Uit de pers
Kerk waarheen?
Wat zich de laatste weken en maanden allemaal afspeelt in onze kerk, stemt verdrietig en maakt bezorgd. Waar gaat het heen en waar loopt het op uit? Er wordt van allerlei kanten een beroep gedaan op God zelf en op Zijn Woord. Wie buigt er werkelijk voor het spreken van God? Een formeel beroep op de christocratie wil nog niet zeggen dat Christus ons werkelijk regeert. Aansturen op een breuk zet ons óók voor de vraag: is het dat wat God thans van ons vraagt? Kortom, vragen te over die alle te maken hebben met de kerk en haar voortgang door de tijd. In Wapenveld (december 1995, jrg. 45 nr. 6) bespreekt dr. A. Noordegraaf een achttal recent verschenen boeken die alle min of meer te maken hebben met de kerk. Hij doet dat onder het opschrift Op zoek naar de kerk van morgen.
Ter inleiding schrijft hij onder andere dit:
'Je behoeft geen doemdenker te zijn, noch het goede dat er is, de betrokkenheid van velen bij het evangelie, hun inzet in het kerkewerk en de toenemende offervaardigheid van een slinkende groep, te ontkennen om toch met zorg vervuld te zijn.
Het Samen op Weg-proces zit in een slop. Gevoelens van machteloosheid en apathie, irritaties over en weer verzieken het kerkelijk klimaat. In toenemende mate bespeur je een stuk desinteresse als het gaat om de landelijke kerk en haar organen. Het apostolair elan van de jaren '50 is in vele opzichten gedoofd. De kerk is er voor de wereld, maar de samenleving blijkt weerbarstiger dan velen in hun optimisme dachten, en zit niet te wachten op een woord van een kerk of synode.
Een diagnose vraagt ook om een therapie. Wat is de weg die we als kerken en plaatselijke gemeenten te gaan hebben met het oog op de toekomst? '
Na aan alle boeken inhoudelijke aandacht te hebben geschonken (o.a. aan het vorig jaar verschenen werk van dr. W. Aalders, De Kerk het hart van de wereldgeschiedenis), komt dr. Noordegraaf tot een aantal slotopmerkingen waarvan we er hier enkele citeren.
'We moeten ons niet verbeelden een blauwdruk te kunnen geven van de kerk van morgen. We hebben — en dat geldt ook voor de orthodox-gereformeerde visie — de antwoorden niet paraat. Zoekend en vragend gaan we op weg in een complexe situatie, dankbaar voor wat de Traditie, waarin we staan ons aanreikt.
— We zullen noch de weg van de aanpassing noch die van het getto mogen gaan. In het eerste geval verdampt de traditie en gaat de kerk als het ware onder in de heersende cultuur. Maar we zijn niet alleen kerk in de tijd, maar ook tegen de tijd. Juist terwille van het gesprek met de cultuur, zullen we het bijbels ABC hebben te spellen. Weten we nog wat de grondwoorden van de Schrift ook inzake kerk-zijn betekenen? Ik pleit daarmee niet voor een fundamentalistische benadering, maar wel voor een reformatorische positie die ernst maakt met het bijbels getuigenis in zijn actualiteit voor het heden. (...)
— Voor de gemeente van de toekomst is concentratie op de kern een eerste prioriteit. Dat betekent: leven uit het evangelie van de verzoening door het bloed van Jezus en in de verwachting van Zijn wederkomst. Maar juist de kern ziet wijd. "Binnen" en "buiten" zijn op elkaar betrokken.
Een levende gemeente is een gezonden gemeente die anderen tracht te winnen voor Christus. (...)
— Qua structuur en beleid zullen we de minderheidspositie hebben te verdisconteren. De kerkelijk bureaucratie, de administratieve rompslomp, de vaak onheldere structuren werken demotiverend. Het "samenspel" tussen de landelijke kerkorganisatie en de lokale gemeente luistert nauw. Een heldere ambtelijke structuur dient gepaard te gaan met het functioneren van de gaven in de gemeente. Beleid en structuur dienen afgestemd te zijn op de kerntaken, met als brandpunt de zondagse eredienst als plek van viering en toerusting.
