!) kan aangegeven worden, dat bepaalde dingen moeten gebeuren en dat men daarbij eventueel behulpzaam wil zijn. Zo mag het 'als één lid lijdt, lijden alle leden' ook gestalte krijgen en mag de zorg en aandacht voor elkaar ook in kleine dingen blijken.

De eerste zondag

De eerste zondag weer in de kerk is ook zo'n bijzonder aangrijpend moment. In sommige gemeenten ken men het 'rouwbrengen in de kerk' als iets bijna vanzelfsprekend. Maar, dat is het toch eigenlijk niet meer. Nu in elke familiekring wel onof randkerkelijken voorkomen, zijn ook bepaalde kerkelijke gebruiken niet meer zo vanzelfsprekend. We zouden dat meer moeten beseffen en duidelijker moeten uitleggen aan hen, die de goede zin van een bepaald gebruik niet kennen.

Bovendien is er de vraag of het wel zinvol is om na een begrafenis vanuit de kerk nog als een apart onderdeel van de rouwweg die eerste kerkdienst op die eerste zondag te zien. Men was immers al in Gods Huis met al het verdriet op de dag van de begrafenis zélf. Men hoorde daar al Psalm 42 of 43, waarin het 'oud vertrouwen' werd gezocht in de 'nieuwe hoop' werd uitgezongen. Toch is die eerste 'gewone kerkgang' wel een extra zware gang en is het goed om er ook als gemeente oog voor te hebben, dat we voor rouwdragenden die drempel zien en hen daarbij willen helpen. Wie niet gelijk de draad van de geregelde kerkgang opneemt, zal merken dat het met de week moeilijker wordt. Maar als er (om welke reden dan ook) toch voor gekozen wordt om als familie 'de eerste kerkgang' te doen, dan zou ik er voor willen pleiten om als gemeente wat minder anoniem met elkaar om te gaan dan weleens gebeurt. Vaak zijn het alleen de koster en de dominee, die er van weten omdat 'een paar rijen moeten worden vrijgehouden'. Waarom wordt niet ook bij de afkondigingen de naam van de famihe genoemd en de raden van hun aanwezigheid? 'Vanmorgen is de fam. N.N. in ons midden, die samen met de gemeente Gods Aangezicht wil zoeken vanwege het verdriet om het heengaan van hun geliefde N.N., die in de afgelopen week is begraven. Tegelijk willen zij de Heere danken voor Zijn zorg en bijstand in deze dagen en bevelen elkaar ook voor de toekomst in de zorg en aandacht van de gemeente aan'.

De voorbede van de gemeente is een niet onbelangrijk onderdeel van de eredienst. Zouden we in de wekelijkse voorbeden niet wat meer structuur kunnen aanbrengen door als inleiding op het gebed ook eens van te voren met name te noemen de ' mensen of groepen mensen aan wie we als gemeente in de voorbede willen denken? In plaats van een 'voorafspraak' voor de preek voortaan een 'voorafspraak' voor het gebed.

Zelf vraag ik regelmatig vóór een dienst (ook als ik gastvoorganger in een andere gemeente ben) aan de kerkeraad of er nog speciale verzoeken tot voorbede zijn. In de gemeenten aan de kust vraagt nog weleens iemand aandacht voor de 'zeevarenden' of voor de 'jongens in dienst' en verder is het vaak algemeen 'voor alleenstaanden, voor , weduwen, weduwnaren en wezen'... Waarom bidden we niet openlijk — zeker in deze laatste maand van het jaar — voor allen, die dit jaar de kerstdagen voor het eerst of opnieuw alleen moeten doorbrengen... voor weduwen en weduwnaren... voor wezen en mensen, die zich verlaten' voelen... voor mensen, die gescheiden zijn of voor wie het samenzijn vaak zoveel zorg en spanning geeft... voor mensen, die de kust van dit jaar moeten verlaten en zoveel moeten achterlaten...

