Naomi of Mara
(Over omgaan met verdriet, 9)
Geen hand aan jezelf
Het komt steeds meer voor, ook onder jonge mensen. Recente cijfers doen je huiveren. In het Noorden komt het meer voor dan in de andere provincies. In niet-kerkelijke kring vaker dan in rooms-katholieke en in orthodox-protestantse kring. Inmiddels liggen de aantallen rond de één procent vanaf de leeftijd van vijftien jaar en ouder. Het zijn kille getallen, maar erachter schuilt een groot verdriet.
Het zijn niet alleen meer de verslaafden of 'mislukten'. Het gebeurt niet alleen maar door geld-of relatieproblemen. Het betreft ook niet alleen mensen, die 'psychiatrisch uitbehandeld' zijn (wat een onbarmhartige term is dat!).
Soms was het volkomen onverwachts. Soms zag je het al jaren aankomen. Maar, je bleef hopen, dat het niet zou gebeuren. Soms komt het in een familie vaker voor. Soms was het nooit ter sprake gekomen. Soms werd het als een stil geheim jaren meegedragen.
Vaak was het alleen een 'cry for help', een vertwijfelde poging om de eigen radeloosheid aan te geven, maar geen bewust gerijpt plan om het aardse leven definitief te beëindigen.
En toch gebeurde het.
Maar zelden (vijf procent) is het een zogenaamde 'balans-suïcide', een weldoordacht tot in details voorbereid levenseinde. Althans, dat werd een paar jaar geleden in een uitgebreide Engelse studie over dit onderwerp vastgesteld.
We schreven: het komt steeds vaker voor. Helaas is dat zo.
Na een recent onderzoek van de universiteit van Leiden werd als voornaamste oorzaak van deze toename genoemd 'de onkerkelijkheid en de generatieconflicten'.
Het valt dus niet te ontkennen. Het heeft ook alles te maken met de toenemende ontkerkelijking, de secularisatie, het steeds minder ontzag hebben voor Hem, Die onze tijden in Zijn Hand houdt.
De discussies rond euthanasie hebben blijkbaar ook deze normen-verschoven.
Want uiteindelijk is euthanasie óók een vorm van zelfmoord, ook al helpt de dokter er een handje bij.
Toch is het ook iets van zelfbeschikking. Zelf de laatste beslissing willen nemen. Niet wachten op Gods tijd, maar zélf de tijd willen bepalen.
Het gaat ons hier niet om een principiële beoordeling van deze zonde (daarover zal geen verschil zijn: het is in strijd met Gods gebod 'gij zult niet doden')).
Het gaat ons hier ook niet om een principiële beoordeling van de zondaar of zondares. Wie kent de diepte van een mensenhart? Wie was bij het laatste gesprek tus sen God en een zwervend mensenkind. Als protestanten kennen wij niet het verschil tussen 'doodzonden' en 'gewone zonden' en daarom is er bij ons ook geen apart hoekje, zoals op de R.K. begraafplaatsen voor 'zelfmoordenaars'. Maar, wat wij dan niet op onze begraafplaatsen doen, dat doen wij soms wèl in onze gesprekken. Mensen matigen zich een (laatste) oordeel aan, hoewel dat alleen is aan Hem, Die als Enige 'de harten kent en de nieren proeft'.
In de serie Reformatie Reeks (uitgave Kok, Kampen) verscheen van de hand van drs. K. Exalto een zeer lezenswaardig boekje onder de titel 'Geen hand aan uzelf' met als ondertitel 'gedachten over zelfmoord'.. Ik kan mij in zijn voorzichtige, pastorale benadering van dit onderwerp goed vinden en verwijs er gaarne naar. Hij bespreekt in dit boekje de 'Bijbelse voorbeelden', geeft een opmerkelijk overzicht over de historie (wist u bijvoorbeeld, dat de 'evangelische' Bunyan op dit punt veel strenger was dan de 'reformatorische' Van der Groe? ) en eindigt met een 'praktisch deel'.
Een aparte rouw-weg
Ook al mag er bij een overlijden soms heel duidelijk sprake zijn van eeuwige winst, toch geeft ieder sterven hier op aarde óók verlies. En wat een mens verliest, dat mist hij, van tijd tot tijd zelfs heel erg. Soms op heel concrete ogenblikken (als je bij anderen ziet, wat jij mist) of als het zomaar op je valt.
