De 'nieuwe orde' geldt al?!
Onlangs nam de Generale Commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen in de Nederlandse Hervormde Kerk een beslissing met betrekking tot enkele bezwaarschriften tegen de besluiten van de Generale Synode inzake de handhaving van de tucht in de kerk. De Synode heeft besloten dat een kerkeraad van een gemeente geen tucht hoort uit te oefenen in zaken waarvan men in het 'geheel der kerk' (wat dat ook moge wezen) vindt dat ze niet tuchtwaardig zijn. Tucht die in zou gaan tegen de meerderheid van een synode zou niet moeten kunnen, ook al zou een kerkeraad zich duidelijk kunnen beroepen op de Heilige Schrift, die een bepaalde wijze van leer of leven als ontoelaatbaar binnen de christelijke gemeente veroordeelt.
Nee, als de synode bij meerderheid besloten heeft dat er geen tucht behoort te worden uitgeoefend, dan kan de Schrift nog zoveel zeggen, maar dan zullen de kerkeraden aan de beslissing van de synode gebonden zijn. Tegen deze wijze van denken in de kerk, die de vrijheid van de gemeente om volgens de Schrift en naar geweten leiding te geven aan het leven van de gemeente, is door verschillende personen en ambtelijke vergaderingen (o.a. de classes Alblasserdam en Harderwijk) ernstig bezwaar gemaakt bij de hoogste 'rechtsinstantie' in de kerk, de bovengenoemde commissie. Het verzoek was om het besluit in deze kwestie als ongeldig te verklaren op grond van argumenten uit de Kerkorde en de Belijdenis. De Commissie deed uitspraak en besloot alle bezwaren ongegrond te verklaren. Het besluit van de synode is volgens haar niet in strijd met de Kerkorde. De conclusie die er vanuit deze beslissing valt te trekken is, dat de Commissie ermee accoord gaat dat de kerkeraad, hoewel officieel niet beperkt in de vrijheid van tuchtuitoefening, toch op zijn minst moreel laakbaar bezig is, als ze naar geweten met beroep op de Schrift ingaat tegen de gangbare mening van een meerdere vergadering, te weten de synode. Het is mijns inziens een zeer zorgelijke zaak, dat het hoogste beroepsorgaan in de Kerk op deze wijze 'vonnis heeft gewezen'. Hiermee is een koers gezet en gevestigd, die in de toekomst in allerlei situaties waarin de bevoegdheid van de kerkeraad om naar Schrift en Belijdenis leiding te geven aan het leven van de gemeente onder grote druk komt te staan, of zelfs onmogelijk zal worden gemaakt.
Beoordeling van de Commissie
In haar beoordeling maakt de Commissie duidelijk hoe zij tot de afwijzing van de bezwaren is gekomen. Daarbij zijn twee punten van overweging, die duidelijk maken welk denken er in de Kerk als doorslaggevend dient te gelden. Ze luiden als volgt:
'3.2 Voorts is de verscheidenheid van uitleg en verstaan van de Schrift binnen de kerk een gegeven. De uiteenlopende manieren van uitleg en verstaan hebben met elkaar dit gemeen, dat aanvaarding van de juistheid van één methode van uitleg en van één wijze van verstaan meebrengt dat een andere methode van uitleg of een ander verstaan vaak minder volwaardig worden geacht.
3.3 Dit mag in het verband van het geheel van de Hervormde Kerk er echter niet toe leiden dat men het bestaan van die verscheidenheid negeert en uitsluitend rekening houdt met eigen opvattingen. Wie tot de Nederlandse Hervormde Kerk wil behoren moet die verscheidenheid, hoe moeilijk ook, erkennen.'
