Torenspitsen-Gemeenteflitsen
NIJKERK
De eerste gegevens van de Nijkerkse kerkgeschiedenis berustten meer op overlevering dan op schriftelijke bronnen.
Rond het jaar 800 zou de evangelieprediker Ludger op o.a. de Veluwe zijn arbeidsterrein hebben gehad en een kapel gesticht hebben. In 1222 is dit kapelletje door brand verwoest. De boeren uit de omtrek stonden toen garant voor de bouw van een nieuwe kerk en het onderhoud van een geestelijke.
De nieuwe (nije) kerk gaf ook zijn naam aan de plaats Nijkerk. Het middeleeuwse geloofsleven zal zich rond deze kerk afgespeeld hebben.
In 1412 werd de kerk door oorlogshandelingen verwoest, evenals in 1421 en 1450. Nijkerk was grensplaats tussen Gelderland en Utrecht en heeft daarvoor een zware tol moeten betalen.
In 1461 wordt weer overgegaan tot de bouw van een kerk, dezelfde die we nu nog aantreffen. De kerk werd toen opgetrokken in gotische stijl.
De symbolische figuren van de vier evangelisten bevinden zich nog altijd in de gewelven. In 1540 heeft de stad weer te lijden van een grote brand en ook de kerk bleef niet onbeschadigd. Nog altijd vinden we hoog in het gewelf van de kerk een bord, dat aan deze brand herinnert.
De kerk wordt echter gerestaureerd en opnieuw van muurschilderingen en altaren voorzien, niet vvetende dat ook deze een kort leven beschoren zijn. In 1517 had namelijk Maarten Luther zijn befaamde stellingen tegen de R.K. Kerk geschreven.
In Gelderland bleef nog lange tijd alles bij het oude; de overheid, m.n. Karel van Egrriond, hertog van Gelre, was, voornamelijk uit eigenbelang, een bittere vijand der Reformatie. Augustus 1566 beloofden alle stadsregeringen van Gelre zich nog aan het oude geloof te houden. Degenen, die dan ook ketterse gedachten hadden, wachtte een gruwelijk lot... Echter, God had andere plannen. In 1578 wordt Graaf Jan van Nassau stadhouder van Gelderland. Onder zijn bewind wordt de protestantisering van de provincie krachtig aangepakt. De Reformatie vindt in Nijkerk officieel op 2 juni 1583 plaats met de komst van ds. Rutger van Siburg uit Zutphen.
Nijkerk zou de eerste plattelandsgemeente zijn, die met de Roomse kerk brak.
Moeilijke tijden breken voor de protestantse gemeente aan. De stedelijke overheid moest nog niets van de Reformatie hebben en rondtrekkende Spaanse troepen maakten de wegen onveilig.
In 1587 werd ds. Van Siburg gemarteld en ter dood gebracht door deze Spaanse troepen. Hij was de laatste predikant in de Noordelijke Nederlanden, die om zijn geloof ter dood is gebracht.
Het bloed der martelaren is echter het zaad van de kerk en zo ook in Nijkerk; de laatste tegenstand tegen de hervorming brak.
Nijkerk zat echter zonder dominee tot 1594; in de tussentijd trad de Roomse pastoor weer op als herder van de gemeente, echter zonder paapse ceremoniën.
In 1594 komt ds. Switterius naar Nijkerk; deze dient de gemeente tot zijn dood in 1633. Hij mag wel de reformator van Nijkerk genoemd worden, want problemen waren er in overvloed.
Bij zijn komst was er geen kanselbijbel, de mensen kenden de psalmen niet, de zondagse markt diende afgeschaft te worden etc.
De gemeente groeide onder 's Heeren hand, want in 1623 wordt reeds een tweede dominee aangesteld en in 1656 de derde.
De leer der Remonstranten ging Nijkerk geheel voorbij.
De gemeente groeide zodanig, dat de kerkeraad in 1660, vanwege het grote aantal avondmaalgangers, besluit op twee achtereenvolgende zondagen het Heilig Avondmaal te vieren. In 1672 breekt voor Nederland en voor Nijkerk het rampjaar aan. De Fransen nemen de stad in, vernielen het interieur van de kerk en voeren de R.K. eredienst weer in.
In 1749 wordt ds. Kuypers bevestigd als predikant van de Ned. Herv. gemeente te Nijkerk. Onder zijn herderschap vinden de bekende Nijkerkse Beroeringen plaats. Nijkerk wordt door hem wel vergeleken met een dorre-beenderenvallei vanwege de sleurgodsdienst en de geestelijke inzinking. De kerkeraad ging vanuit de kerk regelrecht naar de herberg. Ds. Kuypers en zijn collega ds. Roldanus waarschuwen hier ernstig tegen.
In november 1749 doen zich tijdens een preek van ds. Roldanus de eerste verschijnselen van de Nijkerkse Beroeringen voor. Zondag 16 november 1749 wordt wel als de start van de Nijkerkse Beroeringen beschouwd. Ds. Kuypers preekt over Psalm 72 : 16. 'Is er een handvol koren op de hoogten der bergen, de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon.'
