De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Donkere wolken aan de kerkelijke hemel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Donkere wolken aan de kerkelijke hemel

De nood hoog gestegen

10 minuten leestijd

Niet elke week prijkt een zo geladen titel boven de bijdrage van ondergetekende in deze kolommen. De titel lijkt dramatisch. Dat is het ook. Hartstochten komen los rondom het Samen op Wegproces. De ene brief na de andere wordt gepubliceerd met het oog op de komende triosynode, omdat het SOWproces dwangmatig verder wordt doorgevoerd.

Het meest dramatische is echter, dat we doof voor elkaar lijken te gaan worden. Daar lijkt het met name op sinds de hervormde synode het sein op groen zette om toch het SOW proces voort te zetten, hoewel de kerk 'tot op het bot verdeeld' is. De besluitvoorstellen voor de komende triosynode wijzen er op, dat de hervormde verdeeldheid nauwelijks nog een rol lijkt te spelen.

Met name de hervormde synodepraeses, ds. W. B. Beekman, heeft dezer dagen in het RD en voor de EO-microfoon signalen afgegeven, waaruit zou kunnen worden afgeleid, dat men de de bezwaarden de bezwaarden laat en men de SOWtrein voort zal slepen. Er ontstaat nu kennelijk zoiets als een uitputtingsslag. De meerderheid behoeft geen argumenten ten gunste van SOW meer aan te dragen, want de macht van het getal beslist. De minderheid ziet zich steeds weer opnieuw voor de verantwoordelijkheid gesteld om duidelijk te maken, dat het niet goed gaat. Intussen zwelt de stroom van brieven en 'adressen' aan; naar het lijkt vooralsnog zonder uitwerking.

Verdeeld

Intussen vóégt zich een zwaar verdeelde Hervormde Kerk in het SOWproces. Een kerk, die zelf door een bestuurlijke chaos en een interne crisis als nooit tevoren is gekenmerkt, bevindt zich samen op weg met de Gereformeerde Kerken, die door geen enkel probleem, behoudens dan optredende vertraging, lijkt te worden gehinderd om het SOWproces te vervolgen. Dat op zich al zal inhouden, dat de gereformeerden spoedig het voortouw zullen nemen en de beoogde kerk er in de praktijk één van het doleantietype zal zijn. Nu reeds is her en der de klacht te horen, dat het er in de Hervormde Kerk in bepaalde regio's (PKV-en) en ook in Leidschendam minder 'hervormd' aan toe gaat. De toon van brieven wordt dreigender. Er lijkt meer begrip te zijn voor het ongeduld der gereformeerden dan voor de onrust in eigen kerk.

Hoezeer er ook in de hervormde synode in de loop van de tijd zware strijd is geleverd inzake kwesties van belijden en beleid, dat alles kon het besef van tot die kerk geroepen te zijn niet uitblussen. Maar de sfeer is snel veranderd. Nu er een andere kerk aan het groeien is, ontstaat ook een andere sfeer. Het wordt grimmiger. Dat werkt zich uit in persoonlijke verhoudingen. Dat blijkt ook in de synode. De last voor de synodeleden wordt ook zwaarder. Er wordt geworsteld met de vraag of men de synodale verantwoordelijkheid nog kan verantwoorden. Mee te werken in het kader van een nieuwe kerk, waarvoor het draagvlak in de gemeenten ontbreekt, kan een te zware last worden.

Delen van de kerk, waar het kerkelijke leven soms nauwelijks nog functioneert, heersen mede over delen van de kerk, waar vaak het gemeentelijke leven nog intact is. De macht ligt bij de meerderheid. Maar hoe gekwalificeerd is die meerderheid nog?

Toen in 1961 de zogeheten 'achttien' hun oproep tot kerkelijke hereniging hadden gedaan, trok de beweging, die uit de achttien ontstond, jaarbeurshallen vol belangstellenden. Vandaag zou zo'n grote belangstelling uitgesloten zijn. Eerder zou men nu evenzovele bezorgde mensen op de been kunnen brengen. In de gemeenten begrijpen velen het niet meer hoe het mogelijk is, dat er zoveel verzet is en men toch het proces onverminderd voortzet, ervan uitgaande dat het benodigde draagvlak er wel komen zal. En dat terwijl er ook andere mogelijkheden zijn om gemeenten samen te doen gaan, zonder dat de kerken worden opgeheven, en zonder dat de spanningen zich voordoen, die zich nu aandienen.