Overweging 3.2 is als constatering een juiste. Inderdaad, er zijn in de Kerk verschillende wijzen van omgaan met en verstaan van de Schrift, die soms diametraal tegenover elkaar staan en elkaar uit kunnen sluiten. Er is, helaas, geen eensluidend spreken vanuit de Schrift. Dat is, waar het om fundamentele zaken gaat waar het geloof mee staat of valt, de grote nood van de Kerk. Er is meer aan de hand dan dat gelovigen vanwege de beperktheid van hun kennen uiteraard niet altijd dezelfde inzichten delen. Het gaat er ten diepste om dat de Schrift op dermate verschillende wijzen wordt gehanteerd, dat er geen gemeenschappelijk verstaan meer mogelijk is. Voor de een is het een inspirerend boek, waar men naar believen uit putten kan om het eigen verstaan van de waarheid te verhelderen of te illustreren. In een subjectief waarheidsrelativisme maakt men er selectief gebruik van. Voor de ander is de Bijbel het gezaghebbend Woord van God, waarvoor wij allen hebben te buigen, en dat ons denken en doen in alle waarheid wil leiden. Het vraagt onze onvoorwaardelijke erkenning en geeft de normen aan, waarnaar God ons leven wil vormen naar Zijn bedoeling en tot Zijn eer. In beide gevallen beroept men zich op de Schrift, maar het is duidelijk dat er, behalve dat men de Schrift nadrukkelijk noemt, geen verdere overeenkomst is. Waar de een in geweten meent dat een bepaald gedrag door de Bijbel ondubbelzinnig wordt veroordeeld, daar zal de ander, vanuit zijn moderne waarheidsbeleving, dit Bijbelse gegeven op zijn minst relativeren zo niet kritisch aan de kant schuiven. Hier ligt de wortel van alle verdeeldheid in de Kerk: de fundamentele onenigheid aangaande de Heilige Schrift.
De Commissie doet een terechte waarneming, maar daarbij blijft ze niet staan. Aan deze waarneming verbindt ze vervolgens ook de conclusie, dat we dit gegeven zullen hebben te aanvaarden. Alsof er in de kerk geen verweer mogelijk is tegen dergelijk levensgevaarlijk relativisme! Alsof wij niet een Kerk zijn met een belijdenis, die volgens artikel X van onze Kerkorde aangeeft hoe wij de Heilige Schrift hebben te verstaan. Een enkel citaat uit artikel 7 van de NGB maakt duidelijk in welk een totaal ander klimaat wij zouden dienen te verkeren als Kerk als we vanuit onze grondslag zouden leven:
'Wij geloven, dat deze Heilige Schrift den wil Gods volkomenlijk vervat, en dat al hetgeen de mens schuldig is te geloven om zalig te worden, daarin genoegzaam geleerd wordt. (...) Daarom verwerpen wij van ganser harte al wat met dezen onfeilbaren regel niet overeenkomt.'
Nu echter gaat ook de Commissie ervan uit, dat er verschillende waarheden binnen de Kerk mogelijk moeten zijn, waarbij de een de ander niet mag uitsluiten. Met andere woorden, een spreken op de wijze van onze Belijdenis is volgens de Commisie heden ten dage niet meer gepast. Wij leven nu in de tijd waarin een ieder zijn 'eigen waarheid' heeft, waar hij naar een ander toe wel van getuigen mag, maar waar hij die ander met beroep op Gods Woord zeker niet aan houden kan. Elk beroep op de Schrift en op de Belijdenis wordt zodoende krachteloos gemaakt, omdat het immers maar 'eigen opvattingen' van mensen zijn, waar men mee aankomt. Nergens wordt in de beoordeling van de Commissie nog duidelijk dat er een grond is buiten ons gevoelen, waarop wij ons mogen beroepen, de Heilige Schrift, beleden als het betrouwbare en gezaghebbende Woord van God. Nee, de 'eigen opvattingen' zijn de laatste instanties. Wie in overtuiging in de Kerk tracht om anderen tot gehoorzaamheid aan de Schrift te roepen, die krijgt te horen dat hij zijn 'eigen opvatting' niet aan anderen op mag leggen. Zo is de situatie geworden in onze Kerk. Een zorgwekkende ontwikkeling wordt nu met zoveel woorden, zelfs door het hoogste rechtscollege, als laatste waarheid aanvaard. En wie het niet aanvaarden kan, die krijgt zwart op wit te lezen, dat hij eigenlijk niet in de Hervormde Kerk thuishoort. Immers wil je tot de Nederlandse Hervormde Kerk behoren, dan moet je dit waarheidsrelativisme erkennen. Zo staat het er. Dat is nu eenmaal de orde van ons kerk-zijn.
