Boekbespreking
J. den Admirant, Schoon schip in kerk en staat; Uitgave van de Stichting 'Eén kudde, één Herder' te Hoogeveen (Vondelstraat 18). 136 blz.
Dit boek wil een appèl zijn op ons Nederlandse volk om terug te keren tot de God van het verbond. De schrijver zegt: ons volk is ver weggegleden van het Woord van God. Het Oranjehuis is als een 'vervallen hut' en we eten als volk de wrange vruchten van een regeringsvorm waarbij het volk op de troon zit en de God van Israël monddood is gemaakt. Hij noemt zaken als echtbreken, overspel, homoseksuele praktijken, abortus, ontkrachting van het Evangelie der verzoening, enz. Ook binnen de kerken zijn deze zonden te vinden en de kerkleiders hebben daarbij mede grote schuld. Er staat binnenkort echter van Hogerhand een grote operatieve ingreep te wachten voor 'heel de kerk en heel het volk'. God zal ons volk zwaar beproeven, maar door die beproeving heen 'het beter maken dan in uw begin' (Ez. 36 : 11). Voor degenen die onder Gods beproevingen buigen, zullen de oordelen genezend zijn. God zal dat alles doen vanwege Zijn verbond. In dat verband haalt de schrijver de verdwenen tien stammen van Israël aan, die zich (voor een deel) in West-Europa bevinden. De schrijver doet geen poging om de tien stammen precies aan te wijzen, maar hij suggereert dat ons volk er alles mee te maken heeft. Zijn hoofdlijn is, dat God, door de oordelen heen, beloften voor de tien stammen (en daarom ook voor ons volk) heeft, wat af te lezen is aan talrijke profetieën in het Oude Testament. Moeten we, zijn redenering volgend, op grond van Gods verbond ook niet koste wat kost in de hervormde kerk blijven? Merkwaardig is dat de schrijver steeds zegt dat het ingrijpen van God in 1995 is begonnen, zonder dat hij zegt waaruit dat blijkt. Merkwaardig is ook zijn toepassing van de gelijkenis van de verloren zoon: de jongste zoon, die, na zwaar beproefd te zijn, tot inkeer komt en met belijdenis van schuld thuiskeert, symboliseert de tien stammen van Israël (en daarmee ook ons volk) en de oudste zoon het twee-stammenrijk Juda. Ik maak uit deze gelijkenis op dat de oudste zoon volhardt in zijn weigering om binnen te komen, waardoor de gelijkenis moeilijk kan wijzen op de, naar de mening van de schrijver, te verwachten vereniging van de twee en tien stammen.
Het boek is geschreven met grote bewogenheid. Veel van wat de schrijver zegt over de afval van ons volk kunnen we delen. Laten we bidden of God een opwekking wil geven in land en volk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1996
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's