De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Nijhoff en de bruggen bij Bommel, zo luidt de titel van een artikel in het Nederlands Dagblad van de hand van Hans Werkman, geschreven n.a.v. de opening van de nieuwe brug bij Zaltbonnmel, die de naam van Martinus Nijhoff draagt. Hier volgen enkele passages.

De moeder de vrouw

De moeder de vrouw Ik ging naar Bommel; om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd -
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij. Zijn hand zal u bewaren.

Martinus Nijhoff, 1934

'Philips (Hans Philips, clavecinist, vriend van Nijhoff, v.d.G.) had Nijhoff tijdens een fietstochtje verteld, dat hij op Tweede Kerstdag 1933 met zijn hondje had gewandeld op de pas geopende Waalbrug bij Zaltbommel, en dat hij opeens geïmponeerd was geraakt door een schip dat daar op die lege rivier aan kwam varen, en vooral door een vrouw die aan het dek een psalm stond te zingen. Dat kon je bij de benijdenswaardig zwakke verkeerscapaciteit van toen nog horen op de brug. En de tweede ervaring: Philips had in Vreeswijk een aan boord van een schip een vrouw gezien die sprekend op zijn moeder leek. Hans Philips vertel de het zelf door aan Sötemann.

Daar ligt het startpunt van het gedicht dat Nijhoff een paar weken later aan Philips gaf Nijhoff schoof twee ervaringen van zijn vriend in elkaar en maakt ze tot zijn eigen poëtische ervaringen. Die eerste beroemde regel gaat dan wel over de brug, maar het is geen gedicht over de brug, zoals verslaggevers vanuit Zaltbommel ons deze week hardnekkig wilden laten geloven.'

Pont

'In mijn Nijhoffmap zit een artikel uit de Kampioen van de ANWB (jan. 1993) over de brug bij Zaltbommel. De schrijver - hij draagt de onheilspellende naam Jan-Dirk Onrust - presteert het om met geen woord te verwijzen naar Nijhoffs gedicht. Wel vermeldt hij aardige gegevens over de brug van 1933 de brug dus waarop Hans Philips met Kerst 1933 zijn hondje uitliet. Het was een rare brug met al die meccanostaven. Gewoon waren in die tijd de boogbruggen. De met diagonalen gesteunde rechthoek bij Bommel was dus modern, hij paste we bij het gevoel van de modernist Nijhoff. Tot aan 1933 kon je alleen over met een pont. Dat duurde gemiddeld anderhalf uur! En kostte voor een truck met trailer f 1,48. De heer Onrust citeert wel uit een ander gedicht, van een niet door hem met name genoemde dichter. Deze regels:

Gereed! En philosophisch wordt
Door menigeen gezucht:
O, werd ter wereld iedre kloof
zóó degelijk overbrugd!

In 1940 werd de brug voor een groot deel uit strategische overwegingen vernietigd. Vijf jaar later gebeurde dit nog eens. En in 1997 dus waarschijnlijk voor de derde keer, nu heel voorzichtig, om in stukjes naar een nieuwe rivier gebracht te worden. Of naar 10.000 boekenkasten van dichters en lezers om de poëzie te stutten. Een prachtige brug trouwens, die nieuwste brug, veel mooier dan de oude nieuwe brug. Het is een tuibrug. De 120 tuikabels en de vier pilonen van 85 meter hoog vormen een strak artistiek contrast met het rivierenlandschap, dat daar al eeuwen ligt zoals het er ligt.'

Een lezer stuurde ons een knipsel uit 'In de Waagschaal' van 5 januari 1946, waarin dr. H. Berkhof schreef over 'Kerkgeschiedenis en wereldgeschiedenis'. Hieruit de volgende passage.

'Kerkgeschiedenis en wereldgeschiedenis botsen voortdurend, als de Kerk werkelijk Kerk en de wereld werkelijk wereld is. Het klassieke voorbeeld is nog steeds het tijdperk van 50-313, de tijd van de kerkvervolging in het Romeinse rijk. Reformatie en Renaissance moesten botsen. In de 19e eeuw nam de tegenstelling weer nieuwe vormen aan. Het werd toen van de zijde der wereld meer: vervreemding en - verachting; en van de zijde der Kerk: minderwaardigheidsgevoel en defensieve houding. In de 20e eeuw moge er een duidelijke formele overeenkomst zijn tussen de autoritaire wereldbeschouwingen en de nieuwe theologie, die beide uitdrukking zijn van de behoefte aan binding, gezag, gemeenschap: niettemin is de eerste uitdrukking "werelds" en de tweede "kerkelijk" en zijn beide dus in een verhouding van onverzoenlijke tegenstelling gekomen. Ook de tegenstelling gaat terug op de kerkbeheersende macht der Schrift, die een Evangelie predikt, dat niet naar den mens is.

We mogen echter bij het woord "tegenstelling" niet blijven staan. Het is immers even opvallend dat tekens waar de Kerk zich aan de Schrift verjongt en ­haar eigen aard hervindt, waar ze niet langer mee deint op het rhythme der wereld, maar ook de tegenstelling niet schuwt - dat daar cultuurscheppende krachten van de Kerk uitgaan, die het gelaat der wereldgeschiedenis vernieuwen. Die cultuurloze Kerk van vóór 313, zag zich eerst het Romeinse rijk toevallen, werd vervolgens de redster der oude beschaving, om in de middeleeuwen tenslotte de bezielster en leidster van een grootse eenheidscultuur te worden. De kerkgeschiedenis was toen het middelpunt der wereldgeschiedenis. Ook van de Reformatie zijn weer zulke cultuurscheppende krachten uitgegaan, vooral op politiek en sociaal gebied. Op lager plan moet dat zelfde van het Réveil en ook van Kuypers werk worden gezegd. En hoezeer van het hernieuwde radicaal-theologische denken in de oorlogsjaren bewarende en genezende krachten zijn uitgegaan in de wereldgeschiedenis, kunnen wij allen weten. "Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en al ­ deze dingen worden u toegeworpen" -deze belofte heeft ook in de verhouding van kerk-en wereldgeschiedenis, waar deze een verhouding van bevruchting was, haar waarachtigheid getoond.' ­

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's