Verhalen over het begin
Aanleiding
Aanleiding tot het schrijven van dit artikel is het onlangs verschenen boek van Ellen van Wolde, hoogleraar exegese Oude Testament en Hebreeuws aan de Katholieke Universiteit van Tilburg, getiteld Verhalen over het begin 1). Het eerste en omvangrijkste deel bestaat uit een vertaling en verklaring van Genesis 1 tot 11. In het tweede deel geeft zij een bloemlezing van scheppingsverhalen uit andere culturen. Zij trekt daarbij de wereld rond. In vogelvlucht gaat het van Azië, via Australië en Polynesië naar Amerika. Vandaar vervolgt zij haar reis naar Afrika en komt zij tenslotte uit bij ons eigen Europa. In het derde deel geeft zij een korte samenvatting van de natuurwetenschappelijke benaderingswijze van het begin. Ook dat ziet zij als een scheppingsverhaal. Want zo functioneert volgens haar de evolutietheorie in onze moderne samenleving. Daar zitten gevaarlijke kanten aan. Want volgens de evolutietheorie zal alleen de sterkste overleven. Dat past precies bij een visie op de economie waarbij mensen het laatste woord laten aan het marktmechanisme. Als ik het goed zie, wordt dat ook steeds meer de trend van onze tijd. Liberalisme is 'in'. Haaks daarop staat het verhaal van Kaïn en Abel. Ook de zwakkeren en nietswaardigen hebben recht van leven. Dat is het verhaal dat godsdiensten te vertellen hebben (265, cursivering van de schrijfster, H.d.B.). Ellen van Wolde noemt in dit verband niet alleen het jodendom en christendom maar ook de islam. Overigens ziet zij bewust af van een vergelijking van de bijbelse en buiten-bijbelse verhalen over het begin. Laten de verhalen spreken voor zichzelf (17). Maar daar ligt nu juist het probleem. Het tekent zich af aan het slot van haar boek. Want het 'verhaal' van de evolutietheorie wordt weersproken door het verhaal van Kaïn en Abel.
Het Babylonisch nieuwjaarsfeest
Ieder mens verlangt op z'n tijd naar een nieuwe start. Maar of het er ook werkelijk van komen zal, is de vraag. We kunnen elkaar wel een gelukkig nieuwjaar toewensen maar daar houdt het dan ook mee op. Niemand is in staat ons geluk voor een jaar te garanderen. In die hang naar leven en voorspoed liggen de oorsprongen van de nieuwjaarsplechtigheden in de buiten-bijbelse religies verankerd. Als voorbeeld kiezen wij het Babylonisch Nieuwjaarsfeest. Bij die gelegenheid werd het scheppingsverhaal Enuma elisj gereciteerd. Het is genoemd naar de woorden waarmee het begint: Toen daarboven. De god van het zoute zeewater bevrucht de godin van het zoete grondwater. Daaruit ontstaat het aangeslibd land van Mesopotamië. Chaotische machten bedreigen het leven. Uit die strijd treedt de god Marduk als overwinnaar te voorschijn. Hij is de heer van Babylon. Uit zijn handen ontvangt de koning elk jaar opnieuw de heerschappij over het land. Het scheppingsverhaal wordt verbonden met het kroningsritueel. Dat gebeurt elk jaar opnieuw om de vruchtbaarheid van de akkers, het vee en de mensen te waarborgen en het politiek bestel in stand te houden. Want die twee vormen de peilers van de samenleving. Vallen zij weg, dan keert de chaos terug.
De pogingen om het Babylonisch nieuwjaarsfeest terug te vinden in de godsdienst van Israël zijn als mislukt te beschouwen. In de daarover gevoerde discussie ging het vooral over de betekenis van de vaak. voorkomende uitdrukking de HEERE is Koning. Moeten we daarin de juichkreet horen op het feest van Gods troonsbestijging 'de HEERE is Koning geworden!' of is het op te vatten als een proclamatie 'de HEERE is Koning? 'De eerste vertaling bleek reeds uit taalkundige overwegingen niet goed mogelijk te zijn. Daarmee was de hele theorie van tafel.
Babel en Bijbel
Aan het begin van deze eeuw bracht het thema Babel en Bijbel de gemoederen in hevige beroering. Friedrich Delitzsch propageerde alom zijn opvatting dat het geloof van Israël verklaard kon worden als een latere ontwikkeling van oorspronkelijk Babylonische voorstellingen, te beginnen met het scheppingsverhaal. Had hij gelijk? Nee, want in het Babylonische scheppingsverhaal valt de wording van wereld (de kosmogonie) samen met de wording van de goden (de Sieogonie). Karakteristiek voor het Oude Testament is echter het kwalitatief onderscheid tussen God en Zijn wereld, tussen Schepper en schepping. God heeft geen mensen nodig om waarachtig God te zijn, maar wij mensen hebben wel God nodig om waarachtig mens te zijn. Hij heeft de wereld geschapen uit het niets. Zij bestaat bij de gratie van het Woord Zijner kracht.
Hoe zijn dan de buiten-bijbelse scheppingsverhalen te verklaren? Op dezelfde manier als bijvoorbeeld de buiten-bijbelse zondvloedverhalen. Het zijn reacties op de algemene openbaring. De apostel Paulus schrijft daarover in Romeinen 1.
De mensen vangen de signalen die van God uitgaan in Zijn schepping heus wel op maar geven daarvan met opzet een verkeerde interpretatie. Gezien bij het licht van het Evangelie is daarom zo'n scheppingsverhaal voor Wie Christus niet kent belastend materiaal.
