De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Hier volgt het oude, bekende versje van de evangelist in hart en nieren, ds. Jan de Liefde (1814-1869), stichter van 'Tot heil des volks':

Een man op klompen,
in bedelaarslompen,
is dikwijls meer,
is dikwijls meer,
dan al die heertjes
in fijne Meertjes,
bij God de Heer. (2x)

Het oog des Heren
ziet door de kleren
ons in 't gemoed,
ons in 't gemoed.
Of 't kleed niet fijn is,
als 't hart maar rein is,
dan is het goed! (2x)

In december II. promoveerde de heer Cornells P. Boele aan de Erasmusuniversiteit te Rotterdam op een proefschrift, getiteld 'Een cultuur filosofische benadering van de post-Keynesiaanse macro-economie' (proficiat!). Hier volgen enkele stellingen bij het proefschrift:

• De Hervormde synode gedraagt zich met name rond het Samen-op-Weg proces nog steeds zó verpolitiekt en regentesk als eerder in haar verleden.

• De verzamelde werken van O. Noordemans bieden een uitstekend referentiekader voor de beoordeling van ontwikkelingen in de protestants kerk en theologie.

• Een echte volwassene is een groot kind.

• Een televisieloze dag per week zou de geestelijke volksgezondheid in Nederland bevorderen. Eventueel vrijkomende middelen kunnen ten goede komen aan de Stichting Lezen.

• De kookkunst is een hoge, maatschappelijk zeer relevante, onvoldoende gesubsidieerde kunstvorm.

• Op grond van de nieuwere wetenschapsfilosofie is het onderscheid tussen een HEAO-opleiding en een universitaire studie economie niet te ver dedigen.

• De zgn. Wijsbegeerte der Wetsidee is voor toe passing in de economische wetenschap niet bruikbaar, hetgeen illustreert dat er geen sprak kan zijn van christelijke economische wetenschap, maar wel van christen-economen.

Een oude meelevende broeder stuurde enkele intussen vergeelde knipsels uit dagbladen van vroeger. Hier volgt een vraag-en-antwoord.

'Vraag: Kunt u me iets vertellen over het gebruik van de zandloper in de kerk in vroeger eeuwen? In sommige oude hervormde kerken zie je zo'n ding nog op of aan de preekstoel bevestigd. Werd het gebruikt om de tijdsduur van de preek te bepalen?

Antwoord: Daar diende de zandloper inderdaad voor. Er werd in ons vaderland in de Gouden Eeuw veel gepreekt, gewoonlijk driemaal op een zondag. In Groningen zelfs viermaal en in Dordrecht was het bijna de hele dag kerk. Daar hield men door de week ook nog elke avond en twee morgens in de week een dienst. Er werd niet alleen veel, maar ook lang gepreekt. Het convent van Wezel had in 1568 al gemaand het bij één uur preken te laten om "de memorie der toehoorders niet te belasten en hun ijver te breken, ende alzoo als een walginge der mage toe te brengen". Maar de dominee, hij preekte voort. Soms moest hij weleens uitvallen: "Maak dien slapenden man eens wakker". Ook werd er nogal eens hard op de bijbel geslagen om het kerk volk er weer "bij" te krijgen. Op menige preekstoel stond een zandloper. Ging de preker langer door dan de vastgestelde tijd - meestal twee uur - dan moest hij boete betalen. Elke vijf minuten dat hij langer preekte, kostte de dominee zes stuivers. E is een verhaal van een predikant die het zonde vond van zijn mooie preek, onverdroten doorging en bij elke vijf minuten riep: "Vooruit, ik gooi er nog een schelling tegenaan".'

• En dan ook nog een aardig stukje 'Naar aanleiding van de langste dag', ondertekend door S. L. Knottnerus:

'Bij een onderzoek naar iemand die in de 17e eeuw leefde stuitte ik opeens op een raadselachtig probleem. Ik vond dat hij geboren was op woensdag 23 april 1617. Bij een terugrekenen kwam ik even wel terecht op een andere dag van de week. Nauwkeurig had ik in het oog gehouden dat 1700, 1800 en 1900 geen schrikkeljaren waren geweest, omdat de eeuwgetallen 17, 18 en 19 niet deelbaar zijn door 4 (het jaar 2000 wordt wel een schrikkeljaar, zoals ook 1600 het geweest moet zijn).

Wat klopte dan niet? De gregoriaanse tijdekening was in 1617 toch al lang en breed ingevoerd, namelijk in 1582? In dat jaar had paus Gregorius XIII bepaald dat van 5 tot en met 14 oktober tien dagen moesten vervallen (kort gezegd: om opnieuw de 21ste juni de zomer te laten beginnen).

Maar wat bleek het geval? De Juliaanse kalender is niet overal tegelijk vervangen door de gregoriaans tijdrekening. Wat hierbij een sterke rol heeft gespeeld is het verloop van de kerkhervorming. De nieuwe kalender werd op 15 oktober 1582 slechts ingevoerd in Italië (behalve in Pisa en Florence), Spanje, Portugal en de rooms-katholieke gebiede van Polen; vervolgens eind december 1582 in ­ Frankrijk, Lotharingen en Holland (= N. en Z.H.), Brabant, Vlaanderen, Henegouwen; verder bijvoorbeeld in Oostenrijk en Beieren half oktober 1583, in geheel Polen 1586, in het reformatorische Duitsland pas op 1 maart 1700; in Gelderland, Groningen, Friesland, Overijssel, op 12 december 1700; te Pisa en Florence in 1750, in Engeland 1752, in Zweden 1753.

De persoon om wie het bij mij ging, werd geboren in een deel van het huidige Beieren, dat toen nog tot het keurvorstendom van Pfalts behoorde en waar de hervorming in die tijd het stempel van Calvijns schriftinzicht droeg. Deze Oberpfalz zou korte tijd later ten gevolge van het verloop van de dertigjarige oorlog ten prooi vallen aan de Contrarefor­matie. In elk geval was de 23 april 1617 daar Juliaans een woensdag. Gregoriaans is het dan de woensdag van de 3e mei.

Uit het bovenstaande valt af te leiden, dat een man als ds. Cornells Hillenius, predikant te Groningen, als afgevaardigde van zijn provinciale synode naar de nationale synode van Dordrecht in 1618/19 met dit kalenderverschil van tien dagen te maken kreeg. Voor wie over een zgn. "eeuwigdurende kalender beschikt, is het gemakkelijk om de weekdag voor een bepaalde datum in de 17de eeuw gregoriaan ­vast te stellen. Na precies 400 jaar valt elke datum precies op dezelfde dag. Wat dat betreft is 3 mei 1617 gelijk aan 3 mei 2017. Beide vallen ze op ­woensdag.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's