De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Benno van den Toren, Breuk en Brug. In gesprek met Karl Barth en postmoderne theologie over geloofsverantwoording. Boekencentrum B.V., Zoetermeer 1995, 397 blz., ƒ 49, 50.

Op dit proefschrift promoveerde de schrijver in december jl. te Kampen (Theol. Universiteit, Koornmarkt) en met deze prestatie is de auteur m.i. van harte geluk te wensen.

Wanneer ik dan ook begin met een paar kritische opmerkingen, is dit vooral om van kritiek verder af te zijn en omdat ik het zo spijtig vind dat dit boek m.i. gedrukt wordt door een paar vooral formele tekortkomingen. Waarom schrijft de schrijver zulke ingewikkelde zinnen? Waarom geeft hij niet eerst duidelijk een overzicht van het zo belangrijke veld waarop deze studie zich beweegt? Iets bijv. over de apologetische uitgangspunten van de postmodernen en over wie dezen zijn, tegenover die van apologetisch ingestelden als bijv. Plantinga, Brümmer, Lewis en de Yale-school, zodat men eerst wat ingevoerd raakt? Waarom zijn sommige zinnen voor tweeërlei uitleg vatbaar, zodat men de inhoud uit de omgeving ervan moet opmaken? En wat breekt de computer altijd wonderlijk woorden af. En waarom die vreemde titel, een dilemma tussen twee onvergelijkbare zaken? Was bijv. Kloof en brug niet beter geweest, ook al mis je dan de alliteratie?

Genoeg hierover. Dit is een belangrijk boek van substantiële betekenis. Het biedt geen apologetiek, geen redelijke geloofsverdediging, maar een beschouwing over de mogelijkheid daartoe en dat in een klimaat dat doortrokken wordt van fideïsme, van relativisme, een klimaat dat geen weet wil hebben van enig algemeen en te alle tijden geldend redebeleid. De schrijver komt op voor de christelijke traditie en voor continuïteit, ondanks alle wisselingen van tijd en cultuur.

Vandaar de oriëntatie van de schrijver op Barth en op diens verzet tegen iedere vorm van aanknopingspunt van het geloofsdenken aan het natuurlijke denken: wie zich aan dit laatste overgeeft, levert zich daarmee immers uit aan het
relativisme, aan het denken over God zoals de eigen tijd en de mens van die tijd dit wensen. Hoe kan, op dit standpunt, nog van iets anders sprake zijn dan van een hooguit actualistische geloofsverdediging zonder blijvende waarde? Ik denk  dan zelf: eindelijk eens een klassiek georiënteerd denker - de schrijver - die Barths bedoeling echt verstaat.

De schrijver ziet Barth op de lijn van Augustinus staan, zij het dat hij deze beperkt. Augustinus ging uit van de mens als van nature een godzoeker, maar dan één die zich in dit zoeken vanwege de zonde wel móet verwarren en zo van zichzelf vervreemd moet raken. Daarom is de persoonlijke relatie tot Christus nodig wil de mens doen wat in de middeleeuwen Augustinus' leerling Anselmus deed: het geloof de weg van het verstand opsturen, bruggen slaand, kloven verduidelijkend (fides quaeret intellectum). De schrijver is van oordeel dat Barths zondeleer het bederf van het verstand van de mens onderschat en zo tevens de verwarring waarin de autonoom denkende mens zichzelf verstrikt. Het 'cor inquietum', het onrustige hart, heeft bekering nodig. Bovendien verwart Barth de erkenning van een aangrijpingspunt voor het evangelie in de schepping met een natuurlijke die is afgeleid van een aangrijpingspunt voor het evangelie in de schepping met een natuurlijke theologie die is afgeleid uit de schepping. Daarmee doet hij, volgens de schrijver, aan de schepping als openbaring tekort: men kan wel degelijk over de scheppingsopenbaring spreken zonder deze als onderbouw voor het evangelie van Gods genade te hanteren.

Vandaar het (o.i. terechte) pogen van de schrijver om weer opnieuw aansluiting aan Augustinus te zoeken, met volledig behoud van de erkenning van de breuk van de zonde die al ons kennen buiten de openbaring in Christus om bederft. Vandaar ook zijn waardering voor Reid (18e eeuw) en Plantinga, voor MacIntyre en Torrance en voor de lijn uit Augustinus die over Calvijn en Pascal en Hamann loopt. Uiteraard bestaat er gevaar dat het 'hart' als uitgangspunt van leven en denken verzelfstandigd kan worden zodat de zonde onderschat wordt en daarmee ons denkvermogen wordt overschat (de ethischen, de rooms-katholieke Blondel), maar dit pleit niet tegen deze lijn als zodanig. Het onrustige hart kan zich aan de overmacht Gods die tot denkend zoeken dringt niet onttrekken en mag voor dit denken de hele schepping en cultuur benutten.

Tegenover een verlichtingsdenken, een denken dat geen algemene norm voor alle denken aanvaardt omdat het geen algemene openbaring accepteert en dat daarom altijd in het situatieve en relatieve van de eigen tijd moet blijven steken, stelt de schrijver de principiële mogelijkheid en noodzaak van een christelijk apologetisch bezig zijn, in eigentijdse gestalte, maar nochtans in gemeenschap met de denktraditie der kerk. Ik gun hem graag zijn gelijk, al zullen velen die eigentijds willen zijn deze positiekeuze parmantig vinden.

Helaas moest ik meer weglaten dan ik vertellen kon, maar misschien populariseert de schrijver zijn boek nog eens, met daarbij een overzicht van hetgeen momenteel aan de (moderne en klassieke) markt is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 1996

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's