'Een' begin of 'het' begin
In den beginne schiep God de hemel en de aarde. Zo kennen wij het eerste vers van de Bijbel. Ellen van Wolde vertaalt echter In een begin (22, 25). Dat kan, want in de originele tekst ontbreekt het lidwoord. Nu bestaat het Hebreeuws vooral uit medeklinkers. Dat gaf geen enkel probleem totdat het verdrongen werd door het Aramees. Rabbijnen hebben toen onder de woorden van de bijbeltekst de klinkers gezet door middel van streepjes en punten. Want de tekst zelf verander je niet. Daar blijf je met je vingers van af. Die is heilig! Welnu, Origenes, een befaamd theoloog uit de vroege kerkgeschiedenis, heeft zes verschillende tekstuitgaven van het Oude Testament in kolommen naast elkaar geplaatst. Zo konden ze makkelijk met elkaar vergeleken worden. Vandaar de naam Hexapla, dat betekent (Het Oude Testament) in zesvoud. Eén kolom geeft de Hebreeuwse tekst in Griekse letters. Daaruit blijkt dat Origenes wèl een tekstoverlevering van het Oude Testament heeft gekend die waarvan de eerste woorden luiden In het begin.
Veel zwaarder weegt het argument dat op andere plaatsen in het Oude Testament het Hebreeuwse woord voor begin als het over de schepping gaat, wordt gebruikt in absolute zin (dus: het begin en niet een begin) ook al ontbreekt het lidwoord. Bijvoorbeeld de bemoediging van de ballingen in Babel: Weet gij niet? Hoort gij niet? Is het u van den beginne aan niet bekend gemaakt! Hebt gij op de grondvesten der aarde niet gelet, Jes. 40 : 21? Uit deze en dergelijke teksten is ook een theologisch argument af te leiden. Gerhard von Rad heeft daarop gewezen. Vertalen we In een begin schiep God de hernel en de aarde, dan gaat daar blijkbaar iets anders aan vooraf, namelijk de chaos. Maar dat verdraagt zich niet met de aanduiding van de Heere als God in de betekenis van de volkomen God. Het in het Hebreeuws voor God gebruikte woord staat in een bepaald soort meervoud, namelijk dat van de intensiviteit. Wij herkennen dat uit teksten als Hoe lieflijk zijn Uw woningen, o HEERE der heerscharen, Ps. 84 : 2. In werkelijkheid is hier sprake van het éne heiligdom in Jeruzalem. Maar dat is het dan ook! Bovendien wordt bij het woord voor God in het eerste vers van Genesis 1 het lidwoord weggelaten. God is hier een eigennaam, geen N.N. maar de God van Abraham, Izak en Jakob, de God van Israël, de volkomen God. Die volkomen God doet een volkomen werk. Want God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Gen. 1 : 31. Hij Zelf is het Begin en het Einde. Dat begin deelt Hij niet met andere machten. Daarom prijzen wij Zijn volkomenheid.
IJdelheid der ijdelheden
Het kwalitatief onderscheid tussen de Schepper en het schepsel in het Oude Testament vergeleken met de buiten-bijbelse godsdiensten komt bij Ellen van Wolde onvoldoende uit de verf. Zeker, het was niet haar intentie om tot zo'n vergelijking te komen. Ze wilde de teksten voor zichzelf laten spreken (17). Maar je kunt Genesis 1 niet over één kam scheren met andere verhalen over het begin. Zeker, het Oude Testament kent ook de wereldbeschouwing waarin de werkelijkheid van het bestaan wordt opgevat als een op zichzelf staand geheel, los van God. Maar zo'n visie leidt tot een pessimisme zonder enig perspectief. Dan is er niet echt een verhaal over het begin. Vanuit dat standpunt gezien is er niets nieuws onder de zon. Dat wil de Prediker bij ons er letterlijk in hameren. Want de woorden der wijzen zijn gelijk prikkelen en gelijk nagelen, 12 : 11a. Zonder God is van de werkelijkheid van deze wereld niets anders te zeggen dan ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid, 1, 2. Daarom is de hoofdsom van alles wat gehoord is: vrees God en houdt Zijn geboden, want dit betaamt alle mensen, , 12, 13.
Zie, Ik maak alle dingen nieuw
Het kwalitatief onderscheid tussen God en mens draagt ook een belofte in zich. De Heere is niet de gevangene van onze werkelijkheid. Daarom schept Hij tegen onze verwachtingen in telkens weer een nieuw begin. De profeet Jesaja tekent de terugkeer uit de ballingschap niet alleen als een nieuwe exodus maar zelfs als een nieuwe schepping. Want wat onmogelijk is bij de mensen is mogelijk bij God. Daarop wijst de engel Gabriel Maria bij de aankondiging van de geboorte van de Messias. Dat is ook bepalend voor de structuur van het geloofsleven. Want wie in Christus is, is een nieuwe schepping. Het is immers niets uit ons, het is alles uit Hem, zo reist Gods volk naar Jeruzalem. Het verhaal van het begin zal een lang verhaal worden. God maakt geschiedenis..En het einde zal de voleinding zijn. Ziet, zegt Hij, Ik maak alle dingen nieuw. Met dat perspectief voor ogen wensen we elkaar een gezegend nieuwjaar toe.
1) Ellen van Wolde, Verhalen over het begin. Genesis 1-11 en andere scheppingsverhalen, 275 pag., ƒ 39, 90, uitgeverij Ten Have b.v., Baarn, 1995. Het boek biedt interessant studiemateriaal voor kringen van studenten en geïnteresseerde gemeenteleden die nader willen ingaan op de eerste hoofdstukken van de Bijbel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's