De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het net aan de andere zijde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het net aan de andere zijde

9 minuten leestijd

Aan de ingang van 1996 Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk en de redactie van De Waarheidsvriend wensen de leden, de lezers en allen, die wekelijks bij de uitgave van dit blad betrokken zijn, Gods zegen toe voor het jaar dat voor ons ligt. Ambtsdragers en allen, die verantwoordelijkheid dragen in gemeenten en kerk bidden we wijsheid en kracht van de Heilige Geest toe om in afhankelijkheid en in onderworpenheid aan het Woord en in gehoorzaamheid aan het belijden der kerk te dienen op de plaats waar ieder is gesteld. 'Wederom schrijf ik u een nieuw gebod: hetgeen waarachtig is in Hem, zij ook in u waarachtig; want de duisternis gaat voorbij, en het waarachtige licht schijnt nu' (1 Joh. 2 : 8). J. van der Graaf, algemeen secretaris

Bij het begin van 1996

In de afgelopen jaren hebben mondigheid en daarmee gepaard gaand individualisme een zware hypotheek gelegd op onze samenleving. De samenleving raakte meer en meer versplinterd en het gemeenschapsleven is meer en meer afgezwakt. Wel zijn er de surrogaten van allerlei soort om het gemis aan gemeenschapsleven op te vangen. Er gaat geen vrijwel geen dag meer voorbij of er is wel één of andere match op de buis, waaraan miljoenen zich vergapen. Waren vroeger vergaderingen van de club, de politieke partij of de school, om maar enkele voorbeelden te noemen, de trekpleisters, waar mensen elkaar ontmoetten, vandaag moeten de sportmanifestaties of avondvullende lege televisieuitzendingen de verveling tegengaan en de vaak gapende leegte opvullen. Het journaal heet al 'nieuws-en sportjournaal'. De meeste dagbladen staan ook bol van deze massa'recreatie'.. Dat ook een dagblad als Trouw in het jaaroverzicht over 1995 de prestaties van Ajax en andere sportevenementen niet onopgemerkt voorbij liet gaan en wat de kerk betreft niet verder kwam dan de Paus, die neusverkoudheid had, is tekenend.

Tegelijk leven we in het knuffeltijdperk. Mensen moeten in de samenleving, in hun werksituatie met name, vooral 'close' zijn met elkaar: elkaar omarmen, zoenen, tutoyeren. Maar ook dit surrogaat vult het gemis aan echt gemeenschapsleven niet op. Want voor het overige is de samenleving hard, soms meedogenloos hard. Velen komen terecht bij psychiaters en therapeuten. Dat verschijnsel is kennelijk de keerzijde van de mondigheid in het 'ik-tijdperk'.

Het gezin

In deze situatie nu bracht hare majesteit koningin Beatrix in haar kersttoespraak het gezin ter sprake: 'Nog maar enkele tientallen jaren geleden kende de Nederlandse maatschappij veelal uitgebreide families en gezinnen met twee ouders. De overgang naar een samenleving met veel kleinere gezinnen, waarbij soms één van de ouders ontbreekt en de traditionele familieband aanzienlijk is verzwakt, betekende een sociale en culturele omwenteling.' En: 'Het gezin als fundament voor leven in gemeenschap is minder hecht geworden en kwetsbaarder'.

Over deze analyse, met daaraan gekoppeld het pleidooi van hare majesteit voor 'organisaties — oude en nieuwe — die gemeenschapszin gestalte geven', valt verder door te denken. Wanneer in de afgelopen jaren nog werd gepleit voor het gezin als 'hoeksteen van de samenleving' kon het gebeuren, dat men zo ongeveer in het trekschuittijdperk werd gelokaliseerd. Maar is met het wegvallen van het 'oude' gezin in de breedte van onze samenleving over de hele linie juist niet ook de gemeenschapszin gaan tanen? Er is inderdaad sprake van 'een culturele omwenteling'.

Puur sociaal gezien is het voor velen in de decembermaand, met name ook rondom de kerstdagen en de jaarwisseling, al niet meer mogelijk om in gezinsverband of in familieverband bijeen te zijn. Daardoor slaat bij velen ook juist in die maand de eenzaamheid extra toe.

Is het niet een grote zegen wanneer men juist ook in deze dagen bijeen kan zijn als mensen, die aan elkaar gegeven zijn in de gemeenschap van het gezin?