— Concentratie op de kern van het evangelie en het kerk-zijn is ook oecumenisch vruchtbaar. De eenheid is een wezenlijke notie in het kerk-zijn. Zij is in het licht van Efeze 4 : 3 primair een gave en dan een opgave. In hun verzet tegen een plurale kerk en een valse oecumene dreigen met name orthodoxen en evangelischen te verzanden in versphntering en groepsdenken. Terugkeer tot de katholiciteit van de Reformatie is dringende noodzaak.
— We dienen ons te wapenen tegen kerkelijk doemdenken. We mogen in geloof en gebed hoog opgeven van de kracht van het Woord en de Geest van God. Dat geeft moed voor de kerk. Het geheim van Israël en van de kerk is verwoord in Exodus 3 : 2, de doornstruik die in brand staat en niet verteerd wordt. Naar het gedicht van Revius:
Hoe komt het dat de kerk
als in een oven gloeit
vervolgd en onderdrukt
en even heerlijk bloeit?
O mens, wees welgemoed
en weet: het is de Heer.
De Heer is in zijn kerk
en laat ze nimmermeer.'
Ik ben het met dr. Noordegraaf eens dat concentratie op de kern, op het centrum van het Evangelie juist in onze tijd méér dan ooit geboden is. De katholiciteit van de Reformatie hield dat toch ook juist in: de herontdekking van waar het in het Evangelie werkelijk om gaat. Maar dat orthodoxen en evangelischen moeite hebben met een plurale kerk heeft bij haar beste vertegenwoordigers toch juist ook alles met dat onopgeefbare van die kern te maken? Ik geef hem wel toe dat we er voor moeten oppassen inderdaad niet desondanks te verzanden in randverschijnselen. Dat maakt de situatie van de kerk soms inderdaad tot zo'n moedbenemende en onvruchtbare zaak.
Kerk en cultuur
In Koers (19 januari 1996) staat een gesprek te lezen van Bertus Tichelaar met drs. W. van Laar, tegenwoordig secretaris coördinatie en reflectie van de Nederlandse Zendingsraad te Amsterdam. Ook drs. Van Laar doet uitspraken in dezelfde geest en op hetzelfde vlak als dr. Noordegraaf. Ook hij is van mening dat onze tijd behoefte heeft aan de herontdekking van de bevrijdende kracht van het Evangelie. Dat geldt volgens hem voor alle stromingen in de kerk. We moeten af van het onvruchtbare groepsdenken en van het omhoog houden van onze eigen banieren. Niemand bezit het Evangelie puur. Er is inmiers altijd een wisselwerking tussen een bepaalde cultuur waarin mensen leven èn hef Evangelie dat hen wordt en is verkondigd. In Koers wordt dan als volgt ingegaan op deze positiekeus van drs. Van Laar:
'U vraagt nadrukkelijk aandacht voor de wisselwerking tussen het Evangelie en de cultuur waarin de Bijbel gelezen wordt. U schrijft ergens: "Het is pas sinds kort dat wij doorkrijgen wat in het verleden is aangericht door het Evangelie kritiekloos te vereenzelvigen met de eigen cultuur". Maar in de gereformeerde gezindte zijn genoeg mensen die het erg belangrijk vinden om "de oude waarheid" te bewaren. Wat vindt u daarvan?
Drs. W van Laar: "In een afgezonderde gemeenschap kun je misschien volhouden dat jij alleen de waarheid bezit. Maar als je geconfronteerd wordt met andere culturen en als je ziet dat christenen daar anders met het Evangelie omgaan, ga je het anders bekijken en dan komen de vragen. Het is een ontdekking wanneer je in de ontmoeting met een Latijns-Amerikaan ontdekt dat ook hij weet heeft van Gods genade voor een zondaar. Maar hij reageert op de liefde van Christus wel als een kind van zijn cultuur.
Dan begin je in te zien dat je eigen manier van geloven veel sterker is gestempeld door de (sub)cultuur waarin jij leeft, dan je zelf ooit had gedacht. Dat is helemaal niet erg. En het kan ook niet anders. Als het goed is, maakt het je wel bescheiden. Ik bedoel te zeggen dat je de vormgeving van je eigen geloof niet moet verabsoluteren. Het kan je alleen maar enorm verrijken de wijze waarop anderen de omgang met God beleven en gestalte geven echt tot je te laten komen. De veelkleurige werking van Gods Geest wordt dan zichtbaar.
