De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wie is dan de getrouwe en voorzichtige dienstknecht?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wie is dan de getrouwe en voorzichtige dienstknecht?

6 minuten leestijd

'Wie is dan de getrouwe en voorzichtige dienstknecht, denwelken zijn heer over zijn dienstboden gesteld heeft, om hunlieden hun voedsel te geven te rechter tijd. Zalig is die dienstknecht welken zijn heer, komende, zal vinden alzo doende. Voorwaar ik zeg u dat hij hem zal zetten over al Zijn goederen'. (Mattheüs 24, vers 45 t/m 47)

Mattheüs 24 spreekt over de wederkomst van de Heere Jezus Christus. Op verschillende wijzen wordt Zijn komst aangekondigd. In verband daarmede wordt ook opgeroepen om waakzaam te zijn, opdat wij niet door Zijn wederkomst overvallen zullen worden.

Aan de ene kant hebben we te letten op de tekenen der tijden.

'Gij zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen, ziet toe, wordt niét verschrikt want al die dingen moeten geschieden', zo zegt vers 6.

Aan de andere kant bemerken we in dit hoofdstuk steeds dat de Zoon des mensen op het alleronverwachtst zal komen.

Vers 42: 'Waakt dan want gij weet niet in welke ure uw Heere komen zal'.

Vers 44: 'Daarom, zijt ook gij bereid, want in welke ure gij het niet meent zal de Zoon des mensen komen'.

Met het oog dus op de onverwachte komst van de Zoon des mensen vertelt Jezus de gelijkenis van de dienstknecht die hij stelt over zijn huis met de opdracht om de huisgenoten voedsel te geven ter rechter tijd.

Kennelijk gaat het hier om de dienstknecht die leiding heeft te geven namens zijn heer aan het huisgezin. We doen er goed aan om in de eerste plaats als ambtsdragers ons dit woord persoonlijk aan te trekken. Het gaat hier over de dienstknecht, enkelvoud, het individu, door God Zelf gesteld over zijn huisgezin. Niet om te heersen, maar om te dienen. Nog preciezer: om voedsel te geven, zodat het huisgezin kan blijven bestaan en uitgebreid worden.

Gesteld in het huisgezin van God om geestelijk voedsel aan te reiken, ter rechter tijd, d.w.z. met het oog op de tijd die er nu nog is om het te doen en ook om het op de juiste wijze te doen. Want nu is het nog het heden der genade, de welaangename tijd, de dag der zaligheid.

Daarom: Gelet op de ernst van dit woord en de ernst van de tijden waarin wij leven, is uitdeler te zijn van de menigerlei genade Gods onze hoogste roeping. Als ambtsdragers, maar ook staande in het ambt aller gelovigen. 'Zalig is die dienstknecht die de heer als hij komt alzo doende zal vinden'. Het gevaar is zo groot dat wij door ons drukke leven en het vele werk, juist ook in de kerk, zo worden opgeslokt dat het eigenlijke werk, voedsel geven, erbij inschiet. Hoeveel tijd en moeite heeft het Samen op Weg-proces niet gevergd van met name de predikanten. In de loop der jaren werden zodoende maanden van het werk van Gods dienaars opgeslokt, waardoor het voedsel niet altijd ter rechter tijd kon worden uitgedeeld.

U en ik hebben kritisch op onszelf te zijn. Hoe staat het met de voedselvoorziening in de gemeente? Worden er stenen voor brood gegeven of mogen wij ons verheugen in voedsel ter rechter tijd? Wat een verantwoordelijkheid ligt er dan allereerst bij de dienaren van het Woord zelf als het gaat over de kwaliteit en de kwantiteit van het voedsel, maar ook bij kerkeraden en gemeenten als het gaat over het beroepen van dienaren van het Woord. De voedselvoorziening maakt met name het leven der gemeente uit. Prediking, pastoraat en catechese bepalen de geestelijke gezondheid van het huisgezin van God. En dit alles gezien in het licht van de wederkomst. Leven wij in de zalige verwachting van psalm 98: 'Hij komt. Hij komt om de aarde te richten, de wereld in gerechtigheid? '. Immers dat zal ons des tè meer aansporen om 'alzo te doen'.

Er wordt hier gesproken over een getrouwe en voorzichtige dienstknecht. Getrouw is iemand wanneer hij oprecht Zijn Meester bedoelt. Als hij staat voor de naam en de zaak van Zijn Heere. Dan is hem er ook alles aan gelegen om het gekregen voedsel namens zijn Heere uit te reiken en niet met mate. Wie door genade uit de volheid van Christus put, beoogt ook vol te maken. Daarom is het zo nodig uit Jozefs schuren te putten, opdat het ons mag gelden: 'Uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen. ook genade voor genade'. En dan ook 'voorzichtig', d.w.z. altijd en overal op bedacht zijn. Of nog eenvoudiger: tactvol, geduldig en waakzaam. 'Zalig die dienstknecht welke zijn heer komende zal vinden alzo doende'. Wie in de schaduw van Jezus leeft, vertoont zijn beeld!

Zo dus gevonden te worden als de Meester komt; als een getrouwe en voorzichtige dienstknecht die niet anders doet dan zijn taak verrichten in afhankelijkheid en gehoorzaamheid van zijn Heere. 'voorwaar ik zeg u dat hij hem zal zetten over al Zijn goederen'. Let er op: Hier spreekt Christus over Zijn eigen wederkomst. De dienstknecht is al zalig als Christus Zijn kind en knecht zo vindt. En hij krijgt de volle erfenis erbij, delend in al de genadegoederen van Zijn Heer. O zaligheid niet af te meten!

De kwade dienstknecht is kennelijk niet door God aangesteld. Hij heeft zichzelf het huisgezin binnengedrongen en het is hem aan te horen en aan te zien. Hij houdt geen rekening met de wederkomst. Hij slaat links en rechts om zich heen, zorgt in ieder geval wat zichzelf betreft voor genoeg eten en drinken en doet dat in het gezelschap van de dronkaards.

Zulke dienstknechten zijn er kennelijk ook.

Natuurlijk komt de heer des huizes voor hem onverwacht.

God zal hem afscheiden, in tweeën splijten, staat er letterlijk om aan duidelijkheid van zijn eeuwige bestenmiing niets te wensen over te laten.

En zijn deel zal zijn met de huichelaars. Ook die zijn er op het kerkelijk erf. Zij die met hun mond wel roepen Heere Heere, maar die de Heere met hun daden verloochenen.

Wening en tandengeknars als laatste woorden, maken de gelijkenis tot één van de luguberste uit de bijbel. En het zijn woorden van Jezus Zelf. Hij weet waar Hij het over heeft, als geen ander, ook als Hij spreekt over wening en tandengeknars. God geve dat Hij u en mij alzo doende zal vinden, zoals Hij bevolen heeft. Immers alleen dan zijn wij zalig. Zalig wanneer we steeds uit de voedselschuren van de meerdere Jozef mogen putten voor onszelf en voor de ander om alzo doende een heel volk in het leven te behouden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1996

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

Wie is dan de getrouwe en voorzichtige dienstknecht?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1996

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's