Christelijk

Het is dan niet uit het oogpunt van christelijk meerwaardigheidsbesef als we met name de grote betekenis van het christelijke gezin hier noemen. Het gaat in het leven om meer dan gezelligheid en sociaal contact, het gaat ook om geborgenheid. En dat vraagt om een geestelijke basis.

Het christelijke gezin is als zodanig broedplaats en oefenplaats voor geestelijk leven. Daar wordt de fakkel doorgegeven van geslacht op geslacht. Daar wordt de basis ook gelegd voor gemeenschapszin. De vraag is echter wèl of het christelijke gezin nog wel altijd zulk een broedplaats en oefenplaats is. Ook het christelijke gezin is vandaag soms gehalveerd of ontwricht. Ook het christelijke gezin staat in de windvang van de tijd en derhalve onder de spanning van het individualisme en van de jacht in de samenleving. Bezinning op het christelijke gezin is daarom niet minder nodig dan op het gezin in het algemeen.

Het echte gezinsleven begint als het goed is al voor de geboorte van de kinderen. Is er geestelijk leven bij en geestelijk gesprek tussen man en vrouw? Dat zal merkbaar worden wanneer er in het gezin kinderen komen.

In onze tijd hoort men mensen soms zeggen: 'hoe vertel ik het mijn kinderen nog? ' Soms is het te laat als die vraag gesteld wordt. In de Schrift lezen wé, dat moeders hun kinderen al voor de geboorte op God werpen. In het christelijke gezin zal dan verder gelden 'aan moeders (en vaders) hand tot Jezus'. Wanneer Christus echt centraal mag staan bij de opvoeding, in een levende gemeenschap met Hem, zal echte gemeenschap ontstaan! Hoevelen mogen niet dankbaar terugzien op gezinsleven vroeger thuis, waar zo'n gemeenschap was: in gebed en Schriftlezing, in zingen en danken, in gesprekken en in leven naar de geboden als leefregel der dankbaarheid. En hoe kunnen mensen het anderzijds niet als een gemis ervaren wanneer zulk een gezinsgemeenschap heeft ontbroken?

'Spiritualiteit'

In de samenleving vandaag is groeiende aandacht voor spiritualiteit. Op zich mag de invulling daarvan vanuit christelijke optiek argwaan wekken. Maar het feit op zich mag te denken geven. Er is kennelijk een verborgen hunkering naar geborgenheid, die tot allerlei vormen van spiritualiteit leidt. Dat doet daarin een appèl op de christelijke gemeenschap in onze geseculariseerde tijd inzake het eigen geestelijk gehalte.

Wordt het christen zijn in onze samenleving enerzijds aan nog iets méér afgelezen dan aan een algemene religiositeit of aan een soort christelijk humanisme? Wordt anderzijds aan het christen-zijn in onze samenleving nog iets méér afgelezen dan een eigen, soms meer en meer geïsoleerd cultuurpatroon, met eigen gedragsregels en eigen organisaties, instituten en partijen?

Of is het christenleven nog kenbaar aan de vreze des Heeren! Wordt het christen-zijn nog afgelezen aan een uitstralende, bijbelse 'spiritualiteit', die opkomt uit het leven in en door de Heilige Geest, die de echte Spiritus mag heten? Het is toch juist Christus, die door Zijn Geest gemeenschap wekt?

Het mag iets te zeggen hebben en overigens tot dankbaarheid stemmen, dat jongeren van tijd tot tijd massaal bijeenkomen om bepaald te worden bij het Christusgetuigenis in onze tijd. Maar als het goed is begint dat getuigenis in het gezin. Dat vraagt om oefening in het geestelijke gesprek en in geestelijk getuigenis, ontdaan van alle triomfantelijkheid maar gekenmerkt door ootmoed, die wordt geleerd in de verborgen omgang met God.

Heroriëntering

Ook het christelijke gezin wordt vandaag bedreigd, van buitenaf en van binnenuit. De vraag is of Christus er wel woont en er de eerste plaats inneemt. Gaat het gesprek ook regelmatig over Hem? Is er (het verlangen' naar) geloofsgemeenschap mèt Hem? Is er (het verlangen naar) de navolging van Hem?

Het christelijke gezin zal christocentrisch zijn of het niet zijn. De secularisatie heeft zo sterk toegeslagen, ook in de christelijke gemeenschappen, waaronder het gezin, dat er een volstrekte heroriëntering nodig is. Een heroriëntering op Christus, die uiteindelijk het Hoofd van de gemeente is maar zo ook het Hoofd van de kleine gemeente, die het gezin is.