Besef

'Leidschendam' is er zo mede verantwoordelijk voor als kerkelijk besef meer en meer te loor gaat. Het zij toegegeven, dat dat besef in het algemeen ook om andere redenen al aangevochten werd. Maar waar het aan het tanen is, versterkt het synodale beleid één en ander alleen nog maar verder. Alles wordt vandaag in de kerk met SOW in verband gebracht. Op zichzelf is dat niet onterecht. Als de verenigde kerk er komt, heeft immers alles, wat in deze tijd beraadslaagd wordt, met die kerk te maken. Men moet zich er dan ook niet over verbazen, dat dé verwarring over de hele linie van het kerkelijke leven toeneemt. Die verwarring manifesteert zich ook op andere terreinen dan die van SOW zelf.

Maar daar ligt intussen wel onze diepste zorg. Weet men in Leidschendam wel écht wat er gaande is in de kerk? Proeft men de achtergrond van de hartstochten, die los komen? Beseft men welke consequenties een dwangmatig beleid kan hebben? Liefde valt niet te dwingen. Verbreking van liefde kan tot ernstige ontwikkelingen leiden. De nood is bij velen hoog gestegen.

Zo heeft zich de kerkvoogdijkwestie in de SOWperikelen genesteld. Daardoor wordt de aandacht afgeleid van de zaak, waar het écht om gaat. Een louter binnenkerkelijke hervormde aangelegenheid, waarbij het gaat om het (geestelijk) karakter van het kerkelijk beheer, wordt vertroebeld door de dwang, die van het verenigingsproces uitgaat. We hebben er in deze kolommen nimmer onduidelijkheid over laten bestaan, dat bestuur en beheer samen behoren te gaan, in een geïntegreerde kerkeraad, juist ook als het gaat om de gezamenlijke positie inzake SOW. Maar de synode moet beseffen, dat ze haar gezag om bepaalde zaken door te voeren, eenvoudigweg verspeelt, door namelijk de kerk onder het SOW-juk te brengen.

Afscheiding

Met diepe zorg valt te constateren, dat het aan de randen van de kerk begint te rafelen. Her en der valt het woord afscheiding. Het loutere feit, dat een aantal gemeenten de goederen van de gemeente, die tevens goederen van de kerk zijn, in stichtingen onderbrengt, zou in feite als een beginnende daad van afscheiding kunnen worden uitgelegd. Zo is het in de Doleantie immers ook gegaan. 'Dolerenden' (dat is: treurenden) hebben hun naam te danken aan het 'leed', dat men droeg omtrent het derven van de kerkelijke goederen. Het is hun immers juridisch niet gelukt om de hervormde kerkelijke goederen in handen te krijgen. Het moge een les zijn voor gemeenten, waar nu deze dingen spelen.

De Heere beware ons dan ook voor een herhaling van de geschiedenis. Hervormde gereformeerden zouden hun eigen kerkelijk beginsel ontkrachten.

We zullen ook hier de neiging tot zulk een doleantiestreven of tot afscheiding krachtdadig blijven tegenspreken. De ontwikkelingen in deze in bepaalde gemeenten moeten heilloos worden geacht. Ze breken ook de geestelijke kracht binnen de hervormd gereformeerde beweging in de ontwikkelingen van het SOWproces. We hebben steeds gezegd geen program te hebben. Het geestelijke blijve de boventoon voeren. Duidelijker kunnen we het niet zeggen.

Zodra men dit alles echter zegt, is de reactie in hervormde synodale kring, dat het allemaal dus zo'n vaart wel niet lopen zal: 'Ze gaan toch wel mee'. In feite bedoelt men 'we krijgen ze wel mee', is het niet goedschiks dan kwaadschiks. Zo beleven velen de houding van de synode. In die zin gaf de hervormde synodepraeses dezer dagen kille, afstandelijke commentaar op de opnieuw losgebroken commotie. Daarom is de situatie zo uitermate zorgelijk, ik aarzel niet te zeggen dramatisch. De marges, waarin we gedwongen worden, worden kleiner. Het synodale harnas gaat dermate knellen, dat daarin niet meer valt te gaan. Het ergste zou het intussen zijn, wanneer geesten uit de fles komen, die niet meer te beteugelen zijn. Dat zou rampzalig zijn voor vele gemeenten. Kloven worden echter soms opgeroepen tegen wil en dank.