Aan dat 'missen' moeten we wennen, en het verlangen naar iemand, die niet meer bij ons is kan soms heel groot zijn.
Met dat 'gemis' leren omgaan, ons 'waarom' een plaats leren geven temidden van alle 'waaroms', dat is de weg van het geloof, die Gods Geest ons leert gaan.
En komen wij dan met al onze 'waaroms' niet uiteindelijk terecht bij dat grote 'waarom' dat Jezus uitsprak aan het kruis van Golgotha? Alleen zó leren we aanvaarden en leren we zonder die ander te leven.
Dat alles bijeen noemen we 'rouwverwerking', het gaan op een afgetekend deel van de levensweg. Die aparte 'inloop-route' naar de tempel, zoals die een aantal jaren geleden in Jeruzalem werd opgegraven, geeft aan dat we voor ons verdriet speciale aandacht mogen vragen in Gods Huis.
En daarom moet verdriet niet zijn een vlucht-route uit, maar een inloop-route naar Gods Huis-en tempelzangen zijn. Wie de concordantie openslaat bijwoorden als: rouw-klacht, verdriet, moeite, klagen (een heel Bijbelboek!), smart, zak, as en dergelijke, komt heel wat opmerkelijke teksten tegen.
Maar een heel apart verdriet is toch als mensen 'het zichzelf hebben aangedaan'. En dat kan ook op een andere manier dan door een openlijke zelfmoord. Soms blijven er ook na een ongeluk 'allerlei vragen' en (zelf)verwijten. Was het wel echt een ongeluk?
Of als in de familiekring het gesprek over de vraag waarom iemand met een ernstige ziekte 'zolang bleef doorlopen, totdat er niets meer aan te doen was' tot openlijke of bedekte verwijten leidt. Of als ondanks allé waarschuwingen mensen met een heel ongezonde levenswijze bleven doorgaan en daardoor ook 'zichzelf dit hebben aangedaan'.
Het gaan op een rouw-weg is altijd al een moeilijke gang, maar dit soort overwegingen maakt het vorderen op deze weg extra zwaar. Hoe kunnen we er elkaar als gemeenteleden bij behulpzaam zijn?
Verzwijgen?
Er zijn voor 'zelfmoord' allerlei woorden in omloop. We laten ze maar niet allemaal de revue passeren. Toch wil ik er één noemen, die naar mijn mening totaal ongeschikt is. Dat is de uitdrukking 'zichzelf te kort doen'. Want niemand 'leeft voor zichzelf'. Je doet niet alleen jezelf, maar ook , je nabestaanden tekort. Familie en vrien-i den, die verder moeten met een bijna on-' draaglijke last. En je doet niet alleen mensen tekort, maar ook Hem, Die gezegd heeft dat Hij al onze moeite en verdriet aanschouwt, opdat we het in Zijn Hand geven' (Psalm 10).
Er zijn zoveel vragen, die altijd onbeantwoord blijven. Zouden we het toch hebben kunnen voorkomen? Hebben we dan toch de signalen niet opgevangen? Wie kan ten diepste een mensenhart doorgronden?
In Psalm 139 vinden we een schuilplaats mét al deze vragen. Er is maar Eén, Die de diepten van een mensenhart peilt. Hij kent van verre al onze gedachten. En daarom past ons grote bescheidenheid bij het uitspreken van vermoedens over de diepste oorzaken van iemands radeloosheid.
En zo lijkt het mij ook niet geschikt om over een 'voortijdig sterven' in grote geheimzinnigheid te zwijgen.
Soms wordt jarenlang door enkele familieleden een ijzig stilzwijgen bewaard over het sterven van iemand, die 'de hand aan zichzelf sloeg'.
Zwijgen voor God is nooit goed (Psalm 32). David kreeg er lichamelijke en geestelijke klachten door. Maar ook het zwijgen voor elkaar over zoiets extra verdrietigs is lang niet altijd goed. Abimelech (Richt. 9).
Saul en zijn wapendrager (1 Sam. 31). Achitofel (2 Sam. 17, die toch met eer in het graf van zijn vader werd begraven). Zimri (1 Kon. 16).
Simson (Richt. 16, maar bij hem gaat het meer om het bestrijden van de vijand dan om het beëindigen van eigen leven). Judas (Matth. 27 : 5, Hand. 1 : 25).
