Schuldbelijdenis vanwege een zieke kerk
'Culturen splijten de kerk'
Bij de opening van de triosynode heeft de praeses van de gereformeerde synode een waar woord gesproken. 'Culturen splijten de kerk', zei hij. Het gaat dan om kerkculturen, om kerkgevoel, om de wijze waarop het kerkzijn en het geloof worden beleefd en om de wijze waarop christenen in de wereld staan.
Welnu, dat er verschil in kerkcultuur is blijkt soms al op het eerste gezicht, wanneer men namelijk gemeenten in de onderscheiden kerken, of ook wel binnen één en dezelfde kerk, binnen treedt. In de ene gemeente oogt het alleen al wat de kleding betreft moderner dan in de andere gemeente. In de ene gemeente gaat het sober en ingetogen toe, vanwege ook een zekere 'innerweltliche askese', in andere gemeenten of kerken is de sfeer min of meer uitbundig. Ik typeer hier uiteraard de uitersten.
Innerlijk
Het uiterlijk is intussen een afspiegeling van het innerlijk. Zoals een mens innerlijk leeft, leeft hij ook uiterlijk. Wanneer er innerlijk geen sprake is van een uitbundige boventoon, is dat ook uiterlijk merkbaar. Een mens kan innerlijk lijden aan het levensgevoel van de eigen tijd, aan het lijden rondom zich, aan de gebrokenheid van het bestaan, aan de ontwrichting van het van God vervreemde leven. Dat kan kerven en sporen trekken in het leven, die zich zichtbaar manifesteren.
Als zodanig is het bevindelijke levensgevoel, noem het bevindelijke cultuur, onderscheiden van de wereldaanvaardende cultuur der modernen. Er is zo ook vandaag, vanuit dit levensgevoel, sprake van cultuurvriendelijkheid (openheid naar de wereld en de cultuur) en cultuurvijandelijkheid - in het Duits kulturfeindlichkeit - tot uitdrukking komend in een zeker isolement, met ook hier alle schakeringen tussen deze uitersten overigens.
Zo verschillen de (gemiddelde) Hervormde Kerk en grosso modo de kerken der Afscheiding inzake genoemde 'cultuur' van de (gemiddelde) kerken van de Doleantie. In eerstgenoemde kerken is, vanwege een diepere verworteling in de geschiedenis, sprake van meer soberheid en verzonkenheid dan in laatstgenoemde kerken, die progressief van aard zijn en vaak een activistische sturm-und-drang-cultuur hebben.
Ziek
Dat brengt me op het wezenlijke van wat ik schrijven wil, namelijk de existentiële beleving van het ziek-zijn van de kerk. Het gaat, zei Vissinga, om de verschillen in de culturen, die de kerk splijten. Dit werd gezegd in verband met de crisis, waarin het kerkelijke verenigingsproces verkeert.
Onweerstaanbaar dringt zich dan het kerkbeeld van de vorige eeuw op. In de vorige eeuw kruisten dr. Abraham Kuyper en dr. Ph. J. Hoedemaker met elkaar de degens omtrent de gestalte van de kerk in die dagen. De Hervormde Kerk verkeerde in een diepe crisis.
De 'modernen' ofwel de vrijzinnigen hadden met hun loochening van de heilsfeiten de fundamenten van de kerk ondergraven. De afscheiding van 1834 had al diepe scheuren iri de kerk getrokken. En aan het einde van de negentiende eeuw voltrok zich opnieuw een breuk, toen Kuyper tot doleantie over ging. Kuyper achtte de Hervormde Kerk zó gedegenereerd, dat hij een program van doleantie ontwierp. Hij voorzegde, dat de Hervormde Kerk, omdat ze zó verworden was, na vijfentwintig jaar ter ziele zou zijn. Hij gaf haar over aan Jan Rap en zijn maat.
Over de deplorabele situatie van de Hervormde Kerk waren Kuyper en Hoedemaker het wel eens. Maar niet over de genezing. Hoedemaker beleed, dat de kerk ziek was, niet alleen in de vrijzinnige hoek maar als gehéél, en dat ze als gehéél zou moeten en mogen genezen onder de beademing van Woord en Geest. Als één lid lijdt, lijden alle leden en bij herstel gaat het om het héle lichaam. Met zijn stelling 'Heel de kerk en heel het volk' bedoelde hij verder het volk, de natie, middels de kerk terug te brengen tot het erfgoed der Reformatie, in een rijke traditie aan dit land geschonken.