In dit licht is het nogal armoedig om bijvoorbeeld krampachtig de psalmberijming van 1773 te verafgoden of andere liturgische verworvenheden uit een vrij recente traditie, zoals velen binnen de gereformeerde gezindte doen, alsof hier 'de oude waarheid' in het geding zou zijn. Een beetje historisch besef kan geen kwaad. De 'oude' psalmberijming die destijds met politieoptreden aan het kerkvolk — dat met Datheen verder wilde en geen nieuwigheid wenste — werd opgelegd, is typisch een product van de Pruikentijd en ademt met zijn 'vrome Jozef, rijk aan deugd' de tijdgeest van de Verlichting.
En men kan niet zeggen dat die nu zo in overeenstemming is met de gereformeerde leer. Je moet dus niet te gauw jouw tradities vereenzelvigen met het Woord van God. Er zit doorgaans zeker zoveel cultuur als Evangelie in. Het ligt dus ingewikkelder dan velen denken."
Van Laar wil sterk nadenken over de relatie tussen de kerk en de cultuur, juist met het oog op de toekomst. "Wil de gereformeerde beweging adequaat voorbereid zijn op de toekomst, dan zijn er tal van vragen die een eerlijke doordenking vereisen.
Hebben wij bijvoorbeeld voldoende oog voor de hoeveelheid culturele bagage die wij meedragen in onze wijze van geloven? Zijn tal van zaken die wij voor heilig houden in feite niet contextueel bepaald? Is er vandaag binnen onze gereformeerde traditie nog wel sprake van een levende wederkerigheid tussen geloof en cultuur, of zijn wij langzaam maar zeker gevangen geraakt in een gecanoniseerde cultuur van het verleden? Leidt ons staan in de moderne cultuur tot een vernieuwend geloof of tot verstarring en verdamping van het geloof? In hoeverre is het mogelijk en gewenst het gereformeerde model over te dragen in zending en evangelisatie? Dat zijn allemaal vragen die wij onszelf moeten durven stellen."
Ook vanuit zijn werk wordt Van Laar ermee geconfronteerd dat de kerk in Nederland er in het algemeen niet rooskleurig voorstaat. Verreweg de meeste kerken hebben duizenden kerkleden verloren. En de "kerksheid" is in Nederland fors gedaald.
"Christenen zijn veel zekerheden ontnomen. Grote verhalen hebben hun tijd gehad. Ook het christelijke verhaal staat onder zware druk, " zegt hij.'
Ook drs. Van Laar bepleit een concentratie op de kerk van het Evangelie. 'Het gaat om het denken en leven vanuit de levende relatie met de Heere Jezus, de verborgen omgang met God. Dat is de kern. Daarin ligt onze zekerheid... of niet. We moeten komen tot een nieuwe overgave aan Jezus Christus', aldus Van Laar. Het gaat om de weg van dit geloof als de smalle weg tussen relativisme en fundamentalisme.
'Maar van die smalle weg is vandaag de dag weinig zichtbaar.
Van Laar: "Dat is wel triest, ja. Het christendom in ons land is hopeloos verdeeld en gepolariseerd. Richten wij ons samen op het centrum, op de kern? In het Samen op Weg-proces bidt de een om voortgang en dankt de ander om uitstel. Er gaat zo ongelooflijk veel energie verloren in de fixatie op de binnenkerkelijke vragen. We konden beter samen doordrongen raken van de opdracht om met het Evangelie te leven en het door te geven. De kerken zijn zozeer met zichzelf en met hun overleven bezig, dat er weinig terecht komt van de opdracht om met het Evangelie in deze wereld te staan."
Hoe zou de kerk deze opdracht vandaag dan moeten uitvoeren? Welke mogelijkheden heeft zij nog?
Van Laar: "Uiteraard zal de kerk zich niet in een getto mogen verschansen. Zij zal moeten nagaan wat het betekent in een elektronisch tijdperk te leven. Niettemin is het de vraag of niet de grootste belemmering voor een authentieke inculturatie in het westen gezocht moet worden in het feit dat het Evangelie voor zovelen in de kerken van West-Europa zijn betekenis en kracht heeft verloren.
Dat verlies van vertrouwen heeft alles te maken met een geweldig misverstand. Is het niet zo dat veel mensen het vertrouwen in het Evangelie kwijt zijn ten gevolge van het feit dat opnieuw (westerse) cultuur en Evangelie worden vereenzelvigd en verward? Bij 'Evangelie' lijken veel mensen uitsluitend te kunnen denken aan wat wij er de afgelopen tweeduizend jaar van hebben gemaakt. Alsof het bankroet van het verlichtings-christendom gelijk zou staan aan het bankroet van het Evangelie. Het is een ramp wanneer zo met het badwater ook het Kind wordt weggeworpen.