Maar overigens dient zich binnen de kerk een geestelijke strijd aan, die alles te maken heeft met de brede geestelijke crisis, die zich doorvertaalt naar een kerkelijke crisis. De synode is kennelijk niet bij machte die crisis te bezweren. Ze kan deze in haar beleid wel bevorderen. Als ik me niet vergis zou zich ook een ontwikkeling kunnen gaan aftekenen, waarin classes zich zullen beraden op hun positie tegenover de synode. En dat kan binnen de kerk een niet minder ernstige ontwikkeling betekeneii, een ontwikkeling overigens, waarom de kerk zelf vraagt.

Treuren

De geestelijke gestalte van de kerk is deplorabel. In belijdend opzicht weet de hervormde synode geen weg meer. En intussen vallen vergaande besluiten inzake de kerk zelf. Er is intussen binnen de kerk sprake van een kerk in weduwegestalte. Haar wordt onrecht aangedaan door een onrechtvaardig rechter. Die weduwe zal om haar van God gegeven recht blijven vragen. Ze zal geen andere woning kiezen maar doleren in de rechte zin van het woord, om dat belaste woord te gebruiken, namelijk treuren op de puinhopen van Sion. De motieven van afgescheidenen in de vorige eeuw om ooit nog eens terug te keren zijn, wanneer de nu beoogde verenigde kerk er komt, krachteloos gemaakt. Dan zullen de breuken, die in de kerk in dit land geslagen werden, onherroepelijk blijken te zijn.

Een vraag, die niet aflatend binnen de Hervormde Kerk en daarbuiten aan de bezwaarden wordt gesteld, luidt: wat doet u, als het allemaal doorgaat? Het antwoord van ouderen zou kunnen zijn: 'Het zal onze tijd nog wel duren'. Maar de vraag van de jonge generatie roept om antwoord alsof het vandaag gebeuren zou. Afscheiden is onmogelijk. Maar echt breed-kerkelijke verantwoordelijkheid dragen zal voor ve­ len, die de vorming van de nieuwe kerk als een breuk met het verleden ervaren, óók niet meer kunnen. De kerk, die zich aandient, is niet meer de kerk, waartoe hervormde gereformeerden met hun hart behoren. Ze zullen worden verwezen naar hervormde reservaten en gemeenten. De kerk als geheel zal nog slechts een administratief samenstel zijn van gemeenten zonder samenhang.

Men zal doleren zonder tot doleantie over te gaan. Men zal treuren om de kerk, die alsnog teloor ging, uitgeleverd aan de verlichte nazaten van de Doleantie.

Het is zo ver nog niet. De aanstaande triosynode heeft geeri recht iets te beslissen. Maar het wolkendek wordt dichter en dichter. De Hervormde Kerk heeft de worsteling om het belijden al verlegd naar de bezinning op een kerkorde voor de verenigde kerk. En intussen neemt de verkilling met de dag toe. Kan men met een koud hart nog belijden?

In herstel

Af en toe verklaart de synode een gemeente, waar de verhoudingen zijn vast gelopen en niet meer samen opbouwend gewerkt kan worden, tot gemeente-in-herstel. Er komt dan een commissie aan te pas, die wijze raad moet geven. Mij dunkt, dat de kerk zichzelf wel tot kerk-in-herstel mag verklaren. Geen commissie zal aan de vastgelopen verhoudingen iets kunnen veranderen. God geve ons mensen, bedeeld met de gave der profetie en de gestalte van het gebed:

'Gedenk, Heere, wat ons geschied is, aanschouw het en zie onze smaad aan. Ons erfdeel is tot de vreemdelingen gewend, onze huizen tot de uitlanders. Wij zijn wezen, zonder vader, onze moeders zijn als de weduwen... Want zoudt Gij ons geheel verwerpen? Zoudt Gij zozeer tegen ons verbolgen zijn? ' (Klaagliederen 3 vers 1-3 en 22).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Donkere wolken aan de kerkelijke hemel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's