Het komt dus ook in de Bijbel vaker voor dan je zou denken. Ook het Woord van God verzwijgt niet het oneervolle levenseinde van mensen. Soms wordt er milder, voorzichtiger en terughoudender over gesproken en geschreven dan binnen de gemeente weleens gebeurt. Maar het wordt niet verzwegen.
Vaak doet het zwijgen nog meer pijn dan het spreken. Er is een liefdeloos spreken. Er is ook een liefdeloos zwijgen.
Machteloosheid en schuldvragen
De moderne psychiatrie staat soms wel erg weinig stil bij de gevoelens van nabestaanden.
'Het was haar keuze'. Het was zijn leven'.
'Iedereen heeft recht op zelfbeschikking'. 'Je moet respecteren dat hij voor deze "oplossing" heeft gekozen'.
'Voor haar was het leven blijkbaar niet boeiend genoeg meer'.
'We leven nu in een andere tijd dan vroeger, nu '"neem je een kind" en "neem je je leven" en vroeger "kreeg je een kind" en "nam een Ander je leven".'
Wat worden er soms een 'troostwoorden' gesproken, die het in werkelijkheid absoluut niet zijn.
De machteloosheid.
De schuldvraag.
Hadden we niet méér kunnen doen?
Heeft God haar dan losgelaten?
Heeft de Satan het uiteindelijk dan toch gewonnen?
Of is het een net zo ongeneeslijke ziekte als kanker?
En heeft het ook alles te maken met de gespannen (soms zelfs overspannen) tijd waarin we leven?
In het pastoraat leerde ik eens een ongehuwde dame kennen, die haar riante secretaressebaan opgaf om zelf haar moeder te kunnen verzorgen, toen zij ongeneeslijk ziek bleek te zijn.
Meer dan een jaar van haar leven gaf zij aan een werkelijk voorbeeldige verzorging van haar moeder, die al die maanden thuis kon blijven en ook thuis is overleden.
Niets was haar teveel. De wijkzuster was zelfs de laatste weken bijna overbodig. Als dochter had zij lichamelijk en maatschappelijk wel veel moeten inleveren, maar ze had het met vreugde en met liefde gedaan. Niets was haar teveel geweest.
Maar, hoeveel zij ook voor haar moeder had gedaan... de satan zit nooit stil.
Ruim een week na de begrafenis kwamen de 'schuldgevoelens'. Ze had weleens niet onmiddellijk het glas water gebracht, waar haar moeder om had gevraagd, omdat ze een laken wilde afstrijken. Ze had weleens bij het haar kammen van moeder kortaf gezegd 'zit nu toch eens even stil'. En zo probeerde de satan haar mooie werk te bezoedelen en bezorgde haar op haar rouwweg heel veel overlast.
Laten we ervoor waken, dat binnen de gemeente de satan niet de kans krijgt om juist hen, die toch al zo'n groot verdriet moeten leren aanvaarden, óók nog te bezwaren met een spreken of met een zwijgen dat hen extra pijn zal doen.
In haar bundel 'Voor ogen, die het donker zagen' heeft Dien de Haan een gedicht 'voor wie achterbleef'.
In deze woorden zullen heel wat nabestaanden iets terugvinden van hun eigen gevoel van machteloosheid en van hun eigen vragen.
De Heer' zegt niet, dat je maar niet moet huilen,
dat het er nu op aankomt sterk te zijn.
Hij weet toch Zelf wat zwakheid is en pijn?
Mijn kind, zegt Hij, kom nu maar bij Mij schuilen.
De Heer' zegt niet, dat je maar niet moet vragen,
en dat je flinker zijn moet dan je bent.
Hij heeft toch Zelf óók het 'waarom' gekend?
Mijn kind, zegt Hij, laat Mij maar helpen dragen.
De Heer' zegt niet, dat niemand zal begrijpen hoe zwart de nacht van eenzaamheid wel is.
Was Hij niet eenzaam in de duisternis?
Mijn kind, zegt Hij, laat Mij je hand maar grijpen.
De Heer' zegt niet: waarom zou je nog werken, nu toch je leven haast geen doel meer heeft.
Is Hij, Die stierf. Dezelfde niet Die leeft?
Mijn kind, zegt Hij, Ik zal je Zelf wel sterken.
In een laatste artikel hoop ik in te gaan op een aantal reacties.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's