Wat feitelijk was is nu 'recht' geworden
Waar komt dat toch vandaan, zo vraag je je onthutst af? 'Wie tot de Nederlandse Hervormde Kerk wil behoren moet die verscheidenheid, hoe moeilijk ook, erkennen.' Zo luidt het oordeel van de Commissie. Maar is zo'n oordeel wel in overeenstemming met het belijdend karakter van onze Hervormde Kerk? Ik kan de bewuste zin wel begrijpen als we in de plaats van 'de Nederlandse Hervormde Kerk' invullen: de Verenigde Protestantse Kerk van Nederland. Wie daartoe wil behoren, die zal de verscheidenheid moeten erkennen en aanvaarden. De confessie is daar immers niet meer dan een historisch document, dat in de vitrine ligt. Men kan er met veel waardering naar kijken als naar een oud document dat in het verleden een belangrijke rol heeft gespeeld. Het is echter niet meer de verbindende en bindende spreekregel van de Kerk, waaraan wij elkaar kunnen houden.
Maar dat was de belijdenis toch ook al niet in de Nederlandse Hervormde Kerk? , zal iemand tegenwerpen. Inderdaad, feitelijk is de situatie in de Hervormde Kerk zo, dat het relativisme en pluralisme regel schijnt te zijn. De Belijdenis functioneert binnen de Kerk niet zoals het zou moeten. Sommigen zullen dat toejuichen, velen zien dat echter ook als de diepe nood van de Kerk. Rechtens echter geldt in de Nederlandse Hervormde Kerk nog steeds het beslissende spreken van de Schrift en de Belijdenis, ook al is het feitelijk zo dat diegenen die de 'macht' hebben er anders over denken. In de VPKN echter, waarvan we in de beoogde nieuwe kerkorde de contouren reeds kunnen zien, is de situatie die feitelijk in de Hervormde Kerk - tot diepe droefheid van velen - bestaat, ook rechtens een feit. De 'nieuwe kerkorde' is immers niet anders dan een afdruk van de moderne pluralistische kerk van de toekomst waarin 'nu elk zijn zin' en 'leven en laten leven' de motto's zijn. Al was de Nederlandse Hervormde Kerk feitelijk in vele delen niet de belijdende gereformeerde Kerk, die ze volgens haar grondslag zou moeten zijn, toch konden de gereformeerde belijders het volhouden - o.a. tegen kritische aanvallen van afgescheiden kant - dat wat zij 'de facto' niet konden bewerken 'de iure' toch in de Kerk geldend was. Dat kan in de VPKN echter niet meer worden gezegd, omdat de Belijdenis daar, nu niet alleen meer feitelijk maar ook rechtens, slechts als museumstuk aanwezig is.
De conclusie naar aanleiding van de beslissing van Commissie van Bezwaren en Geschillen moet dus zijn, dat in hun beoordeling het denken van de nieuwe kerkorde reeds op beslissende wijze aanwezig is. De nieuwe kerkorde moet nog definitief worden aanvaard, maar functioneert kennelijk al volop in de kerkelijke praktijk, tot in het hoogste rechtsorgaan toe! We verkeren min of meer al onder de 'nieuwe orde'. Een bijzonder zorgelijke ontwikkeling. De VPKN grijpt dus al ver voor de officiële datum van haar stichtingsakte diep in het Hervormde Kerkelijke leven in. Kortom, de gefuseerde kerk is er nog niet, maar we moeten nu reeds onder het juk door van de nieuwe manieren. De beslissing van de Hervormde Commissie versterkt alleen maar de grote zorg naar de toekomst toe. De nieuwe kerk is er nog niet, maar de 'nieuwe orde' geldt al. Er rest ons niets dan binnen onze Kerk, net als in de gelijkenis van Jezus de weduwe deed bij de onrechtvaardige rechter, te blijven aanhouden: 'Doe mij recht'. Als het gaat om het recht in de Kerk, zullen we het echter nog heel wat hogerop moeten zoeken!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's