Die heroriëntering vraagt dunkt me om beslissingen. Er zal weer meer tijd moeten worden vrijgemaakt voor het samenleven als gezin en voor het gesprek in de gezinnen. Dat zou kunnen betekenen: afzien van nog meer werk en luxe; afzien ook van passief tijdverdrijf, dat geen geestelijke zoden aan de dijk zet maar eerder geestdodend werkt.

Die heroriëntering betekent vooral ook geestelijke oefening in de gemeenschap met Christus, opdat er ook een Christusgetuigenis van het christelijk gezin uitgaat. Ik weet heel wel, dat het eenvoudiger is zulke hoge dingen hier neer te schrijven dan ze daadwerkelijk in praktijk te brengen. Maar we mogen ons afvragen of we de secularisatie ook in de meest rechtzinnige kring wel voldoende hebben gepeild. Er is vaak veel kritiek op de gemeente, met het gevolg dat gezinnen uitzwerven. Dan kan niet goed zijn voor de geestelijke opbouw van de gezinnen.

We signaleren Godsverzaking en wetsverachting in de samenleving. Maar hoe levend en krachtig is het Christusgetuigenis ook daar, waar het getuigenis der Schriften wordt hoog gehouden?

Met godsdienstigheid redden we het niet. Met nauwgezette wetsbetrachting redden we het niet. De vraag is welke plaats Christus inneemt. Allereerst in de gezinnen. Maar zo ook in de gemeente. Want er is een wisselwerking tussen gezin en gemeente. Zo het volk, zo de priester. Zo de gezinnen, zo de gemeenten.

Het net aan de andere zijde

In de voorgaande en zich steeds dieper nestelende secularisatie is het gevaar niet denkbeeldig, dat het christelijke leven geheel of vooral gaat bestaan uit nee-zeggen. We zijn vooral 'tegen'. Maar intussen kan innerlijk de secularisatie voortvreten als de kanker, omdat de geloofsgemeenschap met Christus ontbreekt en zo ook de rechte gemeenschap met elkaar stuk breekt. Waar die gemeenschap ontbreekt slaat, alle rechtzinnigheid ten spijt, ook de Godsverduistering in de gemeente toe.

Waar echter anderzijds nog van echte spiritualiteit sprake is, zal ze gekenmerkt zijn door het leven uit de Geest, die het uit Christus neemt.

Alleen het leven met en uit Christus brengt ook tot de rechte levensheiliging. De wet en de traditie brengen ons hier geen stap verder. Alleen in de levensverbintenis met Christus ontspringt ook de navolging van Hem, die anderen ook nieuwsgierig of jaloers kan maken.

Gaat het vaak niet te weinig over de levende Christus in onze gesprekken? Gaat het vaak niet nog alléén over Hem in theologische disputen? In de omgang van mensen met elkaar, in de gezinnen en in de christelijke gemeenschappen, is Hij toch niet altijd de eerste in de gesprekken.

Wanneer echter niet duidelijk wordt, dat Christus onze hartstocht is en verholen de gedachte leeft, dat er een soort tweede weg voor christen zonder Hem mogelijk is, zijn we verloren. Principieel verloren!

Groei?

We vragen ons af wat 1996 ons brengen zal. Zullen we in het jaar, dat voor ons ligt, tot een nieuw, hernieuwd Christusgetuigenis mogen geraken, in gezin, gemeente en kerk?

Zal er groei zijn in de kennis aangaande Christus? Die vraag naar zulk een groei legde wijlen ds. G. Boer immer in zijn prediking aan de gemeente voor. Dat zou vernieuwing in de kerk teweeg kunnen brengen. We volstaan niet zelden met elkaar te bestrijden, met af te dingen op kerk en gemeente, met leerstellige haarkloverijen. Maar de praktijk leert, dat er zo in het schip der kerk naar het schijnt weinig wordt gevangen.

Moet het net niet aan de andere zijde worden geworpen? Moet niet vooral het positieve getuigenis aangaande de Christus der Schriften worden gehoord, als een getuigenis ook naar de wereld? Het gezin zou er de eerste oefenplaats voor moeten zijn.

We schrijven Anno Domini 1996. Het jaar onzes Heeren 1996 ligt voor ons. Alleen met Christus zal er perspectief zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het net aan de andere zijde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's