Hier verschilde hij grotelijks van Kuyper, die in de politiek de macht van het getal hanteerde (de helft plus één) en in de kerk eigenlijk, per consequentie uitging van een gezuiverde gemeente van louter wedergeborenen.
Ik haal nog maar eens het beeld aan, dat Hoedemaker gebruikte. In een kelder lag iemand met kolendampvergiftiging. Een binnenkomend persoon constateerde de dood, trok deuren en ramen achter zich dicht en vertrok. In plaats, zei Hoedemaker, dat hij de ramen openzette, zodat frisse lucht kon binnenstromen en de levensgeesten zouden kunnen terugkeren. 'Zo heeft Kuyper afgeschreven wat geestelijk ziek was maar niet dood.' Hoedemaker bleef in een zieke kerk, Kuyper stichtte een gezonde kerk.
Is de kerk van de Dolenatie gezond gebleven? Nee! Ze werd in haar progressiviteit alsnog en in snel tempo ook een zieke kerk, die meer en meer ontzonk aan haar gereformeerde oorsprong.
Is er sprake geweest van échte genezing van de Hervormde Kerk? Niet in die zin, dat ze echt terugkeerde tot haar eigen belijdenis, haar in de Reformatie geschonken.
Wèl bleef ze bestaan. Ondanks bloedverlies bleef ze leven.
Wèl was er in de na-oorlogse jaren een opleving.
Wèl werd ze, met haar kerkorde van 1951 weer een Christus-belijdende (volks-)kerk. Maar ondanks de uitgesproken 'gemeenschap met de belijdenis der vaderen' zijn er tot op heden opvattinen, overtuigingen, theologieën, die ten enenmale strijdig zijn met het Woord Gods en de gereformeerde belijdenis en als zodanig bestrijding verdienen.
De Hervormde Kerk is ook vandaag nog steeds ziek. Is ze overigens ooit helemaal gezond geweest?
In het heden
Als er vandaag, in het geding om de kerk, sprake is van verschillende 'culturen', dan, komt dat zeker ook tot uitdrukking in de wijze, waarop de interne kerkelijke situatie wordt gezien en beleefd.
Waar wordt vandaag gezegd en beleden, dat de kerk ziek is, ernstig ziek? Wat in de vorige eeuw voor de Hervormde Kerk gold, geldt vandaag ook voor de Gerefomeerde Kerken. De Doleantie heeft geen kerkherstel te zien gegeven. Maar men kan zich afvragen of, in de door moderniteit gestempelde ontwikkelingen, daar niet de gedachte van de louter wedergeborenen wordt bewaard, maar dan van modern type. Wordt het ziek-zijn namelijk beleefd en beleden? Of wordt de moderniteit binnen deze kerken, in theologie en prediking, juist als positief beleefd?
Het is door velen als schokkend beleefd, dat ds. R. S. E. Vissinga in het gebed op de triosynode God als moeder aansprak en de vergadering een lied uit het feministisch liedboek liet zingen, waardoor hij vele aanwezigen verhinderde mee te zingen. Is dit dwangmatige om eigen moderniteit door te zetten niet symptomatisch? Vissinga handelde hier toch ambtelijk, als voorzitter van een brede ambtelijke vergadering? Provocerend, dat was het.
Waar hebben we, ik herhaal het, ooit horen zeggen, dat ook de Gereformeerde Kerken ziek zijn? Ze heten vandaag ook hoogstens gezond-pluriform! Het al of niet aanwezig zijn van het besef van ziek-zijn zou tekenend kunnen zijn voor de verschillen in kerkcultuur, waarover Vissinga sprak. Maar cultuur is dan niet zo maar een kerkgevoel. Het gaat dan om de vraag uit welke wortel we leven in de kerk.
Christocratie
Recent heeft dr. K. Blei (terecht) gesteld, dat de kerk geen democratie en de synode geen parlement is. De kerk is naar haar wezen een christocratie. Christus alleen heeft het er voor het zeggen. Dit christocratische motief werd intussen door dr. Blei wel ten grondslag gelegd aan een autoritair beleid van de synode. Prof. dr. W. van 't Spijker zei ervan: 'Niets werkt meer frustrerend voor het gezag van een kerkelijke vergadering dan deze autoritaire opstelling, die men niet zonder meer kan benoemen met de schone naam van Christocratie' .