Er ontstond grote beroering in de kerk. Mensen begonnen te zuchten, te wenen etc. Men riep openlijk satan niet meer te willen dienen, maar Jezus alleen. Het kostte de kerkeraad grote moeite de orde te herstellen.
Als er 's avonds ten huize van de dominee nagepraat wordt over de preek, wachten ongeveer 200 man op hem. Ladders worden tegen het huis gezet, zodat men niets hoeft te missen. De volgende dag wordt er gecatechiseerd in een overvolle kerk. Men begint te blaffen als honden, te jammeren en te kermen. Mensen lopen jammerend de straat op, roepende, wat zij moeten doen om zalig te worden. Herbergen worden gesloten, maar korte tijd daarna weer geopend om oefening te kunnen houden. Waar eerst werd gevloekt, hoort men nu psalmgezang. Uit de hele omtrek komt men naar Nijkerk om met eigen ogen te zien, wat zich hier afspeelt. Door de vele vreemdelingen houden de Beroeringen aan, totdat de kerkeraad in 1750 strenge maatregelen gaat treffen. Ieder, die de kerkdienst verstoort, wordt direct de kerk uitgedragen; en zo keert de rust langzamerhand weer.
Tijdens de ambtsperiode van ds. Kuypers komt er een nieuw, prachtig Van Deventer-orgel in de kerk, misschien om het grote aantal kerkgangers beter te kunnen ondersteunen in de gemeentezang? Dit orgel doet nu al meer dan twee eeuwen dienst om de gemeente te begeleiden in haar lof aan God.
Door de tabakscultuur in de 18e eeuw wordt Nijkerk een rijke gemeente met na Arnhem het grootste inwonersaantal van de Veluwe.
In 1776 wordt door de overheid besloten een nieuwe toren met carillon te bouwen. De prachtige witte toren staat onafscheidelijk van de kerk een ieder welkom te heten, die een bezoek aan Nijkerk brengt. ledere Nijkerker, die van vakantie terugkeert, heeft het idee pas weer thuis te zijn, als hij de toren weer ziet. De kosten bedroegen toentertijd ruim ƒ 50.000, - !
De mooie preekstoel dateert uit 1789; er zijn — symbolisch voor de tabakscultuur in Nijkerk — uit hout gesneden tabaksbladeren in verwerkt.
Wat ook opvalt, als men de kerk bezoekt, is de grote grafsteen van de familie Van Rensselaer. Kiliaen van Rensselaer is o.m. een van de stichters van New York geweest. In de Grote Kerk van Nijkerk liggen zijn vader en een oom begraven en te wachten op de dag der wederopstanding.
Een plaquette herinnert aan Arendt van Curler, een Nijkerker, die in de 17e eeuw de stad Schenectady (U.S.A.) stichtte, waar Nijkerk ook nog steeds banden mee onderhoudt.
In 1820/1821 ontstaan de zgn. tweede Nijkerkse beroeringen, veel minder bekend, maar zeker ook in geestelijk opzicht heel belangrijk. Op bepaalde avonden vinden er wel 10 samenkomsten plaats, waar over God en Zijn Woord wordt gesproken.
'Nijkerk is Nijkerk niet meer, ' wordt wel gezegd. De adviseur bij het Departement voor de hervormde en andere erediensten ziet de ontwikkelingen met zorg aan.
Nergens meer dan in de classis Harderwijk zijn goede predikanten nodig, vindt hij. In 1828 komt de bekende ds. Callenbach naar Nijkerk; de profeet van de Veluwe wordt hij wel genoemd. Door o.m. zijn rechtzinnige prediking gaat de Afscheiding Nijkerk grotendeels voorbij.
De Doleantie trekt wel diepe sporen in Nijkerk in 1887. De kerkeraad had al verschillende adressen verzonden om blijk te geven van de zorgelijke ontwikkelingen in de Ned. Herv. Kerk.
In 1884 spreekt de kerkeraad zich uit voor Afscheiding, indien de toestand onhoudbaar zou blijven.
Als ds. Vlug in 1886 Nijkerk verlaat, verzoeken de kerkvoogden en notabelen aan de kerkeraad ook de dolerende predikanten Van den Bergh en Houtzagers in de vacaturebeurten op te nemen. Hieraan wordt door de classis geen gevolg gegeven. Op 6 maart 1887 verlaat een groot deel van de kerkeraad de kerk, samen met een aanzienlijk deel van de gemeenteleden.
De spanning tussen de hervormden en gereformeerden bereikt een hoogtepunt bij de begrafenis van ds. Bluggel. Relletjes breken uit en in de Tweede Kamer worden vragen gesteld of de Nijkerkse burgemeester de toestand wel meester is. Heel langzaam keert de rust weer. In 1933 verlaat een aanzienlijk deel de Ned. Herv. gemeente, aangezien deze inmiddels een Gereformeerde Bondssignatuur heeft gekregen.
Ondanks de scheuringen en kerkverlatingen vinden er toch ook in Nijkerk iedere zondag weer de erediensten plaats, in de Grote Kerk en in de in 1975 geopende Opstandingskerk. Het Woord neemt zijn beloop en wie zal het keren? God is getrouw. Zijn plannen falen niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1996
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's