De identiteitscrisis waarin de kerken, als deel van de westerse samenleving verkeren, is diep. Het is aangrijpend dat wij de (post)moderne mens, die in de ideologische leegte op talloze manieren uitdrukking geeft aan zijn verlangen naar zingeving en richting, niet weten duidelijk te maken dat het christelijke geloof het bevrijdende antwoord geeft.
Ik geloof niet dat wij de kerkelijke impasse, de maatschappelijke onmacht, het algehele malaisegevoel zullen te boven komen door aansluiting te zoeken bij de moderne mens. De nood waaraan wij samen deel hebben, roept om niet minder dan om de herontdekking van de bevrijdende kracht van het Evangelie. Die zou kunnen plaatsvinden binnen de gevestigde kerken of via evangelicale bewegingen; en waarom niet middenin de desintegratie van onze samenleving, in een weg die niemand nu voor mogelijk houdt. Je kunt er verlangend om bidden dat de vernieuwende kracht van het Evangelie opnieuw zal worden ervaren. Links en rechts en in het midden van de kerken. En daarbuiten." '
Het gaat, dunkt me, in het voortdurend verzet tegen bv. SoW niet alleen maar om een louter binnenkerkelijke problematiek. Er zit op z'n best genomen toch ook een stuk passie achter voor wat bijbels fundamenteel wordt geacht juist in onze tijd voor de mens van deze tijd. Het heeft alles met de al genoemde en terecht geroemde kern te maken. Wel acht ik dat collega Van Laar volkomen gelijk heeft als hij stelt dat de energie die SoW al jaren opslokt ten koste gaat van onze opdracht naar de wereld toe. We moeten er voor oppassen dat door ons geïntrigeerd blijven voor de SoW-problematiek intussen de geestelijke malaise óók onder ons versluierd raakt. Als SoW nu eens niet bestond, hoe zou het dan zijn? Hoe zouden we dan kerk zijn met elkaar?
Tenslotte wordt het gesprek met drs. Van Laar als volgt beëindigd.
'Weer aanhakend bij het thema Evangelie en cultuur, stelt Van Laar: "Wij zullen ons moeten oefenen in een plurale wijze van kerk-zijn. We moeten de onderlinge verschillen niet langer direct negatief bekijken, maar — vanuit het besef samen te behoren tot de ene heilige, katholieke en apostolische kerk — ons vooral afvragen hoe eenieder vanuit zijn eigen historie en eigenheid positief zijn bijdrage kan inbrengen in de vervulling van onze gezamenlijke missionaire opdracht."
Van Laar wil af van een eng exclusivisme, waarin geen plaats is voor christenen die hun geloof anders beleven en uiten. Maar hij is ook vuurbang voor een alles relativerend pluralisme. "Alles staat óf valt met wat tweeduizend jaar geleden vanuit Israël in Jezus heeft plaatsgevonden. Hoezeer ook aangevochten, kruis en opstanding blijven van beslissende en universele betekenis. Natuurlijk, respectvolle openheid voor aanhangers van andere godsdiensten is onontbeerlijk. Wanneer echter het Evangelie van Jezus werkelijk goed nieuws is voor alle mensen, kan het nooit arrogant zijn anderen uit te nodigen Hem te volgen." '
De weg is hier inderdaad heel smal geworden. Wie dagelijks midden in de kerkelijke praxis staat, weet hoe weerbarstig hier de werkelijkheid in de kerk is. Maar dat hoef ik collega Van Laar niet te vertellen. Hij is er vanuit zijn huidige positie voor ons deze dingen voor te houden. Maar hij zal juist vanuit zijn pleidooi voor het oog hebben voor de culturele context waarbinnen het Evangelie landt, ook begrijpen waarom het onder ons veelal gaat zoals het gaat. Midden in die context zijn wij geroepen blijvend de Zaak waar het God om gaat aan de orde te stellen: in het geheel van de kerk, maar ook in het midden van onze gemeenten. Soms denk je weleens: zijn het geen demonische verzoekingen die ons heden als kerk teisteren om ons van de dingen waar het werkelijk om gaat af te leiden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's