Christus zal in de kerk door Zijn Wóórd en Géést regeren. Dan kan Hij ook toornen over hen, die de naam hebben Zijn volk te zijn. Heeft Hij niet zelf ooit de tafels der wisselaren omgekeerd? Een kerk, die zich in haar belijden en beleid niet conformeert aan het Woord van Christus, is ziek. Dan moeten we wel heel voorzichtig zijn om het woord christocratie nog te gebruiken. Het zal waar zijn: Christus regeert ook nu Zijn kerk, dwars door de verscheidenheid en gebrokenheid van de kerken heen. Maar regeert Hij haar, bij vóórbaat, door een verdeelde, heersende synode? Of zou ook vandaag synodocratie een uiting van haar ziek-zijn kunnen wezen?
Hervorming
In 1964 zei dr. K. H. E. Gravemeyer op de vergadering van de Vrienden van dr H. F. Kohlbrugge, dat 'de schrikkelijkste dwalingen openlijk van de preekstoel worden verkondigd'. En, zei hij:
'We hadden moeten bidden om een hervorming zoals ten tijde van koning Josia... Als het Woord Gods weer heerschappij heeft in de kerk, dan moet veel eigenwilligs, dat valse vroomheid erin heeft gebracht er uit... Er zal veel moeten worden uitgeworpen aan dwaalleer, aan allerlei vals idealisme.'
Op deze dingen hebben we ook gewezen op de ambtsdragersvergadering in Putten (november 1992). Dezer dagen heeft ds. W. Dekker, Wezep, in een hard verhaal in Trouw naar eigen richting toe, dat gebracht werd onder de titel 'Crisis ligt nu bij de Gereformeerde Bond', op pijnlijke wijze 'Putten' veroordeeld. Daar zou het met het getuigenis van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk mis zijn gegaan. Trouw heeft vervolgens, in grote triomfantelijkheid, mede op grond van de uitlatingen van Dekker, de brede zorg omtrent de gestalte van de kerk, zoals die in de Hervormde Kerk wordt gevonden, hooghartig gebagatelliseerd en trachten voorlopig te negeren.
Dat de kerk zelf in een diepe crisis is, bleef intussen buiten beeld. Van die crisis zijn geen delen van de kerk uitgesloten. Wie zelf in Putten was heeft het wel anders beleefd. In Putten hebben we ons rekenschap gegeven van de noodzaak van
'oprichting van de kerk uit haar diep verval', zoals de doelstelling van de Gereformeerde Bond al vanaf 1909 luidt. Dan gaat het vandaag om de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken beide. Wordt dat ook aanvaard?
Schuldbelijdenis
Is het niet misgega: an, omdat er in het herenigingsproces nimmer schuld is beleden over het verval der kerk, dat ook de aanleiding is geweest voor de scheuringen, die zijn opgetreden? Een poging van dr. S. Meiers jaren geleden op de hervormde synode haalde het niet!
Is het niet misgegaan, zo valt ook aan ds. Dekker te vragen, omdat er in het herenigingsproces niet is gesmeekt om een Reformatie als ten tijde van koning Josia? Is het niet misgegaan omdat het herstel van de kerk is uitgebleven en nu twee zieke kerken zich samenvoegen, zonder dat het ziek-zijn nog wordt beleefd en in verootmoediging wordt beleden?
'We hebben geen program', zeiden we in Putten. En we zeggen het nog, alle programmatische geluiden, die nu klinken, ten spijt. Maar we zeggen het vanuit diepe overtuiging, dat alleen een nieuwe Reforjnatie herstel en dan ook zicht op eenheid kan brengen.
'Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet; ter aarde toe hebben zij de woning Uws Naams ontheiligd', zegt de psalmist (Ps. 74 vers 7).
Zouden we niet allen 'naar onze tenten' moeten in gebed voor 'het verwoeste heiligdom' (opschrift boven Psalm 74)? Zeker, er zijn nog goede dingen in Juda, maar verootmoediging kan niet diep genoeg gaan. Zolang niet beleden wordt, dat de kerk ziek is, zal haar herstel uitblijven en hereniging niets opleveren. De vraag is of er in de onderscheiden kerkculturen, die inderdaad de kerk splijten, nog plaats is voor echte verootmoediging. vanwege de inleving van' de zieke gestalte van de kerk in dit land.
Naar uw tenten, o Israël! In gebed, dat de Heere voor ons strijden zal en wij stille zullen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1996
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1996
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's