Kortom, laat in de voorbede van de gemeente mogen blijken, dat er over nagedacht wordt voor wie we vandaag (zoals bij de vroegere tempel) een aparte, snelle ingang naar de kerkdiensten zouden willen maken.

De oudejaarsdienst

Er wordt in de kerk nogal verschillend gedacht over 'de adem van het jaar'. In mijn jeugd was de dienst op de oudejaarsavond óók de kerkdienst waarin de overledenen werden herdacht. De dorpskerk in Barendrecht was dan stampvol. Mensen, die er verder weinig kwamen, waren er dan. Na de preek zongen we eerst Psalm 103 : 8, daarna werden de namen van de ontslapen gemeenteleden voorgelezen en vervolgens zongen we Psalm 103 : 9. Er was veel openlijk en stil verdriet in zo'n dienst. Indrukwekkende gebeurtenissen, die je als kind op een speciale manier beleefde.

In veel gemeenten wordt tegenwoordig als ' oudejaarsdag van de kerk de zondag vóór de eerste Advent gezien. Bij weer anderen merk ik de tendens om de datum nog wat meer te vervroegen in de buurt van 1 november, het R.K. Allerzielen, uit te komen. Persoonlijk vind ik de oudejaarsavond nog het meest geschikt. Dan wordt voor het besef van de meeste mensen het jaar echt afgesloten. Rond die dag worden de nieuwe kalenders opgehangen en de verjaardagskalenders bijgewerkt. Dan worden namen weggewist of van een kruisje voorzien elders neergeschreven. Laten we als kerk rond deze moeilijke momenten een gemeenschap met elkaar zijn.

In Maassluis is het al jaren de gewoonte om in de dienst op de oudejaarsavond de namen te noemen. Voor deze dienst worden de families kort na kerst schriftelijk uitgenodigd. In de brief herinneren we hen eraan (er zijn ook nogal wat randkerkelijken bij) dat we dit jaar als kerkelijke gemeente met hen in contact kwamen rond het ziek-en sterfbed van hun geliefde. Dat we in deze dienst nog eenmaal hun naam willen noemen, omdat we in hen ook een gemeentelid hebben moeten uitdragen. En dat we geloven, dat wie onze handen moesten loslaten, in Gods Handen geborgen zijn, als zij Jezus Christus als hun Heiland mochten leren kennen.

Vaak wordt een oudejaarsdienst op deze wijze ook een dienst met een duidelijk evangeliserend karakter, maar dat zou toch eigenlijk iedere kerkdienst moeten zijn.

Een volgende keer willen we stilstaan bij het 'verdriet om een kind' en in een laatste artikel wil ik ingaan op een aantal reacties, voorzover die nog niet aan de orde kwamen.

Ter afsluiting ditmaal een gedicht van ds. A. F. troost, dat onder het opschrift 'Heer', Jezus als een licht zijt Gij' voor donkere dagen een helder licht laat schijnen.

Heer' Jezus, als een licht zijt Gij
gekomen in de nacht,
ons meer nog dan de dood nabij,
vertroostend, ongedacht.

Als Gij niet was ons licht geweest
dan was er slechts verdriet,
een wond die schrijnt en niet geneest,
een ongezongen lied.

Niet elk gebed wordt zo verhoord
als ieder dat wel wil;
wij gaan met Uw beloften voort.
Uw toekomst maakt ons stil.

Niet iedereen begrijpt waarom
ons lichaam, moet vergaan —
het kiemt als zaad en komt weerom
als Gij het op doet staan.

Er is geen leven zonder zin,
de dood is maar een poort, geen einde, maar een nieuw begin
van vreugde, ongestoord.

Kom, Heiland, in de laatste nacht
van dodelijke pijn
en laat ons, eenmaal thuisgebracht
voorgoed genezen zijn!

Eens staan wij dan weer oog in oog
wij zien elkaars gezicht
en zingen samen, hemelhoog
Goddank — Hij is ons licht!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1995

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Naomi of Mara

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1995

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's